(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Children's Library | Biodiversity Heritage Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "Verhandelingen van het Bataviaasch Genootschap der Kunsten en Wetenschappen"

Xl^,l. 



'^rbrariT of tijc P^uscum 



OF 



COMPARATIVE ZOÖLOGY, 



AT EARVARD COLLEGE, CAMBRIDGE, MASS. 



J?ountJctr l)]) prfbale suösccfptfon, fix 1861. 




DlmA 






\ 



VERHAN'DELINGEN 



VAN HÉT 



B A T A V I A A S C II 

GENOOTSCHAP 



DER 



KUNSTEN EN WETENSCHAPPEN. 



TWEEDE DEEL. 




Tk BATAVIA, 

Gedrukt in d'E: Con;pagn-es Bock-drukkerj'', 
"By EGBERT HEEMEN 1780. 



VOORBERICHT, 



WEGENS DEN 



Tegenwoordigen staat 



VAN HET 



BATA VIAASCH 



GENOOTSCHAP. 



> 



Pag- 5 

VOORBERICHT. 

s. I. 



B 



*y het Programma van dit Genoot- Uitgave 
fchap, den 30. Juny i778.en het Eer/le^'^^^l'^l 
Deel zyner Verhandelmgen, den 15. Deel. 
September 1779 uitgegeven, is het be- 
gin en de vooregang van het zelve dui- 
delyk gebleeken: het zal dan by de Uit- 
gave van dit Tweede Deel noodig zyn 9 
deszelfs lotgevallen te vervolgen. 

S. II. 

Geduurende den loop van dit jaar , Gefchen- 
is het Genootfcbap door aanzieneiyke ^^"• 
Gefchenken aangemoedigd. 

De Wel Edele Geftrenge Heer 
Adriaan Moens vereerde aan het 
Genootfcbap eene Mummi die, uir E- 
gvpren opAlallebaar door een Enj^elfch 
Heer aangebragt, door Zyn Wel Ede- 
len Geftrengen was gekocht, met ee- 
nige andere Zeldzaaraheden. Ook 
heeft het Genootfcbap , van Mallebaar , 
door eene onbekende hand, dit jaar 
weder een honderd gouden Ducaaten 
ontvangen. 

* 3 De 



6 VOORBERICHT. 

De Wel Edele Geflrenge Heer Da- 
VI D JoAN S MI TH vereerde aan hec 
zelve eene zeer uitmuntende verzame- 
ling van Oolterfche Manufcripten , waar 
voor aan Denzelven , ecnige dagen te 
voren, eene aanzieiilyke fomma gel dg 
geboden was, dan welken Hy, uit ee- 
ne Edelmoedige zugt voor Kunden en 
Weetenfchappen , liever aan het Ge- 
nootfchap wilde fchenken; en kort daar 
na eene groote meenigte plans en te- 
keningen zoo van de Stad Batavia zelve 
als van derzelver omtrek: 't geen door 
Dirigeerende Leden met dank aange- 
nomen is. 

De Wel Edele Geftrenge Heer Jo- 
HANNÉs Robbert van der 
B u R G H befchonk het Gpnootfchap 
met een honderd gouden Ducaacen. 

De Heer Bernardus vanPleu- 
R E N , Gouverneur van Ambon , vereer- 
de aan het zelve 500 Rds. en de Heer 
Carel Jan Boers, gewezen 
Sjabandhar alhier, gafbyzyn vertrek 
een gefchenk van de zelfde waerde. 

V^an den Ternaatfchen Gouverneur 
Jacob Roeland T h o m a s's e n 
ontving het Genootfchap eene witte Pa- 
poefche Meid. 

En 



VOORBERICHT. 7 

En van den Heer Johannes Si- 
berg, geëligeerd Gouverneur van Ja* 
va, eenige fraaie (tukken Sumatraas 
Goud-Ertz. 

Terwyl de Heer Voorzittende Direc- 
teur, volgens Zyn e voorjaarige belof- 
te , aan het Gemotfchap vereerde een 
huis ftaande op de groote Rivier bin- 
nen de Stad Batavia, met verfcheidene 
kaflen met Boeken, Naturalien en Ra- 
riteiten, 

S. HL 

Door alle deeze milde giften is hetS'-aat van 
Genootfchap in ftaat geraakt, zyne Bi-^^^^j^^^' 
bliotheek en Naturalien- Kabinet inor- hec Kabi- 
de te brengen : en hoopt daar van eer- net. 
lang eene gedrukte Catalogus uit tegee* 
ven. 

Ondertuffchen zyn beiden alle 
Woensdagen voor een ieder, van 8. 
tot 10. uuren, open, lerwyl de Leden 
de noodige boeken , daar uit ter leen 
kunnen krygen onder eene behoorlyke 
Reccpiffe» 



4 5 IV. 



8 VOORBERICHT- 

S- IV. 

Corref- De Geleerde Genootfcl .appen in Ne- 

tie"nict' derland, aan devLiiirige wenlchen Vcra 

G'-nooc die Gcnootfchap voldaan hebbende, 

^'*;}PP^J^ door xhet uidchryven van eenige Vraa- 

^^^^^gen voor rekening van het zelve,vvor- 

den dezelven alhier ingelaicht als: 

Door de HoIIandfcbe Maat- 
fchappye der l^e e tenfc happen 
te Haarlem. Om in den jaare 
1785. te beantwoorden. 

,,Nadeniaal een zuivere dampkring 
5,van zo groot belang is voor de ge-r 
55 zondheid der Ingezetenen, en dezel* 
„ve by 't (laande ofce te langzaam af- 
„ lopende water in de rivier, (die 
„dageljics in den omtrek van Batavia 
„met veele duizende ponden vuilighe- 
„den aangevuld wordt, ) onmogelyk 
„kan verkreegen worden: M^elke is 
„het befte middel om ecne fterkere 
„fcbuuringcn afvoering deezer vuile 
„ftoffen te verkrygen en te onderbou- 
wden , en aan Batavia een zuiverer en 
„gezonder lucht te bezorgen? 

Door 



VOORBERICHT, p 

Door het Bataafsch Genoot- 

fcbap der Proefondervindely- 

ke Natuurkunde te Rotterdam 

om voorden i. Maart 1 781 

te beantwoorden, 

„ I* Door proeven te toonen welke 
55 Luchtverhevelingen van de werking 
55 dernatuurlyke Eieólriciteitafhangenj 
,, hoe dezelven er door worden voort- 
„gebragt, en welke de bekwaamHie 
5, middelen zyn om onze Huizen , Sche- 
„pen en Perfoonen tegen den fchade- 
^jlyken invloed derz^iven te bevei- 
„ligen? 

,92. Welken invloed heeft de natuur- 
9,lyke Electriciteit en derzelver ver- 
,, fchillende verdeeling in onzen damp- 
33 kring op gezonde en ziekelyke Licha- 
55 men? In welke ongefleldheden en 
55 ziekten is de konfcige Eleftritiieit 
j^dienftig tot genezing of verligting? 
5, Op wat wyze werktzy tot dat einde? 
„ En welke is de befte manier om 'er zich 
53 met dat oogmerk van te bedienen? 



% 



5 Doof 



xo VOORBERICHT. 

Door de Zeeuwfche Maatfchap^ 

fchappye van Kunjien en PJ^e- 

tcnfcbappen te P^lijjingcn om 

in den jaare 1782. in Janu- 

ar)^ beantwoord te worden. 

„Een Compendium te formeeren, 

„waarin alles ia 't kort vervat is, *c 

55 geen zoo in 't Holland ich als in vreem- 

,5 de Talen proefondcrvindelyk ge- 

5,fchreeven is, van het nodige dat de 

„Officieren die in directie zyn opiche- 

„pen, zoo van de zeevaart als Chirur- 

„gie behooren te vveeten, en dat hun 

„tot een handboek kan verllrekken, 

.$. V. 

Verdere Om de inflelling van dit Genootfchap 

fpond?" ^^^^t^g^^t^ maaken, hebben Dirigee- 
tjc rende Leden goede Correfpondentien 
gezocht met kundige ProfefToren in de 
Óollerfche Taaien, byzonder met de 
Heeren Rau Schroder en Scheidius* 
te Utrecht y Groningen en Harderwyk^ 
terwyl zy in den voorleeden jaare aan 
den Heer Vosmaar, voor het Cabinet 
van Zyne DOORLUCHTIGE 
HOOGHEID, ook eenige Rariteiten 
hebben toegezonden. 

Tot 



VOORBERICHT. Il 

Tot zyne gevolmagrigden in Neder, 
land heeft het Genootfchap verzocht de 
Heeren Reinier Arrenberg, Secreca- 
ris van het Bataaf fcb Genootfchap, Cou- 
rantier en Boekhandelaar te Rotter aam^ 
en JoHANNEs Allard Boekhandelaar te 
^mjlerdam^ aan welken alle Brieven 
voor dit Genoocfchap kunnen overhan- 
digd worden , en hec Leccernieuws ook 
jaarlyks wordt toegezonden voor de 
Boekzaalen» 

Buiten de Indifche Correfpondentie 
op alle de Comptoiren der Nederland- 
fche Compagnie heeft het Genoocfchap 
aan de MiirionarilTen te Peking jn Chi- 
na gefchreeven, als medea?^ndeMiffio- 
nariflen der Deenen tot Tranquehaari 
van de eerften heeft men toe heden 
geen antwoord kunnen bekomen, doch 
de laatften hebben ons niet alleen zeer 
beleefd gefchreeven , maar ook alle 
Boeken toegezonden die door hun in 
de Oofterfche Taaien gedrukt zyn ge- 
w^orden , welk vriendelyk gefchenk 
door het Genootfchap, evenredig, ver- 
golden is. 



S. VL 



12 VOORBERICHT. 

5. VI. 

j. By het Programma Pag. 12 — 22. en 

woorde het Voorbericht van hec eerfte Deel 
algemee pag. 9 — 19. hadt het Genootfchap ver- 
JJ^^^'^^'lcheidene aLemeene vraagen voorde- 

ecu» ^ ^ ^ ''' 

fteld, zonder de minde voorl^eur of be- 
paaling van tyd; waarop verfckeidene 
antwoorden ingekomen zyn, en Diri- 
geerende Leden hebben daarover, ook 
uitfpraak gedaan, als 

' I. Op de 34. vraage by het Voorbe- 
richt I, Deel. 

f^oor die f en hef pomp uitvindt^ om een 
zVi^ter Colom loodregt uit de Rivier 
op te voeren, 

Wierdt het antwoord onder de Zin- 
fpreuk j^qua alimentum terr(Z op den 
4. Oclober bekroond met eene zil- 
veren Medaille , zynde de Schry ver 
daar van de Lieutenant Ingenieur 
J. B. PiLON, en het Model voor 
een ieder aan het huis van het Ge- 
nootfchap te zien. 
2. Op de 35. vraage „voor die aan- 
toont hoedaanig door een „ IVerk^ 
tm^ het groote Timmerhout uit de 
Binnen landen kan worden afgevoerd 

wierdt 



VOORBERICHT. 13 

wierdt het antwoord onder de Zin- 
fpreut Indujlria Juvat: door Di- 
rigeerende Leden niec voldoende 
geoordeeld. 

3. Ontving men een gefchrift rot titul 
voerende korte aanteekeningen over 
de algemeene graffeerende Zinkings 
Ziekte in 1779. 't welk Dirigeeren- 
de Leden waardig oordeelden in het 
tweede Deel der Verhandelingen ge- 
drukt te worden : zynde de Schry- 
ver de ftads Chirurgyn David By- 

LON. 

4. Doch eene andere verhandeling o- 
ver dezelve ScofFe en onder deZin- 
fpreuke Door yver bloeit de Kunfl 
werdt ter zei ver tyd afq;ekeurd. 

5. Onder de Zinfpreuk Concordia res 
parva Crefctmt: was eene verhan- 
deling ingekomen over de Wel- 
vaart van Batavia door eene hande- 
lende bank over Zee. 

6. Onder de Zinfpreuk Est optimum 
femper quod tutisfimum , Batavi- 
aafch Welvaart door het jïichtin van 
Colonien. 

Beiden deeze verhandelingen wier* 
den voor onvoldoende aangezien. 
Over het volgende antwoord heb- 
ben 



14 VOORBERICHT. 

ben Dirigeerende Leden nog gee- 
ne uitfpraak kunnen doen , maar 
het zelve alvorens, ter onderzoek, in 
Comraifiie gefteld. 
Een werktuig om de Moker- vaart 
op Calidras en Batoe-Tjeper tever- 
wyderen, zonder derzelver navi- 
gacie te beletten, onder deZinfpreuk 
Lahor improbus vindt omma^ 

Het zal het genootfchap byzonder 
aangenaam zyn, antwoorden te ontvan- 
gen op de vraagen by het Programma 
pag. 12. en by het Voorbericht van het 
I. Deel pag. 9. bekend gefield, ten ge- 
tale van 46. 

Egter zal het njet minder aangenaam 
zyn, berichten te ontvangen over Vol- 
ken, Taaien, Zeden, Oudheden, Na- 
tuurlyke Hiftorien en Gefchiedenifien 
deezer Geweften , die onder die vraagen 
niet begreepen zyn, en Dirigeerende 
Leden zullen, na een ryp en onpartyr 
dig onderzoek , daar over uitfpraak 
doen , en volgens belofte , de bekroonde 
antwoorden met eene zilveren Medail- 
le of één honderd Ryksdaalders be- 
loonen. 

$. VII. 



VOORBERICHT. 15 

S. VIL 

De algemeeneVergadering, die op den Aigemec 
8. Maart 1780. hadi moeten gehouden ^gj^^^^^l^' 
worden , is op verzoek van Zyn' 1 ioog- 
Edeiheid, en om de wille van Hoogfl 
deszelfs aanhoudende indifpofitie, tot 
bekwaamer gelegenheid uitgefleld: zoo 
dat Dirigeerende Leden op den 5. Fe- 
bruary bellooten , hier van niet alleen 
kennis te geven aan Heeren Direéleu- 
ren, maar ook aan Hun Edelen die poinc- 
ten voor te draagen, die anders door 
dezelve, in de algemeene Vergadering, 
hadden moeten beflifcht worden : Dee- 
ze Refolutie van Dirigeerende Leden 
door den Hoog-Edelen Heer Opper Di- 
reéleur en de Wei-Edele Groot- Agtbaa- 
re en Geftrenge Heeren Direéteuren ge- 
leezen zynde , hebben Hunne Hoog- 
Edelheden goedgevonden te approbee- 
ren de gedaane voorftellen der Diri- 
geerende Leden, die op die goedkeu- 
ringe , in hunne gehoudene Vergade- ^ 
rine;e op den 8. Maart 1780. hebben 
beflooten. 

5, VIIL 

Dat aangaande de ingekomene Ant- Pirrvra- 
woorden op de Prys-vraagen voor Ui-^^°* 

cimo 



i6 VOORBERICHT. 

tiino Juny 1779 en wel op de eerfle 
vraag, gemeld by het Programma pag. 

48. 

ff^elke vyn de hekwaamjleplaatzerj^de ort^ 
koflbaarjle wyze^ en de gtvoeglykjle mid- 
delen^ om de L'jken^ in plaas zan m de 
Kerken en op ae Ktrkboven deezer ^)tad^ 
ep eenen genotiLzaarnen ajjlandvan Bata- 
iJta ter aarde te bejïelun : ï jcc antwoord in- 
gekomen onder cie Zinfprcuk De voor^ 
oordeelm motten voor de ondervindwgzzvig' 
tin: onvoidoenue ,ucöordeeld wierdc. 

Dat op de twe de VTaapf, f^emeld in het 
Programma ^Dtwylmen meent dat het her- 
Jïellen der Sluizen bet eenige middel zoude 
zyn , om de Stad van water te voorzien , 
welk is daar tot -het btjle en voor deelt :fle 
ontwerp? het antwoo'*a ingekomen onder 
de Zniipreiik, Ubihem-^ibi Patria.^ in 
het algemeen wel niet voldoende was 
aan de opgegeevene vraag, dan dewyl 
de bekende Schryver van het zelve, 
de Lieutenant Ingenieur Pilon, by 
ondervinding hadt getoond , dat de 
draagbaare Sluis of liever draagbaare 
Dam , zeer diendig was; om Jut water 
indegoede Mouflbn, mee weinig moei- 
te en koften, op te floppen, daar men 
wilde; zoo oordeelde de Vergadering 

de 



VOORBERICHT. 17 

de praemie van een Hondert gekartel- 
de Ducatons of eene gouden Medaille , 
van die waarde , hem toe te leggen. 

Dat op de derde vraag by h et Pro- 
gramma, ze; f //^e is het heft e en onkoflbaarfte 
middel^ om de Stad Batavia by nacht te 
verlichten , en by dag te begieten . en welk 
convenabel fonds kan daar toe worden uit- 
gedacht ? de twee ingekomene Antwoor- 
den, het eene onder de Zinfpreuk Voor- 
beeld Trekken, haar onvoldoende toe- 
fcheen, doch het andere, in 'tFranfch 
;. zonder Zinfpreuk ^ oordeelde de Ver- 
gadering, hoewel gebrekkig in het aan- 
geweezen fonds, echter het acceffit te 
verdienen, en dus dat aan den Auteur 
eene zilveren Medaille kon worden 
toegelegd , indien hy zich . wilde be- 
kend maken. 

5. XIX. 

De Heer Voorzittende Direéleur gaf uitfchrv- 
■aan de Vergadering in overweegi«g, of virg van 
het niet noodzaakelyk zoude zyn, de^,!^/ 
Prys-vraagen , ten minden voor drie 
Jaaren, uitte Schryven, en Jaarlyks drie 
vraagen op te geeven^om een ieder, zo 
wel hier als in Nederland, tyd tegeeven 

** zy- 



vraagen. 



18 V O O R E E R I C'HT. 

zyne antwoorden aan het Genootfchap 
te doen toekomen : Kn is beflooten die 
propoficie te ampleéleeren , en, behal- 
ven de Algemeenevraagen by hetPro* 
gramma van pag. ia — 22. gefteld, de 
Prys-vraagen uit te fchryven aldus. 

Ter beantwoording Ultimo Decem- 
ber i78o, Scelt het Genootfchap vóór 
de drie volgende vraagen , met belof- 
te van eene gouden Medaille ofte een 
honderd zilveren Ducatons , zie I. 
Deel pag. 27. 

1. PTelke zyn de oorzaaken der mee ff e ^ 
voor al der Epidemique Ziektens van 
Batavia , inzonderheid der RotkoorU 
zen , en welke zyn de gefchikfle mid* 
delen ^ die tot voorkoming en geneezing 
derzelven voortaan moeten worden 
aangewend? 

2. PFelke zyn de Spys wortelen, die dt 
Inlanders^ in o^-^ze Oofterjche Coloni'én , 
inzonderheid de Javaanen-^ tot hun ge^» 
woon voedzel gehruikenl en welke is 
de befte wyze-, om die voort te teelen 
en tot f py ze te bereiden? 

3. Voor den geenen , die een honderd pot* 
ten IVitkalk^ in het dijlrici van Bs^ 
tavia gemaakt^ levert., in deugd en 
prys gelyk met de Bantamfche? 

4- 



Voorbericht. 19 

4. Extra -vraag, door Zyne Edelheid 

REINIER DE KLERK, met 

eene belofte van een pracmie van 

500 Ryksdaalders I Deel pag. 27. 

fFelke zyn de oorzaaken der aanfpoe* 

linge van de modder aan de zee ff randen 

van Batavia^ daar de zelve voormaals 

zmver^ zaHng^ en jcboon waren? 

Zou de uitlegging van het zee hoofd 
daar ook eenige aanleiding toe geeven ? 

Weike zyn de bejle middelen om aie mod- 
der weg te krygen ^ zou dit mo^elyk kwu 
nen worden te weeg gebragt door het indy^ 
ken der flranden , of door het maaken 
van doorfny dingen in de uitftethnde hoe- 
ken van CRAWANG en ONfONG^ 
^AFA^y of wel door openingen aan het 
zee-boofd , ef op eenige andere gefcbikte 
wyze? 

Ter beantwoording voor Ultimo De- 
cember 178K Stelt het Genootfchap 
een prsemiè van een honderd zilve- 
ren I)ucatons op ieder der drie volgen- 
de vraagen. 

j. Die het heffe ftiiddel opgeeft , om de 
£ujfel'diéverye en de menigvuldige 
moorden in de Boven landen , te be* 
lethen door bekwaameen mogelykemid^ 
delen ^ na 'slands gefleldhetdgefchikt. 



20 VOORBERICHT, 

2. Hoc zoude men het hejl kunnen voor- 
komen', dat de vaartuigen der klee- 
fie vorjljes , aan dê Ouerwal van JA^ 
. l^A woonende , hunne zee-rovery- 
en /(waar door zoo veele Javafcbe in- 
gezetenen in Jïaavernye vervallen , 
en van tyd tot tyd verfcheidene Eu- 
ropeezen , op eene allerwreedjle zvyze^ 
worden afgemaakt) langs de kujhn 
van yava niet meer zouden kunnen 
oeffenen ? 

3. Voor den geenen , die , op eene gevoeg- 
lyke wyze , , het meerder gebruik van 
Rundvleefch onder den Inlander weet 
in te voeren , en dies gebruik hun 
fmaakelyk te maken ^ zoo dat hetzelve 
cp de Pajfersgejlagt en verkocht zvordt-, 
ten einde daar door den verkoop van 
het Rundvleefch te bevorderen , en de 
zoo hoog noodige Buffels te bef paar en ? 

4. Extra vraag , door het mede Dirigee- 
rendLidMr. Willem van Ho- 
ge n d o r p voorgefleld , met belof- 
te van een hondert gouden Duca- 
ten 5 voor die de zelve beft beant- 
woordt. Zie Programma Pag. 49, 
wordende deeze tyd thans gepro- 
longeerd tot Ultimo- December 
1781. 



VOORBERICHT, ti 

PFelke redenen zyn 'er om te mogen 
va/t Jl ellen , dat de Inenting der kinder- 
ziekte in de Oofterfche volkplantingen 
van onzen Staat ^y met even zoo goeden uit- 
jlag zoude kunnen werden aangewend -^ als 
in de Noordtlyke gtwejten van Europa; 
alwaar deeze kunjl reeds zoo verre gevor- 
derd is , dat men op duizend ingeente per- 
foonen naauwlyks eenen dooden tellen 
kan ; daar in tegen deel-, volgens de gemaa- 
tigdfte uitrekemng , de natuurlyke kin- 
derziekte , van duizend perfoonen , wel- 
ke zy aantajl , een honderd en dertig ten 
gr ave fleept. 

Dan vermits defchriften over de In- 
enting in deeze colonie weinig voor han* 
den zyn , welke zou in deeze heete ge- 
we/l en dehefte en eenvoudig ft e manier van 
inenten weezen ? welke maat regelen moet de 
geneesheer^ geduurende den loop der ziek- 
te^ in acht neemen , en zvelke dteet of le- 
venswyze moet hy den ingeenten voor* 
fchryven ? 

Ter beantwoording voor Ultimo De- 
cember 1782. ilelt het Genootfchap 
voor de voi,ö;ende drie vraagen , met be- 
lofte als hier vooren gezegd is. 
I. JVelke zyn de hejle middelen om -> ge- 
duurende de tegenzvoordige mitvolking 
♦* 3 VGfi 



a2 VOORBERICHT. 

van Europas de Europeezen in onz^ 
Oo/hrfcbe colonien te vermenigvuU 

^. Hoedanig kan men met vrucht on^ 
derneemen^ het zedelyk caracfer aer 
Javaanen te verbeteren , zoo dat zy 
voor hun zelven gelukkiger en voor de 
algemeene 't zamenleeving nuttiger 
worden, 
By welke laatftehet belang der Maat- 

fchappye, zoo veel mogelyk, inhecoog 

moet gehouden worden. 

3. IVaarom is het zitten in het fchynzel 
der maan hier gevaar lyker dan in Eu* 
ropa ? 

Welke zyn dt eigenlyke kwaaien , di$ 
er uit ontjïaan^'^ en welke zyn de bejl^ 
middelen om die te geneezcn? 

4. Extra, voor reekening van den Voor 
zittenden Direéleur, volgens voor- 
bericht van het I. Deel pag. 29. 
een honderd s;ouden Ducaaten. 
fVelke middelen van vernuft hebhen 
Muhamed^ de Imans^ en de verdere 
Leeraars en zendelingen der MufeU 
wannen , ook by laatere tyden , met 
voordeel gebruikt ^ om de beidenen al- 
omme , voor al in de verfcbillende ge* 
wefien en eilanden van Oofi- Indien^ 



VOORBERICHT. 23 

by wyze van een zedelyke overtui- 
ging , :ot Lei: geloof van den C O- 
R A N te bekeer en , en in dat geloof 
te bevejligen ? 

5. Extra, voor rekening van het Diri- 
geerend LidJ anHooy man, vol- 
gens Voorbericht I. Deel Pag. 48. 
twee honderd zilveren Ducatons. 
Voor den geen en ^ welke in de Omme- 

landen deezer Stad van h t Jaar 1780. 

tot 5 782. het grootfle aantal Buffels, niet 

minder dan twee bondert fluks zal hebben 

aangeteeld en opgekweekt^ zodanig dat die 

overwwft , ten genoegen van het Genoot'^ 

fcbap 5 blyken zal. 

En voor Ultimo December 1783. 

Stelt het Genootfchap drie vraagen, op 

de zelve conditien , voor. 

I. Welke middelen zyn het mee/l ge- 
fchikt ter verbetering zoo van de na* 
tuurlyke als zedelyke opvoeding . der 
kinderen in deeze colome ^ en welkt 
is het befïe middel om. onder alle belet- 
zelen , de kinderen hier te lande , de 
Neder duit fche taal van hunne eer/te 
jaar en af , als hunne moeder -taal > 
eigen te maaken"? 

a. fFelk is het befie middelom bekwaame 

Opper-enOndermeefers tot Compag^ 

** 4 ' nies 



x4 VOORBERICHT. 

fjies dienjl aan te moedigen en de ge^ 
hrekkigen bekwaam te maaken ? 

3. IVelke zyn de befte middelen ^ om de 
hiiis-dienfien te Batavia-, ten beek of 
gedeelteijk , in Jhde van jlaaven , door 
vrye Chrifien- Inlanderen te doen ver^ 
richten ? 

4. Extra 5 voor rekening van ecnen on- 
bekenden , een honderd gouden 
Ducaaten voor die beft deeze vraa- 
ge beantwoordt. 

Uit het beredeneerd plan van alle ge- 
leerde Genootjchappen in Europa ^^ en 
de opgave ' van alle letter - kundige 
en periodique werken , op te geeven 
het befte plan voor een geleerd Ge- 
nootfcbap en voor een letter - kundig- 
nieuw S'papi er. 

5. Eindelyk belooft de Edele Heer, 
Voorzittende Directeur, twee hon- 
derd zilveren Ducatons voor den 
geenen die de volgende vraage beft 
beantwoordt. 

De voortgang der Ntderlanderen in aU 
li kunjten en weetenfchappen , V zedert 
de opkomfte der Republyk tot heden : ver- 
geleeken met de Engelfchen^ Franfchen en 
JOuitfcbers. 



By 



VOORBERICHT. 25 

By het beantwoorden deezer Vraage 
vordert men vooral eene naauwkeurige 
opgave der grooce mannen in alle tak- 
ken, op dezelve vvy ze als de Graaf van 
BiELFELD omtrent de Duitfchers heeft 
trachten te doen in zyne Progrès desAl^ 
kmans in 2. Deelenin 8^^. 1767. te Lei- 
den gedrukt. 

In de Hoofd- Wetenfchappen , noe- 
men de Duitfchers Leibnits en Wolff. 
In de Philofophie, daar en tegen de 
Nederlanders 's Gravezande , Leeu- 
wenhoek en Hartzoeker. 

Roemen zy op Carpzo vius , Cocceus 
Heineccius in de Rechtsgeleerdheid, 
wy hebben Grotius , Bort en anderen. 
In de Genees-Kunde kan men Boer- 
have en Albinus geruft tegen Stahl 
en Hoefman ftellen. 

En in de Theologie zyn de vermaar- 

de naamen,by beide Natiën, oneindig. 

In de Hiftorifche wetenfchappen 

behoeven de Nederlanders ook niet 

onder te doen. 

Zy hebben zich, gelyk Puffendorfp 
en anderen, juift niet toegelegd om de 
Hiftorie van andere Landen te belchry- 
ven, maar die van hun eigen Land, 
en hier in is Wagenaar meefterlyfc» 
geflaagd ** 5 De 



a6 VOORBERICHT. 

De Geographie en Reizen zyn, door 
de grooce Scheepvaart der Nederlan- 
ders , by hen ook voort gekweekt. 

Jn de fraaie Kunden , Wellpreeken- 
heid en Dichtkonll , wenfchen wy dat 
de beantwoording van onze Vranke ^ 
voor al met voorbeelden , worde opge- 
helderd , en de tegenwoordige ilaat 
van het Schouwiurg aangeweezen. 

Ook zal men voor al dienen te letten 
op de uitvindingen der Nederlanders, 
by voorbeeld, op de Drukkunft, en 
het vervacrdigen van gekleurde ceke- 
ningen en anderen : zoo mede op den 
voortgang in de Mathematifche Weten- 
fchappen , 

Veftingbouwr kunde. 

Bouw kunde 

Schilder 

Beeldhouw-kunften. 

De Mufiek. En voorts op alles wat 
tot eer der Natie in deeze verfcheide- 
ne Claffen kan ftrekken, door de op- 
richting van Hooge Schooien , ge- 
leerde Genootfchappen , teken Acade- 
miën, maandelykfche Journaalen, en 
de overzetting van alle goede boeken , 
die, in de verfcheidene taaien, in an- 
dere landen, gedrukt worden* 

De 



VOORBERICHT. ^^ 

De Liefhebbers, die in Europa naar 
den prys willen dingen , kunnen hun- 
ne antwoorden belchryven aan den 
Voorzitcenden Direéteur, en dezelve 
overhandigen aan den Heer Johannes 
Allard Boekhandelaar tot Amjlerdam , 
of deuHeer Reinier Arrenberg, Se- 
cretaris van het Bataaf ch Genootfcbap 
en Boekhandelaar te Rotterdam , weiken 
dezelven , onder Recepiilè , zullen ont* 
vangen en hervvaards zenden , en de 
Prasmie, indien dczelven bekroond wor- 
den , aan den Schry ver ter hand fleL 
len. 

S. X. 

En alzo by het Programma niet be- Be»-aa« 

paald was hoedanig men by aflyvïgheid J^^"S°,™'' 

van eenen Voorzittenden Direéieur,verkie7en 
of ook wel van eenen der Dirigeerende^'peerieu 

Leden, tot de verkiezing zoude over- ^^^^^Jjl'^* 
gaan; zoo hebben HeerenDireóleurenDirec- 
goedgevonden, Dirigeerende Leden te ^^^^ of 
qualificeeren , in het eerde geval, een ^||^'|^^ 
der Heeren Direóleuren tot Voorzit- 
tenden Diredeur aan Hunne Edelhe- 
den voor te draagen. Doch in hetlaat- 
fte aan Dirigeerende Leden over te 
laaten van uit de Leden eene verkiezing 
te doen. 

$.XL_ 



-8 VOORBERICHT. 
S. XL 

e,-^n^^l\èï' ^^^ Genootfchap heeft in het Eerfie 
iiiüüdDg. Deel zyner Verhandelingen, reeds ge- 
toond 5 hoe zeer het de inenting der 
Kinderziekte ter harte nam. Hec mede 
Dirigeerend LidjAcoBUs van der 
Steege , gaf dies wegens twee be- 
richten op p. 71. en 333. te vinden: 
Oratrend aien zelfden tyd fchreef de 
Heer van Hoogendorp zyne Sö- 
phrornsha^ of de Gelukkige Moeder 
DOOR DE Inenting van haare Dogters 
met zulk een gelukkig gevolg, dat er 
veelen tot de Inëntinge overgingen. 

Doch, na meer dan honderd geluk- 
kig uitgevalleiie Inentingen, gebeurde 
het dat een kind, onder de kunftbe- 
werking, aan eenen zwaaren ftoelgang 
en persfing overleedt. De Inwooners 
deezer Stad wierden door dit fterfgc- 
val, dat waarfchynlyk aan eene vreem- 
de oorzaak toetefchryven was, zoo af- 
.' gefchrikt, dat meefl allen de Inenting, 

die in en om Batavia reeds zoo voor- 
fpoedigwas geweefl:, afkeurden. Uit 
dien hoofde gaf de Heer van Hogen- 
DORP, in de maand February deezes 
jaars, een nieuw Stukje, onder den Titul 
van Redevoering der Inenting tot 
f)E Ingezetenen van Batavia aan het 

Ge- 



V o o RB ER I C H T. sig 

Genootfchap over. Men oordeelde dat 
het beft zoude zyn^hec zelve terftond, 
afzonderlyk, te laten drukkenden ver- 
volgens in het Tweede Deel der Verhan- 
delingen te plaatzen- 

Omtrend dien zelfden tyd ontving 
het Genootfchap verfcheidene bericht 
ten over de Inenting; namelyk van de 
Heeren van der Steege omtrent Ba- 
tavia; Bonneke omtrent Java, en 
J. H. Schuurman omtrent Mallebaar, 
waar in aan het zelve gebleeken is. 

Dat 't zedert de laatfte berichten, in 
het Eer/ie Deel onzer Verhandelingen 
gedrukt, door den Heer van der 
Steege zyn Ingeënt 2. Chriften en 
17. Slaven-kinderen, die allen geluk- 
kig herfteld zyn. 

i: Dat de Heer Bonneke op Samarang 
35. zoo Chriften- als Slaven-kinderen 
heeft ingeënt, waaronder het zoontje 
van den Heer Raad Extra ordinair van 
India en Javas Gouverneur van der 
^BuRGH geweeft is, die ook allen ge- 
lukkig herfteld zyn , terwyl de Epide- 
mie byna allen en vooral de Chinee- 
zen, die de Pokjes natuur lyk kreegen, 
we^ fleepte. (*) Dat 

(*) Het Genootfchap was van voorneemen dceic 
berichten, en vooral d't van den Heer Bonne-k-s, 
In dit Deel der Verhandelingen te laten drukken, maar 
om de veelheid der in:^ekomene Stukken heeft het- 
ïclve 'er van moeten afiien. 



ly 



30 VOORBERICHT. 

Dat op Mallebaar, daar de natuur- 
lyke Pokjes als de peil gevreelt worden f 
om dac zy nieeft altydden dood na zich 
fleepen, een en dertig Pcrfoonen wa- 
ren ingeënc, die alle geneezen zyn. 

Ook heeft men ryding; Van de Kufl 
Cormandel , dat de Pokjes op Na^apat- 
rara met den gelukkigften uitflag wor- 
den ingeënt. 

Dus dringt het Genootfchap de Inen- 
ting aan ieder menfchiievenden huisva- 
der op het harte, wil hy in zyn ouder- 
dom niet in droefheid gedompeld wor- 
den, door de woede der natuurlyke 
Kmderziekte. 

'5. XII. 

Direc. Onder de Edele Heeren Directeuren 
teuren is geen Sterfgeval voorgevallen. 

5. XIII. 

Dirïffee. Maar het Genootfchap heeft eenen 
rende Le- zwaaren flag ondergaan door den dood 
^^° van den Heer I o SU A van Iperfn, 
op den 10. February deezes jaars. 
En volgens Qualificatie van de Edele 
Heeren Direóteuren, is op den 26. Fe- 
bruary tot Dirigeerend Lid verzocht de 
Predikant in de Gereformeerde Ne- 

der-, 



VOORBERICHT. %t 

derduitfche Gemeente alhier J. C. 
Metzlar, en tegelyk aan zyn Eerw. 
opgedraagen , als Secretaris, de Refo- 
lutien en Brieven te Concipieeren en 
de proeven der druk pers na te zien. 

Onder de Leden zyn , 't zedert de Uitgave 
van het eerfle D^é. , overleeden. 

L€n Majoor der B rgery, 
MELCHIOR BLOKKERT, Leden. 

De Onderkooplieden. 
GEORGE CLIFFORD, 
JACOB ANTONY de JONG, 
EGBERT HÜLZEBOS, 
PIETERLEONARDÜS vanEYS, en 
HERMANÜS THEODORUS 

TERKAMP, en 

Den Koopman 
PIETER DUVELAAR van 

CITTERS, 

Daar en tegen zyn 'voeder tot Leeden aan^ 

genomen, 
ARNOLDUS CONSTANTYN 

MOM, Opperkoopjnan en Opperhoofd 

van het Generale Soldy Comptoir en Cu- 

rator ad Lhes, 
JACOBUS MACOR, Binnen Regent 

van het Moorfche Hofpitaal, 
DANIEL FREDRIK van RIEMSDYK, 
SCIPIO CORNELIS van RIEMS- 
DYK, en 
RUDOLPH SAMÜEL TA VEL. 

Onderkooplieden alhier, JO- 



32 VOORBERICHT. 
joiiANNES fredp:ricus bode, 

Predikant aan Qabo cie'-s^oede Hoop, 
JOIIAN ADAM CÊLLARIUS, 

ünderkoopir.an en Opperhoofd te Craïiganoor. 
CHKIS'JIAN GODFRIED BAUM- 

GARTEN, Eerjïe-Klerk van Politie en 

Secretaris van Jujiitie op Malacca, 
WALTERMARCÜSSTUART, 

Boekhouder en eerjle te Puntlana. 
JACOB VAN GEERLEN,5ö^^/jo«. 

der te Grijfé. 
ANDRIES HARTSINCK, Onderkoop^ 

man en Adminijlrateur, 
WOUTER HENDRIK van Y5SEL- 

DYK, Onderkoopman Soldy Boekhouder en 

gezivooren Scriba^ beiden op Sourabaaya, 
DANIEL KRYSMAN, Baas ten 

Ei lande Onrujh 
JACOB Wn TEVRONGEL , Schip- 
per in d''Cnfl der E. Con)pa/};nie, 
HERMANÜS SIEDENBURG, Schipper. 
EZECHIEL LOMBARD , Opperfneefier 

tot Cberïhon. en 
FREDERICUS MONTANUS, 

Predikmt te Samarang 

1'ot Slot dezes betuigt het Genootfchap, 
dat het zeer verlangende is, zoo door de Ge- 
nootfcbappen als door r^eleerde Lieden in Eu- 
ropa , te mogen onderricht worden , waar in en 
hoedanig zyne Verhandelingen zouden kunnen 
voorden verbeterd en verder ingericht, om zoo 
voor Europa als deeze Colonie ten befte aan 
zyne Zinfpreuke te voldoen: Ten Nutte van 't 
Gemeen. 

Batavia Uit. Jiiny 1780. 

NAAM- 



C33 ) 

Naam l y s T- 

DER 

H E E R E N 

DIRECTEUREN; 

E N 

LEDEN 

VAN HET 
fiATAVIAASCH GENOOTSCHAl" 

DER KUNSTEN EN WEETEN- 
SCHAPPE\ &c. 

OPPER DIRECTEUR. 

Zyê' Ëdelheidi de Hoog-Edele Grott Achthdaté 

^Heer 

reYnier de klerk. 

Gouverneur Generaal van Nederlands 

I N D I e/ 

DIRECTEUREN- 
De Wel Edele Groot-Aehtbaiare Heer 
Mr. WILLEM ARNOLD ALTJNG, Eer. 

Jle Raad en Dire£teur Generaal van Neder-t' 
lands Indïé. 

♦** De 



r.t 



C 34 ) 

De Wel Edele Geftren^e Hecren 

HENDRIK BRETON, Raad Ordinair van Ne^ 
derlands Indiè\ en Prefident van 't Collegie 
van Heemrmden der Bataviajcbe Ominc- 
landen» 

MfriMAN WILLEM TALCK, Raad Ordi^ 
nair van Nederlands Indiër mitSiiMers Gou* 
verneur en Directeur van Ceilon 

JOHANNRS VOS, Raad Ordinair van Ne^ 
derlands Indi'è^ Ontfang^r Generaal 

Mr. THOMASSCHIPPERS. Raad Ordinair 
van Nederlands Indië . Prefident van den 
Achtbaaren Raad van J^t/Jlitie. 

JACOBUSJOHANNES CRAAN, Raad Ex^ 
tra Ordinair van Nederlands Tndië^ Com- 
mijfaris Politicus , Buiten Regent van de 
Ho [pit aaien , Directeur van 'de Aniphicen- 
Sociëteit en Commiffarisover de Bovenlanden, 

ADRIAAN MOENS , Raad Extra Ordinair 
van Nederlands Indie^ Gouverneur en Di- 
recteur van Mallabaar. 

DAVID jOAN SMITH, Raad Extra^Ordi- 
nair van Nederlands Indië^ Prefident van 't 
Collegie van IVeesmf e fleren . mitsgaders Com-^ 
miffaris van de f^erjlrekkingen der Soldyën. 

Mr. JACOB CORNELIS MATTHEUSRA- 
DERMACHER , Raad Extra-- Ordinair 
van Nederlands Indië , Prefident van de 
Collegien van PJeeren Schepenen , mitsgaders 
van Curatoren en Scholarcben over Stads 
Schooien , Colonel der Bataviafche Burgerye , 
$n Commiffaris over de Bovenlanden^ 

JA- 



JACÖB PELTERS, Raad Extra^Ordinair van 
Nederlands Indiëy Couvermiir en DireSteur 
van Banda 

HENDRIK VAN STOCKUM, Raad Extra^ 
Ordinair van Nederlands Indië , Direcfeur 
van de Bank Courant en Bank van Leening^ 

JAN HENÜRiK POÜCK, Raad Extra Ordi- 
naiYvan Nederlands Indië , Commijfaris van 
^t klein Ze^el* 

WILLEM JAC03 VAN DE GRAAF, Raad 
Extra 'Ordinair van Nederlands Indië ^ en 
Direcfeur van Souratte. 

JOHANNES ROBBERT van der BURGH, 
Raad Extra- Ordinair van Nederlands Indiëy 
mitsgaders afgaand Gouverneur en Directeur 
van yavas Noord Ooflkufi, 

Mr- jOACHlMvAN PLETTENBERG, Raad 
Extra Ordinair van Nederlands Indië ^ ti- 
tulair ^ mitsgaders Gouverneur en Directeur 
van Cabo de Goede Hoop. 

VOORZITTEND 
DIRECTEUR. 

De Wel Edele Geflren^^e Heer 
Mr. JACOB CORNELIS MATTHEUS RA- 
DERMACHER, Raad Extra ^Ordinair 
van Nederlands Indtë. 

*** a Dl' 



C 30 

DlRIGEERENDE 
L E E D E N. 

JOHANNES HOOYM AN , Bedienaar des God- 

delyketi f-Foords in de Luterfcbe Gemeente. 
SIRAKO'JS BAR'l'Lü, Scheepen der öt ad Ua- 

taz'ia 
Mr. WILLEM van HOGENDORP, Koop. 

man en Ecrfic /Jdminijlrateur op Onriift. 
HENÜIlIKNiCOLAAS LA CLE, Koolman 

en Secretaris van IVeesmeefteren, 
JACOBU^' VAN PER S'FEKGK, Medicina Lec- 
tor^ Regent van het huit'n Hospitaal. 
Mr. EGBlM^T BLOxVJHERT, Droljaart der 

Bataviafcbe Ommelanden , Fice-Prefuknt 

van Heemrcden. , 
Mr. PAULUS GEVERS, Onderkoopman en 

Tzvcedc Adminijlrateur in het Zmker pakhuis. 
FREDRIK EARON VAN WURMB, OrJcrkoop^ 

man en7zveede Jdminijlrateur in de Water- 

poortC Secretaris') 
JACOB CASPER METZLAR, Bedienaar de: 

Goddclyken fVoords. in de Gereformeerde 

Gemeente alhier. {Secretaris,') 



ORDINAIRE LEDEEN. 

De E: Heer DIRK GOETBLOED, Eerfie 
Sitretaris van de Hooge Indiajche Regeering. 

De 



(37) 

De E: Heer ADRIAAN de BOCK , Tweede 

Secretaris van ae hooge Jndiafche Regeer ing. 
De Acntb.Htei Mr JüHANiX iiS GAbKlEi^ 

VAN GE 1^] KEN, Ordinair Ltd in deiiAchU 

haar en Raad van Juftitie. 
De Achtb. Heer AJr. FiEKRE POELMAN, 

Cmd Ordinair Lid van Juftitie en geweezen 

H'^'ater-tiscaal. 
De Manh: Heer CHARLES LOUTS COL- 

JVIONi) , Colorel titulair en Hoofd over 

Comp: Militie in In die. Buiten- Regent van 

de ijofpitaakn en Lid van tle^niraaden. 
De Heer Mr. Pi E'l'liR RA8, H'aier liscaaly 

mitsgadeis Scholarch en Curator over Stads 

Schooien en Cenfor der Drukiierye, 
De Heer DAVID JULIUS van AITSMA , 

Baljuzv ^ Kerkmeejler ■, en Kajjier van de Am^ 

phicen Sociëteit, 
De Heer iVlr. JAN HENDRIK TREVYN , 

Oud Droffaard. 
De Heer GEOKGE THEOHEEREN, Eer^ 

fte Opperkoopman des Cajleels Batavia. 
De Heer Gi^kRlT VAN GROL, Tweede Op^ 

perkoopman des Cnjleels Batavia. 
De Manh: Heer JAN DlEÜERiK SCHRV- 

VER, Commandeur en Opper - Equipat^ie- 

mee fier ^ Buiten Regent van de Llofptt aaien ^ 

en Pojlmeejler. 



4t«* 



De 



( 38 ) . 

De Meer JAN VERxMEULEN , Boekhouder 
Genernal'y 

De Ilcer CAREL FREDRIK SEVERIN, 

yifnateur Generaal. 

De Heer ARNOLDUS CONSTANTYN 
MOM, Opperkoopman en Opperhoofd van 
het Generaale Soldy-comptoir en Curator ad 
Lites, 

De Manh: Heer JAN ANDRIES DUUR^I 
KOOP, Oud Majoor titulair van de Infan- 
♦ . terit en Lid van Heemraaden. 

De Manh: Heer JOHANNES RACH, Majoor 
der yirtilkry en Buiten-Regent van de Hos- 1 
pitaalen. 

De Manh: Heer FRANC0I5 van ARDEN- 
NE , Ritmeejler van de Dragonder Lyf^ 
wagt van den Heer" Gouverneur Generaal. 

De Heer JAN HENDRIK WIEGERMAN, 

' ' Vice Prefident van Schepenen 

De Eerw: Heer ÏHEODORUS VERMEER, 

Bedienaar des Goddelyken f Foor ds in de Ne^ 
derduitfche Gemeente te Batavia , mitsgaders 
Lid van Curatoren en Scbolarchen over Stads 
Schooien, 

De Eervv: Heer HERM ANUS WACHTER, 

Bedienaar des Goddelyken Woords in de Ne^ 
derduitfche Gemeente te Batavia^ 

De 



( 39 ) 

De Eerw: Heer ERICUS JOHANNES WIL- 

>. TENAAR , Bedienaar des Goddelyken 

ivu IVaords, in dt MaletdfcJje en Portugeejche Ge- 

memte te Batavia , mitsgaders Lid van Cu- 

"^^S'.^itatormien Scodarcèeh over Stads Schooien. 

De Eéxw; ^hie^r lAlSi iMüP.CiORT, Bedienaar 

deshGaadelyken PFoordsin de Nederduitjche 

Gemeens te'-J'e Butavia. 

De Heer.VVJLLEM VIN£ENT HELVE- 

TIUS VAN RJEMSDYK; ^ Opperkoopman 

"^A Jen Gecommitteerde tot en over de Zaaken^ van. 

i\) '.\cden Inlander^ Buiten- RegM van de Hof pi ^ 

■'■■' taaien^ m Heemraad'. 

m Heer GAREL |AN BOERS ^ gewezene 

Opperkoopman en Sabandbaar , (^ gerepa- 

.. treerd in Ao. 1779.) 

De Heer ADRIAAN BOESSES Opperkoopman 

V Sabandbaar en Prefident iian Boedzlmeefieren 

De Heer P1ETER JüSEPH de VIENNE, 

Oud Opperkoopman èn' Heemraad.- 
De Manh: Heer WiLLBOüE^T PEUSENS, 

Onder- Equipagiemeefler. 
De Heer FREDRIK JACOB ALBRECHT 
STEENWEG, Opperkoopman en Geheim^ 
fchryver van den lieer Gouverneur Generaal. 
De Heer JOHANNES THEMANS , Hoofd 
van de Chirurgie , Buit en- Regent van de 
Hof pit aaien ^ 
De Heer LAMBERTUS DANTEL KREBS, 
Opperkoopman en Hoofd-Participant van de 
c l Amphian-Societeit, 

■)|f ♦ ■Jpf M 



C40) 

De Heer CORNELIS de KEYZER, Fahryk 
en Keurmeejïer van Kalk en Steen , Buiten 
Regent van de Holpitaalm , en Lid van 
heemraaden. 

De Heer iVir. FLORIS van STYRüM, Koop^ 
man en Eerjle Admimflrateiir in de duiker-., 
pakhuizen , en Scheepen van Batavia. 

De Heer CASPARUS HARTiVlAN , Koop. 
man en Eerjle Adminifirateur in t ïzerMn^ 
guazyn , mitsgaders Scheepen van Batavia* 

De Hter JüliANNES TflEODORUS VIS- 
SCHER VAN GAASBEEK, Koopman o} 
Eerjle Adminijlrateur in 7 ni&uzre Kleeilen- 
pakhuis y mitsgaders Oud Scheepen van Ba- 
tavia. 

De Ilce- Mr. JOIIANNFS GHRISTOFFEI^ 
SCHUJ^TZ, Oud -Scheepen van Batavia ,. 
confulecrend Advocaat en Eerjle l^endu- 
vjeejler. 

De ManH: CHRISTIAANMARTINPROHN, 
Capitain der Granadiers van V eerjle Ba- 
t allion Infant ery. 

De Mant: jOHAN ZACHARIAS ENGEL. 
HARD, Capitain in het eerjle Bat allion In- 
fantery. 

De Manh: SWENJOHAN WIMMER- 
. C R A N Z , Capitain Luitenant- Ingenieur , 
Eerjle Landmceter ^ Opziender over de Ri- 
vieren en Slokkan m Taxateur der vajlc 
Goederen. 

De 



(41 ) 

De E: DANIEL DIEDER K van HAAK^ 

Koopman en Eerfte Gezworen Klerk ter Se* 

cretarye van Hunne Iloo§- Edelbeden. 
De E: KivEDRlK HENDRIK BEYNON,; 

Koopman en Negotie boekhouder. 
De IJ: \4li.LEM KRAANE, Koopman en groot 

IVinkelier. 
De E: SI EVEN POELMAN, Koopman en 
... 'Eerfte Adminiflrateur in de Pakhuizen aan 

de Wejlzyde. 
Pe E: JANkEYNIERCOORTSEN, Koop^ 

man en Eerjie Adminijïrateur in het Graan 

Maguazyn. 
De E: HENDRIK PIETER BANGEMAN, 

Koopman en Tweede yldminijlrateur in de 

Pakhuizen op Onruji, 
De E: FKn^iS HENDRIK VROOM, Koop^^ 

man en Eerfte yidminiftrateur in de Medici^ 

nale fi'mkei 
De E: DANIEL ADRIAAN BEEKMAN , 

Koopman en Secretaris isan Scheepenen. 
De E: HENDRIK AUGUST RÜSSEL, Koop- 
man en Eerfte Confrontifi. der Bataviafche 

Adminiflratie- boeken. 
De E- PETRUS ALBERTUS van der PAR- 

RA 5 Koopman en Boekhouder in het Am* 

hagts Quartier. 
De E: JOSEPHUS GORDYN , Koopman en 

Iraflateur in de Javaanfche TaalenJVaag* 

meejier. 

♦** S De 



C 40 • 

De E: LEENDEIIT GOOSSEN, Koopmm én 
Tranjlatcur in de Malei df eb e 'Taal en IVaag- 
meejier, 

pe E: DANIEL KRYGSMAN, E aas ten 
Eilande Onrufi. 

De E: HERMANUS SIEDENBüRG, 
Schipper. 

De E: JaCOB WITTE VRONGEL, Schipper. 

De E: GEORGE JACOB MEYER, Schipper. 

D-* E: PLliUN VAN DER KUIL, Schipper. 

De E:,IOSUA de WOLF van IFE.tEN^ 
Schipper. 

De E: PIüTER HAMMINK, Schipper. 

De E: JAN SMITH,' Schipper. 

De E: EW ALDUS RVN\ AAN, mesmees- 
ter en Opziendcr van de Rylhnarkt. 

De E: DAV [D DU FAU de LA LONGUE,. 
Oud Weesmeefler. 

De E: JAN van de POLDER, Regent van 
, T het Wees-en - Armen- Huis , Hetmraad , e»! 
admtniilreerend Hoafd- participant van de 
jimphioen Sociteit. . tCl 

De E; THOMAS VAN SON, Tweede Fendu- 
meefter. 

De E: JOHANNES MACOR^Regent van het 
Moorfche Hofpitaal. 

De E: DAVID BYLON, Stads Chirurgyn. 

De E: LEENDE RT ROLFF, Notaris. 

De E: JAN BAPTST PILON , Ordinair-Lui- 
tenant der Artilkry en Ingenieur. 

De 



(43 ) 

Pe E: PIIILIPPUS deELWYK, Onderkoo^^ 

m^n en Adjufi^ Eerfle Gezworen Klerk ter 
Secret arye van Hunne Hoog - Edellji^den ^ 
mitsradtrs ColkSf^ur van hei; klein ZegeL 

De E: GOSE TilEODüRE VERMEER, 
Onderkoopman j Izveede van de Groot e 
Geld Cas, 

De E: GEKARD JOHAN RüNSTORFF , 
Onderkoopman en Marginahfl . 

De E: JAi\ DANIEL BEYiNüN, Onder^ 
koopman op het Comptoir van den Heert 
^ Gjouverneur Generaal 

De E: ARY.HUYZERS, Onderkoopman en 
tzveede Adminifirateur in het Graan Ma- 
guazyn. 

De E: JOHAN FREDRfK BARON van 
RHEDE TOT DE PARKELER, Onder^ 
koopman en tweede yldminijlrateur in de 
Pakhuizen bezyden de IVater-poort 

De E: WILLEN ADRIAAN WILLEMS , 
Onderkoopman en tweede Adminijlrateur in 
het nieuwe Kleeden-pakhuis-en Secretaris van 
het Collegie van Couratoren en Schoolarchen 
over Stads Schooien^ mitsgaders Bmten* 
Regent van het ÏVees en - Armen-Huis, 

De E: CORNELiS POTMANS, Onderkoop^ 
man en tweede Adminifirateur , in de Medici 
Winkel, 

De E: MARTEN CORNELIS WEYERMAN, 
Onderkoopman en Secretaris van Heemraden 

De 



C44 ) 

De E: V/ILLEM CHRISTOFFEL EN- 

GERT, Ofukrkooptnan en Boekhouder van 

de 4rüllcry. 
De E: GEÜkGJUS EX^ERHARDUS MUN- 

NIK, Onderkoopman en Overdrager op V 

Equipagie Comptoir , mitsgaders Regent van 

bet l^roirjoen-Tiigtbuis. 
De E: CHRISTIaAN HENDRIK vo\t 

ERATii, Onderkoopman en Kajjler op t 

Kojfgeld Comptoir, 
De E: liERMANUS de ROO , Onderloopt 

man en tzveede Landineeter. 
De E: ELBERT ELIAS , Onderkoopman en 

Secretaris van Commijfari/fen van Huwe- 

lykfcbe en kleine Gericbts zaaken. 
De L: Mr. WYBRAND de JONG, Onder^ 

koopman en Secretaris' van Boedelmeeflercn, 
De E: DANIEL FREDRIK van RIEAIS- 

DYK, Onderkoopman. 
De E; SCIIIPIO CÜRNELIS van RIEMS- 

DYK Onderkoopman. 
De E: RUDOLPll SAMUEL TA VEL, O;;- 

derkoopman. 
De E: JüHANNES NICOLAAS BEST- 

BIER, Procureur en Adjunct gezzvoren 

Klerk van Scheepenen, 
De E: WILLEM POP.vEXS, Procureur 
De E: JACOBUS HENDRIK PARIN- 

GAUW Onderkoopman en Gecommitteerde 

in bet Provijit Magnazyn, 

De 



C45 ) 

De E: CHRISTIANUS HÖLLE^'HAGSN, 

Onderkoopman , Gezworen Klerk en Boek* 

houder van IVeesmeefleren 
De E: FRANS HAKKER, Gezworen Klerk 

van het Collegie van Hee'^en Scheepenen* 
De Eerzaanie PfETER JOHAN van RHE^ 

DE, Opperjluurman. 

EXTRAORDINAIRE 
L E E D E N. 

In Ambon. 

De E: Heer BERNARDUS van PLEUREN, 

Gouverneur en DireSteur. 
De Heer JOSIAS ALEXANDER de VfL- 

LENEUVE , Opperkoopman , Secunde en 

Hoofd- Adminiflrateur. 
Banda. 
De Heer JOHAN LEBREGT SEIDEL- 

MAN, aankomend Gouverneur 
De Heer Mr, LEONARD VERSPYK, Op. 

perkoopman en Secunde. 
Ternaten, 
De E: Heer Mr. JACOB ROELAND THO- 

MASZEN, Gouverneur en DireSteur. 
De Heer ALEXANDKR CORNARE, Op- 

perkoopman , Secunde en Hoofd- Adminifira* 

teur. 

Ma. 



C46) 

Macalfer. I 

De Et Heer PAULUS GÜDOFRÉDUS vAi< 

DER X'OORT, Gouverneur en Direcieur. 
De Heer BAREND RYEKE, Oppcrkoopman, 

Seamde en Hoofd'/idmimfirateur. 
DeHeerCLAAS KRAAi\E Koopman en F scaaL 
De Heer jACOBUS LEONAKIjLS de \ OS, 

Onderkoopman en Licentmeefier. 
Malacca. 
De E: H^cr PIETÜR GERARDUS de 

BRUYN, Gouverneur en DireSieur. 
De Heer A iN T H O N Y ABRAHAM 

WERNDLEY^ Opperkoopman , Steun- 
de en Hoofd-Mdminifirateur. 
DeHeerCI-lRlóTJAAN GODFRIED BAUM- 

GARTEX, Eer/Ie 'Clerk van Politie. 

Cormandel. 

De ErHeerREYXIER van \XISSINGEN^ 

Gouverneur en Directeur. 
De Heer PHILIPPUS JACOBUS DOR- 

M I E U X , Opp rkoopman , Secunde en 

Hoofd' /idminiflrateur. 
De Heer GEORGE FRANCOIS JACQUES 

DE RAVALET, Onderkoopman en Secun- 
de in yagernapatnam. 
Ceilon.- 
De Wel Edele Geftr. Heer Mr. IMAN WIL- 

LEM FALK enz. Dire&eur. 

L E E D E N. 

De Heer BARTHOLOMEUS JACOBUS 
RAKET 3 Commandeur van Jaf^enapatnam 

De 



;C47 -) 

De Heer jbïiANGERARD'vAN ANGEL- 

BEEK', Opperhoofd te Jutucoiyn. 
De Heer Mr. JOHAN WILLEM SmO- 

' RER,' 'Opperhoofd te Trinconomak. ' "^ 
De E: ADRIANUS JOHANNES FRAN- 

KEN, Koopmanen Opperhoofd te Batticaloa. 
De E; JOHANNES REINTOUTS , Onder- 

koopman en Caffier. 

Cabo de Goede Hoop. 
De Wel Edele Geftr. Heer Mr lOACHIM 
VAN PLETÏENBERG, Dire&eur. 

L E E D E N. 

De Heer PFETER HACKER, Opperkoopman 

Secunde en Iloofd-Adminiflrateur 
De Heer Mr. WILLEM CORNELIS 

BOERS, Opperkoopman Independent Fifcaal. 
De Eerw. Heer JOHANNES FREDERiCUS 

BODE, Bedienaar des Coddelyken Woords. 
De HeerjACOBUS JOHANNES leSUEUR, 

Koopman en Caffier. 

Java 's Noord- Ooft Kuft. 
De E: Heer JOHANNES SIBERG , Geëli- 

ligeet t Gouverneur en DireSieur , 
De Eerw: HeerFREDERICUS VONTANUS, 

Bedienaar des Coddelyken Woords te Sa- 

marang. 
De Heer JOHAN MTCHIEL van PAN- 

HUYS , Opperkoopman en Rejident ie Ja. 

para. 

De 



(48 ) 

De Heer RUDOLPH FLORENTIUS Van 
DER NIEPOÜR'J', Opperköopman en Gè^ 
zaghebher in den Oojibück. 
De Heer JAC013 van bAiNTEN, Cpperkoop. 
man en IloofdyJdminillrateur te óa/narang. 
De Heer \AS iVlATlHYS van KHYiX Op. 
per koopman in rang en Refident in de mat- 
tarm. 
De Manh: FREDRIK LODEWYK van 
STRALENDORFF, Capifein van de Ca^ 
vallery en Eerjle Refident te Souracarta. 
De Manh: LEENOEiVl HENÜRJK VER- 
JVlflEil, Capitain van de Infanterie en 
Commandant der Militie. 
De E: ISAAC CüRNELIS DOMIS , Koop- 
man en Refident te Tagal. 
De E: Mr, NI COL AAS ALEXANDER , 
LELYV^ELD , Koopman ^ Pakhuismeefèr 
en Negotie Boekbouaer te Samarang. 
De E; BEREND WILLEM FOCKENS , 

Koopman en Reildent te Grijfc'e. 
De E: R^YNIER hOUCQUE, Koopmanen 

Fiscaal te Samarang, 
De E: ABRAHAM van HEMERT, Koop- 
man in rang , Tweede Refident , Scriba en 
Soldy- Boekhouden te Souracarta, 
De E: JAN FHEDERIK AUGUST BON- 
NEKEN Gppercbirurgyn te Samarang. 
De Manh: FREDRIK SÜESTMAN, Luite- 
nant Ingenieur te Samarang. 

De 



C 49 ) 

De E: WILLEM ADRIAAN PALM^ Ö«. 

derkoopman en Reftdent te Remhang 
De E: A:\VtiONY l&Ail^TLY , Onderkoopman 

en i^ecretaris z;an Politie te Samarang. 
De E: AMiiROSlUiJPlETE.lS 'J'ULLEKE 

VAN HOGENHÖÉK, Onderkoopman en 

Refident te Paccaiongan^. 
De È: CAREL PlilLlP BüLTZE , Onder^ 

koopman titulair en gezworen TranJIateur. 
i)e JVian i: CARr.L, F.{El);<.(iv vpx BuoZÈ, 

Cornet van de Cavaliery te Samarang. 
De Ma ih: PAUL PAULbENr Vaandrig te 

Salatiga. 
De E: (tERARDUS ROGHÉ, Éoekhouder en 

eerfle Klerk van Politie te Samarang, 
t)eE: vVILLEM KERKMAN, Boekhouder en 

Secretaris van Jujliiie te Samarang. 
De E: ANDRIES HARTS'NG, Onderkoop^ 

fnan en AdminiWa'eiir te Sourah'aja. 
De E: WOUTER* HENDRIK van VSSEL- 

DYK , Onderkoopman en Sc? ihd te Souraha':a. 
De E: jACOB VAN GEERLE , Boekhouder 

te Grijfeé. 

Bengale, 

De Heef JQHANNES MATTHÈUS ROSS^ 

Dire&eur. 
peHeerGREGORIUSHÊRKLOTS, Opper- 
koopman en Secunde , mitsgaders Opper hoofd 
en Pakhuisinèejier te Capmhazaar. 



(50) 

De E: JANPIETERHUMBERT, J^oopmaH 

en Eer/f e in de Kledezaal te Hougly 
De E: ANTÜNY JiOG \AKD ANTHO- 

TSiYSZ.Koopman enNegotieboekhouder aldaar. 
De E: WILLEM baronvanDANKELM/\Nj 

Koopman, Fifcaalen Dorpmecjler te Hougly. 
De E: SAiMUKLRAüERmACHER, Koop^ 

man , Opper:oofd te Pattena. 
De EiJACOBElLBRECHT, Onderkoopman^ 

Secretaris van Politie en Kafper te Hougly. 
De E: GOSEWYN VVqLLEM HENDRIK 

DE VRIES K 5 Onderkoopman en Tweede 

te Pattena. 
De E: CA SPA RUS LEOXARDUS EII> 

BRACHT, Boekhouder en Tranflateur in 

de Perfiaanfcke en Moorfcbe Taaien. 

Souratte. 

De Wel Edele Geflr: Heer WILLEM JACOB 
VAN DK GRAAF, DireSteur. 

L E E D E N. 

De Heer Mr. ABRAHAM JOSIAS SLUYS- 

KEN , Opperkoopman en Hoofd-Admini^ 
Jlrateur. 
De E: W[LLEM HENDRIK van BY- 
LAND, Onderkoopman en Soldy- boekhouder* 

Sumatras - Weftkuft. 
De E: JACOB van HEEMSKERK, Opper^ 

koopman en Gezaghebber^ 

Da 



pe E: JOSEPH CHALLIER , Koopman tn 

EerJIe AdminiQrateur te Padang 
De E: JESAIAS EhREiNTRüUT , Önder^ 

koopman Fifcaal^ Kajjier en SoldyboekboU" 

der aldaar. 
De E: THOMAS van KEMPEN JANSZ, 

Onderkoopmam en Opperhoofd te PouÏq 

Chijico 
De E; JACOBUSSAMUELDERAAFF, Ofi. 

der Koopman en Secretaris van Politie te 

Padang. 
De Manh: JAN MARTIN SCHEFFER, 

l^aandrig en Cammandant te Padang. 
De Manh: LUDEWICH KAYZEL, Faan- 

drig en Commandant te Priamang* 
De F: ANTHONY JüHANNES LEUF- 

TINK , Boekhouder en EtrfJe Klerk van Po^ 

litie en Secretaris van 'Juflitie te Padang. 
'De E: HENDRIK RAZ'. Hy^, Boekhouder Ne^ 

goti e 'Overdrager en Dispen fier te Padang. 
De E: JOHAA^ FREiJRiK ZUGEL, Boek^ 

houder en Reftdent te Adjerhadja. 

Mallabaar. 

De Wel Edele Geftrenge Heer ADRIAAN 
MOENS, DireSfeur^ 

L E E D f: N 

De Heer REÏNIER van HARN, Opperkoop- 
man Secunde en Hoofd- Adminijir at eur. 



C 51 ) 

De E: JOTTAN AD \M CELLARIUS, 0^. 

derkoopman Opperhoofd te Cran^amor. 

Bantam. 

De Heer LTEVE NICOLAAS MEYBAUM, 

Commandeur, 
De E: NiCOLAAS WENDELIN BEITS, 

Koopman en Adnimjlratew. 

Japan. 

De E: AREND WILLEM FEITH, Opper^ 

koopman en Opperhoofd. 
De He. r Mr: ISA AC TJTSING ; Opper^ 

koopman en Opperhoofd, 
De E: DIRK VL^KEMULDER, Koopmm 

ên Pakhuismeejler. 

Cheribon. 

De H^er M^ WILLEM van der BEEKE, 

Opperkoopman en Refident. 
De E- ÜZiicHlEL LÜMliART, Oppermees* 
er. 



Ti- 



(53-) 

Timor. 

De Es WILLEM ADRIAAN van ESTE> 

Onderkoopman en Opperhoofd. 

B^njermafling. 

De E: PIETER WALBEEK, Onderkoopman 

en Eerjïe Refident. 

Falembang. 

De Heer M rGYSBERTUS HEMMY , Eer^ 

Jle Refident. 
De E: Mr. PHILIPPUS HHANNESvan 
DER STENG 5 Onderkoopman en Tweede 
Refident. 

Puniiana. 

De E: WALTER MARCUS STUART, JJ«. 

fidmt. 



SA 



SAMENTREKKING. 
Opperdirefteur. — — — — — i^ 

pireétfiuren. — — — — ^—.-^ ij. 

Dirigeerende Leden. — — 



Ordinaire Leden te Batavia. 
Extra- 



9, 

— — 90. 



Ordinaire in Amboina. — — 2. 

Banda. — — — 2. 

Ternaten. — — 2. 

• Maccairer. — — 4. 

• — Malacca. — — 3. 

Chormandel. — 3. 

Ceilon. — — 5. 

— Caab de Goede Hoop. 4. 

Java's NoordOoftkufl 26. 

• — Bengale. — — 9. 

" Souratce. — -^2. 

Siimatra's Weflkufl. ia 

' ■ — Mallabaar^ — — 2. 

— Bantam. — -— 2, 

Japan. — — ^ 3. 

■ — Cheribon. — - 2. 

— Timor, — — — i. 

' — Banjermafling. —- i. 

— Pa embang. — — 2, 

Puntiana. — — i. 

Extraordinaire Leden ~ - - - 86. 
te Zamen. ^ ----.. - 201. 



VERHANDELINGEN, 



VAN HEF 



B A T A V 1 A A S C H 



GENOOTSCHAP. 



II. D E E L. 



A a 



De Boekbinder moet dit Alpha- 
beth het eeril bindea* 



Pag, X -^ 
VERHANDELINGE 

over de 

HISTORIE-KENNIS, 

DOOR 

JOSUA VAN I PEREN. (*) 

\Jm de Hiftorien^ die alleen eeni- Befchry- 
ge byzondere gevallen verhaalen ^ van ^^"f^ U^^^ 
een algemeen nut te doen zyn^ en 'er toriekunr 
eenegemakkelyke handleidinge, byhet ' 
leezen van alle hiftoriiche boeken, door 
te verkrygen , moet men er de lotge- 
vallen van het menfchelyk hart altyd 
in zoeken; en het bedrog eener ver- 
raderfche, en , voor de menfchelyke 
Maatfchappy , zeer verderfelyke en 
peftdragende 5 zoogenaamde Politie , 
en flaatkundige verradery , in zoeken 
te ontdekken, 

Aa Ik 



(*) Deze Veihandelingc bchelft den voornamen 
inhoud van twee openbare LefTen, welke de 
Schryvcr ,op dcnii. Auguftus en ii. Septem- 
ber, 1779» voor een aanzienelyk aantal van 
Tochoorderc , gaf. 



de 



1 Verbandelinge over dt 

Ik Iaat de Heeren Flechier , Tho- 
MAS en anderen gaerne LotVeedenen 
en Lykpredikatien houden, in welke 
men de handelingen van Engelen en 
Halve Goden invlecht , zonder de 
menfchelyke zwakheden 5ongeblanket, 
tefFens ten tooneele te voeren Ik laa- 
te JuVenalis, Apulejus, Boi- 
LEAU 5 Vondel, Langendyk, 
Holberg en ander Schimpfchry- 
vers, de fchadelyke en ongerymde 
hertstogten der ftervelingen alleen af^ 
fchilderen; die zelfs de menfchen, om 
zoo te fpreeketi , levendig villen , en dan 
het vleefch , met zout en fpaanfche pe- 
per, beftrooyen. Mnarhet ishooggelyk 
te verdoemen,- ineenen Hiftoriejchry- 
ver, dathy den zwadder zyner opbruif- 
fchende galle , opzynen evenmenfch, 
uitbraake. 

Het moet hem alleen , om onparty- 
dige getuigeniffen, te doen zyn: en hy 
is verpligt, alle de vermogens van zy- 
nen geeft in te fpannen, om, zonder 
naar loftuitingen , o f lafter, te luifteren , 
de gefchiedkundige waarheid uit tevor- 
fchen; en de menfchen te fchilderen, 
niet gelyk zy zyn moeften , of gelyk de 

boo- 



Hijlorie" Kennis. ^ 

booze nyd en haat hen toetakelen , om 
hen, dus toegetakeld en gehavend, te- 
doen befchouwen door een vergroot 
glas; maargelyk zy waarlyk zyn, dat 
is, als redelyke fchepzelen, die hun 
eigen belang , eenigen op de rechte wy- 
ze^mctarde meeften, ongelukkiglyk, op 
eene verkeerde wj^ze, behertigen. 

Wanneer alle de hiflorifche verhaa- i'itrnun. 

len dermaten zyn ingericht, n^o^^^i^efhvoud^^^ 
zy ongelyk meer voordeel aanbrengen, ge Hifto- 
dan alle de Fabelen en Romans, van^i^»^^^^^" 

de opge- 

den vroegeren en lateren tyd, te zamen : imukte. 
hoe veel nut ook dezelve , ter verbe-^ 
teringe der zeden, en ter onderwyzinge 
in de pligten der befchaafde zamenle- 
vinge , hebben kunnen aanbrengen. 
Het Heldendicht , de Ridderboeken, 
en de Panegyren of Lofredenen bedwel- 
men ons verjftand; en, om dat zy, 
doorgaans ten ihinflen, de menfchen 
fchilderen, niet gelyk zy zyn, maar 
gelyk zy behoorden te zyn , krygtmen 
*er eenen bedorven fmaak door, in het 
beoordeelen der ware gebeurteniflen. 
De Hiftorien , de ware gebeurtenis- 
fen fmaaken niet langer: men krygt, 
van de waarheid, eenen walg , indien zy 

Aa 2 niet 



4 VerhandeJtnge over de 

niet met duizenden verzinfckn is op* 
göfchikt. Om deze reden, zyn deeer- 
fte Jaarboeken van meeft alle de oude 
Volkeren in gedicht gebragt en opge- 
zongen, om die aangenaamer te maa- 
ken 5 en gemakkelyker inliet geheugen 
te prenten. 

Daarenboven hebben ook veeleHis- 
toriefchry vers , alsTiTus Liviüs, He- 
RODOTüs, en anderen, de gevallen, 
welke zy verhaalden, een weinig op 
willen tooyer^ en levendig maaken. 
En, hier door, is het drooge van de 
Chronykfchriften eenigzins verbeterd 
geworden, hoe wel 'er de waarheid 
merkelyk door geleeden heeft. 

Eerfte Men Vraagt doorgaans , by eene an- 
Ted^e^nk?^^ dere gelegenheid , waarom klimt de 
itukkcn. Gneklche Hillorie niet hooger op, dan 
tot aan de verbrandirtge van Trojé? 
Geene vrage; is gemakkelyker op te lol- 
fchen. Voor Homerus , die den Trojaan- 
fchen oorlog zoo uitvoerig en fraai, ja 
beter, dan Dictys CRETENsiSjbefchree- 
ven heeft, hadden de Grieken byna gee- 
ne Poëeten, of Hifloriefchry vers gehad. 

By gebrek van Hiftorifche Gefchrif- 

^ tent 



Hifi or ie - Kennis. 5 

tenjZyn de meefte lotgevallen der vroeg- 

fte tyden onbekend gebleeven. • 

De opfchriften van Putten en Pyra- 
miden, de {lukkenen brokken van oude 
Liederen, mitsgaders de overleverin- 
gen van langlevende menfchen, en ver- 
volgens de Infcriptien en Penningen 
hebben ons, in ibmmige byzonderhe- 
den, den weg gebaand, om meerdere 
en zekere berichten van het voorge- 
vallene te verzorgen. En, als men zyn 
oordeel gebruiken wil, kan men tame-^ 
lyk wel, door de nevelen der verlie- 
ringe, 'm de fabelachtige Gefchied ver- 
halen der Goden en Helden yoorko- 
mende, doordringen; en er eenen zin 
aangeeven, die met de denkbeelden 
en gewoonten der aloude Volkeren 
overeenltemt. 

Hoe nader de Hiftorieboeken ons de Nuttigiidd 
waarheid opleveren, en hoe uitvoeri-^^|J,^^^j^^.^3 
ger en omftandiger die waarheid in de- ten deron- 
zelve wordt voorgeffceld, hoe meer nut ê^^y^^' 

zy voor de menfcheli'ke Maacfchappyde/gewy- 
zullen aanbrengen. - ^^ Aioud^ 

^ heid. 

Eer men de gebeurteniflen in fchrift 
Aa 3 ftelde, 



6 Verhandeiinge over de 

ftclde, eer men fchryven of leezen 
kon, eer Kadmus en anderen de Let- 
terkennis, inGriekenland, en vervolgens 
in Europa, overbragten , vond men 
reeds de. '^edachteniflederaloudheidzoo 
ncodzaakelyk en voordeelig, dat men 
die in verfen bragt; en 'er openbare, 
fchoon gebrekkige , fchouwfpclen van 
toeflelde: hoedanige nog, in de Chi- 
neefche Afgoden, en in de Wajangs on- 
zer Ouderlingen, zich voordoen. 

In de eerfle eeuwen , voor al derP?)r 
triarchen , werd de Godsdienft en Ze- 
denleer , in hiftorifche verhnlen van 
den ouden tyd,, levendig opregeeven. 
Zoodanig eene vorm van onderwyzen 
openbaarde zich naderhand nog q;edu- 
riglyk, in d.2 Pfalmen en Leerredenen 
der aloude Zienders , ook zelfs in de 
Redenvoeringen van Stephanus , Pe- 
trus , Paulus en van andere Apoftelen. 

En men mag vry elyk flaande houden , 
dar het groot oogmerk der Bibelfche 
HiHioricn en gewyde Hifloriefchryvers 
was , om , door middel van doorluchti- 
ge en beruchte voorbeelden , de Deugd 
pn Godsvrucht, hunnen tydgenooten,in 

te 



Hijlorie» Kennis, 7 

te boezemen : en daar en tegen , de On- 
deugd en Ongodsdienftigheid van Ko- 
ningen 5 Üverhv^den en Onderdanen , 
m hec hclderfle daglicht te ftellen, • 



Men kan den inhoud van alle de Staatiam- 
hiftorieboeken der verfcheidene Staa^f-|^^;')|°" 
ten en Volkeren , zeer gevoegelyk , derfchci- 
ondericheiden in de lotgevallen van ^^^^J^^^']^^^*^ 
het Menfchelyk Verftand , en van het i etter- 
raenfchelykOnverfland: ten ware men^-""^^^^* 
de Natuurlyke enLetterlyke Hiftorie, 
onder dezelve, begrypen wilde; al wil- 
dden wy dan ook deHiftorie der Anato- 
mie, Chymie, Genees-en Heelkunde, 
Philofophie, Wiskuniljen van alie an- 
dere Kunllen en Wetenfchappen , daar- 
toe brengen* 

Edoch als wy opzettelyk van de 
Hiftorien fpreeken, zonder 'er iets by 
te voegen : dan bedoelen wy den won- 
derlyken famenloop van gevallen en 
gevalletjes , waar in het Menfchelyk 
Verfland en het menfchelyk Onver- 
flandj in de gewoone Samenlevinge en 
Burgerffcand , zich hebben doen gel- 
den, betrekkelyk tot de famenlevinge. 
Trouwens de Staatkunde beftiert 'er 

Aa 4 het 



% Verhandelinge over de 

het menfchelyk V^erfland; en het Onr 
verfland onderwerpt zich zeer gretig : 
pm dat het zelve vooronderflelr, dac 
'er, in de Staatkunde alleen, beleid 
en dapperheid moeten doorftraalen; 
zonder juiil op de ware Deugd en zui- 
vere Godsvrucht te letten. 

Aller- Ook is het noodig, dat het On- 
yroegf^c yerltand zich aan het V^erftand onder- 
vormen. ' wcrpe. Een Kind, 't geen aan den leiband 
. j?egint te loopen , maakt geene vorde- 
ringen, indien het aan den leiband niet 
gehouden en voortgeduwd wordt. 

Maar. laaten wy by de eerfte Re- 
gerinsvormen een weinig ftilftaan. 
De Patriarchale Huishoudinge was de 
eerfte Regeringsvorm : het vaderlyk 
beftuur was de eerfte Staatkunde , en 
het eerfteHoogleeraarsampt; en hetkin- 
derlyk vertrouwen de vroegfte onder- 
werpinge , de nuttigfte leerzaamheid. 
De Kinderen werden groot, teelden 
kinderen ; en ziet ! zy werden onder- 
- gefchikte Patriarchen en Leermeefters 
over dezelve , en onder hunnen Groot- 
vader; die dus allen^skens het Opper- 
hoofd w^erd van een klein Gemeener 

beft; 



\ 



Hijlorit' Kennis. s 

beft, 't geen zich rondpm zyne woninr 
ge nederlloeg: hoedanige Opperhoof- 
den van tah'yke huisgezinnen wy nog , 
hier in de Jayafche Bovenlanden, aan- 
treffen. 

Doorgaans was 'er eene verkiezinge, 
by uiterllen wille, ten opzichte van 
den OLidften, of den bekwaamlten der 
Gebroederen, die, na 'souden Vaders 
dood, met het algemeen gezag bekleed, 
en over zulks , met een aanzienelyk 
landgoed, boven zyne broederen , be- 
giftigd werd. 

Deze is de eenvoudige, de letterly-f 
ke beteekenijGTe der Teftamenten van 
I s A A K en van J a c o b , en zelfs reeds 
van NoA CH, kort na den Zundvloed. 
Ja het Boek Genefts geeft ons geene 
andere namen op, in de korte befchry- 
vinge van de vroegere hiftorie der eer- 
fte waereld , dan alleen van de eikande- 
ren opvolgende Patriarchen, in de ne- 
derdalende linie van Adams nakome- 
lingfchap. En dit zelfde moet men 
zeggen van de latere Leidslieden der 
Volkplantingen , na den Babylonifchen 
Jorenbouw , inzonderheid van de 

Aa 5 If- 



io Verhandelinge over de 

Ifraëliten , Edomicen en Ismaëlicen , 
en de byzondere gellagten , welke , 
uit deze , naderhand , van tyd tot tyd , 
zyn voortgelprooten. Zoo gaat het 
zelfs nog toe , onder de zwervende 
Arabieren, Tartaren en Indianen , zoo 
van de oude , als vande nieuwe wae- 
reld: indien de hedendaagfche Reizi- 
gers eenig geloof verdienen. 

WareAri- Zoo lang de Eendragt en de Broe- 
ftoaaue. derlyke Liefde bleeven volharden, eing 
die broederlyke overheeringe goed: 
hoewel het geene overheeringe was , 
maar alleen eenej^riftocratie of Regee* 
ringe der Edelen , die een hoofd en 
eerflen Edelen , of Stadhouder hadden ; 
nergens anders om , dan om alle ver- 
warringe , in de allergewichtigfte om* 
Handigheden, voor te komen. 

• Verkies- Indien een Patriarch , uit het gedrag 

^rnVin'^y^^^ zonen 5 gedurende zyn leven, 

het opper- Ontwaarde , dat hy , aan welken hy 

bewind, het Eerftgeboorterecht , en dus ook 

de voorkeuze tot de op^olginge in zyn 

Patriarchaat , verfchuldigd w^as « ver- 

warringe ftond te veroorzaaken , en 

zyne naneven ongelukkig te maaken , 

floot 



Hijiork - Kennis. 1 1 

fioot hy wel eens den eerftgeborenen en 
oudften uit; gelyk ons, uic de vervloe- 
kmge van Cbam en Canaan , en het 
voorbygaan van Ruben, Simeon en L^^ 
vij en het voortrekken van Ephraim bo* 
venManaffe^ten overvloede^kan blyken. 

En 5 om de zelfde reden, fcheidden oorzaa- 
de huisgezinnen van eikanderen , ge-^^^» ^cr 
]yk die van Zötóenvan abraham, in de"ge°o°ver- 
valleije van Sodom : om die zelfde re-^eehngc, ' 
den, werd Ismaël en Hagar ^ deszelfs 
moeder, weggezonden; de zegen van 
Ezau op y-acob , door eene Goddely^ 
ke beftellinge, overgebragt; en alle de 
verfchillende kinderen van Abraham j 
by Ketura , tot hoofden van onder- 
fcheidene volkplantingen aangefteld. 

Zoo dra het menfchelyk Onverfland 
van geheele ftammen en geflagten der- 
maten toenam , dat het geene vryheid 
en Aardsvaderlyke Regeringe meer 
* dulden kon , zonder in verwarringe te 
geraaken , en zich onderling te beder- 
ven 5 kwam 'er een volftrekter gezag 
en geweldiger bedwang, om dat On- 
verfland te beteugelen , en voor het 



1% Verhandelinge over de 

Algemeen Belang zorge te draagen : zoo 
dat zelfs eenigzinis , ten minften , by het 
inftellen der Tijrannij, gelyk de Grie- 
ken de onafhangkelyke Eenhoofdige 
Regeringe noemden , de Goddelyke 
goedheid der aanbiddelyke Voorzienigr 
heid fcheen door te flraalen. Dit is aan 
Jfraël ten klaarften gebleeken, toen dat 
ondankbaar en wispelturig volk , op 
het voorbeeld hunner ongeJoovige 
naburen , eenen Koning begeerde^ 
Zy waren misnoegd over de flappe 
Regeringe van Heli , en over de oude 
/ Gods . Regeringe , welke, onder het 
y beflel van Samuél^ begon te herleeven. 
't Ging hun eveneens , als de Kikvor- 
fchen van de Fabel : zy waren niet te 
vreden met een blokje houts , dat 
hun voor Koning dienen moefl: hun 
Koning moeft meer leven , meer 
heerlykheid vertoonen; en ziet! Jupi- 
ter zond hun eenen Ooijevaar , die , 
hen 5 één voor één , begon inteflokken. 
Saul had zyne rol nog niet uitge- 
fpeeld 5 toen hem de Koninglyke Heer- 
fchappy, voor hem zelven en voor zyne 
nakomelingen , werd ontzegd , en ee- 
ne Koninglyke Godsregeringe onder 

Da. 



Hijlorie - Kennis. i j 

D A V I D en S A L o M o , tot het hoogfle 
toppunt van luifler en vanheerlykheid, 
vvierd verheeven. De Goddelyke V^oor- 
^ienigheid had een innig medelyden 
met het Onverftand van zyn volk : en 
hy bewees hun , wat men van eenen 
dapperen en wyzen Koning te vorde- 
ren had ; en hoedanig de Koningen 
zich behoorden te gedraagen, indien 
zy den eerbied, de liefdeen de hoog- 
achtinge hunner onderzaten verdienen 
zullen. 

Alle de Gefchiedeniflen van alle ty- Nuttigheid 
den leveren ons de trefFendfte voor- ^^r. ^ 
beelden van Verflandige en Onverflan- halen, 
dige Vorften , van verflandige en on- 
verllandige Natiën : en even daarom 
is de Hiftorie-kenniffe van eene wyd uit- 
gellrekte nuttigheid , in alle de om- 
ftandigheden der Menfchelyke Maat- 
fchappy- Want zoo het waar is , gelyk 
het is , dat leflen wekken , maar voor- 
beelden trekken ; en dat de mensch , 
zyns ondanks , door eenen ongevoeli- 
gen ftroom van naarvolginge wordt 
weggefleept : en dat , in dezen , de men- 
fchen , meer den naam van apen , door- 
gaans > dan die van vernuftige fterve- 

lin 



14 Verhandelinge óver dt 

lingen , verdienen : hoe zal men dan , 
met eenige mogelykheid, de Hilloriën 
kunnen derven , welke ons de ramp- 
zalige gevolgen eener blmde en aap- 
achcige naarvolginge , en alle de bittere 
vruchten van het Onverftand en van 
de Ongerechtigheid, allerlevendigll: , 
voor oogen (lellen ? De aloude His- 
toriën , Heldendichten en Fabelen zyn , 
met geen ander oogmerk, gefchreeven, 
dan om het Gemeen te vermaaken en 
te onderwyzen. 

De Wajangs , de Toneelfpelen van 
allerhandenaart hebben, by hunne eer- 
fle inftellinge , geen ander doelwit ge- 
had, dan om achtinge en eerbied voor 
de Overheden, en eene verftandigeen 
vry willige onderwerpinge, in te blaazen» 

Het erger- Men bchoeft juifl niet te ontvein- 

Po/i ^\ '^^^ * ^^^ ^^ Poëeten en Aloude His- 
hct nuttige torie - Schryvcrs daaromtrend , eenen 
dcrzcivc, grooten miffla? bes-aan hebben, wan-- 

m de men- ° u rr • t t ij 

fchciyke Hcer zy hunne Koningen en Helden zo 
Staatkun. fchilderden, dat'erdenakomelingfchap 
^' iets meer,dan menfchelyks,in meende et 

ontdekken ; hen voor Halve Goden dee- 
den houden, en zoo, evengelykde he- 
den- 



Hijiorie ' Kemis. 15 

dendaa^fclie Chineezen^en deRoomfch, 
gezinde Chnitenen, aan hunne afge- 
zonderde fchimmen, goddelyke eerc, 
gebeden en offerhanden toebragten, 

Dan dit kwaad^ zoo verderfelyk voor 
den zuiveren en redelyken Gods- 
diend, als de bronader en baarmoeder 
vandeAftoderyen den Beeldendienft, 
had noi][thans deze groote nuttig- 
heid, dat de Vorflen zig benaerfligden, 
om wel ce doen, om de Kunffcen en 
Weten fchappen te beloonen, om be- 
wonderaars te vinden en veel vermo- 
gende pennen, die hunne gedachtenis- 
fe vereeuwigen , en hen onder de Go-» 
den plaatzen zouden. Miflchien zou men 
zelfs kunnen betogen, dat geene Hel- 
den en weldoenders van hun Vaderland 
den naam en rang van Onfterfelyke Go- 
den, na hunnen dood, verworven heb- 
ben ; dan die hunnen naam onder de 
Volkeren , beroemd en onfterfelyk ge- 
maakt hadden: gelyk zy ook, zonder 
dat, geene plaats onder de Onfterfely- 
ke Goden , welker woninge by het 
vleefch niet is, dat is by de zalige He- 
melingen, konden verwerven* 

Het 



i6 Verbandelinge over de 

De ver- ^et On verfland der Vorften ging vér^ 
rodingc der. Zy waren niet te vreden met de ver- 
d n zdfs godinge na hunnen dood, zy wilden^ 
by^hct, le-ook in dit leven voor meer dan men- 
vcn ge- fchen worden aangezien , en als dusda- 
nige aangebeeden. Totdatonverftand, 
tot dien hemeltergenden hoogmoed ver- 
vielen vooral de Prinfen, welke de prie- 
llerlyke waardigheid telfens bekleed- 
den. Het belachelyke van zulke onge- 
rymde en Godonteerende pogingen 
wordt, in de Hiftorien, ten toon ge- 
field, om de Waereldgrooten van lateren 
tyd voorzichtiger en verflandiger te 
raaaken. 

De gewyde Hiflorien vooral open-i 
baarden het fchadelyke , het onbetame- 
lyke van de misdaden , en de lafher- 
tigheid en dwaasheid van alle Volkeren^ 
die, met hunne Koning. en en Opperhee- 
ren,Afgodery bedreeven, gedurende 
derzelver leven : of by opvolginge van 
devleijende en huichelende laagheden 
hunner voorouders , Aartstirannen , zoo 
tvel als weldadige en zachtmoedige 
Vorften, in beeldtenis gebragt^ of ten 
liiinften in hunne fchimmen , aanba* 
den 5 en, met Offerhanden en Godsdien- 



/ 



Hijiorie-Kemts. if 

ftige plegtigheden vereerden; even 
gelyk hier de Chineezen doen. De 
gewyde Hiftorien van alle volke. 
ren , zoo als die , by de Propheten , 
voorfpeld en naderhand gebeurd zyn , 
toonen de Goddelyke verontwaerdi* 
ginge jegens zulke fnoodheden* ten 
klaarften ; by het affchilderen van de 
geftrenge ftraffen en verfchrikkelyke 
oordeelen 9 welke > niet alleen de alou- 
de inwooners van Palellina , maar ook 
naderhand de voornaamfte, rykfte en 
geduchtfte natiën , de Ty riers , by voor- 
beeld, de Babiloniers en Egyptena- 
ren , troffen » en menig Koningryk 9 dat 
van Israël , en dat van Juda zelfs , over 
hoop wierpen , de (leden vernielden , 
en de fchoonfte landsdouwen in een- 
zame woeftenven verkeerden. 

Uit de aloude gefchiedeniflen vaii invloed 
Griekenlanden van Room e ^ leert ^er kun- 
men zonneklaar , welk eerle ov^r^^^^^l^^"- 
magt de befchaafde Zeden, Wysgeer-pen op de 
te, Wetenfchappen en Kunden heb-Y^^^^^'^ 
ben over andere en vreemde Natiën , 
welke die voorrecihten miflchen. 'T 
was waarlyk niec zonder reden, dat 
men, te Athene en te Sparte^ en ver- 
//• Deel. B b vol- , 



i8 Verpandelinge over de 

volgens ook 5 inde guldeneEeuwe van 
Augustus, te Roome, alle de vreem- 
de volkeren van Afi'é , Europa en 
Africa^ die geene bondgcnoocen wa- 
ren, of die maar even bondgenooten 
geworden waren, met den naam van 
Barbaren en Ongemanierden betitelde. 
Men leeil by Xenophon, by Di- 
ODORUs, by Herodotus, by Ta- 
ciTus, by Salustius en andere 
Gefchiedfchry vers , de fterkfte trekken 
van overmeeflerende fchrander heid , 
menfchkunde ' en Heldendeugden. En 
men befluit 'er uit, door eene natuur- 
lyke en ongedwongene gevolgtrekkin- 
ge, dat waarlyk de Wetenfchappen, 
de Kunllen, de befchaafde Zeden ee- 
nen onbedenkelyken invloed hebben , 
op de allergewichtigfte gevallen van 
Vrede en van Oorlog. En hier door 
weet men redenen te geeven , van 
den voorfpoed der Europeanen , by 
het onderwerpen van vele Indifche Na- 
tien , met een handje vol volks: en tef- 
f ens ook van de magt, de overmagt onzer 
Ooft-IndifcheMaatfchappy , over eeni- 
ge millioenen van Oofterfche Vreemde* 
lingen. 

Wan- 



^' HiJlorie-KenntÉ. i^ 

Wanneer men de Kerkhiftorie van Rampxaii- 
het Chriftendom -> vooral die van de ge gcvoi- 

zoogenaamdeMiddel-eeuvvejonderhetonvo^^^^ 
oog krygt, vindt men 'er een Tafereel Hand. der 

der hatelykfte vruchten van het men-^^'^^^'jJJ'J: 
fchelyk Onverfland , van de zotftedeieeuwc. 
bygeloovigheid , van de domfte dvvin- 
gelandy der Kerkvoogden ^ van de on- 
verdragclykfle flaverny der Burgers en 
Landlieden: kortom een allerakeligft 
tooneel van de allernaarfle ellenden j 
waar in het Chriftendom , door de on- 
kunde 5 en daar uit voortfpruitende |^ 
lafhertigheid 5 gedompeld lag: uit wel- ^ 
ken jammerpoel men eerft het hoofd * 
begon op te ftceken^ toen de Kunften 
en Wetenfchappen, wederom, als uit 
eenen diepen ilaap opgewekt , den weg 
begonnen te baanen tot de hervormin- 
ge der Burgeilyke en Godsdienftige 
voorrechten en pligten , door het Evan* 
gelium voorgefchreeven. 

Uit de Oorlogen 5 Veldflagen , Be- Men leert 
legeringen van fteden, onttrooningen ^^^^^p^^^^ 
der Vorften , en de inlandfche onluft en , me^ifchc- 
waar mede alle Hiftorien vervuld enWkhart,uit 
doorfpektzyn, leert men den nyd, den j.jen^\.eji. 
toorn, de wreedheid, de onbezonnen- nen. 

Bb 2 heid. 



20 Ferhandelmge over de 

heid, de loosheid, de boosheid, de 
dapperheid , de edelmoedigheid , de 
llandvaftigheid , de lydzaanneid , met 
een woord, alle de drif.enen ondeiv 
fcheidene hoedanigheden , gr-onden , 
bedoelingen , ongeregeldheden en be- 
kwaamheden van het menfchlyk hart, 
duidelyker kennen , dan uit alle de 
famenllellen der Zedenleer en Staat* 
kunde te zamen. Men leert 'er uit, 
hoe verderfelyk de heerfchzucht, hoog. 
moed en wreedheid, voor het menlche* 
lyk gcflagt, voor millioenen onnoozele 
Soldaten , Burgers , Vrouwen en Kin- 
deren, ten allen tyde, geweefl zyn; en 
dat op eene wyze , die , in kracht, 
alle wysgeerige redeneringen te boven 
llreeft. Hier om raadde Demetrius, 
Phalereus aan PxcLOMiEus Philadel- 
PHüs , den Konin.s; van Egypte , dat hy 
zich , zoo veel Hiftorie-fchryvers zou 
aanfchaifen , als maar doenlyk was , om , 
by dezelven, te vinden hec bedrog der 
hovelingen, en de fchadelyke gevol- 
gen hunner vleyery. Ahasuerus 
leerde , ui t het boek der (ledachteniflen , 
de trouw van Mordachai kennen, 
en de vergetene deu jd beioon'^n. En 
is dit zoo, gelykhetis, datdeHifto* 

rie- 



mjiorit Kennis. öi 

riekennifTe, in dezen, alle de drooge 
zetregclen der Scaat-en Zedenkunde, 
als wetenfchappen behandeld , verre 
weg overtreft : en dat de Staat-en Ze- 
^enkunde, zo niet alle hare bewyzen, 
ten minften alle haare voorbeelden, 
die meer klemmen, dan eenige bewy- 
zen kunnen doen, uit de befchry vin- 
gen der lotgevallen van Koningryken 
en Gemeenebeften ontleenen moet ; 
dan fpreekt het immers van zelfs, dat 
deHilloriekenniffe ruim zoo nuttig is, 
zoo niet nuttiger en voordeeliger , ter 
bevorderinge van vrede , heil , vvel^ 
vaart en voorfpoed , dan alle andere 
dierbaare en hoognuttige wetenfchap- 
pen. Alexander droeg Homkrus 
altydbyzich. Scipio, Themis- 
T o c L ES , jULius CAESAR en an- 
dere Helden waren nimmer Helden ge- 
worden, zoozy niet, door den prikkel 
eener onfterfelyke eere van vroegere 
Helden, waren aangefpoord. En wat 
hebben de roem der geleerdheid van 
Erasmus, Melanchton, Leibnitz, 
VoLTAiRE, niet veel te weeg gebrai::t, 
in het voortbrengen van de edelfte 
vernuften , in deze en in de voorgaande 
Eeuwe? Er is derhalven, tot nut van 

Bb 3 het 



^1 Verban delinge over de 

hetMenfchdom, zeer veel aan gelegen» 
dat getrouwe en voorzichtige Hiftorie- 
fchryvers hoogelyk gewaardeerd en 
deftig beloond worden. Want, behal- 
ven dat zy voordeel en winft aanbren* 
gen 5 verfchafFen zy , daarenboven , 
aangenaamheden en vermaak : want 
niets is 'er, 'tgeen gretiger geleezen en 
duurder betaald wordt , dan goede 
Hiftoriebocken, 

Grootc Een Hiftorie te fchryven is niet al- 
moeite van jggj-j ^^^j. lallig en moeielyk : maar , in ze- 

ccnen ge- ^ ' j » ^ 

trouwen keren zin, ook zeer verdrietig. Heteer- 
Hiiione (te 't geen elk Hiftorie Schry ver bedoe- 
len moet , is de waarheid , en het leven-. 
dig voorftellen Van die waarheid. Hy 
mag niet veinzen, niet vleyen , geen 
fchadelyke en het menfchelyk vernuft 
onteerende byzonderheden verzwygen, 
niet lalleren , en geene verdraayinge aan 
gevallen geeven , om aartig te zyn , en 
de fchertzeryen van het vernuft te 
laaten uitblinken, gelyk i7^^;w(2, Vd' 
taire-i Raynalt die hebben laaten uit- 
blinken. Deze is de ware reden, waarom 
de Schryvers van Jaarboeken , Letter- 
oeifeningen. Bibliotheken, doorgaans 
gehaat zyn: en waarom men meefl de 



Hijïor ie- Kennis. "» 23 

Hiflorie van zyn Vaderland niet ver- 
der vervolgt 5 dan tot aan het tydperk 
zyner geboorte, of , nog voorzichtiger 
zynde , tot eene eeuwe voor de zyne, om 
dat men anders de ouders en voorou- 
ders mogt fchynen beledigd te hebben 
van zulke , die ons onaangenaamheden 
of voordeelen kunnen toebrengen. 
Men moet een Th u anus zyn, om 
eene Hiftorie van zynen tyd , zoo 
uitvoerig, te fchryven, als de beroem- 
de Franfche Autheur, met voorbyzien 
van alle gevaren en hatelyke gevol- 
gen 5 gedaan heeft. Kortom men moet 
een held zyn onder de Letterhelden , 
wil men eene goede Hedendaagfche 
Hiftorie befchryv(M^5en dezelve, voor 
zynen dood , uitgeeven , om er eere 
by in te leggen , en zyn gefchryf van 
een wezenS^-k nut te doen zyn : niet 
alleen voor zyne tydgenooten , en voor 
het nageflagt , maar ook voor zich zel- 
ven en voor zyne eigene kinderen en 
nakomelingen, 

Dcar en boven is het byna onmoge- Men kan 
lyk , eene hedendaagfche Hiftorie be-t>ezwaar- 
hoorlyk toe re flellen, zonder gewich-g^^caehe- 
tige en befliflende byzonderhedenover^endaag-/ 

Bb 4 het 



14 Verhandelinge over dt 

fchcHiao-het hoofd te zien; indien, men geen 
rie fchry- eerlte Staatsdienaar is , gelyk de Prae- 
"^^^ fident Du Thou , of Tbuanus was : of 
indien men ten minften niet met hun 
kalf ploegen kan , en toegang hebben 
tot de geheimen van het Kabinet; om 
al het wetenswaardige te vinden , uit 
te trekken, en in eene behoorlyke orde 
te plaatzen ; gelyk zulks , te Amflerdam, 
aan den beroemden tVagenaar , vergund 
werd. En even dat zelfde heeft plaats, 
als men eenige onuitgegeevene merk- 
waardigheden der vroegere tyden zal 
aan het daglicht brengen ; gelvk de 
Heer en Van der Spiegel , Te Water , 
Patilus , betrekkelyk tot de verbete- 
ringe onzer Vaderlandfche Hiflorie j 
niet lang geleeden, en ik zelfs, by het 
opflellen myner Kerkelyke Hiftorie van 
het Pfalmgezang', (*) eijT van andere 
werjes, ondervonden hebben. 

fict be- Niet minder hoofdbreekens kofl het 
^^^^^Ai. famenftellen eener Aloude Hiftorie , 
oude His-het zy dezelve reeds van velen, of ook 
^oiic , niet j^^^j. y^n weinigen , befchreeven is : 

minder las- ° 

tig en ver- '^ 

^rlcüg, 

(*) Zie de Vporr. Toor het Tweede Deel 



Hijlorie-Kennis. %$ 

in beide gevallen heeft het zyne ver- 
drietelykheden. Want hoe menigma- 
len gebeurde het niet, dat de Hiftorie- 
fchryvers eikanderen uitfchryven : of 
ook \\^el de een den anderen bekort 9 
of, met onnoodige en verzonnene by- 
voegzelen en omflandigheden , uit- 
breidt ? In alle die gevallen ftaat een 
nieuw Hiflorie - Schry ver verlegen : en 
weet niet , wat hy kiezen zal. De 
Franfchen Ipringen 'er luchtjes mede 
om; maar de Engelfchen hebben 'er 
dit op gevonden, datzy hunnen Schry- 
ver aanhaalen; en niets anders te ber- 
de brengen , dan uittrekzels , uit de 
Schriften en Boeken , welke zy ge- 
bruiken; teffens de bladzyden aan- 
wyzende, waar men de oorsprongke- 
lyke vertellingen vinden kan : gelyk 
marsham en Simjon hebben begonnen 
te doen. Dit is ongemeen laftig , om 
dat men dan fomwylen eene menigte 
van Schry veren telkens moet opflaan 9 
dezelve met eikanderen vergelyken, 
en 'er het waarfchynelykfle uit afzon- 
deren, om geene ongerymdheden op 
eikanderen te ftapelen. Spreeken zy 
eikanderen tegen , dan valt de arbeid nog 
verdrietiger. De eerfte vrage is dan , wie 

Bb 5 is 



.16 Verhandelinge over de 

is de geloofwaardigfte van die Schry- 
veren: welke eikanderen zo taltbaar te 
genfpreeken? Wil men dan te recht ge- 
raaken , moet men de Logica der 
waarfchynelykheden 5 van welke wy, 
miflchien , by eene andere geleegen- 
heid, met opzet, zullen fpreeken , te 
baat neemen : en een Philofophifch 
Gefchichtfchryver worden ; die de 
inborflen der Vorften en Staats-die- 
naars , de onderfcheidene belangen der 
Regenten en Overheden , de vaftgaan- 
de gewoonten der natiën , de ingekan- 
kerde vooroordeelen van het gemeen 5 
de kunflgrepen der Priefters, de ge- 
•fteldheid van den grond , de omftan- 
digheden van - den tyd , en duizend 
andere dingen , onpartydig moet raad- 
pleegen , eer hy bykans eene letter 
op het papier mag zetten. 

Vermeen- Daar en boven kan hy van zyne 

dfcv^ry de'r^^^^^^ niet Vergen , dat zy alle die oor- 
Hiftoric- fprongkelyke Schryvers geleezen heb- 
schryvers. ben. Gefield zynde, zy hebben 'er 
een of twee geleezen, met welke de 
tegenwoordige Schryver, in een ze- 
ker geval , volflrekt overeenflemt ; 
dan heeft dees , huns erachteris , zich 

aan 



Hijlor ie- Kennis* clj 

aan letterdievery fchuldig gemaakt , 
en difcht verwarmde kool op. Maar 
wykt hy juift van die Schryvers af, 
welke zy gevallig geleezen hebben , 
en nu raadpleegen ; dan is hy een 
leugenftofFeerder, in hunne oogen; en 
vertelt hy de voorvallen wat fierlyk 
en aangenaam, dan is hy, opzynbeft, 
een Fabel- en Romanfchry ver , die geen 
geloof verdient, als geduurende die 
weinige uuren 5 die men, onder hetlee-» 
zen zyner verdichtzelen, verfpilt. 

Dat kwaad evenwel is nog zo erg verbafte^ 
ïiiet, als een ander kwaad, waar me'dede fmaak 
men, vooral in deezeeeuwe, te w^orfte- ^^^^^'iF^' 

i / r TT-n • n^et welke 

Jen heeft, wanneer men eene Hilloriecen Hifto. 
zal opftellen. Vele aanzienelyke enge-^i^-Schry- 

1 T • 1 • 1 ver te 

leerde Leezers zyn, ni hunne jeugd, ^vorfteie^ 
door het leezen vnn Romans, of van heeft, 
fchertzende Hiftorièfchryvers , be- 
dorven ; van zulke namentlyk , die 
meer bedoelden te fchertzen , dan de 
waarheid aan den dag te brengen. In 
de waarheid der gebeurteniffen ont- 
dekt zich altyd iets eenvoudigs ; en 
dat eenvoudige , 't geen het kenmerk 
van de waarheid draagt , mishaagt 



hun. 



Van 



2 8 Verhandelinge over de 

Van Meteren en Aitsmavcn 
veelen , om dac zy te eenvoudig en 
te uicvoerig fchryven : Brand, 
Hoofd, Mezerai, Nani, Leti 
fmaaken beter: maar wat is dat alles, 
in vergelykinge met Ba yle, Hume, 
Voltaire en diergelyken? Zelfs mag 
men niet onpartydig fchryven , of 
zulke Hiftorifche boeken loopen ge- 
vaar , om verketterd te worden , of 
tot pcperhüiiten te worden misbruikt. 
*T koomt 'er juiil niet op aan , of de 
Schryver tegen het huis van Orange, 
tegen de Synode van Dord, tegen den 
Godsdienft zelfs, zich aankant: die zal 
hem milTchien te meer doen leezen. 
Maar als een Hiftoriefchr^ ver , uit 
echte gedenkilukken, iecs tenvoordee- 
Ie en ter verantwoordinge van dat al- 
les, op het tapyt brengt: dan wordt 
hy voor bygeloovig, of ook wel voor 
een oudwyf, dat koldert, aangezien; 
en zyne Memories blyven oni;eleezen. 
Iets waarlyk, dat eencn di eigen en 
waarheidminnenden Man byna moet 
affchrikken, van immer de gedachte- 
nifle van voormalige bedryven te boe- 
ken , en dezelve in eene betere or- 
d^r te fchikken, met aanvuliinge van 

al 



Hijlorie-Kinnh sj 

il het beflaanbaare, het geen hy, by 
de oiiderfcheidene Schryvers, in de 
onuitgegeevene handJchriften , op de 
gedenkpenningen en elders, aancreft. 

*T is waar! de tneefle Hiftorie fchry- Gebrek <ief 
vers zyn Chronykfchry vers , of faa^ staatkun- 
menflanfers van allerhande verhalea , r/l ^cchr^ 
waarfchynelyke en onwaarfchynelyke: ^"s ver* 
ook maaken zy zich wel eens fchul- ^^^^ 
dig aan andere misdryven , die hun-^ 
ne trouw en welmeenenheid verdachc 
maaken. Genoegzaam alle de Romein- 
fche Hiftorie-lchryvers , welke men, in 
het laatfl; der voorgaande eeuwe , in ufum 
Delphini ^ dat is tot gebruik van den 
Dauphyn of Kroonprins van Frank- 
ryk , uitgaf , waren verminkt. De 
uitgaven der Engelfchen en Hollan- 
ders waren , voor het grootfte gedeel- 
te , Lettervitreryen ; en de overzet- 
tingen der Franfchen en Duitfcbers 
zeer gebrekkig , windrig en opper- 
vlakkig. Leti, Burnkt, Leib- 
NiTZ, SiMsoN> Petavius, de 
Engel fche Schryvers , en meer ande- 
ren hebben die misbruiken zorgvul- 
diglyk pemeeden 9 in de Burgelyke His- 
torie: en Jacobüs Brucker heeft 

de 



3 o Verhandelinge over de 

de Philofophifche Hiftorie tot eenc? 
volmaaktheid gebragt, welke alle ver- 
wachtinge te boven gaat. Zoo dat 'er 
niets meer overfchoot, dan ook eene 
vaftgaande kunftgreep uit te denken, 

T. welke de algemeene en byzondere ge- 

fchiedeniffen , tot een oordeelkundig 

r^ famenftel, verhief: om, met het ver- 

nuft^ te kunnen naargaan 5 hoe het eene 
geval uit het andere , de eene om- 
ftandigheid uit de andere, natuurlyk 
waren voortgefprooten. 

Vcrbctc- ThUCYDIDES , ThEOPOMPUS , 
ringe der XeNO P HO N, HeR O D O TUS, PoLY- 

Waereïd Bius, CU menige anderen verftonden 
Hiftorie, die uuttige kunftgreep niet, al zoo 

«EiM^n''"^'^' als DiOGENES LaERTIUS, 

Robbert- P l I n I u s , de oude , Strabo , en zoort- 
gelyken ; hoewel deeze nog hebben 
uitgemunt, boven onze eerfle Kerkge- 
fchicht-fchry vers , Eusebius, So- 
CRATES, SozoMENUs en EUA, 

GRIUS. JUSTINUS, LiVlUS, Ta- 

ciTUs, SuETONius en Dio Cas- 
sius fchynen de eerfle geweeft te 
zyn , die , om zodanig een oordeel- 
kundig en aaneengefchakeld Hiftorie 
fchryven , hebben beginnen te denken. 

Ramp- 



SON. 



mjIorie-Kemis. 5 1 

Rampzalig zag 'er de ftyl en fehik« 
kinge der Gefchicht-fchryvers uit , 
voor al der Kerkelyken , voor de al- 
gemeene hervorminge d^r letteren. 
Men vergenoegde zich, meefl: al, met 
de Ridderboeken , welke , aan de Kruis- 
togten naar het Heilige L^nd en an- 
dere uitfporigheden , hunnen oorfprong 
vcrlchuldigd waren. 'T was ook zeer 
gevaarlyk , de llaatkunde en overhee- 
ringe van den Paufelyken Zetel , de 
dwingelandy der Baronnen , de kunft- 
greepen der Koningen en Vorllerf , ten 
toon te llellen. De Martelaarsboe- 
ken , Emanuel van Meteren, 
Famianus Strada en anderen be- 
gonnen zeer party dig te fchry ven, door 
eene Godsdienftige jaloufy en kwaad- 
aardigheden , gedreeven. De Kerkver- 
gaderinge van Trente , van Dord^ en 
andere bedryven der Geeftelykheid en 
der Monniken , werden of uitgefchol* 
den en gelafterd , of tot aan den he- 
mel opgevyzeld : twee uiterflen voor- 
waar ! welke de waarheid der Hiftorie 
bederven. Maar eindelyk hebben de 
voortrefFelyke Mosheim de lotge- 
vallen der Chrillen Kerke , en de alom 
beroemde RoBBERTsoN^de Staats- 

ver- 



5^ Verhandelinge cvet de 

verwiflelingen van Europa , in zyne His- 
torie van Keizer Carfl DEN V^^^i^, niet 
alleen onpartydig, maar telFens ook, 
op de vernuftigfle wyze , aaneengefcha- 
keld, en tot eenentrap van volmaakt* 
heid gebragt, welke denkelyk, in de 
volgende eeuwen , weinig meer zal kua. 
nen verbeterd worden. 

Licht u*t De Reisbefchry vingen , inzender^ 
fchr^vin'-^^^^^ de befte hedendaagfche , ver- 
geij fpreiden een groot en helder licht 
over 'de Hiftorieil , inzonderheid der 
Afiatifche volkeren. Onze meefteReis- 
en - Plaatsbefchry vingen , gelyk die 
van KoLBR ,. Valentyn , Ta- 
vernier, TOURNEFORT, PaUL 

Lucas , eneene menigte van andere, 
door van der A a uitgegeeven ; of 
door den abt de la Porte uitge- 
trokken , worden , by veelen , van on-^ 
naauwkeurigheid, of eene fnipperen^ 
de en weinig beteekenende uitvoerig- 
heid, befchuldigd: behalven dat men 
er, hier en daar^ eene menigte van 
bygeloovigheden en verdichtzelen 
meent aan te treffen. DeHeerVoL* 
TAiRE plagt te zeggen , dat niemand 
der Reizigers zich behoorlyk vanzy- 

nen 



Hijlorie-Kennis. 33 

nen plicht gekweeten had 9 als de be- 
roemde K^empfer, die onsPerfiëen 
Japan heeft leeren kennen; waar by 
wy gaerne , betrekkelyk ten minflen 
tot de natuurlykeHiftorievan Ambon, 
Java en andere Eilanden , gevoegd za- 
gen den beroemden Rumphius: be- 
trekkeJyk totBarbarye en Egypten , den 
geleerden Shaw, en betrekkelyk tot 
Arabie, den vermaarden Niebuhr : om 
van de nieuwe Reizigers D o n J a n en 
Ulloa, Brydone, Pilati, Ba- 
retti,Anson, Bougainville, 
delaCaille, Cook, en zoortge- 
lyken thans niets te melden : voor zoo 
ver zy ten minflen ons nette Land-en 
Zeekaarten van ettelyke Geweften be- 
zorgen , en de zeden der volkeren , op 
eene verltaanbare en aanneemelyke 
wyze, uitleggen. 

De hedendaagfche Land-en Reisbe- iniöndcf- 
fchry vingen van Afia en Africa heb-Q^^^^jJ^^^^ 
ben evenwel, tot nut der Hiftorieken- 
nis, zeer veel voor uit, boven die van 
Europa en van de Europifche Volk- 
plantingen in Amerika, alwaar alles 
genoegzaam verbafterd is. In Afia en 
Africa zyn de gebruiken , de landaart 

IL Deel. Cc en 



34 Veybcindelinge over de 

en de landgefteltenilTe meeft algeblee- 
ven, gelyk zy ten tyde van jilexander 
den Grooten , Nebucadnezar en vroeger , 
geweeft zyn. Gelyk ons onlangs ook 
de Heer Guys, wegens de Grieken in 
Tiirkye , ter ophelderinge van Home- 
rus, Pindarus, Anakreon en Sap- 
piio, heeft willen doen gelooven De 
Afiacifche Hiftoriefchryvers en Poëeten 
houden, nog heden, den zelfden 
fchryftrant, welke hunne voorzaaten 
en kunftgenooten bezigden, ten tyde 
vanMofesen dePropheten; gelyk, on- 
deranderen, blyken kan uit deHiftorie 
van Nader Chah^ onlangs uit de Perfi- 
aanfche taal, door William Jones, 
in de Franfche 'fpraak overgebragt; in 
de onze uitgegeeven , en uit andere wer- 
ken van dien zelfden fchryver. Even- 
wel hoe minder de befchavinge is, ge- 
lyk die, vooral in Perfie plaats heeft, 
hoe nader men uit de gebruiken, tot 
de waarheid der aloude Hiflorie, en 
den aart der Volkeren, geraaken kan. 

. ^l^'^^^l OndertuHchen blyft het zeker,dat 'er 

terfc Hiik- ^og geeneHiftorie, van eenig volk, min- 

Jic- der bekend is voor onze Europeanen, 

dan de Afiatifche en Africaanfche ge- 

fchie- 



Hijlorie-Kentiis. 35 

fchiedeniflen. De Engelfche Algemeene 
Hiltorie-fchry vers gaan wel van land tot 
land, en van volk tot volk; maar 't geen 
zy verhaalen 5 van deVorften en Volke- 
ren van het Ooflen , vertoont , meeft 
eene opvolginge van barbaarfche na- 
nien, en algemeene verrichtingen, die 
meelt alcyd op het zelfde uitkoomen, 
zonder dat men de vernuftige fcha- 
kelinge der menfchelyke bedryven, 
door dezelve, behoorlyk befchreeven 
vindt; om de Hiftorie leerzaam en aan- 
genaam te maaken voor den Leezer. Ook 
worden de nieuwfte, befte, en meefl; 
beflifTende befchryvingen van denRe- 
gerings vorm der Oofterlingen, en inzon- 
derheid ook der Chineezen , van de Hee- 
xen MoNTESQUiEu en dePAAuw, thans 
opzettelyk door den Heer A n t e q u i l 
DU Perron en de Jefuitifche Miflionarif- 
fen te Pekin^ tegengefprooken en weder- 
legd : zoodat we , en van wegens onze 
onkunde in den Oofterfchen fchryftyl en 
de Oofterfche gebruiken , en van w^egens 
het gebrek van goede Oofterfche Hifto- 
rie-fchryvers, naauwelyks weeten,wat 
wy bepaaldelyk, omtrend de lotgeval- 
len der Oofterfche Natiën , moeten ge- 
loeven : om dat wy nog geene Land-en 

Cc 2 Reis- 



36 Verhandelinge over de 

Reisbefchryvingen hebben , duidelyk ^ 
getrouw, en uitvoerig genoeg , om ons, 
daaromtrend, eenigzinste recht te hel- 
pen. 
Gcbrekki- Er is geen Reiziger in de waereld 
getaaikcn-jniniep ^evveeft , en denkelyk zal 'er 

ris van de . ° , r ^ \^ c • r 

Reizigers, nooit een komen , ot hy heett mm of 
meer gebrek aan taalkennifle , vooral 
in het Ooflen , daar de tongvallen , 
gelyk overal in Europa , niet alleen 
verfchillen; maarzo verfchillen, dat 
menige naburige Volkeren, en vooral 
Eilanders, eikanderen niet kunnen ver- 
Haan, 't Zou nog wel aangaan en eenig- 
z ins mogelyk zyn,dat de Reizigers in het 
Ooftenzoudenkunnen te rechtgeraaken; 
indien het waar was , gelyk fommigen 
vooronderilellen, dat alleen de Arabi- 
fche , Perfiaanfche , Turkfche en Chi- 
neefche Spraaken moeten worden ange- 
leerd , om in de hiftorifche geheimen 
door te dringen. Maar neen ! men heeft 
ook Hiftorieboeken , in het Javaanfch 
befchreeven , gelyk Sadja Radja 'Jawa^ 
het boek der Koningen van Java, en 
zoorcgelyke, in andere e'genaartige 
tongvallen, die men niet wel aanleeren 
kan , zonder, eenen geruimen tyd, onder 
de Natie , by welke zoo eene byzondere 

tong- 



Hijlorie- Kennis. 37 

tongval gefprooken wordt, gemeenzaam 
te hebben verkeerd. Zoo is het zelfs ge- 
leegen , gelyk myne Leezers beter 
weten, dan ik , met de Maleidfche fpraa- 
ke , die anders , vry algemeen , in onzen 
OofterlchenArchipelgefprooken wordt. 
Want men zou zichdeerlyk bedriegen, 
indien men hier meende te recht tege- 
raaken , by het volk , om zich, van de- 
ze ofgeene gewoonten, te laaten onder- 
richten, in het zuiver, of gelyk men 
het noemt, in het hoog Maleitfch , 't 
geen op Ambon en elders gefprooken 
wordt , en de Heer Werndley ons , 
in zyne Spraakkunft, aanpryft. Het 
laag Maleitfch van Java en Batavia 
wordt geheel anders uitgefprooken : en 
zoo ishetalomme, niet alleen in onzen 
Oofterfchen Archipel, maar ook in 
Mallabaar , Cormandel , Bengalen , en 
vooral ook op Ceylon, met de ver- 
fchillende, taaien en tong vallen, ge- 
fteld. WaarwilmendanteZeWe, te CT- 
tr echt 't te Oxfort^ te Parys^ te Kop- 
penhage, of elders, iemand die taalken- 
niffe en andere bekwaamheden aanlee- 
ren , om, door eenige Oofterfche landen 
trekkende, of eenige Indifche kuilen 
bezoekende, aanftonds de gebruiken 

Cc 3 en 



38 yerhandelinge over de 

en gebcurteniflen dier volkeren te 1 eeren 
/ kennen, om 'er, in zyne Reisbelchry- 

vinge, genoegzaam bericht van te ge- 
ven; en dus eenig merkelyk voordeel 
aan de verbetering der Afiatifche en 
Africaanfche Hiflorien toe te brengen ? 
Dit is even zoo ongerymd , als dat men , 
in het Vaderland 5 Predikanten wil or- 
denen 5 die aanftonds bekwaam moeten 
zyn, ten minften zeer fpoedig, om 
het E vangelium , in deze Ge weften , on- 
der de Inlanders, met een goed gevolg, 
te prediken en voort te planten. 

BihHothe- De Bihliotheque Oriëntale^ dat is de OoJ- 
que orien ferfche BoekzaaL vanden Heer D' Her- 
dcre H,fto • BELOT , die overlang m r olio was ui tver- 
rifche boe- kocht en zeer fchaars te krygen, werd, nu 
onlangs in denjare 1778. indrieDeelen 
ingrootQuarto, te 's Gravenhage , uitge- 
geeven; en ook in Folio, teMaaflricht: en 
men maakt 'er het zelfde gebruik van, 't 
geen men van de Hiflorifche Woorden- 
boeken van Hoefman, Moreri, Bayle, 
HooGSTRAATEN, Chaufepie en zoort- 
gelyke , gewoon is te maken : te weeten , 
dat men 'er de eigene namen der Vorften 
en Geleerden in opflaat, om 'er eene 
korte Levensbefchry vinge van te vin- 
den. 



Hijïorie-Kennis. 3 9 

den, die 'er, buiten de fchakelder His- 
torie, in wordt opgegeeven. Als men 
zulke werken gebruiken zal, om 'er 
het Hiflorifcli verhaal van andere 
fchryvers door aan te vullen, dan ver- 
zamelt men de namen der voornaamlle 
perfonen , welke in diQ gefchiedeniffe 
voorkomen , en zoekt die , in zulke 
Woordenboeken, op: wanneer men wel 
haafl gewaar zal worden, of 'er zich 
eenige onbekende merkwaardigheden 
in voordoen : welke men dan , naar zyn 
welgevallen, te pas kan brengen. Even 
eens is het gefield met de Memoires des 
Infcriptions ^ Belles Lettres van Parys, 
en met alle de Bibliotheken, en Journa- 
len , voor zo verre die eenige hiltori- 
fche Gedenkltukken , of uittrekzels 
van hiffcorifche Boeken bevatten en be- 
oordeelen. De Bladwyzers doen al- 
daar het zelfde voordeel , 't geen de 
Alphabetifche order, in de gefchied- 
kundige Woordenboeken , doet : behal- 
ven dat men de aangehaalde fchryvers 
i^n zulke geleerde fchriften zelfs ver- 
pligt is op te flaan, en er mede tever- 
gelyken, 't geen meii zelfs daarover, 
pp de hooge School., of naderhand, 
|n z^ïiQ Aiverfaria^ heeft aangeteekend. 
Cc 4 Want, 



40 l^erhandelinge over de 

Want , op zoortgelyke wyze , kan men , 
ook de uitfteekenlle merkwaardighe- 
den uitkippen , en ^^popbthegmata^ 
fchoone gezegdens , en wonderlyke by- 
zonderheden aanteekenen, gelyk ^Eli-» 
ANUS, Valerius Maximus, Aulus Gel- 
Lius, Plinius, Alexander ab Alex- 
ANDRo , Erasmus en zoortgelyke 
Schryvers gedaan hebben. Welke uit- 
llekende merkwaardigheden vooral 
kunnen te pas koomen , by het opftellen 
van Lofredenen, Heldendichten en Ro- 
mans; gelyk wy, denkelyk, by eene 
nadere gelegenheid, breedvoeriger zul- 
len zeggen. 
Nuttigheid Mogelyk zal iemand der Leezers 
ft^"/n^ ee-^^^^ my ftilzwygende te gemoete voe- 
ner Hiüo-ren, w^aarom de kunft van het opftel- 
"*• len eener Hiftorie zoo omftandig opge- 

geeven , daar 'er zo weinige menfchen 
die kunft beoefenen ? Maar ik antwoor- 
de, dat alles wat ik hier te berde 
brenge, zöo zeer niet daar toe ftrekt, 
om te vermaaken ; als wel om te 
onderwyzen. Dan myne vooruit- 
zichten gaan verder. My is wel eens 
verhaald , in myne jeugd , en ik heb het 
naderhand wel geleezen, datzommige 
geroemde mannen hunnen geleerden 

ar- 



Hijlorie-Kennis. 41 

arbeid ontgonnen hadden, met het op- 
ftellen van een Toneelftuk , of van een 
Roman, Dit wil ik wel toegeeven ; dan 
ik meene , dat geleerde Jongelingen, 
die bekwaam willen worden, om, t* 
eeniger tyd, zelve wat op te Hellen, 
beter zullen doen, van, op de voor- 
verhaalde wyze , eene Hiflorie te ver- 
vaerdigen. Hier door zullen zy in de 
Menfchkunde ervaren worden: hier 
door zullen zy de waarheid leeren uit- 
vorfchen , en wat 'er in de zamenlee- 
vinge verdrietig en aangenaam is , ont- 
dekken ; en zich dus , voor het ver- 
volg , in hunne verwachtinge , niet vin- 
den te leur gefteld: gelyk zy dat, na 
het fchryven en lezen van Romans en 
Heldendichten , zekerlyk zullen onder- 
vinden. 

Ondertuflchen is 'er tefFens , voorNjjttighcid 
de levendigheid van den Hiftorifchenmansento*; 
Schryfftyl , niets nuttiger , dan de neeiftuk- 
Leonidas van G lover, den T'^-een H^ftL' 
lemachus van Fenelon, de Ar- riefchry- 
genis van Barclay, den Belisa"^^^* 
rius van Marmontel, den Jo^ 
seph van BiTAUBé en Vondel 
te leezen: of Comediën en Trage- 

Cc 5 diëu 



42 Verhandelinge over de 

dien by te woonen , in welke vooral 
deHifloriejwelke men meent te fchry- 
ven 5 naar het leven wordt afgebeeld. 
Maar van dat alles mag men niets dan 
de levendigheid , en geenzins de ver- 
fieringe, of vergrootinge, ontleenen. 
Men moet echter eenig onderfcheid 
maaken, tufTchen Romans, die, geheel 
en al , en zulke, die maar ten halven, 
of voor een gedeelte , verdicht zyn : 
want deeze laatfte , gelyk de ^neis 
van ViRGiLius , de Odyjfea en Ilias van 
Homerus de gevallen van Amadis en 
Pelion van Gaulen , Primalion van Grie^ 
ken en andere Ridder boeken , Lofdich* 
ten en Lofredenen-^ en alle die werken , 
welken wyzoo even opnoemden, moe- 
ten , wel degelyk , in de Hiftoriekenniffe 
worden te pas gebragt : zoo wel voor 
het beloop der gebeurteniflen , als voor 
de levendigheid der verhalen. Waar in 
men echter voorzichtelyk moet te 
werk gaan , om dat de Poëeten en Ro- 
man-ichryvers , en ook de opftellers 
der Toneelftukken meermaalen zich, 
aan misrekeningen van den tyd , aan 
vergrootingen , en aan famenflanfin- 
gen van onware en ware omflandighe- 
den, fchuldig maaken* Daar en tegen 

kan 



Hijlorie-Kennis, 45 

kan een Hillorie-fchryver zeer wel de 
eerftgenoemde Ibort van verdichte ver- 
tellingen voorbygaan , als die van de 
Don Quichots , Robinfons , Pamelas jl 
SwiFTs l^ertelzel van de Ton , Klims on^ 
deraardfcbe Ryze , Paf er Daniels Reize 
naar de Watreld van Cartefms , Luy- 
Lekkerland , de Nothanlzer van Nicolai 
en diergelykeSatyrilche Fabelen: hoe- 
wel eene vernuftige leezinge derzelve 
de Menschkunde vermeerderen , en 
ook eenige levendigheid aan den 
Schryfflyl geeven kan. 

Wat de Oofterfche Romans betreft , Nuttig- 
als by voorbeeld de ^rahifche ^^q^I^p', 
Perftaanfche Nachtvertellingen , deze Romans.^ 
komen, \n de Oofterfche Hillorie, daar- 
om zeer te pas , om dat zy alle hunne 
waarfchynelykheid ontleenen , uit de 
omftandigheden van tyd , plaats en 
gebruiken , welke 'er vry uitvoerig in 
worden uitgebreid Deze gebruiken 
en omftandigheden in het oog houden- 
de , zal een Hiftoriefchryver de Afia- 
tifche gebeurtenifle , welke hy ver- 
vaerdigen wil, op die wyze inrichten, 
dat zy waarlyk Ooftersch blyft. Men 
leert 'er ook andere Oofterfche Boe- 
ken 



44 Verhandelinge over de 

ken en gedichten, zelfs van den ouden 
tyd 5 ten klaarflen , door verdaan ; ge- 
lyk wy , in onze Brieven over het Hoog-- 
lied , hier en daar , genoegzaam bewee- 
zen hebben. 

Vordcrin- Evenwel is het zeer te beklaagen 9 

ooftcrfche ^^^ '^^ ' ^^ ^^ Koninglyke Bibhotheek 
Hiftoricente Parys 5 in die van Leide , van Ox- 
Lctterkun- ^^^^ ^ envan het f^aticaan enEscuriaaly 
nog zoo veele Oofterfche Handfchrif- 
ten , waar onder ettelyke Hiftorien 
voorkomen , die nimmer nog zyn uit- 
gegeeven , verdonkerd bly ven , en aan 
den tyd , die alles vernielt , ten bes- 
ten gegeeven worden. Middelerwyl 
geeft het ons een zeer goed vooruit* 
zicht , voor de bevorderinge der Oos- 
terfche Hiftorie-en Letterkunde, dat 
de Heeren Neaulme en van Da alen, 
by de uitgaave der drie eerfteDeelen van 
D' Herbelot , eerftdaags belooven eene 
menigte van byvoegzels, zo ter op- 
helderinge der Artikelen, in de Bihlto- 
theque Oriëntale voorkomende, als ter 
vermeerderinge dier Artikelen, in een 
of meer volgende Deelen , aan de ge- 
leerde Waereld te zullen mede deelen: 
waar naar wy» aan wie de bevorderin- 
ge- 



HiJlork'Kennis. 45 

ge der kundigheden > in deze Geweften , 
ter harte gaat, met recht, grootelyks 
mogen verlangen. Wy kunnen ons on- 
dertuffchen ook verblyden met de Zen^ 
davejla , of het uitgebreide Wetboek 
der Magi, en ook met de Oojlerfche WeU 
gevinge^ beide onlangs , door den be- 
roemden Heer Antequil du P e r r o n, 
koninglyken Tolk der Oofterfche taaien 
te Parys , te Amfterdam uitgegeeven , 
waar mede hy ons den Godsdienft , de 
Zedenkunde en de Regeringsvorm der 
Oofterlingen , uit een ganfch ander oog- 
punt, doet befchouwen, dan wy die 
tot heden toe befchouwden : maakende 
dees veel gebruik van den Heer d o w, 
die eene Hijlork van Hindofian , niet 
lang geleden , in Engeland en in de 
Engelfche tale, heeft gemeen gemaakt; 
en teiFens ook eene verhandelinge over 
den aart en den oorfprong der eenhoof- 
dige overheeringe , vooralderMogoIs, 
in dat waerelddeel : welke de Heer 
Antequil du Perron, woorde- p^s- m- 
lyk heeft ingelafl : en die 'er ook, uit de^^^ 
jikbar Namak van Aboul Jazel, 
eenige byvoegzelen by doet , welke 
ons de eerfte Staatsbedieningen en an- 
dere byzonderheden van het burgerlyk 

en 



46 Verbandelinge over de 

en krygskundig beftuur , duidelyker 
doen kennen, dan \vy die ooit gekend 
Pag. 146. hebben. 

Hcucheiy- Denkclyk zullen myne Leezers 

van 'd^'tn''' eenigzins opgetogen zyn en verge-^ 

Heer Du noegd , ovei* dien voortgang der Ooftei- 

FiRRON. fcheHiltorie-kenniffe, in onze dagen. 

Maar om Ulieden myne Heeren en 

vrienden , nog eenige oogenblikken in 

dien goeden luim te houden , moet ik 

hier eene belofte van den Heer Du 

Perron, uit het Fransch overgezet , 

woordelyk laaten volgen. 

Pag. 244- ^^ ]k eindige dit eerfte werk van 

*^^* ,5 de Ooflerfche wetgevinge niet, zoo 

35 fchryft hy , dan om voor een ander 

5, belet te vragen , 't geen reeds verre 

„ gevorderd is ; en daar ik my mede 

5, bezi^houde^federt de uitgave van de 

„ Zendavejla. Myn oogmerk is , om , 

„ in zekeren zin, de poorte van Indië 

,9 voor de Europeezen te openen. De 

,5 wetenfchappen , kunden , gevoe- 

„ lens. Godgeleerdheid, aloude His- 

5, torie , de Geographie van Indojlan^ 

9, kennen wy niet verder,als van hooren 

,9 zeggen : om dat de opgave der Rei- 

9, zigers , en op zyn beft 9 eenige 

„ wei- 



Hiftorie- Kennis. 47 

55 weinige Perfiaanfche boeken , de 
5, eenige bronnen zyn , uit welke men 
5, tot hier aan toe , heeft kunnen put- 
„ ten. Wel is waar , dat de Perfiaan- 
„ fche taal zeernoodzaakelyk is, om, 
55 daar omtrend , verder te recht te ge- 
5, raaken : en dat ik het aanleeren van 
55 die ipraake niet genoeg kan aanpry- 
55 zen. Maar moeten daarom die ta- 
5, len en tongvallen , welke aan het 
5, Land eigen zyn , voor ons altyd ee- 
55 ne ontoegangkelyke verborgendheid 
,5 blyven ? De Reizigers leeren ons , 
5,' dat de Pagoden van Indië vervuld 
55 zyn mee boeken , gefchreeven , in 
55 het Malabaarsch ^ Telongoes en Sams- 
5, kretams ; en moeten wy dan niet 
55 branden van verlangen , om te we- 
5, ten 5 wat dezelve behelzen? Aller- 
55 veiligft, 't is waar, zou het zyn, ge- 
„ letterde mannen , die de vereischte 
5, bekwaamheden hadden, derwaards 
„ henen te zenden. Maar dit zalmen 
5, niet doen ; om dat de onkoften te 
9, hoog zouden loopen , en men die 
5, beter aan koopwaren verfpillen kan. 
99 Om ons eenigzins op den weg te 
5, helpen , en den geheimzinnen bol- 
99 fter der Indifche Letterkunde te 

„ kraa- 



48 Verhandelinge over de 

„ kraaken , en dus toegang tot de ge- 
„ heimen te krygen , zal ik , in de 
5, Schryfletteren van het land, met de 
5, Lezinge, in Europilche letters, daar 
5, tegen over ^ drie Woordenboeken 
5, uitgeeven ; één Malahaarsch en 
), Franschy het tweede Telongousj en 
5, het derde Samfkretams , insgelyks 
5, met deFranfchevertaalinge daar te- 
5, gen over. Elk dezer talen zal hare 
„ onderfcheiden Grammatica by zich 
5, hebben : vervolgens zal ik ten voor- 
5, fchyn brengen eene vertolkinge van 
5, de Oupneklïat , zynde een vertoog 
5, van Indiaanfche Godgeleerdheid , 
„ 't geen ik reeds , in het eerfte deel 
5, van dit werk,* heb doen kennen. Ook 
5, zal ik 'er byvoegen , 't geen myn 
„ leezen van boeken en papieren , 
„ over de Oudheden en Geographie 
5, van Indouflan , 'er zal kunnen by voe- 
„ gen. Laaten de nieuwe Reizigers, die 
5, het Indisch, Guzaratsch, Moorfch, 
5, Bengaalsch enTibetaanschverflaan, 
„ hunnen arbeid by den mynen voe- 
„ gen : en gansch Indië , dat is , de 
,9 wieg en bakermat van alle de weten- 
„ fchappen van Afié , zal zich voor 
9, onze oogen opdoen. Die moeds ge- 

„ noeg 



Ui/lor ie- Kennis. 49 

9, noeg heeft , om zekere onderne- 
„ mingen te beginnen , heeft reeds 
„ ten halven geflaagd." Dus verre de 
Heer Antequil Du Perron. 

Wy kunnen 'er nog wel by voegen , Hope op 
dat de Perfiaanfche Spraakkunll, of de Over- 
Grammaticaj van den Heer W i l l i a m ^e? o^os^ 
JoNEs 5 door den Heer C. L. E i L-terfchc 
BRACHT, te Hougly in Bengalen 5 ten ^^^^^;[J^JJ^ 
voorleden jaare^'in het Hollandfch over- den boc- 
gebragt, en herwaards o vérgezonden, ^^^°' 
verdiende, door den druk, alhier of in 
het Vaderland, te worden gemeen ge- 
maakt; om dus onze Natie, op Cor- 
mandel en de Malabaar , in de hand te 
werken, ter v-erkryginge van Hiftori- 
fcheen Oudheidkundige kundigheden; 
gelyk wy ook hopen , dat de Mala- 
baarfche, Telongoufche en Samkres- 
tamfche Woorden-boeken, zo dra zy 
uitkomen, uit het Franfch , in het 
Hollandfch, Engelfch enPortugeefch, 
zullen worden vertolkt ; om alle de Eu- 
ropeezen, terbereikinge van het groot 
doeleinde, de handen in eikanderen te 
doen flaan: en dus in Haat gefield te 
worden , om alle de Hiltorieboeken , 
JL Deel. Dd in 



50 Verhandelinge over de 

in de Pagoden bewaard, te kunnen lee« 
zen en uittrekken. Vooral diende men 
de taal van Thibet aan te leeren; om 
dat ik vermoede , dat de meefte ge- 
denkftukken der aloudheid onder de 
Lamas beruften: om dat de groote Lama 
nog nimmer is uitgeplunderd ; en om dat 
hy, met bykans het geheel Ooften, 
van onheugchelyke tyden af, in on- 
derhandelingewas. Eji 't geen de Heer 
Du Perron opgeeft, wegens de ver- 
fchfliende talen van Indoflan, is ook 
waar, betrekkelyk tot alle de talenen 
tongvallen, van Ceilon, Sumatra, Bor- 
neo. Celebes, Java, Siam, Ternate 
en andere ftreeken: voor zo ver die, 
even gelyk Java, hunne eigene gewy- 
de Hiitorieboeken mogten bezitten. 
En hier omtrend zullen de Opperhoof- 
den en Gouverneurs der Buitenkanto- 
ren, voor eerfl en voor al, zoo wy 
hopen, ten nutte van het Bataviafch 
Genootfchap , alle mogelyke berichten 
zoeken in te winnen. Eer- 

(♦) Men 7 al , achter de Befchryvtng vanTimor, en ook 
in die van BorneoAn dit 1 wecde Deel, reeds by voor- 
raad , treffende voorbeelden , ter beveftiginge van deze 
waarheid , ontmoeten. En die voorbeelden zyn van 
groot belang i voor de Ooilerfche Letterkunde. 



I 

Hijlorie-Ktnnis. 51 

Eer ik deze flofFe geheel glippen laa-EcnTcivig. 
te, valt 'er nog het een en ander te^^?^ ^" 
zeggen, van de Eenzelvigheid, of M?-cn droog- 
notonie derHiflorien, en van de droog- hdd der 
heid en onverftaanbaarheid der korte ^^^^7"^' 
Chronyken ; en dus ook van de maat- 
regelen, welke men zou moeten nee- 
men , om die beide onaangename ge- 
breeken te verhelpen , welke men , voor 
al by de Gefchiedfchry vers van de Alid- 
del-eeuw, en ook veelal, by de Turk- 
fche, Arabifche, en Perfiaanfche His- 
toriefchry vers , aantreft: hoe zeer ook 
deze laatfte de droogheid en eenzel- 
vigheid hunner verhalen, met poeetifch 
loofwerk zoeken op te fchikken : ge- 
lykMoHAMEDMoHADi, in zyneHifto- 
rie van Nadtr Chah^ dat is van Tha* 
mas Kuli Khan^ meefterlyk heeft uitge- 
voerd. Dagregiflers en Jaarboeken 
kunnen de eenzelvigheid van morgen 
en avond, welke dagelyks wederom ko- 
men, onmogelykmyden: en de Chro- 
nyken komen altyd, met het Jaargetal, 
ten voorfchyn: eveneens gelyk de Waar- 
nemingen van het Weder, met de Gra- 
den der Thermometers van Fahren^ 
httt en Reaumur. 

Wat de Eenzelvigheid, of Monotonie Huipmid^ 
Dd 2 aan- 



5£ Vcrhandelinge over de 

^eicntcgcnaanbetreft, niets kan meer verveelen, 
de Hemel- dan, by gedurige herhalingen, te moe- 
vigheid. ^enleezenvan veldflagen, belegeringen 
van (leden, en 't vermoorden van menige 
duizenden vanmenfchen, alsdeflagtof- 
fers der eigenzinnigheid hunner Vorften 
en Overheden. Trouwens de vleizucht 
heeft gewild, dat men de overwinningen, 
alleen aan den Generaal , zou toefchry- 
ven,die 'er dikwyls het minde toe gedaan 
heeft; en dat men de gevechten door- 
gaans woedender en heftiger maakt , dan 
dezelve zyn voorgevallen:om,daar door, 
den heldenmoed ende onverfchrokken- 
heid van den Aanvoerder , des te flerker, 
te doen uitblinken. De Franfche Hifto- 
rie-fchry vers zyn , allereerfl , in onze da- 
gen , daar van afgegaan , en begonnen te 
verhaalen , zoo wel , wat men in het mid- 
delpunt, als in de beide vleugels, zoo 
wel wat in de voorhoede , ais wat in de 
achterhoede, gebeurde: kortom alles wat 
tot het levendig vertegenwoordigen der 
Batailjedienftigwas. Homerus, als een 
der oudfte Hiftoriefchryveren aange- 
merkt, enTiTus Livius hebben eene me- 
nigte van perfonen ten tooneele ge- 
voerd, en dezelve doen fpreeken en te- 
gen 



Hijlorie-Kemis^ 53 

gen eikanderen twiften; 't geen gewifle- 
lyk geene verkeerde handgreep was , om 
de verveelende eenzelvigheid te doen 
ophouden. Suetonius heeft 'erdeRo- 
meinfch Oudheden tuflchen in gevoegd; 
Strabo de Plaatsbefchry vingen ; en Ta- 
ciTus de Staatkundige beginzelen, waar- 
op men , genoegzaam altyd , zyne belan- 
gens bouwde. Byzondere omflandighe- 
den , zelf van een enkelen foldaat , een 
fraai gezegde onder he^ flryden, dege- 
vallige tweegevechten.! de gefteldheid 
van den grond , de kryg^liflen 5 gelyk die 
by Frontinus te vinden zyn , de toebe- 
reidzelen tot, en de gevolgen van den 
oorlog, de Menfchkunde, voor al de aan- 
merkingen over het wonderdadig Albe- 
ftuur , de gefteldheid van het weder , met 
kunftgefchikt, en uitvoerig genoeg op- 
gegeeven, doen den Leezer vermaak, 
en neemen de eenzelvigheid weg , die 
hem het boek zoude doen toeflaan, om 
het mifTchien naderhand nog eens en 
voor hetlaatfle, geeuwende en droo- 
mende, in te zien; zonder de leezinge 
behoorlyk te kunnen doorzetten. 

Over de droogheid der Tydrekenin- oordcei; 
Dd 3 gen 



54 Verhanddinge over de 

over het gen en Opvolgingslyflen klaagt men 
droogc der dikvvyls ten onrechte: als, bv voorbeeld, 

Chronolo- . n TT /-i^i , , 

gie en Ge over eenige eerde Hoofdllukken van 
ncaiogic. het eerfle Boek der Chronyken, onder 
ons heilige Schriften voorkomende; 't 
geen dezen fchralen aanvang neemt. 

Adam^ Seth^ Enos. 
Kenan^ Mehaleël^ Jered. 
Noachy Senty Cham en ya- 
phet. 

Zulke Genealogifche Tafelen moeiten 
aldaar tot eene inieidinge verftrekken, 
om de eerfle Waereld , voor den Zund- 
vloed, alleen aan te flippen, en op de 
Volkplantingen van Noachs nakomelin- 
gen vervolgens naauwkeuriger te letten. 
De Schryver zou anders den fchakel der 
vorige afflammingen verzweegen,en dus 
een onvolkomen werk gegeeven heb- 
ben. En meefl alle de Volkshiftorien der 
Ooflerlingen beginnen met eene Ge- 
flapt lyfl van Adam af, gelyk de Geneaio* 
gifcbe Hijlorie der Tartars van Abugal- 
s ieB ayardun-Chan en onze Hijlorie der 
Koningen van Java^ welke^het Batavi- 
aafch Genootfchap eerlang verder flaat 
uit te geeven. 

De 



Hijlorie-Kennis. 55 

De beknopte famenftellen van His- Beknopte 
torien , als die van P e t a v i u s , Turse- Hiitorie- 
LiNus , en Offerhaus , betrekkelyk tot menfteiicn,, 
de Algemeene Gefchiedeniffen, hebben 
ook iets van het Genealogifcbe , en van de 
opvolgingslyften der Koningen en Mo- 
gendheden : houdende zy teffens de 
Tydrekenkunde in het oog, ora de ge- 
lyktydigheid, zoo wel, als de voorledene 
en volgende gebeurtenifTen 5 als uit een 
oogpunt, te doen befchouwen-.'tgeen, 
in uitvoerige gefchiedverhalen , zoo 
gemakkelyk niet in het oog kanloopen. 
En dit is zeer nuttig , om het geheu- 
gen te hulp te koomen, en het beloop 
van allede Hiftorien te kunnen by een 
trekken. Ook zyn die beknopte zamen^ 
Hellen alleen daar toe ingericht 5 om ze 
tot leggers , by het onderwyzen der 
Hiftorien, te gebruiken; wanneer een 
Hoogleerar dezelve uitbreidt en aange- 
naam maakt voor zyne leerhngen. An- 
derzins zyn zy aangenaam genoeg voor 
Geleerden , die veel geleezen hebben , 
^en, op het leezen van eenenaam 5 of het 
aanftippen van een geval, zich, aan- 
Honds , eene menigte van omftandighe- 
den weeten te herinneren; en dus, in 

Dd 4 wei- 



56 Verhandelinge over de 

weinige oogenblikken , zich eene zeer 
gr oote gebeurtenifle , levendig genoeg , 
voorftellen. 

Noodza- Ds C^rö/7ö/ög/>5 voorzooverdietotde 
kciykheid gemengde Wiskunde behoort, hoe droog 
rekemn'^e ^" Schraal zy ook fchyne, is zeer nood- 
zaakclyk, om alle verwarringen inde 
Hifloriekennis voortekoomen; de ver- 
fcheidene tydperken , van de Juliaanfche 
Periode, van de Scheppinge, van den 
Zundvloed,van denUiccogtderkinderen 
Ilraëls uit Egypte, van Trojes brand, van 
de Olympiaden, van de Stichcinge van 
Rome, van Chriftus Geboorte, van de 
Vlucht van Mahometh , of de Hegira , en 
diergelyke, komen telkens te pas, om re- 
gelmatig eene Hiftorie te fchry ven , die , 
zonder zulk eene bepalinge , zou famen- 
vloeien , en een bayert van gelykzoor- 
tige gevallen, onder eikanderen, klut- 
zen. Voor kundigen zyn die aanhalingen 
van het een of ander tydperk juifl zoo on* 
aangenaamniet , om dat deeze 'er de nut- 
tigheid van weeten, en om dat de uitftee- 
l<ende gevallen , van welke die rekenin- 
gen beginnen, telkens voor hunne aan- 
dacht koomen. Voor eenleerlingien mini- 

dikuur 



• Hijlorie-Kennis. 57 

digen is er derhalven niets anders op , 
dan zich die gevallen aan te leeren; en 
dan zal ook, voor hem , het drooge en on- 
aangename uit, de Tydrekeningen, weg- 
vallen : en dat allengskens meer , naar 
mate hymeer tuflcheninfchietendel hel- 
dendaden eniiitfteekende gevallen aan- 
leert , en zich vertegenwoordigt. Even 
het zelfde moet men zeggen, omtrend 
deGeographky die, zonder het inzien van 
Landkaarten, nooit kan worden aange- 
leerd. De eerfle van Ptolom^eus 
Claudius , eenen Egyptifchen Sterre- 
kundigen, die onder Keizer Marcus Au- 
RELiusANTONiNus,omtrendhet jaar 140 
na Chriftus , bloeide , waren vry gebrek- 
kig : maar zy kunnen echter worden aan- 
gemerkt, als het voorbeeld, 't geen ande- 
ren naderhand gevolgd zyn. Cellarius 9 
BocHART en andere ophelderaars der al- 
oude Geographie, hebben Ptolom^eus 
met ^RABO moeten vergelyken , om 
Plinius , DioDORUs, Herodotüs , CUR- 
Tius JusTiNus en andere Gefchicht- 
fchryvers op te helderen. Sedert eenigen 
tyd, zyn de Landen en Steden netter, 
voor al door de Heeren De L' Isle en 
BuACHE, op hare lengte en breedte ge- 
Dd 5 zet, 



58 Verhandelinge over de 

zet, Sterrekundige waarnemingen , voor 
al op de Manen van den planeet Jupi eer. 
Ook kan ons de oude Geographie weinig 
meer te pas komen, om dat alomme, 
in die landen , welke ProLOMiEusen 
Strabo befchryven, de namen der 
Geweften , Rivieren en Steden zo ver- 
anderd zyn 5 door middel der Volkplan- 
tingen en overllroomingen der Noord- 
fche Volkeren , dat er byna geene fcha- 
duwe van de vroegere Landbefchry- 
vinge kan worden te pas gebragt. De 
Landkaarten en Hemelklooten worden, 
nog dagelyks , verbeterd en aangevuld, 
met nieuwe Kullen en Eilanden. Het 
afzetten met koleuren geeft eenige dui- 
delykheid voor de inbeeldingskracht» 
en tot behulp van het geheugen : voor 
al dePerfpe6liefprenten,met welke men, 
de jeugd, de Landgezichten en Steden 
van binnen, eenigzins, leert kennen. 
Maar dit alles neemt niet weg, dat de 
Geographifche onderwysboeken voor 
de jeugd, die vanRoBBE, van Hubner, 
van Bachiene en van OsxEavALx, al- 
tyd eenigzins droog en onaangenaam, 
moeten blyven. Ik, voor my, hebbe 
nimmer, op die wyze, de Geographie 

kun- 



Hiftorie- Kennis. 5P 

kunnen , of willen aanleeren. Zoo dra 
ik iets van de Globe wifl, en van de 
Lengte en Breedte der Luchtftreel^en , 
vond ik my beft , met den omloop der 
voornaamfte Kuften van de vier Wae- 
relddeelen, door behulp der inbeel- 
dingskracht, my in hec geheugen te 
prenten. Dit deed my de grootere en 
natuurlyke grenzen der menfchelyke 
woonplaatzen kennen. Wyders veftigde 
ikmyne aandacht op de groote Rivieren 
en op de Gebergten 5 gelyk de Alpen, de 
Pyrenaeen, de Andes en foortgelyken : en 
dit breidde myne Geographifche kun- 
digheden eenigzins uit. Vervolgens nam 
ik de ligginge der groote Steden waar, en 
vertegenwoordigde my die , als by voor- 
beeld, London^ Parys^ Amjlerdamy Ham* 
hurg^ Koppenbage^ Stokholm^ Petersburg: 
en ik vroeg my zei ven,waarom liggen die 
Steden daar, en niet elders? Zoodanige 
vrage vond ik beantwoord, in de ChO" 
rograpbien^ of Plaatsbefchryvingen , en 
in de Hiftorien der byzondere Steden, 
uit derzelver Papieren en Archiven op- 
gefteld. De Archiven, Privilegiën en 
Oudheden der Steden maakten my de- 
zelve nog aanmerkens waardiger, voor- 
al. 



6o Verhandelinge over de 

al, wanneer 'er Vredensonderhandelin- 
gengeflooten, roemruchtige mannen ge- 
boren of geftorven waren; of wanneer 
er, in de nabuurfchap, een zwaar ge- 
vecht, 'tgeen, op ettelyke Landkaarten, 
met een kruishngs zwaard wordt afge- 
bakend, was voorgevallen: of eenig an- 
der geval, 't geen tot een fpreekwoord 
geworden was. yerufalem^ Babel^ Con- 
(lantinopok'i Roome^ Aleppo^ Ifpahan^ 
Peking^ Batavia en foortgelyke laaten 
zich dus , van minder befaamde fteden 
en dorpen, onderfcheiden. Want waar- 
om zou ik myn geheugen vermoeyen , 
met eene opeenftapelinge van ydele be- 
namingen van fleden en gehuchten, die 
niets aanmerkénswaardigs hebben uit- 
geleverd; en aldus mynen koftelyken 
tyd verkwiflen ? 

De Alge- Om derhalven de Geographie behoor- 
inccncHif-iykaan te leeren, zou het noodig zyn, 
vo?rhet"^deHillorie, inzonderheid de Algemee- 
aaniecrcn ne , te baat te neemen : en de befte 
gnipiu^c!' Landkaarten en fraaifte Gezichten , on- 
der het behandelen der Hiftorien, voor 
zich te hebben, en raad te pleegen; ten 
einde de Geweften en Steden levendig 

te 



Hiftorie-Kemis. 6i 

te doen kennen; als of men er zelf aan- 
wezig ware. Want het komt, allen jon- 
gelingen niet, gelegen , om te reizen: 't 
geen anders de befte manier zou zyn , om 
de Geographie te beoefFenen, en in het 
hoofd te prenten. Er zal meer, in het 
geheugen en de verbeeldingskracht, bly- 
ven hangen, als men, by het behande- 
len der Hiftorie , telkens, ten minften 
nu en dan, de tyden en de plaatzen, 
levendig en treffende, doe kennen, en 
daar door bewyzen , dat de LandbeJ 
fchry vinge en de Tydrekeninge de twee 
oogen der Hiflorie zyn; en datdeHis- 
tor ie blind blyft , wanneer men haar niet 
teffens die beide oogen doet openen* 





v E R^ 



Pag. 63 
VERVOLG 

DER 

BESCHRYVING 

VAN HET 

EILAND 

T I M O R, 

voor zoo verre het tot nog toe bekend 

is , waar by gevoegd is de be- 

fchry ving van eenige nabygele- 

gene Eilanden, 

DOOR 

Mr. W. VAN HOGENDORP. 



V. 



olken , die geene vafte en befchree- . Rcgce- 
vene grondwetten hebben, en welkers "^*^^"^' 
rechtspleegingen meeft, op gewoon tens 
en oude gebruiken , worden uitge- 
voerd, kunnen niet wel onder eenigeRe- 
geerings- vorm geplaatft worden.Hetge- - 

zag 



64 Befchryving van het 

zag der Koningen op dit Eiland is niet 
willekearig , maar bepaald; en geen 
hunner kan aan het leeven, de vryheid 
of de goederen van zyne onderdaanen 
raaken, zonder eerft eene befchuldi- 
ging, waarop een vonnis der Grooten 
gevolgd zy, tegen hun te hebben inge* 
bragt. Echter is hunne magt zoo groot, 
dat zy flechts zoodanige befchuldiging 
hebben in te brengen , om den befchul- 
digden, zonder eenig verhoor, te doen 
veroordeelen. Het lot van deezen on- 
gelukkigen is dan gemeenlyk, dat alle 
zyne goederen worden verbeurd ver- 
klaard, en hy zelve tot flaaf gemaakt, 
ten voordeele van den Koning, die 
hem meeft altoos aan vreemde hande- 
laaren verkoopt , en dus van zyn ge- 
bied verwydert. Zomwylen gebeurt 
het, dat hy, door zyne nabeftaanden, 
voor eenig goud of vee van groote 
' waerde gelofcht wordt. 

Rechts- Zy hebben geene vafle wetten , vol- 
piccginge. gens Welken zy recht pleegen. Zy 
llrafFen een diefftal, met den daader 
te doen wederom geeven de waerde van 
het gefloolen goed, en hem eene boe- 
te 



het Eiland Timoir enz. 6$ 

te op te leggen, of hem, zoo de dief- 
flal van aanbelang is, tot flaaf te ver- 
klaaren ; gelyk zy ook den overfpee- 
ler doen. Maar fchoon zy wel zeg-* 
gen, dat die een anders bloed vergiet, 
den dood verdient, komen zy zeer 
zeldzaam tot dat uiterfte; en met het 
geeven van eenige buffels, of van goud^ 
raaken er veele misdaadigers vry. 

Maar, wanneer, in de nabuurfchaf) 
der Hollanders, een der koningen ie- 
mand wil terecht gefield hebben, geeft 
hyMenzelven over aan het Opperhoofd 
van Timor, die eene algemeene ver- 
gadering van de Koningen eii van den 
Raad laat beleggen. Zoo hv den dood 
verdiend heeft, toont het Opperhoofd 
de gronden aan, waarop hy fierven 
moet. Dit gedaan zynde, wordt hy 
ter dood veroordeeld, en het vonnis 
uitgevoerd op naam der Koningen; want 
het Opperhoofd, noch zyn Raad heb- 
ben geen magt over leeven en dood. 

De onderdaanen van ieder Ryk zyn 
verplicht voor den koning te verfchy- 
nen , als deeze hen laat roepen , 't zy , om 
voor hem te werken , of in den kryg 
//. Deel. E e te 



66 Fervolg der Befchryving van 

te gaan; en by aldien het is, om een 
verfchil dat door d-en kening moet be- 
flifchc worden, dan is het de gewoonte, 
•vaneen gouden of zilveren plaat tegee- 
ven. Zy moeten 's jaarlyks 'eenige ryft, 
Turkfchkoorn of vee geeven, de ryfl- 
velden van hunne Hoofden beploegen., 
hunne huizen opbouwen of vernieu- 
wen, enz:. Die onderhetgezag van de 
Hollanders en Portugeezen ftaan, leg- 
gen hunnen onderhoorigen niets op , 
zonder voorkennis van het Opperhooid. 

Wanneer twee nabuurige koningen 
in verfchil zyn, verzoeken zy eenen 
derden koning ^ het zelve te willen be« 
fliflchen. Deeze draagt altoos zorg, dat 
hy, voor zyne genomene moeite, wel be- 
taald worde; maar die onder hetbeflier 
van de Maatfchappye zyn, laaten de 
uitfpraak over aan het Opperhoofd, 
en het gebeurt dikwerf, wanneer zy het, 
door zyne bemiddeling, niet eens kun- 
nen worden , dat zy liever het onder- 
werp, waar over zy twiflen, aan 
de Maatfchappy afftaan , dan één van 
beiden daar mede bevoordeeld te wor- 
den» Deze nayver onder de Vorften^ 
die hen altoos verdeeld houdt, is niet 

na- 



het Eiland Timor enz. 6f 

nadeelig voor de zekerheid van .onze 
bezittingen op dit Eiland. 

In zommige Ryken; by voorbeeld, 
in dat van Amacono, kunnen de vrou- 
wen den throon beklimmen, by man* 
gel van mannelyke erfgenaamen; 't 
geen echter zeldzaam gebeurt , om dat 
de menigte van 's konings vrouwen 
hem altoos veele kinderen van beide 
kunnen geeft. 

De meefte Grooten van hetRykzyn DeGroö^ 
van koninglyken bloede Volgens de^^"* 
wetten moet de oudfte zoon van den 
konmg zynen vader opvolgen: maar 
de voogden der jonge vorlten maaken 
zich dikwerf zoo een grooten aanhang, 
dat zy eenen van hunne kinderen den 
throon doen bekümmen. Hier aan zyn 
de koningen , die onder de Hollanders 
en blanke Portugeezen ftaan, minder 
bloot gefteld, om dat de hooge Re- 
geering, zoo te Batavia^ als te Macaoy 
de aanflellingvan den nieuwen koning 
moet goedkeuren , en Deeze zich niet 
alvorens kan bedienen van de voor- 
rechten 5 die aan het opperfte gezag 
verknocht zyn. 

Ee 2 . Elk 



68 Vervolg der Befcbryving van 

DeRyks- Elk Ryk heefc ook zyne byzondere 
fciuttcn. koftbaarheden , die in gouden en zil- 
veren plaaten, en aan eikanderen ge- 
reegen koraalfteenen beftaan. Deeze 
rykdommen zyn in hooge achting, en 
worden by alle groote gelegenheden 
voor het gemeen ten toon gelleld; by 
voorbeeld: wanneer een koning den 
throon beklimt; of wanneer de on- 
derdaanen de tienden van hunnen inge- 
zaameiden Oogfl betaalen; in welken 
tyd ook veele offerhanden van groot 
vee gefchieden. 

De Ryks-grooten, zoo wel als het 
volk, zyn in het denkbeeld, dat hun 
de grootile ongelukken zouden overko- 
men, indien ef éénig ftuk van deeze 
koftbaarheden gemifcht wierdt. Zy 
meenen, dat het den koning, of iemand 
van zyn huis , alleen geoorloofd is, de- 
zelven aanteraaken, en dat die geene, 
vviende lufl bekroop, om er iets van te 
fleelen of te verdonkeren, opftaanden 
voet zoude dood vallen; daarom wor- 
den de zelven ook nooit op^eflooten; 
maar alleenlyk ingrootemandens, mid- 
den in 's Koning huis, opgehangen, en 
het'sjaarlyks aangebragte wordt er, na 
eene plegtige inwyding , bygevoegd. 

De 



het Eiland Timor enz. 6^ ' 

De koningen van Coupang hebben Wrcf-de 
eene vvreede gewoonte, wanneer zyg^'w^-ontc 
den throon beklimmen, ^y verbeel-^j^^^^J, ^.^^ 
den zich, van de Kaaimannen of Kro- Coupang. 
kodillenafkomftigtezyn; en, uitdien 
hoofde, oiTeren zy hun dikwerf, en 
geeven hun fpyze aan den oever der 
zee. Deezen , aan eeiT zeker geluit ge- 
woon zynde, en weetende, dat zy op 
eene bepaalde plaats hun voedzel zul- 
len vinden, komen ten voorfchyn, 
wanneer men hen roept. Om de an- 
dere regeering, byvooi beeld, als de 
kleenzoon , wiens vader en groot- 
vader ook koning geweefl zyn, die 
waardigheid (laat te aanvaarden , is 'er , 
een voornaam feeft. De grooten en 
het volk komen allen aan ftrand op 
die plaatze , die daartoe plechtig is in- 
gewyd, en 'Z/^/^^ genaamd wordt, en 
offeren aan eenen van die Kaaimannen 
eene jonge maagd op, diezy fraai uit- 
gedofcht, en met bloemen en andere 
vercierzelen opgetooid , op het uiterfte 
van den oever vaft binden, van waar 
zy^ door een van die dieren wordt weg 
gehaald. Hunne bygeloovi;^heid gaat 
zooverre, van zich te verbeelden, dat 
de Kaaiman haar tot zyne vrouwe maakt, 

Ee 3 en 



' 70 Vervolg der Befchryving van 

en wel kan onderfcheiden , of zy nog 
maagd zy 5 dan niet; hebbende, in 
voorige tyden, een hunner zoodanige 
ofFerhande wederom, leevendig en on- 
gefchonden, op ftrand te rug gebragt, 
om dat hy ondervonden hadc, dat zy 
de bovengemelde vereilchtens niet 
meer bezat. * 

Zy voegen er nog een varken by, 
wiens borftels rood moeten zyn , en 
ook ryfl, klappers, en firie-bladeren^ 
Wanneer men den koning van Coth' 
pang naar de rede van deeze onmen- 
fchelyke daad vraagt , weet hy er geene 
^ andere te geeven , dan dat het zedert 
onheuglyke tyden de gewoonte is. Meer 
van hunne bygeloovigheden, omtrent 
de Kaaimannen, hier by te brengen, 
zoude een misbruik der aandagt van 
mynen leezer zyn. 

Oorlogen. Alvorens zy eikanderen den oorlog 
aandoen , offeren zy altoos eenig groot 
vee , om uit deszelfs ingewanden te 
zien, ofzy gelukkig zullen oorlogen. 
Wanneer hunne waarzeggers niets 
goeds voorfpellen , wachten zy eenige 
(Jagen; dan oflferen zy op nieuws, en 

4« 



htt Eiland Timor enz. 71 

dat gefchiedt zoo ' lang , tot dat hun 
voorlpeld wordt, dat hun de geesten 
zullen gunftig zyn. 

Dit gedaan zynde trekken zy te vel- 
de, onder een grooc gefchreeuw, en 
geblaas op een uitgeholden buffels- 
hoorn ; zy beginnen gemeenlyk met alles 
te vernielen , wat in de omliggende 
landen onder hun bereik komt. On- 
gelukkig zyn de vrouwwen , kinderen , 
en weerlooze oude lieden, die in hun- 
ne handen vallen , want zy dooden 
alles, en kappen hunne hoofden van 
den romp. 

Na deeze verrichtingen, bedryven 
zy groote vreugde , danflende rondom 
de koppen, die zy veroverd hebben; 
hunteffens ineen zoortvanrouwklagte 
afvraagende , waarom zy hunne vyan- 
den geworden waren. Deeze vreug- 
de-bedryven duuren veele nachten ach* 
ter één , in welken tyd zy buffels en 
varkens fiagten, om zich te zuiveren 
van het vergooten bloed , en de kwaa- 
de geeflen te vergenoegen ; waarna zy 
de koppen laaten droogen in den cook , 
en in het midden van het Raad-huis 

Ee 4 der 



72 Vervolg der Bef chry ving van 

der Negerye ophangen als gedenktCr 
kenen van hunne overwinning, 

Orang- Zeldzaam gebeurt het, dat zy een 
braam, yyand , die zich verfchanflheefc, aan- 
randen; maar, in hunne Ichermutzelinr 
gen, hebben zy van weerskanten voor- 
vechters, diezy, in de Maletdfche t^^ly 
Orang'braani noemen , en die bekend 
zyn aan hunne byzondere kleeding. 
Zoo veele koppen , als zy hebben afr 
gekapt, zoo veele pronkvaancjes hebr 
ben zy op hun hoofd , of hunnen rugr 
ge valk gemaakt. Ook hebben zy hunne 
armen en beenenombonden met zwart 
en langhairigbokken-vel, en met klee- 
ne fchelletjes; ^lles om te bewyzen, 
dat zy in de voorige oorlogen veele 
koppen hebben t' huis gebragt. Deeze 
voorvechters daagen eikanderen uit; 
maar als één of twéé van een party ko- 
men te vallen , gaan de overigen op den 
loop. 

jïodsdiena Men kan te regt zeggen , dat de Ti- 
moreezen geenen anderen Godsdienft 
hebben, dan eenige gewoontens en 
plegtigheden, die op hunne feeftenin 
gebruik zyn. Zy hebben echter, in 

hun'» 



bit Eiland Timor enz» 73 

hunne taal, het woord Oejfménoe^ \ 
welk Heer derZonne betekend; maar 
zy brengen denzelven geene de min- 
Ite eere toe. 

In de nabyheid van de HoUandfche 
volkplantinge, woonen eenige Timo- 
reezen, die den naam van Chriflenen 
draagen, om dat zy gedoopt zyn. De 
Koningen en Hoofden laaten hunne 
kinderen niec doopen, dan na eene 
volledige ofFerhande, en een nauw- 
keurig onderzoek van de ingewanden 
der geofferde dieren, om te weeten, 
of het geen nadeel zal doen aan hun 
koninglyk huis 5 ofaanhetryk. Ge- 
meenlyk blyven de oudfte zoonen, of 
erfgenaamen van de kroon ongedoopt. 

Wanneer zy willen bepaalen, op wyze^..^ 
welken tyd iets voorgevallen zy, kun- den tyd'te 
nen zy geene andere uitrekening maa-^^^^"^°* 
ken , dan door het noemen van het 
Opperhoofd dat toen geregeerd heeft, 
of van deezen of geenen van h unne voor- 
ouderen. Is het iets, dat binnen kort 
gefchied is, dan neemen zy den tyd 
van het planten der ryft, of van het 
Turkfch koorn, of van den oogft, en 

Ee 5 vaa 



om 



74 Vervolg der Befchryving van 

van het bloeien van den Tamarinde- 
boom of andere boomen , ook wel van 
dentyd, datzy hebben begonnen, met 
vrouwen te verkeeren. 
• 
Als iemand hun geld fchuldig is, leg- 
gen zy zooveeleknoopenin een fnaar, 
als 'er poften van die fchuld zyn , en 
het is ongelooflyk , hoe flerk hun ge- 
, heugen zy, om die allen te onthouden* 
Wanneer zy groote getallen moeten 
uitrekenen, gebruiken zy de korrels 
van Turkfch-koorn, en leggen die vyf 
aan vyf naaft elkanderen, en doen er 
geduurig zoo veelen by en af, als zy 
noodig hebben, om de rekening op te 
maaken. 

Huweiyks Hunne huwelyken zyn verzeld van 
plechtig' weinige plegtigheden. Iemand, die 
heden. 2:in in eene vryfter heeft, laat haar ten 
huwelyk vraagen aan haar vader of 
voogd, die eene zekere hoeveelheid 
van goud of van buffels eifcht, naar 
maatf van zynen rang. Als de partyen 
het eens zyn, flagtmen eenige dieren, 
om de ingewanden te beproeven. Wan- 
neer dezelven voordeelig zyn , wordt 
het huwelyk voltrokken. Het is aan 

een 



het Eiland Thripr enz. 75 

een gemeenen Timorees niet geoor- 
loofd , zich te verbinden met eene 
vrouw van koninglyken bloede; en die 
roekeloos genoeg is, om verkeering met 
dezelve te hebben, wordt op de aller- 
ftrengfte wyze geftraft^ 

Het is hun , en vooral den vorften 
geoorloofd , veele vrouwen te hebben, 
en het ftrekt ook tot een bewys van 
hunnen rykdom. Een koning, ja zelfs 
een gemeene wordt gefchat ryk tezyn, 
wanneer 'hy 5 onder zyne kinderen i» 
veele dochters heeft, want , byhetuit- 
huwelyken der zei ven , ontvangt hy er 
eene goede betaaling van goud en 
buiFels voor; en zoo lang deeze fchuld 
niet volkomen afbetaald is , heeft hy het 
recht, van zyne dochter weder te nee- 
men , zonder het reeds betaalde op de 
fchuld te rug te geeven. Zelfs mag hy 
de kinderen , die intusschen gebooren 
zyn, eigenen, want het goud en de 
buffels , die men aan den vader voor 
zyne dochter geeft, worden aange- 
merkt, als eene betaaling van de kin- 
deren , die uit dat huwelyk zullen 
Spruiten. 

Wan* 



75 Vervolg der Befchryvtng van 

7icktcn$ Wanneer een koning of iemand van 
Tan den zyn luüs Ziek woi'dt, is hec altoos de 
Yoiiu fchuld van den eenen of anderen on- 
gelukkigen, die van tovery belchulaigd 
en terftond tot ilaaf verwee/en, of in 
het blok geflooten wordt. Dit,uedaan 
zynde, wordt er eene groote jnenigte 
van veegeflagt, om ran deboo/egec- 
ften te offeren, en hunnen kwaaden 
invloed te overwinnen. 'T is echter 
aanmerkelyk, dat zy in alle hunne of- 
ferhanden niets opofferen , dan 't ceen 
zy niet kunnen eeten, als by voorbeeld, 
de hoornen, dé ooren, deftaert, de 
pooten. Het overige verdeelen zy aan 
de tegenwoordig zynde vrienden en 
nabuuren. 

In dien tuflchentyd, neemt de zieke 
inlandfche geneesmiddelen in. Zoo de- 
zelve niet geneeft, hervatten zy zoo 
dikwerf de offerhande, tot dat hy of 
geneeze , of fterve. In het laatfte ge- 
val is allesindegrootfte verflagenheid, 
enallelngezetenen zyn verplicht, op de 
eerfte tyding, hunne hoofden kaal te 
laaten fcheeren. De vrouwen en by- 
zitten van den overledenen koning, 
trekken zich de hairen uit het zelve , 

en 



het Eiland Timor enz. 77 

en wringen zich in allerhande bogten, 
om haaro aroefheid te kennen te gee- 
ven; einde] yk gaat men wederom over 
tot het liagtcn van bufFels en varkens; 
\Aaarna men het lyk, op een tafel, 
midden in het huis legt, in zyne aller- 
.l<o(lel>klte kleeding, de oogen , neus, 
mond, ooren, en borft bedekt met 
gouden plaaten, en denhals vercierd 
lïiet fnoeren van koraalen , en gouden 
kctiin^^eii. In deezen ftaat moet het 
twee dagen bly ven liggen , onder het 
gehuil en geween van zyne vrienden, 
-diÊ van tyd tot tyd eenige fnaphaan- 
fcnoten doen. Dan wordt 'er een groo- 
te Kapok-of Jager-boom om verre ge- 
houwen, en uitgehold tot de noodige 
lengte , om er het lyk , met alle die 
vercierzelen en koflbaarheden , inte- 
.Ieg2;en. Het zelve daar ingelegt, en 
de opening met gom wel toegemaakt 
zynde, wordt deeze boom in een na- 
buurig huis overgebragt, waar, een of 
twee maanden lani? , de nabeftaanden en 
alle de nabuurïge koningen (zoo de 
doode een koning geweéfl: is) verpligt 
zyn eenige vrouwen te zenden, om te 
weenen. Zomtyds blyft het lyk een, 
twee, ja zelfs drie jaaren liggen, eer het 

be- 



78 Fervolg der Befchryving van 

begraaven wordt; het geen meelt af- 
hangt van den tyd , dien de throons- 
op volger noodig heeft, om eene genoeg- 
zaame hoeveelheid buffels , ryll en an- 
dere benodigdheden, byéén te verzaa- 
melen. Deeze hoeveelheid hangt af van 
de grootte van het ryk, om dat ieder 
der onderdaanen verphcht is, zyn aan- 
deel in geld of waaren op te brengen. 
Wanneer alles gereed is, verzoeken 
zy de nabimrige koningen en goede 
vrienden, en beginnen de plegtigheid, 
met op nieuws te weenen. Als men 
het lyk uit hét' huis wil draagen, is er 
als een zoort van flryd tulTchen de 
vrouwen , en de draagers ; de eerffcen • 
om het in het huis te houden, de laat- 
ften om het weg te neemen; eindelyk 
laaten de vrouwen het flippen, en het 
wordt in het koninglyk graf gelegd, 
het aangezicht gedraaid naar het Oo- 
ften. Zomtyds ook wordt het flaande 
geplaatft in het graf,dat dan op de wy- 
ze van een put gemaakt is, 

Naafl: het graf zetten zy ryfl: , 
klappers en pinang , en , na dit 
alles , Aagten zy het vee , dat in hon- 
den, paarden, buffels en varkens be- 
ftaat* Na het doen der offerhande 

gee- 



het Eiland Timor enz. 79 

geeven zy aan alien die tegenwoordig 
zyn, ryil, Turfch-koorn , en het 
vleefch der geflagte buffels en var^ 
kens, en dus vieren zy den derden, 
negenden, en zommigen ook den ze- 
venentwintigften dag na de begraavenis , 
waarmede alle plegtigheden een einde 
neemen. In voorige tyden, was men 
gewoon 5 in het ryk van Sonnebaya , twee 
leevendige flaaven met eenige mond- 
behoef tens in het graf van den overle- 
denen koning te fluiten; maar deeze 
wreede gewoonte , en veele anderen van 
gelyken aart, zyn, na de komfl van de 
Hollanders op het Eiland, vernietigd. 

De Throons- Opvolger is verplicht, 
alle de vrouwen van den voorigen ko- 
ning te onderhouden. Die hun behaa- 
gen, plaatzen eenigen onder hunne by- 
2itten; want de bloedfchande is, in dit 
geval, by zommigeTimoreefche konin- 
gen geoorloofd. 

Wanneer iemand van het gemeen 
fterft, wordt hy eenvoudig in een wit 
ftuk grof ly waad gedaan , zonder ee- 
nige andere plegtigheid , dan het flag- 
ten vaneen hoen, of een dier van wei- 
nig waarde. 

Hun- 



8o ytrvolg der Befchryving van 

Vreugde- Hunne vreugde bedry ven zyn zon- 
bcdryvcjj. der eenigenlmaak ; zy vennaakenzich 
zomtyd-s ganfche nachten met het dans- 
fen van eenen ronden dans- Als zy 
zingen, herhaalen zy alle oogenblik- 
ken het woordje 7~b«^, Tona^ en ein- 
digen eensklaps door een algemeenen 
fchreeuvv. Hunne koningen hebben 
ook Gambelans of Cong-fpellen gelykde 
Javaanen. Als zy hunnen buuren wil- 
len bekend maaken, dat zy zich den 
toekomenden nacht zullen vermaaken, 
blaazen zyop een uitgeholden buffels- 
hoorn, waar van zy zich ook op zee 
bedienen , om eikanderen te kennen. 

Vaartui- Hunne vaartuigen of Canoots zyn ge- 
«en. maakt van een uitgeholden boom, aan 
welken zy aan weerskanten twee (luk- 
ken hout 5 die vyf a zes voeten uitftaan, 
vaft hechten; aan het einde van deeze 
houten maaken zy er twee anderen 
vaft, vanligthout, dat niet zinkt, ont 
het vaartuig te beletten van om te flaan. 
Hunne zeilen zyn lang vierkantig ge- 
fneeden. Deeze vaartuigen zyn goed 
óm langs de kuften te vaaren, vait 
welken zy zich ook nooit verwyderen, 

2y 



bet Eiland Timor enz. 8i 

Zy zyn groote liefhebbers van het 
reizen te land. De gemeenen gaan 
meefl te voet, en neemen den tyd, 
by den nacht en den vroegen morgen- 
ftond, waar, ruftende, by de hitte van 
den dag, onder het lommer van den ee- 
nen of anderen boom. Elk neemt met 
zich zoo veel voorraad van lurkfch- 
koorn , dat hy te vooren laat braaden en 
ftampen, en in bollen kneeden, als by 
noodig denkt, tot het volbrengen van 
zyne reize. Met een zoo weinig kracht- 
gee vend voedzel , houden zy het , veele 
dagen, uit% zonder ooit over honger of 
dorft te klaagen , mits zy Hechts hun- 
nen gewoonen pinang niet ontbeeren* 
Hunne paerden en buffels, die in groo- 
te menigte op Timor zyn, graazenvry 
in de boflchen en velden ; maar zy ge- 
bruiken de laatflen alleenlyk , tot het be- 
reiden der ryft-velden, op order van 
hunne vorften,en de eerften, tot hec ver- 
voeren van fandelhout, wafch of an- 
dere koopwaaren naar 'de kuften, daar 
de vreemdelingen den handel komen 
dryven. Een ieder kent de zynen aan 
zekere tekenen, die hy, met een heet 
.yzer,op derzelverrug brandt. 

De wyze , op welke zy de wilde buf- Tam m^a- 
fels tam maaken, is merkwaerdig. Deeze \^^ i^^^ 

TT Tk 1 T^r> " 1- Wilde buf- 

//. DeQL Ff die- iels. 



8i Befchryvin^ van het Eiland Timor 

dieren zyn boven maate wild , en on- 
gemakkelyk , om te bejaagen , vermits 
zy zich meeft op de fteilile bergen, 
die bedekt zyn met bamboezen, ophou- 
den; maar de Timoreezen weeten de- 
zei ven echter zoo lang te vervolgen, 
dat zy genoodzaakt worden , den 
weg te kiezen naar eenebeflemde plaat- 
ze, alwaar zy zich ingeflooten vinden , 
en eenige dagen in rufl gelaaten wor- 
den. Naderhand komen hunne zooge- 
naamde to veraars daarin 5 zondereenige 
vreeze; zy verfchuilen zich achter tam- 
me buffels , die zy onder de wilden bren. 
gen; waarna zy de ftaert en pooten der 
laatften beftryken met zekere geftampte 
wortels, en leiden hen eindelyk, waar 
heenen zy willen; even eens, als of zy 
reeds lang waren tam geweeft. Deeze 
jagt is alleen voorde koningen engroo- 
ten; want men moet in groote menigte 
zyn , om ze te doen gelukken. 

De gemeenen gaan echter veeltyds 
op de buffels-jagt, gewapend metfnap- 
haanen en pieken, en eene groote 
meenigte van honden , om hunnen voor- 
raad van gedroogd vleefch te maaken. 
Ook hebben zy meeft altoos eenengoe- 
den buit, om dat zy zeer ervaaren in 

het 



en nahygelegene Eilanden^ 83 

het fchieten zyn, en zeldzaam losbran- 
den, zonder verzekerd te zyn, van iets 
neder te vellen. 

De Timoreezen, die in de ftreeken 
woonen, daar niet dan wilde varkens 
zyn, richten hunne honden toe op dee- 
ze jagt, enmaaken er zoo wel gedroogd 
vleefch van, als de anderen van de 
buffels. Die van Coupang alleen jaa- 
gen veel op de hartebeeften , die in dat 
gedeelte van het Eiland zeer menig- 
vuldig zyn. 

NABYGELEGENE 

EILANDEN, 

De Eilanden Poeloe-Smauw , Poeloe- Eilanden i 
Kambing ^ Rotty j Savo, Solor en^^^ «"^«* 
Sumba , die onder de beftiering zyn van van heftop- 
het Hollandfch Opperhoofd , dat op Ti- perhoofd 

mor ligt, zyn (uitgezonderd het laatfte)i°Lcl!"^^^ 
genoeg bekend, om er eene befchry- ''°. 
ving van te geeven ; maar de zeden en 
gewoontens der inwooners komen , ten 
meeflen deele , zoo over één met die der 
Timoreezen, dat ik , om in geene her- 
haalingen te vervallen , niets dan eeni- 
ge by zonderheden van dezelven mel- 
den zah ¥f 2^ F9Qr 



84 B^fthryvhigvm het EilandThnor, 

Poeioe- Poeloe-fmaiiw y dat het digfle bylrgt, 
jmiu»y. is, door eene zee-engce van omtrent 
twee mylen breed , afgefcheiden van de 
valle wal van Timor. Dit Eiland heeft 
fes iiiylen in de lengte, en drie in de 
breedte. Men vindt er meeftbosichaad- 
]en, en de grond is er zeer onvruchtbaar. 
Het éénigfte, dat er geplant wordt, is 
turkfch koorn. De inwooners zyn on- 
derdaanen van den koning van Cou- 
pangj die er zyn verblyf houdt. 

Tonderii - Op eene plaats, die Uiyaffa genaamd 
ge bron. 'wordt, is er een bron, wiens water 
eenenfeherpenyzer-envitrioolachtigen 
fhiaak heeft. Het heeft dezelfde ei- 
genfchap, als het zeepwater ; wan- 
neer men er linnen in wafcht, fchuimt 
het, en maakt het zelve boven maate 
wit. De boorden, van waar het. af- 
loopt, zyn zwart en flinkende. Digt by 
deezen bron , flaat een boom , die Noe- 
• wö^^ genaamd wordt, en zeer vermaard 
is om zyne grootte; want meer dan dui- 
zend menfchen zouden , des noods, on- 
der denzelven , kunnen huisvefleit. . 
Het is dezelfde, dienwy hier den Wa-. 
iringen^of Wonderboom noemen. "^-^ 

. Mid- 



m naby gelegene Eilanden, 85 

Midden in de bovengemelde zee- Het Eiland 
engte, ligt het kleene Eiland Poeloe- Poeioe- 
Kambing of het Har ten- Eiland:, dus ge- ^^^^-^"^^^ 
naumd, om de menigte, die er van die 
dieren zyn. Het zelve heeft eene by- 
zonderheid, die wel waerdig is , van 
opgemerkt te worden. Zyn omtrek is 
omtrent drie- vierde van eene myl, en 
het heeft de gedaante van eene ronde 
fpitze,,wier bovenile top is afgefnee- 
den; waar door het naar eene fterkte 
gelykt, die van binnen vlak is 5 doch 
wier buitenfte kanten, even als eene 
muur van vier en twintig voeten, verhe- 
ven zyn. Deeze vlakte is vierhonderd 
fchreden breed, en men vindt in de- 
zelve veele wellen, waaruit een zwa- weiici 
velachtig water, fonteins- wyze , op- 
fpringt. Dit water heeft in zich een 
zoort van flyk , of leenige klei, welke 
zich boven de wel, daar het uitkomt , 
piramidaals-wyze , en even als de pyp 
van een fontein , vyftien a twintig voe- 
ten hoog, ja zomtyds nog hooger , op- ^ 
werpt. De Harten drinken geen ander 
water , en graaven kleene kuilen in den 
grond, waarin het zelve, eenigen tyd 
geftaan hebbende, helder wordt. Het 
k te denken, dat dit Eiland, dooree- 

Ff 3 ne 



86 Befchryving van het Eiland Timor , 

ne aardbeevinge , of eenig ander toeval 
zy ingezakt, en deeze gedaante gekree- 
gen hebbe: ook hoort men, wanneer 
men zich, digt, by eene van deeze 
wellen begeeft, een zoort van dof ge- 
druifch, dat uit den grond opkomt. 
Op Poeloe-Smaiiw zyn ook diergelyke 
wellen, en als men, in derzelver om- 
trek, wac diep graaft, vindt men er 
Jaagen van zwavel. 

Mciswaer. Er grocit op dit Eiland eene plant, 
fijge plant, ^^jgj, naam onbekend is, doch waar 

van men groote voordeden, in deGe^ 
neeskunde , zoude kunnen behaalen , in- 
dien men dezelve wel onderzocht; zy 
verwekt eene flerke braaking en afgang, 
Zy groeit aan den oever der zee, op 
plaatzen,die het meed aan de zon bloot 
gefield zyn. Haare gedaante is die van 
eene diftelachtige llruik, omzet met 
veele groote doornen, van haar ftam 
af tot aan de (Iruiken toe , aan welken 
eenif^e bladeren komen, als die van het 
Klimop. De plant zelve is rond met 
eenige knoeften ; van onder is zy twee 
of drie duimen dik , en loopt fpits toe 
tot den kruin, die zeer dun is. Wan- 
neer j&e jongis, iszy van eene donker» 

groe* 



tn naby gek gene Eilanden. 87 

groene kleur; maar als zy rypgevvor- 
den is 5 wordt zy geelachtiger. ' Zy is 
zeer fponsachtig en gemakkelyk tefny- 
den; haare fmaak is zeer bitter. De 
inlanders leggen een ftuk van de groot- 
te en dikte van een dukaton in wat 
brandewyn 5 diezy opdrinken, en haare 
uitwerking miil nooit. 

Het Eiland Rotty ligt, omtrent tien HetEikna 
mylen ten Zuid-weften van Coupang^^f^* 
enisnegenmylen lang, en twee en een 
halve breed. Men telt er vyftien Ryk- 
jes 5 waar van Termano , daar de Tolk 
der Hollanders woont, het voornaara* 
fle is. Dit Eiland is boven alle de an- 
deren zeer vruchtbaar, en geeft veel 
ryft-, gierfl, en ook veele zoorten van 
wild 5 en hoornvee. De inwooners 
zyn beter gemaakt, en derzelver vrou-* 
wenfchooner, dandeTimoreezen, en 
hunne taal is veelaangenaamer, dan die 
der nabuurige Eilanden. 

Schoon de Hollandfche Geeftelyken 
er, van tyd tot tyd , komen doopen , heb-, 
ben deeze Eilanders geen het minfle 
begrip van den Chriflelyken Gods* 
dienft; zy laaten zelfs ongaerne hunne 
Ff 4 kin- 



88 Bcfchryving van het Eiland Timor^ 

kinderen doopen , en zy krygen zoo 
weinige onderrichtinge, dat het moog- 
lyk beter ware , hen te laaten in eene 
volkomene onvveetenheid: te meer, daar 
zy zich dagelyks bezoedelen met deal- 
lervuillle welluftigheden , en daarin 
van haare tederfte jeugd, als 't ware, 
worden opgebragt. 

Dit Eiland is, door de Natuur zelve, 
zoo wel verllerkt, dat men het met 
moeite zoude overmeefteren. Demee- 
Ite Negeryen zyn gelegen op de hoog- 
Ite bergen, eii v neenenzeerongemak- 
kelyken toegang. De invvooners wor- 
den gehouden voor veel moediger en 
onderneemender, dan die van Timor; 
en de Hollanders hebben reeds, meer 
dan een?, de droevige bewyzen van hun- 
ne wraakzucht en bloeddorftigheid on- 
dervonden. 

Daar zyn, op de kufl van TermanOy 
Merkwc- t^wee groote kJippen, 350 roeden van 
dige ivLi- jikanderen afgefcheiden; zy verbeel- 
den zich, datdeeze twee rotzen man en 
vrouw zyn , en dat het waarneemen van 
der zelver huwelyks-plichten , in den 
omtrek van Termano^ fterke (lormenof 
^waare aardbeevingen verwekt ; Een 

klee^ 



tn nahygekgene Eilanden. 89 

ileene rots aan den voet van die zy voor 
de vrouw aanzien, is zelfs volgens hun 
gedachten, uit dat zoogenaamde huw- 
lyk, voortgefprooten. 

Wanneer een Kaaiman een na- 
beftaanden van den koning, of van 
eenen der grooten van het Ryk, heeft 
weggehaald , kondigen zy den Kaai- 
mannen den oorlog aan, en maaken 
wederom met hun den vrede, mee 
even zoo veele plegtigheden , alsofzy 
meteen der nabuurige volkei en te doen 
hadden. 

Schoon zy een overvloed van ryfl; 
en gierll hebben, gebruiken zy dezel- 
ven niet voor hun dagelyks voedzel; 
zy kooken een zoort van ftroop, met 
fap, dat zy drukken uit de bloem van 
den Jager-boom (*), deeze ftroop, met 
water gemengd, ftrekt hun te gelyk 
tot fpyze en drank ; zoo ras een kind 
ter waereld komt, wordt hem dezelve 
reeds gegeeven , om er hem aan te ge- 
wennen. 

De Jager-boom is zeer gemeen op 
dit Eiland, dus kan een ieder zich van 

Ff 5 dee- 



t De Jager- boom Is een zoort vw F alm- boom. 



90 Befcbryving van het Eiland Tinmr^ 

deezen drank voorzien, die, in tyden 
van hongersnood of belegering , zeer 
dienftig is. Men heeft meer dan eens 
eene Negery een beleg , een maand 
lang, zien uithouden, zonder eenig 
ander voedzel dan te hebben. 

De Vreemdelingen, die hem" niet ge-^ 
woon zyn te drinken , raaken er van aan 
den afgang. Zy vveeten er ook een zoort 
van brandewyn van te ilooken, die, 
veel van arak heeft : en laaten ze ook 
uitgiften in ledige doppen van kallebaf- 
fen , waar in zy zekeren wortel doen , die 
hunne geile luften fterk opwekt. Dee-» 
zen drank noemen zy Laaro. Mannen 
en vrouwen gebruiken dien tweemaa- 
len daags ;hy zweemt veel naar denCy- 
der, die in Europa van appelen gemaakt 
wordt. 

Zy zyn groote liefhebbers van het 
drinken van bloed ; want , als zy een 
buffel of een varken Aagten , mengen 
zy van het bloed onder dien drank , 
en eeten verders het beeft , op eene 
flordige wyze;fnydende eenieder zoo- 
danig eenltuk, als hy noodig acht, om 
zyn honger te boeten , van den doo- 

den 



en riahy gelegene Eilanden. 91 

den romp , het welk hy , op een wei- 
nig vuur, gaar braadt. 

Ten Weflen van Rotty liggen ver- Het Ei« 
fcheidene kleene Eilanden , onder wel- '^ï^^^**' 
ken 5 dat van Dao het voornaamfte is. 
De anderen zyn van te weinig aanbe- 
lang, om er van te fpreeken. De in- 
wooners van Dao zyn de goudfinedeu 
van alle de nabuurige Eilanden , en 
fchoon zy bynageenendernoodige ge- 
reedfchappen bezitten, zyn zy ver- 
maard, om de netheid, met welke zy 
het goud bewerken. De geringfte in- 
gezeten draagt ten minften een gouden 
ketting om zynen hals. 

Het Eiland Savo , dat ten Well-Zuid- Het Ei- 
tveflen en vier en- twintig mylen van^^^*^ *^^»i 
Coupang afligt, word gerekend agt my- 
len groot , en drie en een halve breed 
te zyn. Het zelve is verdeeld in vyf 
Ryk jes , waarvan Timo het voornaamfte 
is , en welkers Koningen onder het be- 
ftier van onze Maatfchappye ftaan. Zy 
kunnen te zamen ongeveer vier duizend 
gewapende mannen op de been bren- 
gen. Het land is er niet bergachtig, en 
weinig met hout bewaffchen ; de Inwoo-. 

nerg 



pa Befchryving van bet Eiland Timor, 

nersjdie veel naar die vzxiRotty gelyken, 
behal ven , dat hunne vermaaken en vvel- 
lufligheden zoo onbeichaamd niet ge- 
oeffend worden , zyn wclgemaakt, en 
worden ook voor vernufciger en dap- 
perder gehouden, dan hunne nabuuren. 

Het land brengt veelryfl , gierfl , buf- 
fels en paerden voort; met deeze laat- 
ften dryven zy fterken koophandel op 
Coupang. Hunne huizen zyn allen ge- 
bouwd van jager-houc; en zy maaken 
dezelfde ftroop van dien boom , als die 
xdiViRötty'^ doch zy gebruiken die, met 
meer maacigheid ^en niet als hun voor- 
naam voedzel. Wanneer zy eene won- 
de hebben, leggen zy op dezelve nie^s 
anders, dan een-ftuk verfch fpek, dat 
zy dagelykfch verwiiTelen, tot dat de 
wonde geneezen zy. 
Wyic van Zy leggen zommigen hunner dooden 
^f^^^ ^^^;zittende in derzelver 2;raffl:ede , op eene. 

ningcn of 11. -* ^ - ^ 

Grooteninwyze, dat de km aan de knien raake, 
de ^^k^l^^^^^^ is deeze gewoonte een eerbe- 
|€iL wys onder hen; en wordt niet in acht 
genomen, dan voor eenen overleedenen 
koning, of eenen onderdaan, die, ia 
zyn leeven , groote bewyzen van dap- 
|)erheid gegeeven hebbe. 

Ia 



m nahygehgem Eilanden^ 93 

In de negery van Seba is eea zwaa- ByzondcJ 
re fteen , dien zy voor heilig houden. ^^ itccn. 
Wanneer zy iets met eede moeten be- 
veftigen , gaan zy naar die plaats , en 
doen den eed onder het aanraaken van 
dien fteen. Zy verhaalen , dat ver- 
fcheidene, onder het zweer en, zyn dood 
gebleeven ; en dat hy in tweën gebar* 
ften is 5 op zekeren dag , dat iemand, 
die vaïi overfpel befchuldigd wierdt , 
zich wilde zuiveren 5 door eenen eed > 
op den zelven te doen. Dit is zeker, 
dat hy gefpleeten is. 

Hunne lief (Ie fpyze is honden- ^py^«<^ 
vleesch; ook is het het dier i dat zy het 
meeft offeren , i\ gewigtige voorvallen. 
Men moet echter uitzonderen dié van 
't Rykje Liah , die , van de vrouwelyke 
zyde , afkomftig zyn van de Koningen 1 • 
van Timo , en geen hondenvleesch 
éeten , om dat zy zich verbeelden , dat 
wie hunner van het zelve at , ziek zou- 
de worden. 

pe Koning van Timo , van de manne- 
lyk^e zydé ajRkomftig, heeft veele voor- 
rechten, en ontvangt byzondere eere, 
als zynde de voornaamfle van het Ei- 
"■■'■' land., 



54 Befcbryvtng van bet Eiland JimOf i 

land 5 de jegenswoordige , Siehe ge- 
naamd, is een man van 75 jaaren, die j 
er reeds vyfcig heeft geregeerd , en 
altoos getrouw aan de Maacfchappy is 
geweefl. 

Ieder Ryk heeft een perfoon , die 
te gelyk priefter en uitvoerer van de 
Rechts -vonniflen is. Hy is het ook , 
die de ingewanden der dieren , wan- 
neer zy geofferd worden , bezichtigd. 
Hy draagt altoos, in alle groote plech- 
tigheden , éenen grooten faber , en wan- 
neer iemand ter dood ver weezen wordt , 
is het zyn pHcht , om de flraf-oeifening 
te verrichten. Uit hoofde van hunne 
bekende dapperheid , onderneemt het 
Hollandsch Opperhoofd van Timor 
niets van gewigt, of hy heeft twee a 
drie honderd Savoneezen in zynen diende 
Zy dienen hem vrywillig , om dat zy 
g-enoeg belooning vinden in den buit,, 
dien zy maaken; want natuurlyk zya 
zy tot roof en plundering genegen. 

Zy zyn even flerk gezet op hunne 
gouden vercierzelen , als die van RaU 
iy en Timor '^ de Grooten draagen EI^ 
penbeenen arm- ringen, en goudeii 



ift nahy gelegene Eilanden. 95^ 

hals -kettingen. De gemeenen gaan 
eenvoudig gekleed 5 en maaken hun 
raeefte werk van eenen fynen neus- 
doek, dien zy om hun hoofd flaan. 

Zy beflryken zich het lighaam mee 
ohën van weh'iekend hout , en vooral 
van den noot-muscaad , waar van zy 
veel werks maaken, en laaten, reeds 
op hun achtfte of tiende jaar, hunne 
tanden veilen , om die van gelyke groot- 
te hebben. De vrouwen draagen 
eenen gordel , om het lyf , van zwar- 
te of geel e koraalen , twaalf of veer- 
tien vaêmen lang^ 

Hunne wooningen zyn gemaakt, als 

die van Rotty ; maar zy onderhouden 

dezelven beter en zindelyker , gelyk 

zy ook minder haveloos , in hunne gan- 

fche leevenswyze , zyn. 

> 

Men plant, op dit Eiland, veel ta- 
bak , die er zeer wel voortteelt , en 
voor den beften van dien ftreek gehou- 
den wordt. 

Twintig mylen van Coupang ligt het^etEiiani 
bergachtig en onvrugtbaar Eiland Soj ^"^ ^' 



^6 Befcbryving van het Eiland Timor^ 

lor , dat agc mylen lengte heeft. Op 
La'waijang^ dat de voornaamlle Nege- 
ry is 5 hebben de Hollanders het Fort 
Fredrik Hendrik. De meelle Invvoo- 
ners , die langs ae kaften woonen , zyn 
van den Mahumedaanfchen Gods- 
dienft , fchoon zy weinig van denzel* 
ven weeten ; landwaards in , hebben zy 
er in 'c geheel geenen. Hunne huizen 
zyn gemaakt van bamboezen, die zeer 
menigvuldig op dat Eiland zyn. 

Daar is op Solor een ^root vertier 
van yzer, olipnants tanden, zyden 
patholen, en .andere doffen, welken 
de inwooners verruilen tegen flaaven, 
wasch, amber, vogelnestjes, oly en 
traan van visch^en andere produden. 

Zy zyn goede Zeelieden, ook moet 
de Koning van Lamakeira honderd vyf tig 
van zyneonderdaanen, ten diende van 
de Maatfcrtappy, te Coupang^ onderhou- 
den : En op de kuft van dit, en eenige na- 
buLirige Eilanden, is de villchery der 
Noord -kapers, die byna,op dezelfde 
wyze ,gefcjiiedt, als de Walvisfch-vis- 
fchery. Behalven dat zy er veel oly 
van kooken , hebben zy zomtyds het 
geluk, van een ftuk amber in de blaas 

van 



en nahy gelegene Eilanden. p? 

Van den noordkaper te vinden 9 die 
thans op eenen zeer hoogen prys is , 
om dat er de Solorcezen, \ zcaert ee- 
nige jaaren ^ de waerde van hebben 
leeren kennen, [n vorige tyden , 
lieten zy dezelven opkooken , en ge- 
bruikten het afkookzel , tot het Imee- 
ren van hunne vaartuigen. Zoinmigen 
echter werpen dezelven weacrom in 
zee , uit hoofde van hunne bygeloovi^- 
heid. 

Zy mËaken vooral veel weik> van 
oliphants - tanden , en in dezelven be- 
llaat hunne voornaarafte rykdom. Zy 
laaten zich die nadraas;en , als hun 
grootfle cieraad, wanneer zy een be- 
zoek gaan afleggen. 

Zy gaaii ook handis: om met den fa. 
bel, het fchild, de pyl en den boo?. Ve- 
len van hun kunnen het Arabisch lee- 
zen en fchryven. 

Aan de punt van het ,c;roöte Filand 
van Floris^ ten noord wellen xzv.Solör^ 
ligt de ncgery Lanntoeka^ die van cie 
zwarte Portm^eezen op 'lunor afhang- 
Ivk is. De Portuge^^^che zendelingen, 
//. Deel. Gg heb- 



98 Befchryving van het Eiland Timor 

hebben er veele Chriflenen gemaakt» 
Daar is dicht by deeze negcry, boven 
op een berg , een wel van warm wa- 
ter, die van eenen zwavel- en falpeter- 
achtigen grond omringd , en waar- 
fchynlyk oorzaak is van de aardbeevin- 
gen, die men er, van tyd tot tyd, ge- 
waar wordt. 

Die van Solor bedienen zich van het 
falpeter en den zwavel , die in hun Ei- 
land gevonden worden , tot het maa- 
ken van buskruid; maar vermits zy de- 
zelven niet wel weeten te zuiveren, 
noch te mengen , heeft hun kruid de 
kracht niet van het onze , en wordt al- 
toos vochtig, wanneer er flechts lucht 
bykomt. 

Daar liggen nog veele kleene 
Eilandjes, dicht by Solor, als /Jdena- 
ra^ Lomhen ^ Panter^ Ombaije en meer 
anderen , die niet onder het gebied of 
de beftiering van het Opperhoofd van 
Tinwr fuaan , en niet bezocht wor- 
den, dan door eenige weinigen, die er 
handel op dryven. 

Het Fi- Het laatfte Eiland , dat onder het 

U.^ ^"'^'' gebied der Hollanders ligt , is dat van 

Sumha^ dat 55 mylen lang en 12 breed 

is; 



I 



en naby gelegene Eilanden. 99 > 

IS ; hebbende het Eiland Floris ten 
Noorden, dat van Savo ten Zuid- Oos- 
ten , en ten Noord- weflen dat van Bima^ 
De meeften van deszelfs Koningjes wa- 
ren voorhenen onder de beftienng , of 
ten minflen leenmannen , van de Maat- 
fchappye ; maar behalven die van Ma- 
nielly , hebben zy zich allen aan die 
gehoorzaamheid onttrokken; en men 
heeft hen meermaalen , doch vruchte- 
loos , wederom onder dezelve zoeken 
te brengen. Dit Eiland wordt ook het 
Sandelbosch - Eiland genaamd , doch 
zonder rede; want, fchoon er dit hout 
wel groeit, is het er echter minder ge- 
meen, dan op Timor^ en met het zelve 
wordt geen de minfte handel gedreeven. 
Men zal ook veele moeite hebben , om 
de Inwooners tot het kappen der boo- 
men, over te haaien; omdat zy Hellen, 
dat de zielen der bverleedenen zich, in 
den eenen of anderen boom , herber- 
gen; en hen daar toe te dwingen , zou- 
de noch minder raadzaam zyn, om dat 
hun Eiland , uit de natuur zelve, zeer 
fterk 5 en het land bergachtig is. 

De Capas groeit er zoo overvloe- Kattocö. 
llig 5 dat men ze byna voor niet heeft. 

Gg 2 De 



loo SefcbryviAg van het Eiland Tmóf 

T)eEtideneezenj Boutomezen tr\ Maccas^ 

[aar en rui.enze tegen bJauw linnen , 

neubdoeken en gewcercn. Daar is ook 

een zandbank , ten wellen van het 

. zelve , waar de laaitgenoemden jaar- 

rai^-hf.lllyks Iripan konden villcben. Men 

geveerd viiidt tr Curd an^s de kullen , en zy 

wo^<i^' dry ven ook handci in llaaven. 

Er groeit op dit Eilard een boom , 
welks bail j^tfl:^agen en gedraaid, gelyk 
men de hennip doet , een aileriterklle 
zoort van touw geeft. 

De Landaart is er wreed, en zeer 
genegen 5 om tot wanhoop te vervallen. 
Zy lieemendikwe-f hetbefluit, om zich 
te verhangen ,• wanneer zy de minfte 
rede van misnoegen hebben. Voor het 
overige zyn zy hoog van geflahe, maar 
kwaaiyk gemaakt ; lafhartig in den 
kryg , en nooit ftaande voor fchietge- 
weer ; ten zy zy fterk verfchanfl lig* 
pen. Zy hebben gerne andere wape* 
ren , dan hunne piefen , fchüden en 
fabels, waar mode zy hardi'^ 7yp; ook 
zyn zy goede Ruiters. Zy hebben ee* 
ne menigte van pacrden, buffels , var* 
kens, en wild. Men heefc er, order 

het 



ên naly gelegene Eilanden, loi 

het gevogelte, Faifanten , en de Maléou 9 
cie op /imbon zeer bekend is; en een 
vogel mee eenen dikken bek , die de 
HolJanaers Jaar-vogd noemen , om 
dac men zyne jaaren Kent aan hec getal 
der knobbels, die bovenop zynen beK 
walïchen. ^*) 

De ZLiid-kuften van die Eiland zyn 
zeer fleil , en de zee zeer aiep; hei 
geen dj aanlandint^ van dien kant ge- 
vaarlyk maakt Aan ^len noordkant, 
vindc men,tuirchen de bergen, en wac 
diep landvvaards in , groote vlaktens 
van fyn zand , waarin noch boom noch 
ftruik groeien. 

(* ^ten zal meer dan eene ïoort van 2u!ke 
C'Ojtbckk'g: Vo^^b^uit de verhandelingen 
van dit Genootf.bii>» by vwvülg van tyd, 
Iceren kcnneu. 




G g 3 VER- 



Pag. 102 




VERZAMELING 


van 


i eenige 


TIMOREESCHE WOORDEN. 


Eén . . , 


. Efa. 


Twéé . . . 


Noua. 


Drie . . , 


Fenou. 


Vier . . , 


Naa. 


Vyf . . , 


Nima. 


Zes ... 


Ney. 


Zeven . . , 


Itou. 


Acht . . , 


Fanou. 


Negen . . < 


Scnauii 


Tien . . , 


Boiia ejja. 


Elf . . 


Boita ejfa mefja: 


Twaalf . 


' Boua ej]a noua ©r. 


Twintig . 


Boua noua. 


Dertig . , 


Boua Fenou. 


Honderd . 


Natou mcjfa. 


Duizend . 


Niffou. 


God, . . 


Oufi nenou. 


De Zon, . 


Nenou, 


De Maan, 


Founan. 


De Sterren, 


Fioun. 


De Aarde, 


Neyn. 


Het Vuur, 


Ayu 


De Donder , 


Nalotto. 



De 



VAN EENIGE 



103 



De Regen , . . . 
Warm, . . . 
Koud, . . . 
De Zee, , , 

Een Rivier , . . 
Een Eiland 5 . • 
Vifch, . . . 
Een Kaaiman, . 
Een Koning, . , 
Een Beftierder, 
Een Heer , . . 
Een Gem: man , 
Een Slaaf, . • 
Eene Vrouw, . 
Een Kind, • ^ . 
Een oud Man, . 
EenEuropeefch, 
Een Vyand , . . 
Een Vriend , . . 
De Dood, . . . 

jLélQK. , • • • 

Een Toveraar , . 
Een Wortel, . 
Een Boom , . . 
Een Blad , • . . 
Fruit, . . • 
Een Bofch , ♦ 
Betel, . . . 
Sirie, • • . 



Onhn. 
Manas. 
ManikL 
Tajp. 
Noé. 
Noujfa. 
Ikan. 
Ney bejfy. 
Ntky Sufa. 
Si/i maka toua, 
OejTu 
Atoni. 
Ate. 
Bifein. 
Liakalyko. 
Atopy nmaffi. 
Kafje mouiy. 
Méo- ouf. 
Auk bekenm. 
Maté. 
Nameen. 
Mnaani. 
Baaf. 
Au ouf. 
Haunau. 
Au f on a. 
Naffi. 
Poua. 
Manous. 
Gg 4 



Co. 



104 



TIMOREESCHE 



C0CO5 

Man;.^?<s-boom, 
L'iiioen boom, 
/\ardappelcn, . 
Tabak, . . , 
Lange Pqer, • 

ZOLIC, . . . 
Brandevvyn, . . 
Siroop vaiuoaak, 
Honin,^, 
Een VaarcuifT, 
Een Caroot, . 
Een Huis, . . 
Een Ryflveld , 
Water, . , 
IIouc, • , 
Een Paard, . 
Een Bnifel, . 
Een Varken, 
Een Ilund, . 
Eene Kat, . . 
l>ne Vogel, . 
Eene Geit, . 
Kvil, . . . 
Tirkfchkoorn, 
Vv^aJch, . . 
iSndelbont, . 
Eene iVliint, . 
Goud, . , 



Noa. 

Oupon. 

Moiiké. 

Lak OU. 

6haut, 

Omiors. 

AJaiJé 

? onak k Jft. 

Cony, 

Loni au. 

Piiauw oujl. 

TnuHW kaiyk9^ 

O ur,y. 

Aria eiiy. 

Euy. 

Au. 

Bekaft. 

EyjaL 

Faii> 

Apu. 

Meouk. 

Koiok. 

Bibi. 

Any. 

Pena^ 

Liling. 

Awneni. 

Lapea. 

TafiQnimanatoa. 



Zil- 



WOORDEN. 



JOS 



Zilver, . • 




Tanoni VonH. 


Koper, • . . 


Netimera. 


Yzer, • • • 


beft. 


Lood, • ♦ . 


Isloopens. 


Oly, . . • 


^'lina. 


Een Snaphaan , . 


Kenak. 


Kruid , . . , 




Oupa'<^ 


Een Sabel, . 




Sonmi. 


Eene Pie^c, . • 




jionL 


Eene Boog, * , 




Amt* 


Eene Pyl^ . • . 




Betas. 


EenSnoeinies, , 




Feria. 


Een Byl, . . 




Faany. 


Een Mes, . • 


, 


heft. 


Eeten, • . 




7aa 


Drinken , • 




Minum euy. 


Slaapen, . . , 




Toiipa. 


Kwaad, . . , 




Kana leko. 


Groot, . • , 




Naaek. 


Kleen, . • . 




Kalyko. 


Wit, . . . , 




Motitu 


Zwart, . . , 




MetofH. 


Rood, • . , 




Taffa. 


Geel, . ♦ ., 




Ouki. 


Groen, . . . 




Mate. 


;31aauw, . . , 




Itam* 


'^i 


w 


cj; 


J 


^j 


^ 


G 


g 


5 



BC< 



Pag« 107 
BESCHRYVING 

VAN HET 

EILAND 

BORNEO, 

voor ZO verre het zelve , tot nu 
toe, bekend is, 

DOOR 

M'- J. C. M. Radermacher, 

- §. I. 

xVjLyn oogmerk is niet te herhaalen, inleiding, 
't geen Valentyn (^) in zyne Be- 
fcliry ving van India , of S a l m o n , (^) 
in den Tegenwoordigen Staat van alk 
Volkeuy over Borneo^ en vele anderen ( c^ 
gezegd hebben ; maar aan den Leezer 
mede te deelen de nieuwe ontdek- 
kingen, welke ik gelegenheid gehad 
heb 5 te krygen , over dit Eiland , en die 

ilc 

(4) Zie het UI. Deel van den Druk iiz6, 

{b) 2ic het n. Deel van den Druk 1739. 

(c) By voorbeeld de Heer P r e v o t , in zyn€ 

Hiltorifchc Bcfcliryvinge der Reizen, 18. Dcei 

pag. 150. De Abt de la Por te, in den Nieuvre 

Eeiziger, 4. Deel pag. 86. enz. 



io8 Befchryving van 

ik meeft verfchuldigdben aan den Heer 
Willem Adriaan Palm, Koopmaa 
en Refident te Rtmbang. 

%. II. 

Gelegen- Het Eiland Bof neo ftrek t zich , van de 
^eid. yjgj. Graden Zuiaer- tot de acht Graden 
Noorder- breedte, en van 150. tot 158. 
Lengte: en is dus lang 187, en breed 
127 mylen. Doordeszelfslig^inge,ver- 
fchilt het weinig van deluchtllieekvan 
Java, als alleen daar in, dat het weinig 
bergen heeft, en doorgaans een modder- 
achtigftrand, 't geen zich, tot (2. en 15, 
mvien , en , op fommige plaatzen , meer 
landwaardsin,uititrekt Edoch 't geen 
verder landwaards in gelegen is , zou 
vruchtbaar zyn , indien de Inlander, 
door luiheid, niet liever zich ophield, 
met wat Goud en Diamanten te zoe- 
ken; om daar voor, van Java, het 
jioodig voedzel te krygen. Het middel- 
fte gedeelte van het ÈiJand beftaat in 
een zeer hoo^ en en wyd uitftrekkenden 
Kriftalyn-berg ; alzoo genaamd , om dat 
er eenmeenigteKriflal aan deszelfs om- 
trek gevonden wordt. Aan den voet 
Van dat gebergte | vindt men de groote 



bet Eiland Bornto. lo^ 

binnen-zee: en uit die zee komen alle ri- 
vi€ren,die het Eiland alom.Tie befproey* 
en. De ware Inboorlingen zyn de Bia^ 
Jos-, (^djookDajakkersgem^md^ die de 
binnelanden bewoonen : terwyl de 
Stranden bezeeten worden, door een 
mengelmoes vB,n Malr/ers y Javanen en 
Maccajfaaren. 

s. in. 

De Nederlanders zyn , in den jaare q^^^^. 
ï6o8. reeds gezeeten gevveefl:,te Z-ö/2* king der ' 
dac en Succadana : daar een zeker B l o e- E«i^opc«i 
MERTjalsRefident, zich toen onthield. 
DePortugeczen ^ zej^t de Abt Raynald» 
in zyne NiJIoire Pbilofophique et 
Poliiique y I. D. p. 177. hebben er 
zich reeds, omtrent het jaar 1526, wiU 
lenneftelen; vereerende aan den Vord 
eenige ftukken fraay tapyt. Maar 
dees , zoo hy voorgaf, vreezende , dat de 

man- 



(ij JacobJanze deRoi, in7"reReis "'^n %. t^ot; 
gedrukt in de Aanmerkln^sw^erdizt Voyapm 
jin folio, h' P. van der Aa te Leiden, n<»emt 
dezelve Ki4i;«. Deszelfs Reis'ogr behelft mceft, 
hc^ gecne hem dag*! yks is voorgekomen : en 
^:eft wcioig licht aan de LandbefcUryving. 



IIO 



Befchryving van 



mannen, in het tapyt geweeven, hem 
vervvorgen zouden , wilde de veree- 
ring niec aanneemen. Deze Landen, 
die, van oude tyden af, den Koning 
van Bantam toebehoord hebben , zyn 9 
door dien Vorft, in den jare 1778, aan 
de Nederlandfche Ooflindifche Maat- 
fchappye in eigendom gefchonken : die, 
hare Loge op Pontiana , tufTchen Lan^ 
dac en Succadana gelegen , heeft opge- 
recht. In 1706. hebben de Nederlan- 
ders reeds handel op Ba^y'ermafftngge' 
dreeven , en denzelven , tot vyfmalen 
toe, hervat. Doch, in den jare 1747. 
is 'er, de laatfte reize, poft gevat: en 
het uicfluitend verbond met den Vorft 
gemaakt, 't geen, zonder afbreekinge, 
tot heden toe ia ftandblyft; zynde de 
Vefting der Compagnie aldaar , Tatas 
genaamd. De Engelfchen zyn , eenige 
jaren, gezeeten geweeft, op Succada- 
na 9 tot in het jaar 1694; toen zy het 
in 't geheel verlaaten hebben. Op Ban^ 
jermajftng zyn zy , van het jaar 1 700 tot 
1706, op verfcheide reizen , gezeeten 
ge weeft; doch, in het laatftgenoemd 
jaar , is hare Lo^e afgeloopen : en zedert 
hebben zy Bormo geheel verlaaten^ 

§.1V, 



het Eiland Borneê. 1 1 1 

§. IV. Het Ryk van BanjermaJJtng 5^^^^^^^ 
is wel het grootfte van dit Eiland, en volkeren, 
ookhetvoornaamfte; door het verbond 
van den Vorft met de Ed. Compagnie, 
en door deszelfs fchoone Rivier, in 
welke Vaartuigen van 100. voeten kun- 
nen vlooten, diei2.tot 13. voeten diep 
gaan: moetende ,die grooter zyn , by Ta- 
baniauw^ aan den mond der Rivier, bly- 
ven liggen. De thans regeerende Vorfl: 
noemt zich Soefoehoenan Natahalam; 
doch heeft de Regeering aan zynen oud- 
ften Zoon , onder zyn toezicht , opge- 
draagen , met den naam van Sulthan Slee- 
man Schabidullach. Het Hof, dat, voor 
heen, te Cayoe-tangie^ zyn verblyf hield, 
is, zedert het jaar 1771 , naar Martha^ 
poera opgebrooken : alwaar de Soefoe- 
hoenan eene groote Stad heeft aange- 
legd, en eene zeer breede rivier laaten 
graaven , in twee deelen , verdeeld : en 
teffens den naam van Martapoera^in 
Boemie Kintjana , veranderd. 

, De Inwooners van die Stad 
worden begroot op . iSookopp. 

De verdere Steden en 
Dorpen , in dit Ryk , ge- 
legen, zyn de volgqnde: . 

Ca- 



tia 



iDeze zyn 
de plaat- 
een, land 
waard in 
gele^ren , 
en het Ma- 
fiomeda- 
ïiendom 
toegedaan. 



Befdryving van 

Ca^oetati-ie, wier Inwöo. 
ncrsnicn bcgrooc 

I ^P • - • 2ookopp, 
j Jat as, of Banjer- 

j ^H^^^ .2000:: 5 

tojien, of oud 
Biinjtr . . 
J-ekrompy en 

Panuwkée . 
< Bravnhaug 

BahouangAmaas^oi. 

^'(igara, . • 550^ 
Jknois Ampat gas 
CaljongCampang 2 00 ^ 
Amontey . 520^ 
/ Calona , , j^o^ 
IManapang . i2o;s 



lOOS 

5octf 

ICO- 

5c j 
40^ 



s 



En deze r-.^ 
langs het ^^olucque 

ftrand,oni | ^ , . 
de Zuid I Babenjouw 

VandüRi- / .,, 
Vier, en ) ^'^^^^^J 

mede door | Tambangen 



2OOlC0pp. 

140^ fi 



80^ 



Ma* 



het Mand Bornéè. 113 

Mahome- f 

danen be-< Takiefong - Sokopp, 
woond. L 

Verder weftwaaards van de Rivier 
vindt men de volgende: 

Sihangoê heeft 1000 Tjattjas. 

JByddjoy of Dajak katjiel heeft 50. 
Negeryen: en ieder derzel- 
ve een onnoemelyk getal 
Inwooners. 

Byadjoe^ of Dajak Bezaar j heeft 
734, Dorpen, welker me- 
nigte vanlnwooners al even 
onmogelyk zyn te bepaalen* 

Mandawee word bepaald 

op . • • ftookopp. 

Buiten duizenden 
van DajakkerL 

De Regent wordt 
genaamd Kjey Inge^ • " 

haij Soeradi Radja. 



n. Deel tïh 



114 Bef chry ving van 

Sampit wordt begroot op 400 kopp, 

Behalven de Da- 
jakkers ^ onder den 
Regent Kjey Inge- 
bay Soedi Ratta. 

Pamboang word geree- 

kendy^.ls Sampit 150^ $ 

En de Dajakkers 
als boven , Itaande 
dezelve onder Radeen 
Jaya. 

CotaRinginhegrootmm 

op . . 600^ c 

Buiten de Dajak- 
kers , welker getal 
onraogelyk is naar 
• te gaan. De Regent 
roemt zich Ratoe 
Cotta Ringin. 



Dus dit Ryk van Banjer 8540 Maho- 
medanen zoude uitleveren : ongeagt 
de Dajakkers , die alleen vele duizen- 
den uitmaaken. 

De 



iet Eiland Borneo. 
De 
gemeenfte Woorden^ 



nS 



IN HET 



BANJAREESj 



*sMorgen'svroeg 
's Avonds - - 
's Nachts - - 
Donker ^ 
Water - - . 
Zout • - - 
Peper - . - 
Padie, Ryll - 
Ik ... • 
Gy - - • 
Gezegd - - - 
Hy . - - 
Hy heeft gezegd 
Digte by - - 
Een graf - - 
Een longetje - 
Een Meisje - 



zyn de volgende: 

Efoeg Efoeg. 

Bagi Hita. 

Malang. 

Cadap. 

hnnjoe. 

Hoedja. 

Sahan^ 

Pannée% 

Cola. 

Inclieka. 

Oijour. 

Siedien. 

Otjour Siedin. 

Parah ParaK 

Pajlratban* 

Sie Boetoe. 

Sie Diang. 



En hunne levenswys en plechtigheden zyn, 
omtrend, gelyk aan die der andere Mahome- 
danen^ 

Uh % De 



Ii6 Befchryving zon 

De Loge der Maatfchappye ligt aan 
het uiteinde van de Negery Tatas of 
Banjermaffing y aan de weil-zydevan 
de Chineeiche fpruit ( doorden Inlander 
Claijang genaamd) even beneden de 
fpruit, die naar oud Banjer (ook wel 
Bmjermajjing genaamd) loopt: en be- 
ftaat in een vyfhoekig gepaliffadeerd 
Fort : aan de Rivier 5 of de ooft -kant, 
met drie, en, achter aan de land- of 
wefl-zyde, met twee bolwerken voor^ 
zien. 

De Handelwaren , in het Banjaree* 
fche vallende, beflaan uit peper, goud, 
doch gemeen van alloij , en meeft ftof. 
goud , diamanten , hand - en bind- 
rottings , vogelheftjes , eerfle zoort, 
wasch , flroomatten , Toedongs , Pe* 
dra del Por co , Bezoar , drakenbloed , 
yzer en kaymatten. 

Daar en tegen trekt dit Land weder 
flerk langwerpige agaatfteenen , in 
zoorten , roode agaate ringen , koraa- 
]en in zoorten , Chineefche waren , 
als , onder andere , grof porcelein , ru- 
we en andere zyde &c. amphioen 9 
doch ter fluik; alzoo de Keizer 't ge^ 

bruik 



het Eiland Borneo. 117 

truik daar van zeer fterk verbiedt ; ly- 
waaten en kleedjes van allerhande 
zoorten : en verder al wat J^va uit- 
levert. 

*t Gewicht is aldaar eene Matta bou* 
rong 5 doende drie derzelve een Ulaj 
6. Ülas een Maas ^ en i6. Maas een 
Ti kal y of once. 

Van Cotta Ringin^ verder noord- 
waards aan , komt men aan het Ryk 
Mattan ^ op i. gr. 15. min. Zuider 
Breedte: vervolgens sL^n Succadana ^ op 
o. gr. 50. min. Zuider Breedte, 

Verder noordwaards vindt men de 
rivier van Pontiana , die , met vele 
monden , onder de Linie , in zee valt. 

Deze rivier verdeelt zich , 7. a 8. 
mylen boven den mond, in twee fprui- 
ten. De zuidelykfle tak behoort on- 
der Pangerang Jofep , door de Neder* 
landfche Compagnie, in 1778. tot Sul- 
than van Safango en Pontiana verhee- 
ven 5 onder den naam van Sarief Ab^ 
iulla Rachman. Hy is een zoon van 
^en Pan^bahan van Mampawa^ en is 
Hh 3 ge* 



f i8 Bejchryving vm 

getrouwd met , doch nu gefcheiden , van 
deZufterdcs K( n.ngs van Banjermajfïfjg', 
Ratoe Sarib Anom^ bezictende hy Pon* 
tiana, geleden op NB c. o. gr. ao.min. 
en Sangauw of Sagango , op de zuider 
arm der r i vier , geiegen op o. gr. i o. min. 
NB«^^. Zyn Ryk ftrekt zich verre bin- 
nen lands LUC. By 'caanweezen van den 
Heer Palm , kwam er een zyner onder- 
hoorigen , de Konin^^ van Gascaro > 
wel honderd myJen landswaards gele- 
gen : in welk land eenige Pilaren 
gevonden worden , drie voet hoog en 
drie voet breed , met Europeefche 
Karafters befchreeven , waar van men 
de fi^^uren nog verwacht. De rivier 
heeft, aan den mond, 12. voeten; 
by fpring, 16. vbecen waters, zoo dat 
de Barquen en Chialoupen gemakkelyk, 
voor Compagnies Loge, kunnen aanko- 
men. 

By Pontiana^ heeft men 1 uuren tyds 
T)oodig,van den mond der rivier tot aan 
^e Loge. 

Pontiana en Safango geeven goud, 
tot 20. ropyen 't reaal, wasch tot 20. 
Rds. 't Picol ; vogelnefljes , paarlen 9 
fago 5 diamanten, tin en yzer. Daar 



het Eiland Borneo. 1 19 

en tegen zyn 'er allerlei levensmid- 
delen en lynwaten getrokken, doch 
voornamentlyk ryll: , waar van de 
Cooijang van 4500. fê. voor 4. Realen 
gewichts aan goud verkocht wordt. En 
hec Z0UC5 tot 25. Spaanfche Realen, de 
Coijang. De Thermometer blvft 'er 
van Ö2. tot 94. graden : en de regens 
en nevels zyn 'er, inde regen mouflon, 
menigvuldig. 

Landak is gelegen op den noorder 
tak der rivier van Pontiana^ omtrend 
17. mylen opwaards , op o. gr. 35. 
min. Nfit^^. 

Indenjaare 1608, heeft hier, reeds, 
een Refident van de Maatfchappye ge- 
legen. Nu onlangs , in 1778, is het 
weder onder derzelver gehoorzaam- 
heid gekomen. Zy heeft 'er, tot Re- 
gent , benoemd den Pangerang Saidja 
Nata. 

De koopman Palm , had gelegenheid, 
op zyne reize naar Landak , in de maand 
July 1779, de BiaJQOS oïDajakkers vol- 
komen naar te fpeuren , en zelfs de goud 
en diamant mynente bezichtigen: heb- 
bende hy ook het geluk gehad, op zyne 

Hh 4 te 



I20 Befchryving van 

te rug reize , de zoo verlangde groote 
zoorc van Orang Oetang te vangen. Ik 
laat hier zyn Journaal gedeeltelyk 
volgen. 

Ao. 1779. RELAAS van het voorge • 
vallene ^ geduurende de Reize 
van den Heer P a L M^ naar 
Léandak. 

Den 7. July des namiddags om 5. uu- 
ren vertrokken wy, nevens de 
Tommongongs , Mankot Boemie 
en Boesoe , die , als zendelin- 
gen van den Prins van Landak j 
herwaards waaren gezonden, 
met agt lange Praauwen of )ou- 
kons, naar Landak*^ neemende 
tot gezelfchap mede den Zoon 
van Sulthani'^m/, met naame 
Pangerang Cajjim : en , na dat 
wy, om 6. uuren, de Rivier 
Panhawan , en , kort daarna 9 
Poelo Anjoet (zynde een Eiland 
in 't midden der Rivier liggen- 
de , en omtrend een quart myl 
in zyn omtrek groot) beide ter 
rechter zyde, voor by waaren, 
maakten wy, ten p, uuren , onze 

^ ^ . vaar-^ 



bet Eiland Borneo. iit 

vaartuigjes in 't bofch vaft, om 
aldaar den dag aftevvachten. . 

Den 8. ^ - Met den dag onze reize ver- 
vorderende , pafleerden wy , om 
7. uuren QuallaTa?nbanga Qzyn-' 
de een Rivier, die, voor hyTrapy 
naar Mampauw a loopt) ter lin- 
ker zyde. Voorts zagen wy, 
dien dag, niets anders, dan on- 
toegangkelyke boffchen en wil* 
dernilTen, zoo wel als 

Den 9. ^ 5 Wanneer wy , op den mid- 
dag, SalatMadure^ en, kort daar- 
na , Qualla Jeloe , ter rechter zy^ 
de , voor by trokken, 

Den 10. s s Niets dan wilderniflen nog 
ziende, pafleerden wy,om9. 
uuren Qualla "Janouang , en , een 
uur daar na , Qualla Sanga , bei- 
den ter linker zyde. 

pen II. ^ ^ Nog niets anders, dan 
wilderniflen voor by varende , 
kwamen wy echter op 

Den 12. 5 5 met het aanbreeken van 

Hh 5 den 



i%!^ JBefcbryving van 

den dageraad,aan de zoogenaam- 
de -Lö^^wg^, or Tuinen, waar, 
hier en daar, een huisje van de 
wilde Biadjoos (lond. Wy gin- 
gen in eenige derzel ven , alwaar , 
zoo wel de Mannen als Vrou- 
wen, enkel met een kleedje, 
van omtrend een hand breed, 
voor haar ichaaraelheid , liepen , 
zynde voor het overige geheel 
naakt : zelfs de V^rouwen niet 
eens haren boezem bedekken- 
de. Zy booden ons meefl alle 
een handje vol ryft aan, waar 
voor wy hun bedankten, en , met 
eenigen Herken drank en hol- 
landfche tabak , befchonken; 
zy ongemeene liefhebbers daar 
van fcheenen te zyn.Om/. uuren 
's avonds kwamen wy aan de ou- 
deNegery , genaamd yeryieQvan 
waar de Pangerang zedert twee 
jaaren is verhuifd^ en wy ver- 
bleeven aldaar , dien nacht. 

Den 13. 5 5 's Morgens om 7. uuren 
vertrokken wy, van de oude 
Negery : voeren , om 9. uuren, 
d$ zoo genaamde Chineefche 

Cam^ 



het Eiland Borneo. ^ 123 

Campongvoorby, en kwamen, 
om half den uuren, byeenftee- 
nen rif, dat over de ganlche 
Rivier zich uiclpreidc, en voor 
niemand, zelfs niet met kleine 
Jonkens, bevaarbaar is, door 
de zwaare watervailen en klip- 
pen, welke men hier bejegent. 

Hier werden , aan alle de 
vaartuigen , drie en vier tou- 
wen , van wilde rottings ge- 
vlochten , gebonden , waar me- 
de men ons, door de klippen, 
naar boven haalde. Om 12. 
uuren kwamen wy aan de wo- 
ning van den Prins, alwaar wy, 
onder 't Salut van eenige Ka- 
nonfchooten , en 't fpeelen op 
Gambelans , wierden ontvangen : 
en , na het nuttigen van een 
kopje Thee , wierd ons , aller- 
naafl: zyn huis , een verblyfplaats 
aangeweezen ; werwaards ons 
de Prins zelf begeleide. 

De woning van den Prins 
is gelegen op eenen berg, iiZ* 
trappen hoog , op een uitftee* 

ken* 



124 Befchryving van 

kenden hoek , waar, ter rechter 
zyde , een rivier , die naar Mam" 
pauwa loopt, en ter Hnkerzyde 
mede eene rivier ^ die in 't 
Klakkatte uitkomt , voorby 
ftroomen : zynde beide deze ri- 
vieren mede vol van groote 
klippen , welke dezelve , voor 
groote Jonkens , onbevaarbaar 
maaken. Aan den overkant van 
deze rivier ligt , op iederen 
hoek, een berg; zoo dat geene 
Mogendheid in de Waereld in 
ftaatis, hem hier uit te haaien. 
Ook bevinden zich, op 'sPrin- 
cen Baltery , buiten eenige 
kleine metalen Stukjes, twee 
achtponders yzeren Canons : 
zynde 't eene, met het Amfter- 
damfch Compagnies Wapen, en 
't andere, met het Deenfche, 
voorzien. Doch hoe zy die bo- 
ven op de berg hebben gekree- 
gen, kunnen wy onmogelyk be- 
grypen, van wegens, de aan- 
merkenswaerdige fleilte. 

De Kleeding der Landakkers 
i$ even gelyk, met die der Ma- 

ley-» 



het ^ Eiland Borneo. t25 

leyers. Dan hunne Vrouwen , 
ja zelfs die van den Pangerang 
Sitja Nata , gaan alle , tot on- 
der den navel toe ; bloot draa- 
gende echter een ordentelyk 
Kleedje , om hun midden. 

Den 14. ^ ^ gingen wy , verzeld van deri 
Prins van Landak , de Goud-en 
Diamant - mynen bezichtigen : 
en lieten , in onze tegenwoordig- 
heid , het Goud uit den aardbo- 
dem haaien. 



Dus verre het verhaal van 
den Heer Palm. 



Verder Noord waards , het Strand voU 
gende, vindt men Mampauw a^, ftaan- 
de onder den Panombahan Moefanoel 
Madrie. Edoch die heeft de Regee* 
ring overgegeeven aan zynen Zoon 
Cufly Maasy die nog vier Broeders 
heeft. En de Onderdaanen van elk 
dezer , maaken tuflchen de 1 000. a 2000. 
Tjattjars uit. 

Satn* 



126 Befchryvin^ van 

Sambas , onder een Sulthan , wiens 
naam aiy onbekend is. 

Klakka , onder Pangèrang Kaya. 

Mokka ^ onder Pangerang Diepa. 

De menigte van Inwooners dezer 
drie laatlte plaatzen is nog niet geblee- 
ken. Men zegt ^ in het algemeen y dat 
derzelver petal riet groot zoude zyn , 
buiten de Dajakkersof Bergvolkeren. In 
d'*t R vk val len Goud enDiamanten; maar 
in zoo ee'^e menigte niet , als in dat 
va. Banjer: ook Rottings, Wafch &Co 
De Waven, aldaar getrokken , zyn al- 
lerhande Javaanfche Produélen en Ly- 
waten , in zoort. Doch het is thans 
niet raadzaam ^op die plaatzen, te han- 
delen ; alzoo verfcheidene onverge- 
noei^de Vorften , als Radjie Had/ie , 
een Riouw fch Prins , Pangerang Oesoep^ 
een Palemban^fch Prins , en anderen 
meer, zich aldaar onthouden; en meefl 
van den Zeeroof leeven. 

Van Mokka tot Borneo zyn nog eene 
menigte van Negeryen , waar van de 
namen onbekend zyn: en die door 
Heidenen bewoond worden* 



bet Eiland Bórne^^ 127 

Borneo is het Noordelykfte Ko- 
ningryk van dit Eiland; en het ftaat 
onder eenen Sulthan, die 'er zyn Hof 
houdt; en, onder wien, nog ftaan de 
kleine V'orften wan Mokka ^y Seribas y 
Klakka , en Palo. 

Op deze plaats wordt een voordeeli- 
ger Handel gedreeven. De Produélen 
,^yn Paerlen , Vogelneftjes , Wafch, 
]Slaaven, Ryft en Kampher. De Bor- 
neofche Kampher is de allerbelle, en 
daarop volgt de Sumatrafche van Baros, 
welke beide y als een zuivere Gom, uit 
eenèn, tot noch toe onbekenden , boom 
tyfert. Van de Borneofche wordt ,:jaar- 
lyks, omtrent 35. Picols van 125. pon- 
den, tot 3200. Ryksdaalders, verkocht: 
en , van de Sumatrafche , 20. Picols tot 
2200. Ryksdaalders. Doch de Japan- 
fche , die uit de Bladen van een zoort 
van Laurierboom gekookt wordt, geldt 
niet meer, dan 50. Rds. het Picol. CO 

De 



#) De Heer P 4 y n a , reeds aangehaad, vergift 
zich omtrent de Kampher t want hy zegt , in het 
I. Deel p. 2 3<S. dat dexelve uit hout gekookt 
wordt» en dat het pond acht honderd Livret 
koft; dat Toude lyn 166. Rds. en dus het Pfe 
col Rds. t07So; 't geen ongerymd i%^ 



128 ^efcbryving van 

De koopwaaren , aldaar getrokketi > 
zyn Tin , Ly waten in zoort , en Javaan- 
fche Produólen , uitgezonderd Ryft. 

De Sulthaii Van Borneo is vry prach- 
tiger , en meer gevreesd , onder zyn 
Volk , dan die van Banjer: maar ook ge- 
trouwer aan zyn woord en zyne vrind- 
fchap , volgens het getuigenis van ee- 
nige Engelfchen , , die er , met kléene 
Scheepen , weinige Ly waten , voor Pe- 
per, verruilen. 

Tuflchen Borneo en Tidor liggen 

Baïangan , dat onder eenen Prins 
van dien naam ftaat; en wat verder, 

Barottw , alwaar een Sulthan regeert. 

De hier vallende Waren zyn Vo- 
gelnesjes , Tripangs , Wafch en Karret. 
Die hier getrokken worden, zyn Jai* 
vaafche Produélen in zoort, en grove 
Lywaten. Hier na volgt 

Dannuar^ 't geen onder eenDato ftaat, 
die ^^^/«i^ genaamd is; en verder 

' Sa-: 



het Eiland BormOé 129 

Samoeantee , onder Dato Tonmongong : 
van daar komt men op 

Cotee , daar een Sulthan regeert, 
onder den naam van j4d/ie Oemoet. 

Ook liggen 'er , tuffchen deze twee 
laatfte plaatzen, nog veele dorpen, 
waar van de namen onbekend zyn! 
De waren, zoo wel die hier vallen, 
als die er getrokken zyn , zyn de 
zelfde , als die van Borneo^ Hier van 
dan komt mea op 

^ipparkarrangy ftaande onder Sulthan 
Thoea; en van daar éindelyk op 

Pajjier^ 't geen het laatfte Koningryk 
is: en thans onder de regeering ftaat 
van Sulthan Annom. 

De Handelwaren, die hier vallen,, 
beftaan in Goud, Vogelneftjes, Wafch 
en Bindroctings* Paar en tegen zyn 
hier getrokken allerhande Javaanfche 
Produélen, in zoorten. 

De inwooners van PaJ/ier zyn zeef 
weinig in getal ; dewyl ze niet in ftaat 
zyn, de Soegineczen ^(^die zich meefter 
van de rivier , en dus van den handel 
gemaakt hebben) uit hun land te wee- 
ren. Deze Fotgineezen zyn thans zon- 
der Hoofd: zynde het zelve, met na- 
//. Ded. li me, 



Ï20 Befchryving van 

me 5 ^doe , naar Poelo Laiit vertrok- 
ken, met zynen aanhang, daar liyzich 
fchynt tenellelen. V^an hier komt men, 
verder Zuid-Weflwaards aan, op 

Simpanaban , onder Pangerang Praho 
flaande. Hier valt niets , dan weinige 
Vogelneftjes en Stroomatjes: en hier 
is niets getrokken, dan levens-midde- 
len . De inwooners zyn weinige. Van 
hier tot den hoek van Salatang^ behoort 
alles onder den Koningvan Banjerma^-^^ 
Jifjg'i zoo wel als de groote en kleine 
JPoelo-Lauts. 

5. V. 

Biadjooj; Het Land van Borneo heeft, inwen:? 
'dig, zoo 't fchyrit, geene ryken ; maar de 
Bergvolkeren komen , met hunn pro- 
duélen of negotie, naar denaaftbyge- 
legen flranden , ter markt. 

B I A D J O O S, 

of 
Dajakken. 

I. Deze Biadjoes^ die eene groote 
llreek lands, beweften de Banjerfche 
rivier, en binnen lands bewoonen, zyn 

zeer 



b(t Eiland Bornto, 131 

zeer ryzig van gcftalte en welgemaakt. 
Hunne vrouwen, welke zy nooic naar 
Banjer medevoeren, zegt men, dat 
fchoon en blank zyn. De mannen be- 
fckilderen zich met allerhande fi,ö;uuren, 
bydeheidenfche natiën van dienoord, 
en om den Ooft van Indië , gebruikelyk. 
Zykomen,cei»^//yer,Goud5Bnidrotr:ngs 
en Ryft verkoopen; waartegen zy we* 
der medeneeai^n eenige Chineefche 
grove kommen en pierinis, koperen 
en aarden watcrpotcen , of tampayangSj 
waar op de figuuren , by hun in achting , 
als Draaken, Slangen, &c. van buiten 
te zien zyn. De lywaten, by hun in 
fleet, zyn Karrikams^ groote rooda 
Sourats.Moerisbmin en blaauw,katoene 
Patholen , Balyfche kleedjes , Chineefch 
en Javaanfch linnen, en wat glazen 
koralen. 

2. By het verloflen hunner vrouwen, Geiooite. 
Ipeelt de man voor vroedvrouw, zon- 
der dat men 'er andere ceremoniën 
waarneemt , dan dat een zeker be- 
zweerder, genaamd Balian^ onder het 
zingen en het flaan op een Gindang , der 
kraamvrouw eenige medicyn toereikt* 

3. Als een Jongman eenige neiginge 
voelt voor een meisje, zend hy een Trouwen* 

li 2 vrouws- 



132 Befcbryving van 

vrouwsperfoon derwaards , om de doch- 
ter, van hare ouders, te verzoeken. 
Edoch geene vrouw of jon^e dochter 
zal hem toegang vergunnen, indien hy 
niet eerft iemand den kop aigellaagen, 
en daar door blyken van .dapperheid 
gegeeven hebbe. Als de toeltemming 
verleend is, brengt de vryer, in per- 
foon, een llaaf of llavin , twee kleedjes 
en een waterpot, op welken de figuu- 
ren , by hun in achting, geteekend ftaan, 
tot een gefchenk aan zyne aanftaande 
bruid. De bruiloftsdag verfcheenen 
zynde, richten beide, bruid en bruide- 
gom, ieder afzonderJyk, eenfeeftmaal, 
ten hunnen huize, aan: nawelkfeeftde 
bruidegom, in Itatie, naar het huis van de 
bruid, wordt w^edergebragt; alwaar hy, 
aan de deur , een der vrienden vindt , die 
hem , met het bloed van een geflagten 
haan, beftrykt: zynde de bruid met dat 
van een geflagt hoen beftreeken.Zy gee- 
ven malkanderen , daar op , de bebloede 
handen : maar wanneer zich het bloed,te 
verre, verfpreidt, houden zyhet voor 
een kwaad voorteeken. Waar na de 
nieuwgetrouwden by den anderen bly- 
ven; en deze plegtigheid, met een an« 
der feeftmaal , beflooten w^ordt. 

4* Als 



het Eiland Borneo» 133 

4. Als een man zyne vrouw, door sterfgc^ 
den dood, verlooren heeft, kan hy ook vallen. 
niet hertrouwen, of hy moet, vooraf, 
iemand van eene andere natie het hoofd 
hebben afgeflaagen; om daar mede te 
kennen te geven, dat hy den dood van 
zyn overledene vrouw gewrooken heeft. 

Het lyk wordt in eene kifl gelegd , en Begraven 
zoo lang in huis bewaard , tot dat de^^^^^* 
zoon , vader , man of naafle bloedver- 
want eenen flaaf gekocht heeft; (het 
welk menigmaalen wel een jaar aan- 
loopt) w^eike flaaf dan, op den dag , 
waanneer het dood lighaam verbrand 
zal worden , moet onthoofd worden , 
om den overledenen, als een flaaf, inde 
andere waereld , te dienen: gelyk dat 
ook, aan dien ongelukkigen dienfte- 
ling, zeerfcherp wordt aanbevoolen, 
eer men hem flagt. De afTche van het 
verbrand lyk wordt vervolgens in een 
w^aterpot (hier voren befchreeven) 
bewaard: en die pot wordt dan, nevens 
het hoofd van den omgebragten flaaf , 
in een klein opzettelyk daar toe ver- 
vaardigd huisje , of eene tombe , als in 
eene begraafplaatze, bygezet, 

li 3 S* Zy 



134 Befchryving van 

Huiien. 5- -Zy woonen , ganfche familien met 
hunne flaaven , zomtyds tot roo. perfoo- 
nen , in een huis. Ilunne woningen , 
die van planken zyn , hebben geene ven- 
fters, noch vertrekken; niets anders, 
dan een klein hokje, 't geen, tot eene 
flaapplaats, afgelchooten is. Zy bran- 
den weinig of geen licht , zich verge- 
noegende met eenen Dammer te ont- 
fteeken ; die hun , niet langer dan tot 
8» uuren, 's avonds verhcht. 

Gods- 6. Zy zyn gansch niet ontbloot van 
dienft. de kenniffe van een Opperwezen , 't 
geen zy, onder den naam van Dcwafta^ 
aanbidden: en die, naar hunne ge- 
dachten , niet * alleen , hier boven 
woont ; maar van wien zy ook geloo- 
ven , dat hy de waereld heeft gefchaa- 
pen , en de zelve nog beftiert en on- 
derhoudt. Waarom zy, van dezen De- 
watta, ook hun geluk en voorfpoed af- 
fmeeken. 

Jagt op 7. Als iemand op de jagt wil gaan , 

Menichcij. ^^ ogn kop of kcppen te zoeken , geeft 

"^^^"* hy daar van kennis aan zyne vrienden 

en magen, die zich met hem daar over 

beraadllaagen , en hem , in perfoon , met 

hun- 



het' Eiland Borneo. 135 

hunne verpandelingen en flaven , ver- 
jezelfchappen , en dus naar de rivier 
van Banjer^ in ftüte, afzakken. Daar 
gekomen zynde, loeren zy gemeenlyk 
op een klein viflchers bootje; iiet geen 
zy dan, by nachte, overvallen, of, ook 
wel by dag, weecen te verrailen: wan- 
neer doorgaans een of twee van die 
ongelukkige Banjareezen het flagc- of- 
fer hunner moordlufi; worden. Als 
een Dajakker een kop geveld heeft, en 
dien thuis brengt, verheugt zich de gan- 
fche negery daar over ; en elk toont , het 
zy man of vrouw , oud of jong , zyne 
vreugde, voor dien gevelden kop. Aan 
het huis gekomen zynde , wordt hy , 
die den kop heeft verooverd, van een 
ieder befchonken. Dan wordt *er ge- 
danft, doch 5 alvorens, worden 'er 
Gommen (*), in eene lange rye, voor 
het huis , op den weg , geplaatft ; daar de 
overwinnaar, met den kop in zyne hand, 
langs voort moet gaan : wordende hy, 
door alle de daar zich bevindende 
vrouwen , al danffende , ingewacht. 
Aan de deur genaaderd zynde , vindt hy, 
aan het einde van de gommen, een kus- 

li 4 fen 

" ' " ' I ' ■■! I . I lift 

(*) Gom is een koper fpceltuig ' 



136 Befchryving van 

fen gcplaatfl 5 daar hy op gaat zitten ; 
wanneer hem de kop , door de vrou- 
wen , wordt afgenoomen. En dan 
wordt 'er gegeeten , en de afgeflaagen 
kop, met eeten, in den mond gewree- 
ven, en drank daaringegooten; en dus 
Bygeioo- boven aan den zolder opgehangen, 

vigevoor- 

bereidze- 8. Wanneer zy zich op reize zullen 
hunne^^ begcevcn 5 of een togt onderneemen, 
togtcn. om de Banjerfche koppen te gaan zoe- 
ken: roepen zy vooraf de kuikendieven, 
met gezangen en het ftrooien van ryft, 
op den grond; zpo lang, tot dat 'er een 
voor den dag komt : het welk veeltyds 
a. of 3. dagen aanloopt, eer zy er een 
zien opdagen. Als deze vogel nu rondom 
hen heenen zweeft , en zich , in de 
lucht opvliegende , verlieft ; of wel 
naar dien kant heenen trekt , daar zy 
naar toe willen ; dan is het een geluk- 
kig voorteeken; en de reis wordt, met 
een goede hoop, ondernoomen. Doch 
als deze vogel , een anderen weg, henen 
vhegt, ftaaken zy hun voorneemen, en 
zien van de reize af, tot op eene andere 
gelegenheid. 

Regec- ^ ^ 

i^ings- p^ j3e Biadjoos hebben byna geenen 

Regeeringsvorm; veel minder een ige 



bet Eiland Borneo. 137 

gefclireevene wetten : maar het wraak- 
oefFenen wordt, by hen, zeer ftiptelyk 
waargenoomen. Iemand van dieffïal 
befchuldigd zynde , zonder dat het , met 
genoegzaame getuigen, kan beweezen 
worden , wordt geroepen , voor de Oud- 
ften : die den befchuldigden dan , zoo 
wel als den aanklager, onder handen 
neemen: zettende een pot, waar in zy 
water en asch doen ; en waar op zy dan 
eenftukjehout5enop dat hout twee ko- 
perenpitjes liggen, dwars over den pot 
henen. Dit gedaan zynde, doen zy de 
beide partyen zweeren : waar na zy 
het ftokje omkeeren , zoo dat de pit- 
jes in 't water vallen. Vervolgens doen 
zy den aanklaager en beklaagden , ieder • 
naar een van die pitjes ? zoeken , tot dat 
zy 'er ieder een gevonden hebben. 
Wiens pitje dan , door de asch , wat 
gefchuurd of blank geworden is , die 
wordt geoordeeld, eene rechtvaerdige 
zaak te hebben, en hy wint het Proces. 

10. Als een getrouwde vrouw over- overfpdi^ 
fpel begaat , en de man daar achter komt, 
zal hy den echtbreeker niet aanranden : 
ïieen ! hy zoekt een , twee of drie van 
deszelfs flaaven te vermoorden : en dan 
is daar mede die fchande geboet. Doch 

li 5 de 



138 



Befchryvi/ig van 



de vrouw worde , meelt met woorden , 
en ook wel eens mee flagen, gekaftyd. 
Maar wanneer de man zich van zyne 
vrouw wil laaten fcheiden, behoudt hy 
hare klederen en cieraden : en hy doet 
haar nog , daar en boven , eene boete 
van 20, 25. of 30. Spaanfche Realen aan 
hem betaalen : en dan mogen zy beide 
weder trouwen: zynde de veelwyve- 
ry by hun onbekend, 

Zvn den ^^' -^^^^ ^^^ Sulchan van Banjer , 
Suithan dien zy voor hunnen vorft erkennen , 
7^" ^^^j^_ betaalen zy jaarlykseene geringe fchat- 
aanig. ting, van 20. Realen zwaarte , aanftof- 
goud. 
Eeni# ^^' ^^ ecnig denkbeeld van hunne 
Woorden byzondere taaie te geeven , laaten wy 
^ol ^^^'^'hier deze woorden volgen. 



Koeman^ . 
Betiro , 
Bangoen , • 
Mananjong , 
MambiJJe , 
^pun , . < 
^udo 9 
Tattongy , 
Baadjangf 



Eeten, 

Slaapen. 

Waaken. 

Gaan. 

Vaaren. 

Vader. 

Moeder. 

Overgrootvader. 

Een Hartebeeft. 



bet Eiland Borneo. 



n 



Een Varken, 
Een Buffel. 
Een Vis. 
Water. 
Viim\ 
Ryft. 

Padie C*). 
Goeden dag. 
Morgen ochtend. 
Goeden avond. 
's middags. 
Dood. 



Baboey , . . 
Kr e-wou , . • 
Laauk , . 
Dannom , . . 
^poey, . . 
Bebas , 

Pany , . . 
Horay , . 
Horangkoot -i . . 
Havilo , . 
Hiro^ . . • 
Matee j . 

13. De Heer Palm zegt, dat hy 5 in „„^„^ 
zyne reize na Landak , aan eene woo- morfig- 
ning der Biadjoos kwam , waar wel ^^^^' 
honderd te zamen , in een huis , logeer- 
den. Deze menfchen (tonden alle rond- 
om, om hem te bezichtigen, als heb- 
bende nooit blanken gezien. Hunne 
woning was met kleine vertrekken voor- 
zien,hangende,meeft voor alle de deurt- 
jes , een menfchenhoofd : ja zy von- 
den 'er zelfs onder 5 die nog geen vier 
dagen oud waren , en waar de zappen 
nog aanhoudendlyk uitliepen : 't geea 
zulken onverdraagelyken ftank en ake- 

Mg 



t*l Padie is Ryft in d« bolfte 



140 Befchryving z'an 

lig gezicht uitleverde, dat onze reizi- 
gers Ichielyk weder te rug keerden. In 
een der huizen van de Biadjoos , aan den 
wal (lappende, zagen zy de Itukkenvan 
een kaaiman , op de laiiteezen , of latten , 
te droogen liggen , het geen die men- 
fchen voor eenc groote lekkerny hou- 
den; gclyk ook liet vet van dit dier , 
't geen zy, in bamboezen, zonder ee- 
nig zout, bewaaren. Het gaf zulken 
vvalgelyken ftank , dat zy meenden 
flaauw te worden , en daarom , ten 
eerflcn, vertrokken. 

§. VL 

Dieren, 

or.ng In de befchryving der dieren , komt de 
octsng. Q^^fjg Oetang voor alle anderen. In Ooft- 
Indie valt dezelve, alleen op het Eiland 
Borneo : de kleine zoort is , door den 
Heer V o s m a e R,volmaakc befchreeven 
enafgebeeldini778.zyndevolgenshem 
de&^jTw^ van LiNN^us, en(^)de 

Orang 



{a) De eerftc van die zoort, die bekend is, kwam 
uit Congo', dezelve was zoo groot als een kind van 
drie jaren. Hy is door T u t p befchreeven , na dat hy 
aan den Prins van Orange Frederik Hen Di- 
jt i k ; was precnt gedaan» Zie Hijforifche Befihryvh^ 
iltr Riiun f in 4t9. y 1I« de Deel. pa^. jió8* alwaar de 

Z«Vq 



het Eiland Borneê. 141 

Orang Oetang van E d w a r d s. Deze 
kleine zoor t vindt men, op Banjer mas- 
ftng^ zomtyds, dog meer o^Manpaiijpa 
en Landak. Ik heb 'er , geduurende myn 
verblyf in India , wel vyftig gezien , 
maar nooit hovende 2I voet langs. Die 
in het Kabinet van het Batavtaascb 
Gemotfchap , in geraamte , ftaat opgezet, 
is lang 2 voeten 4 duimen, De groote- 
re zoort, die door den Heer DE BuFFON, 
naar verfcheideauteuren, van de groot- 
te van een Mensch , befchreeven is , 
heeft men , zedert langen tyd , voor eene 
harffenfchim gehouden. En milTchien 
was dit nog lang eenraadzelgebleeven, 
indien de Koopman en Refident van 
Rembang Palm, in zyne te rug reize 
van Landak naar Pontiana , dezelve niet 

han 



zelve ook Giuojon Morro , Mandrei , en ook Boggo ge- 
naamd is. üven bevorens fpreekt de Auteur van twee 
dieren , die in Cong$ vallen , en alleen in grootte ver- 
fchillen. Het kleinftc word Enjokko , ook P'tgmee , 
en Pongo dooder genaamd. Het grootfte , dat Chinm- 
fanzee en Pongo genaamd wordt, was twee voeten 
vier duiiBcn hoog, en werd, in 1738. te Con^o ge- 
vangen. De figuur daar van is als van een mensch: en 
dus is het niet onwaarfchynlyk, dat het de Chiam- 
panzee is, die in 1744. te Parys te zien was ; en die 
door den Heer Vdltaire , in zyne Melanges di Literature , 
befchreeven is, onder den naam van Ie Maure Blam 
•ï Alhm van Uart^ó^ een witte Neger was. 



142 Hefcbryz'ing van 

had refchooten, en, in liquor^ naar 
Batavia overgevoerd, van w^aar dezel- 
ve^ door het Batavtaascb Gefjootfchapy 
aanftonds aan den HeerA. \ osm akh, 
voor het kabinet van zyneDooriuchtige 
ï loogheid , naar Nederland is gezonden. 
De Heer Palm fchreef my, in dezer 
voegen: 

„ Ilier mede bekoomt Uw Edele ^ 
5, tegen alle verwachtinge, (alzoo ik,^ 
voor lang , meer dan honderd du- 
katen aan de Borneoërs en Ban ja- 
reezen geboden had , voor een O- 
rang Oetang van 4 a 5 voeten) ee- 
nen, dien ik, des morgens omtrend 
8 uuren in 'tviïier kreeg. Lang heb- 
ben wy bezig geweeft , met aller- 
hande middelen uit te denken, om^ 
in de diepfte wildernis , omtrend 
halver we^^n Landak^ dit verfchrik- 
55 kelyk gedierte levendig te vangen. 
Zelfs hebben wy , dien dag , om 
geen eeten gedacht , om hem maar 
bezet te houden: tefFens zorge draa- 
gende , dat wy , van hem niet, geraakt 
wierden ; tervvyl hy , onophoudelyk ^ 
zwaare ftukken hout en groene 
takken afbrak , en ons daar mede 

,9 fmeec 



99 

5> 

59 
55 
55 



55 
55 
55 

5» 
55 
35 
55 



het Eiland Borneo. 143 

„ fmeet. Dit fpel duurde tot in den 
„ achtermiddag, om 4 uuren; wanneer 
5, wy beflooten , om hem den kogel te 
„ geeven: 't geen ook my, zoo wel 
5, gelukte 5 en beter , dan ik nog im- 
9, mer naar een fchyf gefchooten heb: 
„ want de kogel ging juift in de zyde 
,; en in het bovenlyf , en dus is het 
5, dier weinig gefchonden. Wy brag- 
„ ten hem nog levendig in de praauw, 
„ bonden hem 5 aan de ftylen van de 
5, kaaimatten , die ons tot cene tent 
„ dienden: alwaar hy, in denmorgen- 
5, ftond 5 aan zyne bekomene wonde, 
,5 overleed. Geheel Pontiana liep 
•5 myne barcq af, toen wy,met ditge- 
55 drogt, aankwaamen, om het zelve 
5^ te zien. Dan ik heb my genood* 
5, zaakt gevonden , hem te openen , en 
^ het ingewand er uit te neemen. Hy 
5, is 5 van den hiel tot deheupe, 
„ lang 2 1 , van de heup tot de fchouder 
5, 2 1 5 en van de fchouder tot de kruin 
„ van het hoofd 7* of famen 49. dui- 
j, men. De dikte van den buik is 49J 
5, duim , en die der armen , boven den 
55 elleboog, 157 duim." 

Op Batavia was dezelve wat inge- 
krompen , door de fterkte van den 

Arak: 



144- Befcbryving van 

Arak : de Heer van W u r m r , zal 'er 
in dit Deel iets nader van belchryven. 
Men vindt ook, op BorneO'^veeïe zoorten 
Vreemde van Apen ; waar onder een , Cabau ge- 
^^^"' naamd, rood van kleur , met eene lan- 
ge lel 5 als een kalkoen, aan de neus , 
dien hy vaft houdt , als hy , van den 
eenen boom naar den anderen, fprin- 
§en zal. 

$. VIL 

Planten, Men heeft er, tot heden toe, geene 
zonderlinge planten ontdekt. 

§: VIII. 

By het bearbeiden der Diamant- 
Diamant- jpiyj-jgj^^ is veele oplettenheid van noo- 
^^^^^ (Jen, om de plaats eerfl uit te zoeken, 
daar men graaven wil. Men kan die 
kennen , aan zekere keiselfleentjes , die, 
op de oppervlakte van den grond , ge- 
vonden worden, en gew^oonlyk zwart 
zyn : en verder aan de geele fleenach- 
tie;heid van de aarde.jDoch, om noch ze- 
kerer , hier in , te w^erk te gaan , gebruikt 
mende Bergvolker en, daar om ftreeks 
woonachtig , welke zy Malem noemen ; 

en 



héf Eiland Borne9. 145 

en verzoeken die , hun eene goede 
plaatze aan te wyzen: voörgeevende, 
dat die menfehen de weerfchyn, of de 
dralen der Diamanten , op zekere ty- 
den , kunnen zien uit den grond op- 
gaan ; als om vier uuren des morgens , 
om twaalf uuren des middags ^ en om 
vier uuren des namiddags: die hun dan, 
zonder de minfle voorbetalinge , zul- 
ke eene plaats aanwyzen ; wanneer zy 
aldaar een gat graaven, van omtrend 
eene roede in het vierkant , met yze- 
ren vierkantige pennen. Want eenfchop^ 
of houweel kan, in dien fteenachtigen 
grond, niet gebruikt worden. De aarde 
daarmede losgemaakt zynde, nemen zy 
die , met Tangoks of manden daar uit , en 
ftapelen die op eenén hoop ; wanneer 
weer anderen, in een gemaakte water- 
jpoel zittende , den uitgegraavenen 
grond, eerlt met grove, en dan weder 
met fyner zeeften doorziften, en het 
overgeblevene zand , in eene houten 
wan, met dat water, waar in zy zitten, 
zuiveren, en voor het laatft nazien: 
fen, niets vindende ^ worden de grond 
en de fleenen op zyde geworpen. Doch 
vinden zy wat, zoo zyner,die, van des 
Soejoeboemngs wégen, of van hem, die 

K k zoo 



146 jBefcbryving van 

zoo een fhik lands gepacht heeft , op- 
paflen, om die fteenen te verzamelen. 
Straks worden die by een geworpen, 
en de mynwerkers worden , tegen eenen 
middelmatigen prysjbetaald, met uit- 
lluiting van die lleenen , welke boven 
de vyfcarraat weegen; dewelke onmid- 
delyk aan den Keizer moeten overge- 
geleverd worden. Edoch die order is 
voorde onnoozelen,alzoo zy gemak- 
kelyk kunnen ingeflikt , en dus zeer vei- 
lig bewaard worden» 

DeMynen gaan,in de loodlynjnaar 
beneden, zomtyds wel tot 10. vade- 
men diepte; wanneer de kanten, met 
takkebolFchen én dwarshouten , geftut 
worden, voor het inftorten: 't geen 
echter, in weerwil van deze voorzorg, 
wel gebeurt, vooral by zwaar onweer; 
zoo dat het hun aan kundigheid, ter 
uitvinding van de noodige middelen, 
om deze en andere zwaarigheden voor 
te komen , ontbreekt : gelyk ze ook 
niet in ftaat zyn, wanneer het zwaar 
regent, in de mynen te arbeiden, door 
den grooten toevloed van water, het 
welk zy , in den droogen tyd , w^ederom 
uitloozende, door eene fyne zeef laa- 

ten 



htt Eiland Borneo. 147 

tenloopen: alzoo, daarin, ook ftofgoud 
gevonden wordt. Behalven deze My- 
nen , die in het gebergte gevonden wor- 
den 5 en door den Heer Palm dikwerf 
beoogt zyn , vindt men er nog, aan den 
kant van zommige rivieren , daar men 
den grond van ophaalt en zuivert, en 
dus dat Edelgefteente zoekt. Doch die 
het gezien heeft, zal zich niet verwon- 
deren, dat hetzelve zoo duur is, alzoo 
tien of twaalf mannen wel eene maand 
lang kunnen graaven, eer ze voor 20. 
fpaanfche realen , aan gefteente, vinden. 

De voornaamfle Diamant- mynen 
vindt men op AmbauwaughovenMolucco f 
in het Banjennaffingfche, en hy Landak^ 
en Pontiana. 

In het Banjermajpngfche vindt men Goud- 
het Goud, op de diepte van drie va- Myncn, 
demen ; en , te Kirfan op Doekoe , is de 
ader van eenen rooden mergel. Doch, 
op Landak , is de Myn omtrent tien va- 
demen diep: en men moet zoo lang graa- 
ven, totdat men eene korft vindt, veel 
gelykenis hebbende met eenen Rotten 
boom: want zoo lang zy dezen ader, het 
Dekzel der Myne genoemd,niet vinden, 
kunnen zy geen Goud krygen, 

Kk 2 De. 



14? Befchryving van 

Deze korft loopt door de ganfche 
myn heen: en onder dezelve vindtmen 
het Goud 5 in een roode aarde ; welke, 
door het water , gefcheiden en gezuiverd 
wordt, tot dat alleen het Stof-goud 
zuiver overblyft. 

Hier by vindt men ook Maas Ourong , 
zynde eenzoortvan metaal, hierStaal- 
of ook wel Starre-fteenen genaamd, 
die tot knoopjes ^efleepen worden. Ook 
vindtmen erKriftal, doch zeer weinig. 

Eindelyk vindt men, op het Eiland 
Crimata^ by Succadana^ Yzer,zoo wel 
als Tin-ertz; doch het welk niet ryk 
genoeg is, om het arbeidsloon goed te 
maaken. 






L YS T 



Pag, 149 

L Y S T 

DER 

GEESTELYKE EN WAERELDLYKE 

KEIZERS 

VAN 

JAPAN: 

zynde een vervolg op de Befchry- 
ving van den Heer 

E.K^MPHER, 

idtgegeeventenyare 1733. 



De Geeflelyke Keizers^ onder den Titel van 
Dario , Tenno of Mikado. De laatfte , daar 
KiEMPHER vanfpreekt, bladz. 141» was 

Japanfche Tarenna 
De Jaren. Chriftus. 

114 Vigasi-Tamano-In Reg: 2347 1687. 

115 NakanO'Mikadono-In — 2369 1709. 

116 Sakoera-Matino-In — ^395 1735* 

117 Momo-Zomo-In —2407 1747. 

118 ZiNTO-JoZIO, 2422 1762. 

119 KlNSEO-QuOTEY, 243O I77O. 

Deeze honderd- en negentiende is nog in 
leven , volgens de laatfle berichten, 

Kk 3 Da 



i68o. 
^745. 



150 Lyst der Keizers "can Japan. 

De fFaereldlyke Keizers, Cubo Sawa is de laat- 
ItejdaarKiEMPHER van gewaagcp. 147.. 

36 TsAiNA-Jos^Koo, regeerde 2340 

37 Jenob-Koo, — — 23Ó9 

38 Jet-Soekoe-Koo, — ^^-^ 2373 

39 Josi MoENE-Koo, — — 2376 

40 Jesi- GoE-Koo, — — 2405 

41 JeVAL-KoO, 2422|r-Ó2. 

Deze een- en- veertigfte leeft nog, volgens 
de jongfte tydingen. 

De Engelfche Algemeene Hiftorie , waar 
van het ix» Deels Eerlle Stuk, n; de Holland- 
fchefpraak, tenjaare 1777. het licht zag, heeft 
ook de Opvolgings-lyll; niet verder kunnen 
brengen, dan de Heer K.empher die gebragt 
had: noemende zy den laatftcn , of ir4den 
Geeftelyken Keizer Kinsin, of Kinseokwo,' 
welke benaming magtig veel verfchilt van 
Vigasi-Tamano-In , bladz: 221. 

Met de Waereldlyke Keizers eindigen ook de En- 
gelfche I liftoriefchry ve'rs , volgens hunnen i^utheur, 
in Tfinajos of TJina Jofiko^ bladz: 236. Dit kort Be- 
richt is derhalven van eenig aimbelang , om dat men 
geene uitvoerigere berichten bekomen kan. Mogelyk 
zal echter het Genootfchap nog wel het een en ander 
ontdekken , 't geen , in die bekrompenheid , nochtans 
iets meer zal opleveren ^ dan eene enkele lyll van 
Geeftelyke en Waereldlyke Keizers : om dus, min of 
meer , de afgebrokene Hiflorie van Japan , Chronyks- 
ge;\'7ze , aantevullen. 

De 



151 
De 

BELEMMERINGEN, 

TREURGEZANG, 

DOOR 

JOSU A VAN I PER EN. 

yy aar ik my keer , helaas / ivaar ik myne oogen wende , 

'2' is alles nare ellende: 
Vernuft en Kunft ^ ja zelf de fchoone Po'ésy^ 

'T raakt alles in de ly. 
DeVryheid hukt en kruipt voor duizend aartstyrannen: 

Het Recht wordt uitgebannen : 
Men fleept de Deugd ^ geboeid aan de edle PFetenfchap, 

En ziveept haar, ftap by ftap. 
Die twee Gezuflers, zoo verknocht in haar belangen^ 

Gaan met bekreeten wangen: 
Zy gaan , beangftigd, en in aklig rouwgewaad ^ 

Belaên met hoon en fmaad. 
JVat deert u , Schoone? 'k ben ontzet door uwe traanen y 

Ik zie die oogen taanen, 
Die heldre zonnen, zoo vol "ouiirs , zoo fterk van licht ^ 

In 't goddlyk aangezicht! 
Wat deert u, Schoone ? wat ? wie zou benaauwde klagten 

Van w, Volmaakte y wachtenl 

Kk + Van 



X51 De Belemmeringen^ 

f^an t/j fnyfi hijl, myn troojl ? lydt gy^ danfmelt myn hart; 

Dan Jlikt het in zyn finart ! 
Uw dicnjlknecht ^ Godheên, fmeekt oni kennisvan die 

rampen , 
Daar gy^ gy meê moet kampen: 
Gy Wysheid en gy Deugd , "Jiie is 't , die u bcjirydt ? 

Ik wedde, 't is de Nyd ! — - 
„ Neen! riep de PFysheid, neen! myn Priejïcr ! ons 

bcfpringen 
5, Een drom Belemmeringen, 
„ Vloekmonfters , uit het zaad der Onkunde opgegroeid; 

„ Die hebben ons geboeid. 
n ^y fi^ptcn rufiig toe , om , in de diepfte hoeken , 

„ De Schyndeugd op te zoeken, 
„ En die geveinsde , zonder gryns , te laaien zien , 

„ By eerelyke Hen, 
„ Wy vonden haar verjlonsd ,en,met ontfnoerde vlegten ^ 

„ Zich oeffnenjn de rechten: 
„ Ge'moonte zat by haar, en Eigenzinnigheid , 

„ En vittend Onbefcheid. 
„ Dat viertal blokte Jlerk aan een onfjoerp van ix^etten^ 
,, Die palen zouden zetten 
Aan alle niewvoigheên, daar 't menjchelyk vernuft 
Zich heden ftomp op fuft, 
„ Naawj) ixierdenze ons gevjaar , of ziet! die toover* 

kollen 
„ Geraakten aan bet hollen, 
,5 Als wynpapinnen , die, met leeuwen aan de hand, 
Omijöoelcn door het land. 
Zy huilden, gilden, en een leger zwarte dwergen 
,, Stoof op, om ons te tergen: 
3, fVy raakten in den kring veri^ardy en doorat getal ^ 
,, Omringeldy in de val. 



9y 



99 



Treur gezang. 153 

*, Eer'waarde Ervarenis , die ons op weg verzelde , 

„ En wonderen vertelde ^ 
5, Lonkte ons noch vriendelyk toe ; als eene grootefchaar^ 

„ Met yjjelyk misbaar^ 
3, De wapenkreet verhief ^ en driejl kwam aangevloogen^ 

„ Ê/2 , ■ met verwilderde oogen, 
„ Fluks toegefchooten^ ons in harde khJJiers Jloeg , 

„ En helfchen fchrik aanjoeg. 
Zoo f prak de Wysheid : en de Deugd herhaalde 't zuchten^ 

Om air die ongenuchten^ 
Om air die letzels , die haar Jliiytten , op het pad , 

Naar Salems glorie-ftad. 
Ik beefde : - - en myn gemoed zwol op van mymeringen^ 

Die 'k waagen zal te zingen , 
P^an rnymeringen , die de gryze Ervarenheid 

My inblaajl^ nu zy fchreit. 
Want iedrefnik , voorwaar ! die afbreekt onder 't weeneUy 

En elke zucht in 't fteenen , 
Verfch aft my nieuwe ftof voor 't fleepend Treur gezang. 

En rekt myn toonen lang, 
Jsleen ! 'k heb geen' Hippokreen , noch liefdedrank , van 

nooden , 

Hoe gul my aangebooden , 
Geen fchuimend druivenbloed : een enkle tranendrop 

Beurt mynen luitn in top ! 
Te'fchreyemnet de Deugd ^ u ^Wysheid ^ te beklaagen^ 

O ! dat 's myn groot ft behagen ! 
Dat geeft verrukking , dat geeft aa?idrang aan mynflem^ 

En aan myn jammren klem ! 
Geen Attila ^ omfluwd met miUioenen Hunnen y 

Zou my dit kermen gunnen; 
paar hy het Roomfche ryk verdelgt , te vuur, te zv)aard; 

En Deugd y noch fVysheid^ fpaart, 

Kk 5 Maaf 



X54 ^^ Belemmeringen^ 

Maarnu^ nu elk om 't zeerjl delVetenfchap'wil vlcyeriy 

Am dur've ik luidkeels fchreyen : 
Ku durve ik kirren ^ als een tortel om zyn gaêy 

Jch! alles lydt hier fchaê l 
Veri^yfde Grieken en getulbande Arabieren , 

Europa zag ii z^vieren; 
Daar 't leeg liep^ onder 't kruis ; met kunjl en letterfchat, 

Die 'f eertyds zelf bezat; 
Helaas! het krygsgeiveld 'verkrachtte y in 't eerji, de 

kennis , 

Door helfche heiligfchennis : 
Tot dat het By geloof ^ noch 'wreeder dan 't Geveeld , 

Zyn fpeeren had geveld, 
Ën met een -jcoede , die geen penne kan befchryvcn , 

De Godsvrucht deed ilerfiyven , 
Van killen angjl, en haar "u^anhopig Jlryden deed: 

Ja zelfs de ivapenkreet 
Uitbuldren door Savoyë, en^ Frankryk en Germanje, 

Door Kecrland en Brittanje: 
Tot dat Geleerdheid , Deugd en Godsvrucht , rein 

van hart, 

Verganten leed en fmart ; 
Om nu, och ar?n ! op nieuiv , belemmerd enhekneepen. 

Het roirjsfloers naar te Jleepen , 
En, ieder oogenblik, te fmelten vanverdriet! 

Wien treft die droefheid nietl 
Ween al rjjat "ureenen kan , uit innig fnededogen : 

Bedilzucht , Lifi en Logen , 
Partyfchap , Hoogmoed en gefronfle Karigheid ^ 

Vertrekt ! - - De JVysheid fchreit ! 
Vertrekt , gedrochten uit den afgrond losgetrooken: 

Myn bloed begint te kooken. 

Ver- 



V ^Treurgezang. 155 

P^ertrekt ^ vcrduemden ^ of - - Myn Zangfter gloeit- 

van fpyt : 

De Hemekvysheid lydt. 
' K Jiampvoette j e n Jiak myn vuiji^ verbolgen, naar de 

ixolken , 

Voor 't oog van air de volken : 
Maar Deugd en Lydzaamheid bevaalen my , gedijoee , 

Te draagen al dat "xee ! 
'k Verbeet me , en zag helaas ! al 't leven , all' de trekken 

'Der goede Smaak bevlekken; 
Met ivoorden zonder zin , naar regels zonder kracht , 

Gevcróngen iiitgehragt. 
Een Lier-gedichty'voaar in de Taalzvoier. f aam gedrongen^ 

Als Flaccus , had gezongen. 
En ,' rollende van maat , den bejten volzin trof ^ 

Was al te ryk van fiof , 
Te diiifter. 't Heldenftuk der Vormveranderingen ^ 

'T geen Nafo 's geeft deed zingen 
Werd, toen 't door Vondel pas in Neder landfch gewaad 

Geftooken was, verfmnad. 
Och arm! hoe gaat ?nen veel , in't huivrig letterzifien^ 

Te raê met heet e drijicn I 
Waarom moet Maro juiji , in alles, met Liikaan^ 

Gelyke toonen flaan ? 
Naaraping krenkt den zwier van geejlige gedachten : 

Ontzenuwt brein en krarhten. 
Moet elk dan denken , als een ander 1 Is 't begrip 

De zin , de fneê , het ftip , 
Van Wy sneus neergezet , de vraagbaak , om te dwingen ^ 

Hoe elk zal moeten zingen? 
Elk' denkt op zyne wys: Rampzalig is 't verfiand, 

'T geen Eigenvinding bant ! 

Schrey 



156 De Belemmeringen^ 

Schrcy al 'wat fchreyen kan: 'k moet ook van de cng$ 

kringen 

Der Wysbcgeerte zingen^ 
Der JVysbegeerte ^ die geprangd^ gekneld^ gedrukt. 

Zit onder 7 jok gebukt. 
Die Hemeldochter zit gekneveld^ naauw gevangen ; 

Zy kan geen troojl erlangen: 
Menfchryft haar 'voetten voor , daar zy geen wetten kent: 

Zy wordt aan dwang gewend, 
Eerjl moejl zy onderdoen voor fchoolgeleerde vonden , 

Die de Engelen niet verfiondcn : 
Nu zet de pajfer haar en 't cyffergriffie perk , 

En Jioort haar in haar werk. 
Men lajl haar , dat zy 't oog niet verder uit zaljlrekken , 

Dan 't Kunjlglas zich' kan rekken : 
Als af 't gezicht der ziel zich bond aan Jlofflykheid, 

En niets zag door beleid : 
Als ofeenfchrandregcejl, door all' de onzichtbaarheden^ 

Niet been keek^ 7net zyn reden. 
Helaas ! wat valt er , als het oog 't orakel is , 

Mijl , nevel , duijlernis / 
Dan moet de Godsdienji , die^alord, de zichtbre waereldy 

ifoe hecrlyk ook , bepaerelt , 
Vanmindre waarde fchat ^ dan 't geen men hmnerzag^ 

In aanzien daal en. Ach ! 
Wat wordt het Ongeloof baldadig ^ in zyn fpreeken^ 

Door all' die looze ftreeken ! 
,Die niets y dan 't geen hy ziet , dan 't geenhy hoort en 

f maakt , 

Dan 'f geen hy riekt en raakt , 
GeÏQOven mag , kan ook geen heilgeheim gelooven , 

Geopenbaard van boven. 

StygP 



Treurgezdng t$f 

Stygt dapper Overlegd in *t kennen der Natuur ^ 

Niet ^ met een Goddlyk vuur ^ 
Tot boven ons bereik ? Moet niet de Godsvrucht minnen^ 

En^ met de Hoop ^ beginnen^ 
Te klimmen naar den troon van 't ongenaakbaar Licht 1 

Is dit niet de eerfie plicht"^ 
Bedremmelinge durft het vrye Wysbegeeren 

Zelfs kwellen , Jïrem?nen , keeren ! 
O "voee ! de Denkenskracht , wordt wreedlyk uitgedoofd y 

En van haar vuur beroofd! 
De GodstrouWj ryk gehuld^ met hemel-diamanteny 

Glansvol van alle kanten^ 
Daalt nu zoo laag niet , langs de leer van Bethel , neer ^ 

Op 't aardryk , als weleer. 
Wat wijl men toenmaals van een warneji ketteryen , 

Die Jieeds elkaêr beftryen , 
Elkaêr verpejien^ en^ met opgeftooken dolk^ 

Betoovren 't dweepend volkl 
Die vlugt Harpyen , uit den helpoel opgevloogen , 

Heeft duizenden b e dr o o gen, 
Meejl air de priefters van het ganfche waereldrond 

Staan met haar in verbond ^ 
Om zuivre zielen^ die des Heilands zalvinge eeren^ 

En zyne fpreuken leeren^ 
Zich baakren in de zon der Gods gerechtigheid 

En Hemel-majejleit , 
Bedremmling op den hals te fchuiven ^ wreed te dringen 

Om^ binnen paal tn kringen^ 
Van 't geen een fteiloor dacht ^ of Jlatig werdbejiemd. 

Te blyven fiyf geklemd, 
4't ! fchimmen yfchimmen van die onverfc brokken helden^ 

Die voormaah 't leven fielden 

Vm 



158 De Belemmeringen^ 

Voor de edle Fnheid^ ivien Aharez moord-fchavot 

OpZünJy om 'U:raak^ tot God: 
Ai luJJiert , linjlcrt naar myn k'u^ynende gezangen , 

Ijie trcojt van 11 erlangen: 
Leert ons ^ leert al het volk van 't moedig Nederland j 

Te Jtryden^ hand aan hand. 
Leert ons 't Orakelboek waardeeren en gebruiken^ 

Maar alle d-wivigleer fnuiken , 
By overtuiging van een mannelyk gemoed^ 

Gedoopt in Jefus bloed. 
Helaas lijjatjlremt de waan 't begonnen Kerkhervormen! 

IVat moejl de PVysheid wormen. 
Om 't knar/end Pfalmgezang te weeren , 't geen nu zwicht 

Voor fchooner Kerkgedicht. 
Wel hoe ! zou nu , daar 't' al Geleerdheid fchrnt te 

worden , 
Tot zefs Tartaarfche horden^ 
Baar 't wild Kamfchaïka zelf njan Pallas wordt bezoeht; 

Die algemtene tocht. 
Die wind van wetenfchap geen vrucht bre luchten waayen^ 

Om 't Godsryk te verfraayen'l 
Helaas ! op deze vraag , verlicfi de blanke Deugd 

Haar moed en lufi en vreugd: 
Zy flaat de wenkbraauw ^ met verzuchting ^ naar bene- 
den: 
Zy kermt , met fchietgebeden : 
fVy luiftren, wat zy klaagt , daar 't zilte tranennat 

Ons, heet, uit de oogen fpat, 
En biggelt langs de wang, en rolt , met kille flroomen. 

Tot op de kleederzoomen. 
„ Ach ! roept zy , ach ! o wee I mynfepter werd gekufl: 
„ Elk offerde, met lufi , 

„ Gintfch 



>) 



55 



55 



r» 



Treur gezang. 159 

Gintfch op myn altaar ; eer Europa *s koopman- 

fchappeuy 

„ Myn v:etten durfden trappen , 
Met voeten y en de fchrik voor Chrijhs Leer en Naam 

„ Verfpreid werd door de Faam, 
In Chili; Peru en in andre 'maereldfireekeuj 

„ Is 't, overal^ gebleeken^ 
Dat al de zoetigheid der Evangelie-leer 

„ Veraljemt in 't verkeer. 
Rainpzalig Mexiko^ wat broeidde 't kruis- u rampen , 

„ Toen Spanje u aan kwam klampen: 
Toen de Ongerechtigheid , idtpriefters , tygersfcbiep , 

„ En u tot weêrwraak riep. 
Het woedend By geloof der Inquifiti e -heulen 

„ Ligt nog- in de afch te fmeulen ; 
T Geen voormaals telkens ^ in een lichte laye vlam^ 

„ Vernielde ftam hy fiam. 
Maar zou 't verzachten van de Chrijlenleer letshaateUy 

„ 'T geen Roome nog blyft haaten; 
Nu Ricci , Loyola en al wat maar Jefuyt 

„ Mogt heeten , barft van fpyt ? 
Zou nu , in Paraguay , eeti zachter volksregeerlng , 

„ Door oorlogsoverheering ^ 
Haafl worden ingevoerd: nu dat gelukkig land 

„ Op nieuw wordt overmand? 
Ik kan 5 daar Mavors woelt , en daar Merkuiir 

wil rooveny 

„ My luttel heils belooven^ 
,5 Of zou de Batavier en 't fcheepryk Albion, 

„ In 't land der Morgenzon , 
TjOO immer Indoftan en China ^ voor haar kielen ^ 

„ Eens mogt en nederknielen ^ 
Myn heilbanier ^ bekleed met eeuwigblank Jatyn^ 

>, Wel planten y dan in fchyn? 

%s Zou 



)> 



5) 



>5 



J) 



» 



35 



35 



35 



J3 



35 



i6o De Belemmeringm. 

5, Zou ergens dan een Bonze , of Mandaryn be* 

merken 
„ Sneeuwzuivre liefdewerken^ 
„ Daar 't vienfchdom vree by "üoint , en troojl en reinf 

f f naak 

„ F'an paradysvermaak? 
^, Ik zweer, zoo f prak deSchoone, in 't ryzen van die 

vlagen j 

„ Die fombren fchroom aanjaagcn^ 
i. Ik zweer ^ dat nimmer Jood , dat nimmer Muf uhnan 

„ Dien Godsdienft kiezen kan : 
^, Ten zy de volken , die Immaniiel belydcn , 

„ iich my ten dienjle wyden , 
„ £«, aan het heidendom, betooncn, met de daady 

„ Dat niemand my verfmaadt. 
5; Elk die my hindert , die my ftoort , dien zal ik vloeken^ 

„ In alle waereldhoeken : 
j, Want geen bedremmeling brengt grooter nadeel aan ^ 

„ Dan goddelooze daên. 
Volmaakte Hemelnymf ,u danke ik , onder 't fchreyeny 

Voor 't oor der Englenreyen; 
Die 'k nu befpeure , dat u dienen , in het zwerk ^ 

U eeren fnet hun werk, 
Koo??it Seraphs voert my weg , uit deze jammerdahn t 

Hier is geen riifi te haaien: 
^t Bedremmelt mond en borft , al wat de Deugd hief zift t 

Hier woont de Vryheidnietl 




T o Ë- 



Tretirgezang. i6t 

TOEZANG, 

AAN HET 

BATAVIAASCHGENOOf SCHAR 

jr 

JV, unfimacenen , Kunjlgemoten , 

Neen! dez' droeve jammerklagt 
Mag Batavia niet (loot en \ 

Pallas heeft hier grooter magt. 
Zy beveiligt hier den yver 

Voor de deugd en wetenfchap: 
KUo fpant de fnaren Jiyver : 

^lles vordert , ftap by (lap. 
Laat Jlantvafle trouw ons binden y 

Om^ in weerwil van den Nyd^ 
Nuttigheden uit te vinden >, 

Die braveeren dood en tyd. 
Laat Europa eens ontwaaren^ 

Dat men-, hier in dezen oord^ 
Deugd en IVysheid weet te paar en ^ 
^ Weet te zingen ongejloordi • 

LI VER- 



Pag. 162 

VERVOLG 

der 
VERHANDELING 

over den tegenvvoordigen ftaat 
van den 

LANDBOUW 

in de 

OMMELANDEN 

van 

BATAVIA, 

DOOR 

JAN HOOYMAN. 

o S ' ' ' S» 

ARAK. 

JL iet gunflig denkbeeld van deq 
Land-bouw, hetwelk by de Ingezee- 
tencn deezerHooftplaats dagelyks toe* 

neemt » 



yirak - Ir ander yen. i Ö3 

tieemt, door het gezigt der voordeelige 
gevolgen , die deeze oorfpronkelyke 
verpligting aller reedelyke weezens 
heeft 5 op het algemeen belang en de 
byzondere welvaart van veelen hunnet 
Meedeburgers ; Het lofFelyk voorbeeld 
veeier vermogende deel genooten dee- 
zer Volkplanting , en de overheerfchen- 
de geneegendheid, die ik, by myzelf, 
voor den Akkerman en zyn bedryf ge- 
voel 5 doen my met vermaak , myn aan- 
gevangen taak vervolgen , dat my ver- 
pUgt, naaft de verhandeling over den 
Suiker teelt , een verhaal te plaatzen, 
hoedanig dat gedeelte van ditrietgewas^ 
het welk in zyne eigene zelf ftandigbeid, 
voor het grootile deel , onbruikbaar 
is, nogtans door de yverige en ver- 
nuftige Chineezen, inde Branderyen 
voordelig word gebeezigt. 

De Arak, dus in hetMaleirs, maar 
in het Chinees Ty?«^ze; genaamt, is een 
zeer kla^r en geellig vogt, aangenaam 
en zoetag:tig van fmaak, in Indië zoo 
wel als inEuröpa zeer gewilt, vooral by 
de liefhebbers van punch en foortge- 
lyke dranken. Alleen de Chineezen, 
ilooken deezen drank, in ruime hier 

LI a toe 



1 64 \/Irak' brander yen. 

toe gefchikte gebouwen. Branderyen 
genaamt, op de navolgende wyze: 

Men kookt in een Brandery van 
twee keetels dagelyks tien Gantang (^a) 
of ruim 130. ponden Ryfl:, die gaar 
zynde, op groote wannen word uit- 
gefpreid en over ftrooyt met 10. of 
12. ftuks kleine, platte, witte koek- 
jes, in het Maleyts Ragie^ maar door 
de Chineezen P^-^^ geheeten, bereid 
uit Chinaas Zoethout , Anyszaad , Knof- 
look en ryflmeel,, het welk alles onder 
malkander gemengt en fyngeftamptzyn- 
de , enigen tyd moet ftaan te gisten , 
wanneer het tot de boven genoem- 
de gedaante gekneed, of gewreeven 
word , en zonder bederf, langen tyd kan 
duuren. 

De Ragie , is tot het eerfle mcngfel 
ten eenemaal onon tbeerlyk , zoo wel om 
het geellig vogt , de regte fmaak en 
waare hoedan igheyd mede te deelen, 
als het bederf der gekookte ryft voor 

te 



(a) My is een Brandery voor gekoomen , al- 
waar "^en rot dezelve hoeveelheid vogt, 
II. Gantangi bezigt; maar doorgaans ge- 
üchied du als in den Text gezegt, 



j^rah hr ander yen. x 6$ 

te koomen ; die zonder dit, ondienftig 
word, tot eene verdere bereiding. 

Dit raèngfel word geftort ineen groo- 
te mand of Ktanang-^ om aldaar ge- 
duurende 24. uuren te gUten en uit te 
lekken 5 naa welk tj^d verloop l>ec uit- 
gelekte vogt, tezamen met de gillende 
ryft, in een Tobbe of Baly, vermeer- 
derd met 8. picolof 16. emmers rivier- 
waater,vvord overgedaan , om daarin, 
ter voortzetting der gifling , weder 24. 
uuren te verblyven. 

Als dan word dit alles weder over- 
geftort in twee groote kuipen , met 
byvoeging van 20. dragtenof4o. em- 
mers waater en 2, dragten Syroop, ten 
ten einde op nieuw, een etmaal te 
fermenteeren. 

Deeze tyd verllreeken zynde , draagt 
men dit geheele mengzel over, in twee 
zeer groote kuipen, die ter bevordering 
dergiflin;^, tot dehelft zynin degrond 
gezet. Boven deeze twee, dusdanig 
naaft elkander flaande kuipen, is in 
het midden een derde, even groot, 
geplaaft, in wiens bodem twee lange dik- 

LI 3 ke 



1 66 ^rak-brander yen. 

ke pennen (teeken , ten einde het vogc 
zonder moeite in de onderllen,ceonc- 
Jallen en te verdeelen. Deezebooven- 
lle is gevLilt met eenige porten Toak of 
getyfert vogt van den Kalappa-boom , 
1 20 5 dragten waater en 40, emmers Sy- 
roop , welke hoeveelheyd verdeeld 
word in de beide onderfte kuipen , ten 
einde aldaar weeder 24, uuren te fer- 
menteeren. 

Hier na word het overgefchept in ron- 
de aarde potten , Tampayangs genaamc , 
houdende ider grooce kuip honderd 
zulke potten, waarin het vogt, nog- 
maals 48. uuren moet ftaan giften. Al- 
les dus verre gepraspareert zynde, wor- 
den telkens 50. potten gegooten in de 
groote ftookkeetel , waar uit deeze 
binnen 6. uuren zyn overgehaalr, zoo 
dat men in 24. uuren , 100. potten 
verftookt, die tezamen uitleeveren 1 8. 
pikols Tfiemv^ of ider reize 4J. pikoU 

Deeze TyJe^ze;, het eerfle gezuiverde 
en geeflige, maar in lang nog niet vol- 
maakte vogt , word over geflort in groo- 
te, kort by de ftook keerel flaande , 
kuipen en verzamelt , tot dat de , 

hoe- 



- Arak-branderyen. x6j 

hoeveelheid , tot eene tweede ftoo- 
king 9 toereikende is. 

Vyftien pikols Tfieuw in de tweede 
brouwkeetei geftoi t en weeder overge* 
haalt , leeveren in 6 uuren 4! pikol 
Arak eerde foort, duor de Chineezen 
Kê'dji maar in het Maleids Arak Apit 
Kapalla , geheeten , die by de vuur- 
proef twee-derde verheft. 

Deeze word aan de Edele Maat- 
fchappy geleevert ter verzending naar 
Nederland , maar anders zonder uit- 
drukkelyke order , in eene aanmerke^ 
lyke hoeveelheid 5 niet vervaardigd. 

De tweede foort in het Chinees 
Kè-fi , door de Malei] ers Arak Apie 
genaamt , beftaat uit 5^ pikol als het 
produél van 1 5 picols Tfieuw , by de 
vuurproef drie-vyfde verliezende en 9 
zoo wel als de volgende foort, gebruikt 
ter verzending in Indië. 

Deeze derde foort in het Chinees 
Toey-fio Tfieuw^ maar door ons Com- 
pagnies Arak genoemt , word gemaakt 
?onder ftooken , door het mengen van 

Li 4 I Arak 



1 68 Arak- brander yen. 

I Arak Apie of tweede foort met | 
'iTieaw, üie men alhier, onder den ge» 
mecnen man 5 verbruikt in de daé^elyk- 
Iche huishouding en by de vuurproef 
de helit verlieil. 

Om het werk hier boven befchree^ 
ven , in goede order te volvoeren , 
word zeer noodzakelyk gevorderd een 
bolvwajie meelltrknegt , van wiena 
kund.:i;hcid en yver, de deugd van het 
piOduct , bencfFcns het voordeel van 
cl n ei '.enaar voornamelyk afhankelyk 
is. Üc-eze meeJi:eii;negt of eerfte 0:00- 
keris a'toos een Chinees , die by het 
werk VLL'ie jaaren heeft door^Tebraï^t 
en volkomen ervaaren is , in het men- 
gim der onderfcheidene ingrediënten , 
waar door do gifting , een wezentlyk 
ftuk ler volmakiiig van dit vogt , zeer 
bevorderd vvord^ 

Behalven deeze meefterknegt , is 
'er ook een tweede ftooker, ber.efFens 
4 Chineezen, wiens w^erk is de TTteuw 
te bereic^en. Nog worden 'er gevon- 
den 4 man.^f]?.ven , tot het kooken van 
Ryft , het Icheppen en dragen van 
wateren veidere nandreikingen tot den 

ar-i 



Arak'hranderyen. 169 

arbeid nodig. Behalven alle deeze, is 
*er nog een fchry vci' , zo dat hec getal 
menfchen , binnen de Arak-Brande- 
ry beezig , in ii koppen beftuac. 

Nu zal ik de winflen en onkoften 
met elkander vergelyken 5 om dus den 
invloed deezer konft , op de byzonde- 
re belangens der Eigenaars en het al- 
genieene belang deezer hooftplaatS5dui- 
delyk aan te toonen. 

Eene goede Brandery , leevert alle 
maanden 55 leggers , welkers bedraa- 
gen niet wel te bepaalen is , alzo de 
Maatfchappy , als een vafte prys voor 
de legger eerde foort, betaalt 50 Rds. 
met een nieuwe legger die op 9^ of 10 
Rds. kan gereekent worden. De twee- 
de foort, die in den handel fterk door 
Indië vervoert word, moer, volgens de 
hier na te meidene middelmatige prys 
der ingrediënten , nooit minder dan 
30 Rds. koften, en de derde naar even- 
redigheid. 

Deeze bereekenng door malkander 
geflaagen op 3 a Rds. de legger , geeft 
voor 55 leggers in een maand, 1760 

LI 5 Ryx- 



I70 ^rak'lrandtryen» 

Ryxdaalders, of in een jaar flookens, 
dat thans op 9. maanden is geltelt 

Rds. i5?4o. 
Tot hetflookenvan 55. leggers word 
gevorderd i\ laft Ryll kostende , 
middelmatig geltelt , Rds. 48. 5 
550 Balys Syroop ieder baly van 48 
kan a i Rds. ? 5 550, - 

18 Vadem Brandhout van het bes- 
te foort, 15 voeten lang en 5. voeten 
hoog é 8 Rds. s ^ M4- * 

Tot een legger eerfte foort , wor- 
den gevorderd 1 8 potten 7ö^^, dierhal- 
ven ftelle ik de drie foorten door mal- 
kander, op 16 potten de legger, of voor 
55 leggers 880, potten , dat is 44 
praauwen. Ider praauw koft 7 Rds. of 
de 44. ^ ^ 308. - 

De twee eerfte ftookers 12 Rds. ider 
in de maand of met hun beiden 

s 5 24. tf 

4 Chineezen Tfieuw bereiders a 

10 Rds. ider ^ ^ 40, s 

Een Schryver ^5 10. ^ 

De koft voor deeze 7 in een maand 

5 ^ 20. 5 

4 Manfflavenmet de koft ::5 20. 5 

De huur derBranderyen is zeer onder^ 

Icheiden en hangc af van den flaauwen 

of 



j4rak-branderyen. 1 7 1 

of fierken aftrek der Arak , de byzon- 
dere geleegeid en gereedfchappen der 
werkplaats , waar by het aandien en 
vermoogen van den verhuurder 5 by de 
Chineezen , meede in aanmerking 
komt. Het verfchii is thans meed van 
13 cot 1800. Rds. zoo dat ik die mid* 
delmatig bepaal op Rds. 1550. in het 
jaar of in de maand ruym ^ '^ 120. a 

Voor het benodigde vaatwerk 

^ :: 300. ^ 

Eindelyk voor het onderhoud aller 
gereedfchappen , zonder onderfcheid 
in een jaar Rds. 200. of in de maand 
byna s ^ 17. ^ 

Zoo dat de gezamentlyke maande- 
Jykfeonkoftenbeloopen (è)^ :: 1601. ^ 

Ongereekent de Ragie en eenige an- 
dere klemigheeden, welkers bedraagen 
ik (lel tegen het mkomen uit de houts* 
kooien, dat maandelyksop 6- 24. of in 
een jaar op 78. Rds. begroot kan worden. 

Men ziet ligt uit deeze kleine 
fchets , dat de Arak -Branderyen van 
eenen aanmerkelyken omflag zyn , en 

dat 

(è) Door ccne goede toe7igt , kunnen decxe nir 
|avcn p een weinig Vermiaderc werdeo» 



ij2 Arak brander yen. 

dat hunne aanhoudende werkfaamheid^ 
op den welvaart deezerhoofcplaats van 
veel invloed weezen moet , want by 
eenen middelmatigen vertier der Arak, 
die ik over alle 20 Branderyen, op 8 
maanden ftookens ftellen zal, beloopt 
het jaarlyks inkoomen , van een, na de 
hier booven bepaalde rekening , op 
14080. of van alle 20. te faamen , op 
1281600. Ryxdaalders en de jaarlykfe 
uitgaave vaneeneBrandery, indienzel- 
ven tyd op 12808. of van de 20 op 
5256160. Ryxd^ialders , waar aan een 
groot aantal lieden , hun brood ver- 
dienen , want behalven den vertier 
derSyroop.zo noodzakelyk voor een 
Suiker- moolen, leevenvan een Arak- 
Brandery , veele houthakkers , Toak 
tyferaars , fteen en pottebakkers , Tim- 
merlieden, kuipers, praauwvoerders, 
fmids , ragiemaakers , en meer ande- 
re geringe werklieden , 200 dat de ftil- 
ftand der Branderyen, de levendigheid 
van Batavia aanmerkelyk verminderd* 

Het Arak- (looken is eene uitvinding 
der Chineezen. By alle hunne maal- 
tyden en vrolykheeden , gebruiken zy 
de Tfieuw , of het eerfte overgehaalde 

gees^ 



Arak'hranderyeH. 1 73 

geeflige vogt , warm gemaakt , uic 
kleene porfeleine kommen ; maar da 
öerke of twee maal overgehaalde A- 
rak, word door die natie, zeer zeldeii 
gedronken. 

Niettegenftaande alle aangewende 
moeite , heb ik den eerften aanleg der 
Branderyen alhier , niet naaukeurig 
genoeg , kunnen ontdekken. Dat zy 
al voor de komft der Nederlanders te 
yaccatra gevonden wierden , is hier 
boven reets gezegt, (c) en volgens het 
Chinees boek Teong-Tauw , het welk 
de voornaamfte bedryven der Keizers , 
(naar hun zeggen ,) federd byna 4ood 
jaaren,by wyzeeener tydrekening, be- 
vat, zoude de eerfte vaart dier natie , 
naar ^Bantam'ig^^Qmed zyn,in het jaar 
1440. onder den Keizer Suan- T/^ 5 fe- 
derd wien tot thans 16. regeeringen 
verloopen zyn, te weeten van gemelde 
Suan- Tik , tot de overheering door 
de Mancbew 'Tartaaren twaalf, en van 
dien tyd tot Kien-liong^ thRVis den 

throon 



(c) I. Deel pag. 184, 



1 74 Arak branderyen. 

throon bekleedcnde , vier. 

Volgens hec gemelde boek was 'er 
toen reets tuflchen Bantam , in die 
daagen een magcigehandeJltad ,en Jac-^ 
catra , de hooftplaars van die Koning- 
ryk , eene menigvuJdii^e verkeering. 
De Chinee/e^'n , zogten hier en ginter, 
de door hun gewilde handel waaren , 
en naar den werkfamen aart dier natie, 
floegen zy hun ook terflont in dit land, 
onderde befchertiiing der vorften^met 
der woon ter neer» 

Ik laat dit berigt in zyn geheel , maar 
ben zeer geneegen te gelooven , dat 
hun verblyf alhier , van eenen vroe- 
gen datum is, zoo als hier boven (i ) , in 
het voorbygaan , reets is gezegt en in 
onze volgende verhandelingen, moge- 
lyk duidelyker , zal worden aangewee- 
zen. 

Het nut der Branderyen in het b7- 
zonder , en den y ver van dat werkfaam 
volk in het algemeen , verdiende reets 
in den eerlten opkomfl deezer volk-» 

planting $ 

(/) I. Deel pag, 183, 



Arahiranderyeni tjs 

planting, de aandagt der Regeering. 

Den Gouverneur Generaal Hen* 
drik Brouwer en Raaden , ordineer, 
den by placaat den 4. July 1634. 
(^) Dat voortaan geene Arak- 
Branderyen , in ftraaten , maar alleen 
op burgwallen , of zulke plaatfen , al- 
waar men flroomend waater had, zou- 
den moogengeplaatfl worden, ten ein- 
de niemand overlaft door dezelve 
wierd aangedaan , en de Arak - ftookers, 
hun zonder moeite konden voorzien , 
van het nodige waater. 

De welvaart der Chineezen in dien 
tyd , door het oefFenen deezer konfl , 
blykt uit een befluit der Hooge Regee- 
ring , den 2. Auguftus 1641 , waar by 

den 



4rtB 



(#) Dit placaat geeft een duidelyke fchcts, der by- 
londere geleegcudheid deeier Hooftplaats in zyn eer- 
ftc opkomft. Men ziet aldaar dat de Branderyen bc* 
neflfens de meefte gebouwen van bamboes en atap waa* 
yen , dat men toen cerft was begonnen , me^ het graa- 
Yen der grachten , ophoogen der laage gronden , het 
planten van boomen enz , alles, volgens de eigen uit- 
onikking aldaar gebeezigt ; x.00 veel tnogelyk ter verhê* 
tering der lucht , waar in ik meen een bcwys te vin- 
den , dat de invloed der lucht voor vreemdelingen » 
|k>€0 reetSi niet Toordcclig was« 



iy6 j4rak'Branderyefi. 

den prys der Arak eerfte foort van ^Oi 
tot 45. en die der laacfte van 25 tot 
20. Reaalen van agtcn, wierd vermin* 
dert; fteunerdc dit befluit op de aan- 
zienlyke voorraad en gematigde pryg 
der Ryfl , die toen 25 of 30. Reaalen 
het laft gold. 

De noodfakclyke ingrediënten tot 
het (lookeil , door de onluften in dee- 
boovenlanden , in het jaar 1656, zeer 
in prys .^elleii^ert zynde, wierd de leg- 
ger eerde foort, op verzoek der Bran- 
ders , verhoogt, tot 55. en de tweede 
tot 25. reaalen Courant , voor alles 
het welk ten dienft der Edele Maat- 
fchappy zoude geleevert worden. 

Ieder Brandery was toen onderwor-^ 
pen, aan eene maandelykfe recognitie 
van 60. Reaalen , zo als uit een ver- 
zoekfchrift der eigenaars 1657 blykt, 
ter welker tyd zy ook geftelt zyn op 
eene regelmatige levering aan de Maat- 
fchappy , van tien leggers ieder op zyn 
beurt , met uitzondering egter der zo- 
dani,^e , die aan de Maatfchappy ten 
agteren waaren , aan wiens eens zoo 
veel 5 of 20. leggers wierden toege- 
daan- 
In 



Arak-branderyen. iyy 

In het jaar 1 690. wierd het ftooken 
van Arak, ter weering aller vuiligheid 
en andere ongemakken , binnen de 
muuren deezer ftad, ten éénemaalver- 
booden, egter, gelyk uit een volgend 
befluit is afteleiden , met deeze gema- 
tigde bepaling , dat zulks alleen zoude 
gelden , by verkoop of vertrek der Ei* 
genaars naar China. Als een gevolg 
deezer order , was het getal binnen de 
ftad in het jaar 1713. reets verminderd 
tot 3 , maar buiten aangegroeit tot 15^ 
oftefamentot 18. Branderyen; 

■3 ~ ■ • ■ • , 

Naar de gelleltenis van den handel 
in die tyden , fcheen dit getal de Hoo- 
ge Regeering te overvloedig toe , waar- 
om wierd goedgevonden , het zelve 
op de bovengenoemde wyze , langfa- 
merhand tot 10. of 12. te verminderen. 
TefFens wierd ook in dat jaar vaft ge- 
ftelt , dat het ftooken van Arak , niet 
alleen een perfoneel voorregt was 9 
maar ook dat niemand , buiten fpeciaal 
confent der wetgeevende magt , dien 
verkreegen gunft, aan andere mogt 
óverdraagen , gelyk toen door fommi- 
ge Chineezen fchynt gepraólifeert te 
Jtyn, die hunne per miffie. briefjes, aan 

M m au- 



■») 



.. I 



178 yirak - brander yeti. 

andere 9 voor groote fommen verkog- 
ten 5 zo als uit een berigt van Hee- 
ren Heemraaden , van het jaar 1714. 
blykt. 

Ditbefluit ter vermindering, fchynt 
niet te zyn uitgevoert , alzo men in 
het jaar 1752, nog 17. Branderyen 
vond , die neegen jaaren laater , 
met verlof des Hooge Overigheid, tot 
20. vermeerderd wierden , alzoo den 
aftrek toen , zo fterk was toej2;enoo- 
men , dat de particuliere vervoer , eni- 
gen tyd , moeft werden verbooden. 

De bloeijende welvaart deezer hooft- 
plaats in die daagen , is by veelen , 
hier nog aanweezig , in een vers ge-, 
heugen , maar teffens zyn de zodanige , 
door de ondervinding lèderd dit n , ge- 
noodfaakt met my toe te ftaan : dat de 
voorfpoed of het kwynen , der Bran- 
deryen en Suiker -moolens , voor alle 
ingezeetenen van Batavia , van de ge- 
voeligfte gevolgen is. 

Immers kan het tydperk, onzer ver^ 
mindering gebragt worden , op het jaar 
1765. en in dat zelve jaar, vinden wy 

dat 



Arak-lranderyen^ 179 

dat de rellanten der Arak, by de MaaN 
fchappy, zo wel als by byzondere per- 
foonen , zoo aanzienlyk vvaaren , dat 
. men niet meer wift , waar die, zonder 
verlies te zullen flyten. 

Om dezelve reeden , wierd in het 
jaar 1768. bepaalt , dat elk Brandery , 
maar neegen maanden in een jaar, met 
een keetel , zoude moogen flooken , 
onder een boete van 500. Ryxdaalders, 
voor den overtreeder» 

Dog om tefFens de Branderyen aU 
hier te gemoedt te koomen , vond de 
Hooge Regeering goed , het ftooken 
van Arak en Tfieuw , in deeze boo- 
venlanden , fcherp te verbieden , en 
tefFens te gelaften , dat geen Syroop , 
van hier , naar Java mogt werden uit- 
gevoert , of in de Brandery te Sama- 
rang , meerder Arak of Tfieuw ver- 
vaardigt worden , als tot de dagelykfe 
verteering aldaar nodig is. 

By de inleiding van een gedrukt pla- 
caat , van den 9. April 1776 , word 
gezegt : dat de eigenaars of huurders 
Her Arak -branderyen, niet alleen Heg- 
Mm 2 té 



X 8o ^rak - branderyen. 

te of ondeugende Arak hadden laaten 
ftooken , maar dezelve ook leeverden 
in fuften , een agtfte kleinder als de 
bepaalde maat. 

De Arak alhier geflookt , door dier- 
gelyke bedriegelyke praélj-quen , zeer 
in discrediet vervallen zynde , vond 
de Hooge Overigheid goed , onder ee- 
ne geldboete te bepaalen : dat een ge- 
heele legger, zoude moeten inhouden 
388. en eene halve 194. kannen van 
lO. mutljes ieder, ter welkers verzee- 
kering , alle leggers door den Ykmees- 
ter , behoorlyk moeden onderzogt en 
gebrand worden, mitsgaders dat ter 
weering van den ingcfloopen dwang , 
omtrent den verkoop van Suiker en 
Arak, het voortaan, een leglyk wiehy 
zy , zoude veroorlooft weezen , deeze 
producten te koopen en te vervoeren , 
zonder dat iemand hun hier in , op eeni- 
gerlei wyze, zoude moogen verhinde- 
ren. 

Een order die toen ten hoogden no- 
dig was , vermits by de vaftftelling van 
dat placaat, byna 1800. leggers van de 
valfe maat gevonden wierden. 

Niet- 



jirak - brander yen. 1 8 1 

Niettegenft^ande alle deeze heilza- 
me fchikkiiigen , continueerden de 
Branderyen in een groot verval , en 
bleeven , met eene aanzienlyke voor- 
raad 5 zodanig overlaaden , dat zy , 
door de uiterfte nood gedwongen waa- 
ren , de Hooge Overigheid den 24 Juny 
1777 , by een fmeekfchrift te verzoe- 
ken : dat het ftooken van Arak op Ja- 
va, ten enemaal mogt werden verboo- 
den 5 alzoo zy dit , voor eene der 
voornaamfte reedenen van den flappen 
aftrek hielden, Zy flaagden naar 
wensch in dit verzoek , alzoo op dien 
zelven dag, het ftooken van Arak, zoo 
wel te Samarangh , als in dat geheele 
Gouvernement, onder eene boete van 
1000. Rds. wierd verbooden , maar 
tefFens aan de eigenaars der Brande- 
ryen alhier opgelegt , met elkander 
3000 Rds. te lamen te brengen , ten 
einde de eigenaars op Java in hun ver- 
lies , enigfints te gemoed te treeden. 
Ook wierd toen afgefchafc , de belas- 
ting van sRyxdaalders op ieder legger, 
die wierd uitgevoert , alles met een 
oogmerk, om deeze kwynendehandeU 
tak , was het mogelyk , in eene bloei- 
jende toeftant , te herftellen. 

Mm 3 Dat 



1 8 2 ^rak - brander yen. 

Dat de voordeelige gevolgen , van 
den welvaart der Bianderyen, op de 
algemeene voorfpoed van Batavia, ook 
niet onbekent waaren in ons Vader- 
land , bleek uit het fchryven , der 
Hoog Edele Heeren zeventienen in 
het jaar 1776, wanneer, door Hoogft- 
dezelve ten enemaal wierd afgekeurt , 
dac elk Brandery, niet meer dan neegen 
maanden in een jaar, zoude moogen 
llooken. 

Maar of fchoon deeze bepaaling ter- 
flont wierd ingetrokken en elk vryheid 
gelaaten , met één keetel en écn Ga- 
tang te arbeiden naar zyn genoegen , 
bleek wel dra dat deeze vryheid tot het 
regte oogmerk niet konde ftrekken , al- 
zoo de gezamentlyke Branderyen, op 
het nadrukkelyk verzoek der eigenaars, 
door de Hooge Overigheid, binnen de 
bovengemelde bepaling van 9 maanden, 
weeder zyn te rug gebracht. 

Ik zalmy niet inlaaten, in een breed 
onderzoek der reedenen , waarom de 
Branderyen , niet tegenflaande zoo 
veele goede fchikkingen , federd wei- 
nig jaaren , zoo aanmerkelyk zyn in 



, j^rak - brander yen. 1 83 

het verval geraakt. De voornaamflen 
derzelven , zyn zeer zichtbaar , maar 
tellens, ook zodanig buiten het bereik 
der wetgee vende magt alhier , dat wy » 
zoo lang die ftand grypen , op geene 
gunftige verandering mogen hoopen. 

Indien ik uwe opmerkfaamheid , be- 
fcheiden leezer ! by dit verhaal, te lang 
h^'b opgehouden, vertrouw ik, datgy 
my , diesweegen niet ongunftig zult 
ontmoeten, terwyl ik meen te hebben 
aangevveezen , hoe naauw de welvaart 
van Batavia , met dei Suiker bouw 
en Arak - ftookeryen , is verbonden. 
Ik zeg de welvaart van Batavia , die 
meerder invloed heeft, op de welvaart 
van ons Vaderland , als menig Staats 
en Koopman denkt , indien men het 
begrip van veelen , naar den uitkomft 
moet waardeeren. 

Pïoe veele duizend handen houd de 
vaart naar herwaards niet in beezig- 
heid? Hoe veele verarmde Ingezeete- 
nen onzer vrye ftaat, vinden hier een 
ruim beftaan? Hoe veele aanzienlyke 
gefla,^ten , door het wifTelvalhg geluk , 
beroofd van hun vermoogen 5 herftel- 

Mm 4 len 



1 84 jirak - hr anderyen. 

len binnen onze muuren , hunne ge- 
vaarlyke behoeftigheid? Hoe edelmoe- 
dig word de gaft vryheid , als het ge- 
volg vaneenen ruimen overvloed, door 
onze medeburgers (ƒ} niet geöeffent? 
Dit alles en nog veele andere voorreg- 
ten 9 die ik thans niet noerae , kunt 
gy Geagte Stadgenooten , alleen van 
uwen handel niet verwagten. Het is 
de Land -bouw , die thans, meer dan 
ooit, uwen welvaart onderfteunt: Die 

hier 



(ƒ) Voor ruim 14. jaaren , by myn aankomft in 
dcic Gewcften, vond men alleen langs de weg ^ae- 
fêtrA , alwaar 10. Buitenrlaatien zyn , negen , by 
welkers vermogende Bezitters, ordcntel ke lieden in 
den dicnft der Ed. Maaifchappy , de middagmaaltyd 
konden houden , zonder dat hier toe , meer wierdgcr 
vorderd , dan ccne cerfte kennismaking en een goed 
gedrag. Behalven deeic, waren er veele lieden, bui- 
ten en binnen de Stad, die dagelyks mer genoegen, 
cenige Vrienden onthaalden aan hunnen tafel. 

Ik ftaa zeer gaarn toe, dat decze gaft vryheid federd 
dien, door het verval der handel, aanme kJyk ver- 
niindcrdis, maar nogthans niet zodanig, of dat aan- 
iicnlyk aantal j^^nge lieden , die men by aanhoudend- 
heid , uyt Nederland herwairds overzend om by 
voorkomende gelegenbecdi'n , in den dien ft der Ed. 
Maatfchappy gebruikt re worden, vinden altoos by 
gulhcrtige vrienden de maaltyt vaard g, zonder welke 
byftand, de meeftc hunner ecne clendige armoede zou- 
den moeten lyden. Verdiend derhalven een plaats, 
alwaar zo wel de aanzicnlyke als mindere Ingezetenen 
een zo menfchlievcnd gebruik van hun vermogen ma* 
ken , niet de aanmocdigcnfte befchciming ? 



^rak-hr anderyen. 185 

hier aan twyfelt , volge my , naar de 
Bovenlanden , om den akkerbouw der 
Chineezen aldaar , verder te befchou-^ 
wen. 

KATJ ANG - THUINEN, 



D 



e Katjang Tannah; door de Chi- 
neezen To-thau^ of aardboonen gehee- 
ten 5 is , naall het Suikerriet het aanr 
merkelykfte voorwerp , van den yver 
dier natie in onzen Akker- bouw. 
RuMPHius heeft dit gewas, in zyn 
Amhons Kruidboek (g) zoo naaukeur 

Mm 5 rig 



(ƒ) Ik voege decze B'^fchry ving hier by , tendienft 
dier gecnen , dewelke dit kolibaarwerk , zo als het door 
den Hoog geleerden Heer Joannes Burmannus^ met 
vcele nuttige byvoegfelen, voor onitrent3o. jaaren, is 
vitgegeeven , no^ niet geiicn of niet by handen heb- 
ben. 

•Hy zegt Lib. IX. Cap. I.IV. deezfc vreemde plant 
is een zoorte van ChatnAbalanus of Japanft Aa'-da- 
kers , een kruipend Gewas, dat zig niet van de aarde 
verheft, en overal vaft wortelt; het geeft lange, taayc 
en ronde ranken , omtrent een ftroohalro dik , en een 
Yadem lang , beneden wat houtagtig , en veelc, uyt eene 
wortel voortkoomende, die zig op de aarde verfprei,- 
den, en in veele andere verdeelen, een groote plaats 
beflaande , en door malkanderen lopende. Hier en 
daar aan de ranken, üaan korte en enkele fteelen» 
zonder order, fchaars een vinger lang en boven uit- 
geholt, en daar aan Yier enkelen» of twee paarea 

bla- 



i86 Katjang thuinen 

rig befchreeven, dat ik niets weet daar 
by te voegen , dan dat de Bloemen , 
tweebladig en onregelmatig zyn , en 
de geheele plant , grooter en fterker is 
als die , dewelke deeze opmerkfame 
fchryver, op Amboinay heeft waarge- 
nomen , het welk ongetwyfelt aan de 
meerdere vrugtbaarheid, van den Ja- 
vafen bodem is toe te fchry ven. Ecne 
voordeelige eigenfchap , die dit Ei- 
land , boven de meefte plaatlen in In- 
dien bezit, en vooral , boven de Oos- 
ter- 



bladeren , rcgt tegens malkandercn , klcen , uit den 
ronden langagtig, ruim een duim lang, en een vinger 
breedt, boven hoog groen en zonder glans, beneeden, 
blaauw groen, of grysagtig, vooren rond , en zonder 
merkelyke aderen. By yder ftcels oorfprong ftaan 
twee kleine fpitsc blaadjes of veilekens, en uyt der- 
ïelver fchoot, komt een enkel dun fteeltjc voort, dra- 
gende een enkele bloemc, de Erreie bloemen ge-yk , 
of hier te lande, de Catjang bloemc gelyker, dog 
grooter, goud geel, behalven de twee onderde blaad- 
jes die bleeker zyn. Daar volgen geene Vrugten op , 
maar fomtyds de tweede , en derde bioe|ne , uyt den- 
lelven fchoot , na luaikandcr, en duren niet boven 
een dag Maar na de bloemc, komt uit denzelven 
fchoot een andere witte draad , of ader voort, die haar 
rcdcrwaards buigt, en in de aarde dringt , omtrent vier 
dwcrs vingeren diep , daar ze dan eerft , aan haar ui» 
terfte, de Vrugt formeert, dic daar aan enkel hangt, 
als een Eikkei , Ichaars een halve vinger lang en dik , 
in twee a drie builen ▼crdcelt, vooren met een omge^ 
lioge fpitse. 
y an buiten is zy ruig , en rimpeling wegens de vee- 



Katjang thuimn 187 

terfe of fpecery - kiiften , zoo als uit 
de vergelyking der boomen en gevvas- 
fen , in het bovengemelde werk be- 
fchreeven , met het gezigt derzelve al- 
hier, onvvederfprekelyk kan blyken. 

De Katjang Tannab , is een uit- 
heems gewas; waarfchynlyk uit China 
herwaards over gebragt , alzo die planc , 
in dat uirgeftrekte Keizerryk, menig- 
vuldig word voortgekweekt, en in al- 
len opfigt 9 op dezelve wyze als hier, be- 
handelt. Het grooce nut van dit ge- 
was, 

Ie uitrekende aderen , dwers in de lengte lopende en 
de gedaante van een Byenhuisje makende , van verwe 
graaiiw of aardagtig. 

( 'nder de brooze fchaal , liggen twee a drie heeften 
als kernen van Hazenoten, dog kleinder, platagtig en' 
met de hoofden teegens malkanderen gedrongen , met 
een dun ros huideken bekleed, en daar onder een droog 
wit pit, in tween deelbaar, raauw 7.ynde, van fmaak 
boonagtig, maar gebraden of gerooft » als Hazenoten, 
dog flegter en de hierlandfe Soccum-korreli, nader ko- 
mende. 

De randen der bladeren en alle fteelen, xyn met 
digte dog weeke hairtjens bekleed, die het Gewas 
grys van aanzien maaken ; na Zonnen ondergang (lui- 
ten haar de bladeren , opwaards te zamen , en blyven 
200 den geheelennagt over, met Zonnen op gangbaar 
weder uitbreidende. 

De wortel is regt wit, vaft en met weinig vazelin- 
gcn, dog wratten bezet , niet te min iszy aan de aarde 
vaft, door de voornoemde witte Iteelen, die deVrug- 
ten voortbrengen, en in de aarde wortelen. 



i88 Katjang thuinen 

was , is de vermoedelyke reden , waa- 
rom het door de Chineezen tot ons is 
overgebragt; maar het is ten allermeeft 
25. Jaar geleeden, dat dit gedeelte van 
den Akker-bouw , in onze Bovenlanden 
in een algemeen gebruik gekomen is » 
zoo als hier onder nader blyken zal. 

Tot d' eerfle bearbeiding dezer 
plant, zoekt de Landman altoos een 
nieuwe grond, dies mogelyk, na by 
een poel ofrawa^ of indien zy hier in 
niet kunnen Hagen , dan naby een fprui- 
je, of flroomend water geleegen. Hy 
omtuint deriz;elven , op die uitgeflrekt- 
heid als hy denkt te bearbeiden, door- 
gaans ter -groote van twee tot vyf 
*j[^axa (^) met Kondondong (;) of het 

welk 



(h) Een Laxa grond is een vierkant van veertig 
Rhynlandfe roeden , aan ider ryde , en word dus gc- 
Boemt, om <?at er looco. Suyker-rictcn , opgcplant 
kunnen worden. 

(i) De Kondondong y door Ru mfhius in het 50 
Hooftdcel van lyn eerlle Boek , vergelecken , by den 
Kerffc-boom , groeit by ons veelhoogeren fleuriger, en 
it, als hy mctfnoeien, Jaarlyks word onderhouden, 
fchaduwryk en van geen onaangenaam aanzien , zoo 
«Is m«n denzelven hier en daar , enkel , in de ryen , 
kngs den boord der grag^en ziet. 

De Javanen gebruiken het jonge loof nu en dan tot 
frocMte» in Plaats taaiuring, maar bet voornaamfte 

nut 



Katjang thuinett 189 

wêlk nog beter is, met Djarak door 
R u M p H I u s Lib. VI. Cap. XLVL 
befchreeven onder den naam , van Ri^ 
cinus Albus of de witte Wonder boom , 
alzo dit gewas of heefter, door geene 
dieren befchadigt word, daar heteerfte 
in tegendeel veel moet lyden , vooral 
van het rundvee , dat naar deszelfs jon- 
ge uytfpruitende bladeren om den zu- 
ren fmaak , zeer begeerig is. 

Indiende grond begroeit is met llrui-* 
ken en wilderniffen , het geen zy zeer 
gaarn zien , dewyl dit de vrugtbaarfle 
plaatzen zyn , graven zy alle wortelen 
met denpatjol naaukeurig uit, en ploe- 
gen den grond , gedurende 6. weeken 

of 



nut van deeie plant, ftrekt tot omtuinfngcn, waar 
door dezelve in onxe Bovenlanden , fcdcrd eenige jaa- 
rcn, ongelovelyk vermenigvuldigd is. Hier toe is niets 
anders nodig , dan dat men de ftaaken zo dik en hoog 
als men ie begeert , afkapt , onder een weinig puntig 
maakt en dan , omtrent een voet diep , in den grond 
fteekt, waar op dezelve by regcnagtig weder , in wei- 
nig weeken ontfpruiten , en met twee of drie regels 
gefplecten bamboes vaftgebonden zynde , geen ander 
onderhoud behoeven dan Jaarlyks te worden afgekapt» 
indien zy anders , door het rundvee of de wilde vcr- 
kens, die men by Suiker- tuynen en Pady- velden zeer 
menigvuldig vind in de rawas en mocraflcn, nietwof" 
den bcfchadlgd. 



ipo Katjang thuinen 

of twee Maanden, zoo lang, tot dac 
al het onkruit vergaan en de aarde zeer 
mul en volmaakt bereid is. 

Dan word de geheele uytgellrekt- 
heid, nogmaals overgeploegt en afge- 
deelt, in lyn regte voorenvan tweeen 
een half voet wyd, welke tuflenruimte, 
niet alleen voor de uitfpreiding van het 
gewas noodzakelyk is, maar ook om de 
Jonge planten , zonder veel moeite ^ 
met de ploeg te kunnen zuiveren. 

In eenen vetten grond , zaayd men 
het zaad twee voet, in een fchraalder, 
een halve voet minder van malkander, 
waar toe met het houweel, een kuiltje 
word gemaakt daar de zaijer 435 
boonen , laac invallen , die hy , al 
voortgaande , terftont met zyn voet , 
onder de aarde dekt. 

De roode aarde is voor de Katjang 
de befte , de witte klei in tegendeel 9 
ten éénemaal onbekwaam , terwyl 
de zwarte grond , die nu endan ^ 
uit gebrek moet gebezigt worden , 
al te hard en ftyf zynde , veele ledi- 
ge doppen , en meeft al een fchraal 

ge- 



Katjang thuimn ipi 

gewas , te voorfchyn brengt. Na het 
zaijen , dac in Oétober , of even voor 
den aanvang van het reegen fayzoen 
gefchied, word den akker lugtig over- 
geploegt, maar een maand verloopen 
zynde , of wanneer de Katjang een 
fpan hoog is opgefchooten , worden 
de jonge fpruiten , zoo veel mogelyk 
ontbloot , van de overtollige aarde , 
en met nieuwe geroerde grond , door 
de ploeg 5 aangevult , in welke ftaat 
een veld , dus begroeit, een ongemeen 
fchoon gezigt vertoont. De planten 
worden , twee maanden oud zynde 
getreeden , om de ranken des te ligter 
te doen inwortelen , het welk , in 
overeenkomft met de afbeelding by 
RuMPHius vertoont, door de draa» 
den , uit de bloemen voortgekoomen , 
by de leeden of knoopen der bladeren, 
gefchied. Deeze ranken breiden zig 
in een vrugtbare en wel bewerkte nieu- 
we grond , ongemeen ver en fpoedig 
uit , zodanig dat ik meen te kunnen 
zeggen , dat den Akkerman in dit ge* 
val , wel een derde van zyn zaad, be- 
Iparen kan. 

De Katjang Tannab^ word ryp in 

Mey, 



192 Katjang thuinen 

Mey , of ruim zeven maanden naaf 
het zaaijen , zynde het kenmerk van 
rypheid, het verdorren der bladeren. 

Deeze verdorde bladeren , worden 
zoo veel mogelyk afg'egt , met een 
yzer werktuig , veel gelykende naar 
een thuinhark, maar grooter, het welk- 
door de buffels word getrokken. Om 
het uitgraven te verligten , word de 
grond i in het droog fayzoen , alhier 
de ooft mouflbn genaarat (Jt) zeer 
hard en vaft zynde , by deelen omge- 
ploegt. Dit uitgraven word verrigt 
door de vrouwen en kinderen uit de 
habygelegen kampongs of Javaanfchö 
buurtfchappen , met een puntig en om- 
geboogen bamboesje, een fpan langen 
twee vingeren breed. 

De 



{k) In dit Jaargetydc , vooral in de maanden Au» 
gullus en September waaijen langs deeze kuft ongemee^ 
nei harde en fcherpe Noord Oofte winden,! die zig op 
den middag geweldig beginnen te verheffen en door- 
ftaan tot zonnen ondergang. Het gebeurt ieer dik- 
wils ^oor de kragt deezer winden , dat het in drie 
maanden en langer in de beneedenlandcn niet recgcnt. 
Waar door veelc gewaflen verdorren. In deeze tyd 
regceren alhier de gevaarlykfte ziektens , vooral onder 
den gemcenen man , loo als eene langduurigc onder* 
tinding in de Hospitalen y heeft bcweezcn. 



Kutjang - thuinefi, 193 

De gravers zitten regelmatig op een 
lange rei , en zyn niettegenftaande , de 
doordringende zonne hette , die in dit 
jaargetyde , veele weeken agter een 
door geene wolken afgekeert , zeer fel 
en brandig is, met eene geringe cufTen^: 
pozing y van den vroegen morgen tot 
den laten avond bezig , en kunnen , 
zoo zy vlytig zyn , de man een fcheU 
ling 5 daags verdienen , alzoo hun 
loon , naar de maat bereekent word , 
vyf Gantang (^/) voor drie ftuivers 
waarin nogtans de Chineezen , de gra- 
vers doorgaans bedriegen 

Van hun getal en hunne naarftii^A 
heid , hangt , naafl een goed gewas ^ 
de gelukkige oogfl eens landmans af , 
terwyl het wel gebeurt > dat uit gebrek 

Nn van 



(i) Men fpreckt in den Landbouw en dagelykfe 
huishouding, ïoo dikwils van de Gantang dat ;k vcr- 
pligt ben , ter onderrigting der 7Ailken , die niet 'n dee- 
2c Volkplanting Iceven , te zeggen; dat de Gantang 
alhier dcvafte maat is van veele zaakeninbet d^ "el ks 
leeven. 130. Gantangs maken een lafl vail 3060 - 
pond. 

Met decTe maat meet men de Ryft, h:t Zout en 
meer andere drooge v^raaren , waarom d.ielve van we- 
gen de Hoogc Overheid . tot voorkoming van bedrog 
jaarlyks g'eykt moet worden. 



194- Katjang4btiinen. 

van een toereikend aantal gravers , een 
groot gedeelte van het gewas , door 
vroege flagreegens in het najaar, voor 
den planter verlooren gaat , want zoo 
dra de Katjang op nieuws begint uit te 
fchieten , zyn de boonen ledig. 

Om deeze reeden moet een kundig 
Landheer altoos letten , dat het getal 
der Catjang - thuinen , niet al te zeer 
vermenigvuldigt word op zoodanige 
plaatzen , in welkers nabyheid , geene 
of maar kleine Kampongs zyn. 

Het graven g'eindigd, of hetreegen- 
fayzoen op handen zynde , word de 
grond op nieuw geploegt , dog met 
minder moeite als boven , kunnende 
van het zelve zaad ,435 jaaren ge- 
oogftt worden, het welk voornamelyk 
afhangt , van den deugd der grond 
en den yver der Akker - bouwers in 
het wieden van onkruid en zuiveren 
der planten. 

Sommige Chineezen, onderneemen 
na verloop van deezen tyd , op den- 
zelven grond , eene tweede zaijing , 
dog die valt doorgaans zeer gebrek- 

kig 



Katjang'thuinen* 195 

ikig uit 5 zonder eenen uitneemenden 
vrugtbaren bodem 9 of indien hun 
Landheer geen bezitter is , van eene 
aanzienlyke menigte rundvee Om 
deeze reeden zal men doorgaans zien s 
dat zy gaarn op landen woonen , al- 
waar men hoornvee houd , en dat zy 
zig ook 5 zoo veel mogelyk , in de na- 
byheidt van den koeftal plaatfen , het 
welk een oplettend Landheer niet 
moet gedoogen , om dat de Katjang* 
thuinen veel grond beflaande, de nood- 
zakelyke weiden voor het vee , al te 
verre van de hand verwyderen. 

Om dan het gewas , voor de twede- 
maal op denzelven grond, voordeelig 
te doen Haagen , moet den Chinees 9 
zig de moeite getroollen , de drooge 
koemifl met een kar over zynen akker 
te fpreiden , het welk veel minder zou- 
de nodig weezen , indien men hun 
konde beweegen , d'aarde dieper te 
ploegen , waar van in het vervolg 
nader* 

Dog de meefte Chineezen i laten 
hec tweede Katjarig gewas , niet onmid- 
delyk op het eerfte volgen ^ maar zaai- 

Nn 2 ien 



1 9 6 Kdtjang'tbuineii , 

jen tulTchen beiden een jaar Pady , het 
welk der grond voordelig is , zoo wel 
om de verandering van het gewas , als 
om dat het padyfcroo verrottende , tot 
meil verftrekt. 

Dat de Katjang teelt voordeelig is , 
blykt , om dat op een Laxa grond , 
ter welkers bezaaijing 3 50 of 400. gan- 
tangs toereiken, ruim 4000 gewonnen 
worden , die by eene middelmatige 
markt 5 meer dan 120. Rds. waardig 
zyn. De winfl van het eerfte jaar , 
kan niet verder ftrekken, als ter goed- 
making der onkolten van den aanleg , 
maar de volgende, waar in men, zon- 
der nieuw zaad , 3 of 4 maai oogden 
kan, vorderen weinig moeite en gerin- 
ge koften. 

De voornaamfte ongemakken , waar 
aan dit gewas alhier onderhevig is , 
zyn overftroming , wilde verkens en 
witte mieren. Zware flagregens , waar 
door het water op lage plaatfen ftaan 
blyft, of het overloopen der rivieren, 
bederven alles; de wilde verkens doen 
door hun wroeten veel fchade , waarom 
men de paggers of heggen om de Kat- 
jang. 



Katjangthiiwen. 197 

jang- thuinen , zoo digt maakt, als 
mogelyk is; en in de zwarte klei en 
ook wel fomtyds in de roode grond , 
vernielen de witte mieren , een aller- 
fchadelykft ongedierte 5 niet zelden , 
de Katjang in de sarde, zoo dat 'er by 
het graven zeer weinig word gevon- 
den. 

Het voornaamfte gebruik van de 
Katjang Tannah is , om 'er Oly uit te 
flaan , want de geringe hoeveelheid , 
die geroollert en uit de hand gegeeten, 
word. 5 is niet noemens waardig. 

Dit Olyflaan gefchied op de volgen- 
de wyze. De Katjang -boonen worden 
op een heefl, in de grond gemetzeld, 
gedroogd en fterk gerooftert ^ vervol- 
gens fyn gemaalen , en fchoón gezift. 
Het gezuiverd maalzel 5 word in een 
houte bakje, naaukeurig fluitende, op' 
een kegel vormig fournuis , heet ge- 
maakt , vervolgens in dikkere yzere 
ringen van anderhalf voet middeliyns, 
op de grond h'ggende geftort , met pa- 
dy ftroo lugtig omwonden en tot koe- 
ken getreeden. Deeze koeken , in ee- 
ne groote hoeveelheid , teffèns V ge- 

Nn p, '"^^ *' plaatfl 



1 9 8 Katjang thuinen. 

plaatfl: zynde , in eenen langen uitge-f 
holden boom, flaan twee man met een 
zwaare Arduin fteen , hangende aan 
een dwars hout , waar in verlchciden 
kerven zyn , ten einde de fteen , voor 
of agterwaards te plaatfen , tuflchen de 
koeken en het einde van den boom , 
hoLite wiggen in , waar door de Oly 
volkomen word uitgeperft. V^eertig 
Gantangs Katjang, leveren ecn.Takar 
of i7j kannen Oly uit , die doorgaans 
2^ Rds. koften. , Vier man , kunnen 
in een dag 5 Takars perfen , en winnen 
voor deezen zwaren arbeid , maande- 
lyks vier ducatons. 

De uitgeflagen koeken , bekent on- 
der den naam van Tay Minjak , wor- 
den in de Bovenlanden verkogt voor 2 
Ropias het honderd 5 en worden, gelyk 
ik in het eerfte deel onzer verhande- 
h'ngen (m^; reets heb gezegt, gebruikt 
tot het bemeften der Suikervelden en 
groente thuinen. 

Vier Buffels kunnen by verwilTeling 

da^ 

(w) Pag. 2or. 



Katjmtg thuinen. 199 

dagelyks 240 gantangs Katjang malen ^ 
maan dewyl die dieren , door deezen 
zwaren arbeid fpoedig verzwakken 5 
zoude het voor den Landman zeer voor- 
delig wezen , de molen , gelyk men 
in China doed , door water te dry ven > 
het geen op fommige plaatfen aan onze 
rivieren , door eene kleine afleiding , 
wel was uittevoeren. 

By een Katjang -thuin en Oly-moo- 
len 5 kweekt de Chinees altoos een 
troep verkens , by fommigen wel van 
zoo en meerder , d*enige dieren de- 
welke die natie opvoed , en voor 
hunne huishouding zeer voordeelig 
zyn. Geduurende het Katjang graven , 
tot het tweede ploegen , zoekt dit vee 
hun onderhoud in de thuinen en zyn 
in dezen tyd5het vetfte en befte koop, 
maar zoo dra de grond voor de tweede 
maal is omgeploegt en de vrugten be- 
ginnen uittefpruiten, wordenze elders 
heen gedreeven en ^evoert met de 
bladeren van de Kelady Aijer , by 
RuMPHius Lib. 8. Cap. 85. befchrec- 
ven onder den naam van Caladium A- 
piatile. Deeze bladeren worden fyn 
gehakt, gekookt en vermengt met De- 

Nn 4 dak 



jtoo Katjang'thuinen. 

dak of Ryftzemelen. Het aanwakke- 
ren der Land bouw , heeft de waarde 
deezer dieren, wel voor de helft doen 
daalen , zoo dat men thans een groot 
verken voor 5, en een klein voor 2 
Rds. kan koopen,en nog is den Land- 
man er dikwils medeverleegen. Behal- 
ven de morfii^heid , zyn de verkens 
zeer lchadel>ke dieren voor alle plan- 
ten en gewallen , en kunnen niec dan 
met moeite buiten de omtuiningen ge- 
houden worden , het welk den Land^ 
heer met het Kampongs volk wel eens 
verdriet verwekt. 

Zoo ver ik de huishouding der Chi- 
neezen , met betrekking tot deezen tak 
der Land - bouw aanzie , komt zy my , 
ten opzisft van het algemeen belang , 
zeer ruttig voor, maar fchadelyk voor 
den Landheer , op wiens grond zy 
woonen , ten zy hy hier omtrent 
voorzigtig zy , en goede order onder-r 
houde, 

Vvm het eerUe kan ik den Leezer 
zonder moeite overtuigen , wanneer 
hy op ]^et noodzakelyk gebruik , der 
hier boven befchrevene produélen let;. 

De 



Kat/ang4huinen. 201 

De Gouvernenr Generaal Jacoh Moffel 
zegt in zyne aanmerkingen over het 
Koningryk Jaccatra den i. December 
1751. 55 Oly Icverc het land zoo wei- 
„ nig uit 5 dat z'in het land , duurder 
,5 is als in de Had , die daar van ter 
9, zee uit de ooit voorzien word.'* Zo 
dat 'er in die tyd , weinig Katjang- 
thuinen waaren. Sederd dien of , in 
omtrent 30 jaaren is dit werk zoo toe- 
genomen , dat 'er thans 51. Oly- mo- 
lens zyn , te weeten 8 naby de ftad, 
en 43 in de ommelanden. De Chinee- 
zen geven op , dat ieder molen by een 
goed gewas , jaarlyks 127000 kannen 
Oly levert: en zoo het fchraal is, dog 
ten minden ruim 20,000. Wy zullen 
deeze laatfte bepaaling die , geiyk uit 
myn vorig gezegde blykt , zeer mid- 
delmatig is , aannemen , en dan blykt 
dat 51 molens , jaarlyks opbrengen 
I5O52O5O00 kannen , die tegen 2^ Rds. 
de Takar , bedragen eene aanzienlyke 
fomme van byna 1 30,000 Rds., die 
men voor deezen naar Java zenden 
moeft, want de Calappa Oly , die men 
alhier vervaardigt , word alleen ge- 
bruikt in de fpyzen. 

Nn 5 Niet* 



a o I Katjatig- thubwu 

Niettegenflaande deeze aanzicniyke 
hoeveelheid , rykt de voorraad tot het 
gebruik dezer ftad en hare ingezetenen 
nog niet toe. Het getal der Oly- mo- 
lens 5 kan zonder vrees tot honderd 
ftygen , en dan zullen wy alhier, den 
toevoer van Calappa Oly, nog niet ten 
enemaal kunnen miflen («). 

Ik wil niet eens fpreeken , van het 
groot aantal koeken Tay minjak , zon- 
der dewelke de Suiker- thuinen veel 
zouden lyden,en die men in de groen- 
te teelt , naar de mannier der Chinee- 
zen , niet wel kan miflen ; dit moet 
ik nog zeggen , ter overtuiging van 
het groote nut der Katjang-bouw, voor 
het gemeen : dat voor het even be- 
fchreeven getal van 1,0,20,000 kannen 
Oly , byna 600 laxa grond gevorderd 
wordt , die meer dan 1000 menfchen 

voe- 



(») Mogelyk lal deeze begroting naar het opgege- 
ven getal der Ingezetenen deezer Stad , aan vreemden 
wat buitenfporig fchynen, warom ik moet zeggen, 
dat men hier veel meer ligt ontllecki als in ons Vader- 
land, alzo het maar eene zeer middelmatige huishou- 
ding is, alwaar zoo wel binnen als voor dü bedienden 
dagelyks geen 20. lampen branden ; by de vermogende 
en ryken is dit getal wel honderd , zoo dat de oly geen 
gering gedeelte in onze vertering is , om nu niet eens 
te fprcckcn van de Suykcr-molens die met elkandcit 
kjni i(X)ooo kannen in een Jaar bchocYcn. 



Katjang- thuinm. 2 03 

voeden , want voor de bearbeiding 
van een Laxa , met dat geen wat hier 
toe behoort, mag men niet minder dan 
twee man , rekenen. 51 Oly-molens 
houden ook ruim 600 menfchen in be- 
zigheid 5 zoo dat dit gewas , in dea 
tegenwoordigen ftaat , in de eerlle 
hand 5 reets meer dan 1600 menfchen 
onderhoud , ongerekent de zulken , 
die hun beftaan vinden in het verkoo- 
pen der Oly en meer andere kleine be^ 
zigheden , die ik met ftiizwygen ben 
voor by gegaan. 

Wat zegt gy nu geagte Leezer ! zyn 
1600 vlytige ingezetenen , geen aan- 
Zienlyk voorwerp in het lighaam ener 
volkplanting ? 

Maar zoo nuttig is dit akkerwerk 
voor den Landheer niet, ten zy hy de 
konfl: verfla , door eene vriendelyke 
gefpraakzaamheid , en wel geregelde 
order , den arbeid der Chineezen te 
beflieren, Twyfelt gy , zoo Hel 
uw voor, dat eenige flukfe gaften C^) 

hun- 
■ ■ ' a II ■ . 1 II I ■ ■ .1 . ,. . ■ * 

(#) De nieuwelingen , die de Jonken alhier jaariyks 
aanvoeren» laten hun zeer gaarn gebruiken tot den 

Aki 



•204 Kat]ajig-thuinetu 

hunnen dienfl: den Landheer komen 
aanbieden (/>) een ftuk grond , door 
hun naar de boven befchreeven manier 
verkooren , van alle wilderniffen te 
zuiveren en mee Katjang te beplanten. 
Dit fchynt in den eerften opflag een 
zeer aangenaam verzoek , dat egter 
fpoedig gematigt word , wanneer men 

be- 



Akker-bouw, alzo de meefte dit werk in China heb" 
ben by de hand gehad, en boven dien bevreefl: zyn, 
voor het woonen binnen of naby de Stad; zoo wel 
om de fchadelyke lugt, dewelke die Natie nog nadee- 
liger is , dan ons Europeaanen , als ook om dat zy in 
de Bo/enlanden ruimer kunnen keven en meerder vry- 
hcid hebben. 

Iemand die het niet gezien heeft, kan naaulyk? ge- 
loven, wac arbeid deeze Menfchcn in d' eerfte Jaaren 
hunner aankomft doen, maar zoo dra zy, van hun 
koeligeld of dagauur een weinig hebben opgclegt, be- 
geeven er zig ecnigc met malkanderen , naar een goed 
Landheer, en verzoeken een ledige en woeilc grond, 
om zelf een Thuin aantelcggen. 

ip) Men ontmoet op de meede Landeryen rondom 
deeze Stad, nog veele morgens begroeit met allerley 
ruigte, vooral met Gu'^avm Agreftis Qi^o{z\\Qw\^\\x^ 
dat het minft (chadelyklt van allen is, alzo het rund- 
vee, onder dit Gewas, in het heet fayzoen nog een 
weinig gras kan vinden , en zig ook behelpt met de 
Vrugten ; maar dikwils ziet men ook geheele plekken 
met uirunda Spinofa of gedoomde Bamboezen , en 
diergclyke wilderniffen, waar door, nog Menfch nog 
Beeit paffecren kan, Deeze plaatfen behoort men bo- 
ven andere te vei;kiezen, om tot Katjang thuinen uit 
te geeven , Want de Javaanen wagen crizig niet \\^ 
aan, dewylhet vrcrk te zwaar is. 



Katjang' thuinen, 205 

bedenkt , dat zy in de eerfte twee of 
drie jaaren , naar luid van het accoort , 
niets betalen en dan 8 a 10 jaaren , voor 
de Laxa 4 of 5 Rds. Meer dan twee- 
maaien kan men, zonder eene aanzienly* 
ke bemefting, op denzelven grond niet 
zaayen, al werd 'er tuffchen beiden pady 
opgeplant. Is 'er nu in de nabyheid 
geen Hoorn - vee , dan gaat den Ak- 
kerman verhuizen , en de grond door 
hem bebouwt , maar nu ten enemaal 
vermagerd , deugt voor eerfl nergens 
toe en brengt niets anders voort , dan 
een fchadelyk foortvan gras, door den 
gemenen man verkeert Teke-, maar ei- 
gentlyk Cujfu Cujfu geheeten , en door 
R u M p H I u s befchreeven , onder den 
naam van Gramen aciculatum. 

Geftelt dan dat de Chinees 5 Laxa 
bearbeid heeft, en daar voor 10 jaaren 
agter een , den grootften huur of 5 
Rds. betaalt, zoo vind den Landheer, 
by flot van rekening voor dit gering 
bedragen, een dorre en verlaten plek, 
die hy in veele jaaren , nergens toe 
gebruiken kan. Die zyn land niet wil 
bederven , moet dit noodzakelyk te- 
gengaan , en zoo veel mogelyk niet 

ge- 



^ o6 Katjatig'thuinen. 

gedogen , dan de Cnineezen , de Katjang- 
thuinen naar hunnen fniaak verplaau 
fen , maar dezelve in tegendeel, door 
gedurige bemelling vrugtbaar houden: 
en devvyl men tot heeden toe , het 
vellen van bamboes en boomen , met 
onverfchillige oogen aanziet , verbie- 
den eenig hout of bamboes riet te kap- 
pen 5 zonder binnen hunne omtuinin- 
gen Calappa ^ Doerioens en andere 
vrugtdragende bomen, aantekweeken , 
het welk hun terftont by hunne komft 
moet werden opgelegt, want op deeze 
wyze word , den Akkerman aan zyn 
grond verbonden , hy vind by misge- 
was nog eenig middel van bellaan 5 
blyft verfchoont van de moeite der 
verhuizing en raakt gewent aan de 
plaats en met de Javaanen , het welk 
tot zyn veiligheid (^) ten hoogden 

no. 



{q^ Zeer groot is het aantal Chineezen , het welk 
door de Javaanen , jaarlyks word om hals gebragt D« 
laaifte hebben ecnen onverzoenlykcnhaat tegen de eer» 
ften, waar by nog komt de hoop van buit, dewyl dit 
Chineezen , zeer dikwils met geld naar boven gaan. 
De VVergeevende Magt heeft hier tegen op allerlei 
wyzen tragten te voorzien , maar tot nog toe vrugte» 
loos. Om deete reeden behoeft men nimmer tefchroo» 
men , voor hun toenemend aantal in de Bovenlanden, 
dcwyl zy hoc talryk omtrent de Javanen in geeneaaa- 

Bier- 



Katjang'thüinené ^o'j 

nodig is. Zonder deeze en meer iandé- 
re fchikkingen , door de Hooge Ove- 
righeid 5 tot nut der Land- bouw vafl: 
te flellen , zullen de ommelanden 9 
binnen weinig jaaren , ten eenemaal 
werden uitgemergelt ; dit aanzienlyk 
deel der Land- bouw, zal uit gebrek 
aan goede grond (f) ten ondergaan , en 
veele Landheeren , zullen tot hunne 
fchade leeren , dat de Katjang teelt , 
die voor het algemeen , in haare bloei 
zoo nuttig was , eindelyk uit gebrek 
aan goede fchikking voor hun zelf en 
deeze volkplanting, verderfelyk word. 



ïncrking komen , en zelf zeer wel wectcn , dat eene 
Cnkele wenk van goedkeuring, den Land aart gegec- 
▼en , voldoende is , hun allen de Krits in het hart te 
drukken. 

(r) Het is zeker, dat omtrent het Gebergte, nog 
veele honderd morgens woed en ledig leggen , en ook 
nog in de cerfte Jaaren niet bearbeid zullen worden ; 
maar deeze ftreekcn kunnen tot den Katjang bouw- 
niet verder gebruikt worden , als de benodigdheid der 
omleggende Kampongs vorderd. Het vervoer, naar 
beneeden , het welk door de onbevaarheid der 
RiviercQ , die bchalven de Tfidani , op 3. a 4. uuren 
gaans van de Stad, zeer droog en klippigzvnde, met 
Buffels-karren moet gefchieden , word te koftbatr, 
zoo dat de Katjang-teclt in eene aanzienlyke hoeveel- 
heid, niet wel verder dan 4 a 5 uuren, in den om- 
trek der Stad kan geoeffent worden. 



B Y- 



208 

BYVOEGSEL- 

Myne befchryving van de Suiker- 
molens 5 te vinden in het eerfte 
deel deezer Verhandelingen , door de 
Chineezen , in hunne Taal overgezet 
zynde, heeft een kundig en vermogend 
Land -bouwer dier Natie, het Ge- 
noodlchap eenige aanmerkingen , dat 
werk rakende , toegezonden , waar 
van ik de voornaamfte hier zal byvoe- 
gen 5 in hoop dat dit , een iegelyk ^ 
wien de welvaart deezer volkplanting 
waarlyk ter herte gaat , zal aanmoedi- 
gen 5 naar vermogen , het zyne toete- 
draq;en , ter meerdere volmaking van 
dit gewigtig gedeelte onzes Akker- 
bouws, die, gelyk men uit de boven- 
genoemde befchryving ligtelyk zal ont- 
waaren , in veelen opzigte , tot nog 
toe , zeer gebrekkig is ingerigt. Hy 
zegt : 

L Dat het niet nodig is, lo jaaren ag- 
tereen in een en nieuwen grond , wit 
riet te planten , zoo als ik pag. 198. 
heb geflelt , kunnende na verloop 
der eerfte 5 jaaren , reets voor de 
helfcrood riet gebruikt worden, waar 

uit; 



jbyvoegjeu aog 

uit men zoude moeten befluiten , 
dat het roode riet , voor den plan- 
ter voordeeliger is , het welk naar 
myn begrip nog niet beweezen is y 
want offchoon het witte riet, zoo 
veel vogt niet leevert ais het roo- 
de , dewyl het dunner en korter 
is , IS het fap egter veel zoeter en 
fuikeragtiger , waarom in het alge- 
meen verzeekert word , dat men 
tot het roode riet niet overgaat , 
dan om dat de grond , door het eer- 
fte gebruik vermagert is. 

f 

IL Raakende de tyd die het Suiker- 
riet nodig heeft ryp te worden , en 
door my pag. 201. op 12 of 14 
maanden is bepaalt , zegt hy , dat 
in dit geval ^ onderfcheid gemaakt 
moet worden tuffchen de hooge en 
laage gronden , aizoo het gewas 
van eenen laagen grond , binnen 1 1 

. of 12 maanden , bekwaam voor de 
mooleii is , terwyl het riet op ee- 
nen hoogen grond wel 14 of 15 
maanden, tot de volle wasdom 
vordert. 



O o IIL 



aio Sy voeg/ cl. 

III. Omtrent het kooken heb ik pag. 
206. gezegc , dac , volgens de te- 
genwoordige nadeh^e inrigting der 
kookhuizen een Toiol 24. uuren en 
langer nodig heeft , eer het tot be- 
horige lyvigheid gebragt kan wor- 
den, waaromtrent hy aanmerkt dat 
de Ooft- en- Weftmouflbn , in dit 
geval, verfchil verwekt, alzo hier 
toe, in het reegen- faizoen meer- 
der tyd , dan in de Ooft-moulTon, 
werd gevorderd. 

Volgens zyne opgave , worden 
*er in een etmaal 1 6 tonnen vogts 
in het Chinees TfingOuw genaamt, 
verkookt, houdende ieder ton 420 
of alle te famen 6720 kannen die 
tot 630 afgekookt zynde ,18 pot- 
ten ieder van 35 kannen , kunnen 
vullen. 

IV. BetreiFende de figuur der pannen 9 
heb ik, pag. io8- geftelt, datzy, 
ter bevordering eener fpoedige uit- 
damping , behoorden vlakker te 
zyn , waar omtrent hy zegt ; dat 
dit van nut kan weezen by het eer- 
He kooken , wanneer het vogt nog 

zeer 



'■Byvoegfêl. fiii 

zeer wateragtig is , maar wanneer 
het voor de tweedemaal word over- 
gekookt, gaat zulks niet door, ter- 
wyl het vogt , reets tot eene mer- 
kelyke lyvigheid gebragt , dus ge- 
vaar zoude loopen aan re branden. 

Wat hier van zy zal wel haatft be- 
flift zyn , door de proeven , die van 
wegen hetGenootfchap, daar omtrent, 
zullen genoDmen en in het derde Deel 
bekent gemaakt worden. Dit enkel 
merk ik hier by aan, dat alle Molens 
eenerly zoort ftaale pannen gebrui- 
ken, die hun, uit China, worden toe- 
gevoert, van omtrent 44. Rhynlandfe 
duimen middellyns breed en 1 5. duimen 
diep. 

Het overige, door hem by gebragt, 
van weinig belang zynde, voege ik 
hier nog toe dat de Heer Sirardus 
Bar TL o dirigeerend Lit van dit Ge- 
noodfchap, een Kookhuis, op ZynEd. 
Suikermolens, volgens iryne aanwy- 
zing verbetert hebbende, heeft bevon- 
den , dat door het fpoediger uitwase- 
men der waterdampen, het kooken 
thans zoo fnel voortgaat dat, daar de 

Oo 2 Vuur- 



^l^ Byvoegjel. 

Vuiudokers voor heen gedurig moeflen 
werden aangezet, dezelve nu in tegen- 
deel dikwils moeten werden tegen ge- 
houden, waar door de Ampas of het 
uitgemalen Riet van veel meer nut word , 
hebbende* Zyn Ed. op deeze manier, 
meer dan lo. vademen Brandhout uit- 
gewonnen, zoo als deflelfs Berigt aan 
het Genootfchap , breeder te kennen 
geeft. 

Dit zigtbaar voordeel zal , zoo ik 
hoop, de Chineezen, hoe zeer zy bo- 
ven andere Natiën, niet ligt tot enige 
verandering overgaan , nogtans wel 
haaft ter navolging b'eweegen, hetwelk 
hun op allerly wyze diend onder het 
oog gebragt te worden, om dat zy, 
door hunne tegenwoordige gebrekkige 
behandeling, het Brandhout, zoo kort- 
haar voor den grooten ommeilag van 
Batavia, nodeloos vernielen. 



PROE- 




Pag. 213 

PROEVE 

NOPENS DE VERSCHILLENDE 

GEDAANTE en KOLEUR 

DER 

MENSCHEN 

DOOR 

Mr. J. C. M. Radermaker, 

'T T S nog niet lang geleeden , dat 
X nien den Mensch wat nader be- 
gint te kennen. De Ridder Linn.eus 
brengt den Oran-Outang nog onder het 
Menfchelyk geflacht , en de Heer A, 
VosMAAR heeft , in zyne Befchry- 
ving van dit zoo zeldzaam Dier , by 
Meyer, te Amfterdam ; in 1778. 
uit^egeeven, allereerft doen zien, dat 
3an het zelve , niets anders , dan de eer- 
He rang, onder de menigvuldige foor- 
ten van Aapen , toekomt. 

LiNN^us onderfcheidt den Mensch 
in twee zoorten, 

Oo 3 Etr-^ 



''514 Proeve nopens de verfchillende 

Eerjle Soort. 

Hy> verdeelt den Dagmenscb in fes 
verfcheidenheden , namentlyk: 

i.De JVilde , loopende op vier poo- 
ten 5 ftom en ruig : 

2. De Amertcaan , rood en galagtig. 

3. De Europees , blank , bloedryk en 
lyvig. 

4. De Afiaan^ bruin, zwart gallig en 
taaij van leden. 

$,De Africaan^ zwart en waterig: by 
welke hy dan nog voegt, 

6. De Monjlers of wangedrogtcn , waar 
onder de Reuzen van Patagonien , 
den dwerg der Alpen , de Hotten* 
totten met een bal ; de Hottentot* 
tinnen meteen klep; het ronde hooft 
der Chineefen , en het platte hooft 
der Canadenfen. 

Tweede Soort. 

De Nagtmensch , als de Trogkdyt , 
de Oran^Outangtn de Kakkerlak y dien 

hy 



gedaante en koleur der Menfchen. 215 

hy befchryft , ais woanende onder de 
aarde , half zoo groot als de Mensch ; 
*t Lyf met een wit dons bezet , de 00- 
gen rood, en de appel roozen- kleur; 
zynde in ftaat van te denken en te re- 
deneeren 5 maar leevende niet langer , 
dan op zyn beft vyf-en- twintig jaaren, 

Deeze Befchry ving 5 door den Heer 
KjoEP Zweedfchen Reiziger, aan Lin- 
NiEUs opgegeeven , is volftrekt valsch 
en verkeerd. Hy verwart alles onder 
één. Trouwens de witte Neger , of 
Kakkerlak is wel degelyk een Menfch: 
daar men over naar kan zien de ver- 
handelingen van het Bataviaasch Ge- 
nootfchap ifle en 2de Deel, in de be- 
fchryving van den witte Neger , en de 
witte Papoefche Meid , door den Heer 
J. VAN Iperen opgefteld. 

De Oran - Outang , is daarentegen 
een waare Aap , zoo wel als de Bar is 
en Chiampanfee van Africa , en de 
Quojonvero van Brazil: gelyk de Heer 
VosMAAR , in de hier voorgenoem- 
de befchryving , duideiyk heeft aan- 
getoond : en ook nader beweezen is in 
het tweede deel van ons Bataviaasch 

Oo 4 Ge- 



2t6 Proeve nopens de verfchilUnde 

Genootfchap : in de Befchryving van 
den grooten Oran-Outang van Lan- 
dac , door den Heer liaron van 

WURMB. 

De Mensch , door zyne zielvermo- 
gens en zyne fpraak van alie Dieren 
volkomen onderfcheiden . is , naar my- 
ne gedachten, maai* één foortig; doch 
zeer verfcheiden in kleuren , naar de 
luchtftreeken , welke hy bewoond en 
naar de opvoeding , die hem gegeeven 
wordt. De kleur is het eenigfte , 'c 
geen van de ouders op de kinderen 
fchynt overtegaan. Maar alle andere 
verfchillen van. Reuzen , Dwergen , 
witte Negers en diergelyke zyn aan 
dien byzonderen mensch , en aan de 
fpeelinge der Natuur, welke hem in 
iets van zyne foort onderfcheidt ; en 
geenzins aan het geflagt eigen. De 
Ontleedkunde leert ons , ondertus- 
fchen 5 dat de warmte der heete lucht- 
ftreeken op den Mensch de volgende 
uitwerkzelen heeft. 

I. Dat de harflenen zwartagtiger zyn: 

a. Het bloed donker rood. 

3- Het 



gedaante en koleur der Mmfchen, 217 

3. Het zaad zware. 

4. Het weefzel van Malphighius, 
onder den huid liggende, is blank by 
de EuTopeaanen , zwart by den Ne- 
gers , bruin by den olyf-kleurigen 
en roodachdgin de Roli'e iVïerjfciien. 

5. De jong gebooren Neger is blanka^- 
tig 5 behaiven aan de teeJdeelen 9 
om dat zoo men meent dezelven al* 
lereerfl gevormd worden. 

Zoo de hitte de herflens en het 
zaad der Afrikanen zwart maakt , zal 
men aanftonds vraagen , of de Euro- 
peezen ook , met de tyd 5 dit toeval 
krygen ? en of de Negers in de Noor- 
delyke landen overgebragt , eindelyk 
eens blank worden ? 

De Schryver van de Philofophifche 
Onderzoekingen over America fchynt van 
gevoelen te zyn , dat de kleur der 
Menfchen zich fchikke naar de lugt- 
ftreeken : en hy haalt eenige gevallen 
aan van Portugeefche kinderen , in A- 
frica ten jaare 1764. gedoopt ^ die by 
na zwart waren. 

Oo 5 Edoch 



a 1 8 Proeve nopens de verfchillende 

Edoch ik heb eenige reden om te 
vermoeden, dat daar eene vermenging 
met de Negers hebbe plaats gehad , 
want 5 in geheel India , blyven de 
kinderen, van Europeefche Ouders ge- 
booren , en weder met elkander trou- 
wende, zonder vermenginge met zwar- 
ten , zoo blank , als de Éuropeezen ; 
waar van veele voorbeelden op Bata- 
via^ zelfs tot in het zesde geflagt, voor 
handen zyn. 

Daarenboven heeft de Heer Kalm, 
in zyne Reize na Noord - Amerika , 
aangemerkt , dat de Negers , die , ze- 
dert veele jaren, in Noord -Amerika 
zyn voortgeteeld, nog zoo zwart zyn , 
als de eerfle Negers. 

Dan , wat hier ook van zy , zoo is 
het zeker , dat , indien men de Men- 
fchen , naar de kleur , in foorten ver- 
deelde , 'er zeer veelen foorten zouden 
zyn ; ja ! de Spanjaarden en de Zwee- 
den zouden van geen eene foort bly- 
ven : en men zou eindelyk de verdee- 
ling tot in het oneindige uitftrekken. 

De Mensch dient zekerlyk ! aan het 
hoofd van het Syjlema Naturale ge- 

plaatlty 



gedaante en koleur der Menfchen. 2ip 

plaatfl 5 te worden. Want hoewel zy- 
ne tanden , gelyk zyn aan die der Aa- 
pen en der Vleermuizen zoo heeft hy 
nogtans , boven alle de dieren , de 
fpraak en het edel vermogen , om zich , 
door de opvoeding , te yolmaaken en 
te verbeteren. 

S. I- 

Naar de koleur , zyn de Menfchpn 
onderfcheiden , in 

a.^ Amerikaanen , welke rood en 
galachtig zyn. 

De voornaamfte Geflachten , 
onder hun , zyn de Esquimaux^ 
in 't Noorden ; zynde die eVen 
dezelfde Natie, met de Groen- 
landers, vier voeten hoog, en 
bruin. De Volkeren in 't mid- 
den van Amerika , zoo wel die , 
der vafte Kuftals Eilanden, wel- 
ke, roodagtig van koleu^r zyn, 
zelfs tot onder de Linie, daar 
Amerika altyd ten minflen twaalf 
graaden koeler is, dan ^n^^. 

*0 De 



aio Proeve nopens de verfchillende 

*.) De Europeezcftj welke blank, 
bloedryk en lyvig zyn. Van 't 
Noorden naar 't Zuiden gaande 
verdonkert hunne koleur, vol 
gens de luchtftreek; en cuirchen 
eenen Zweed en eenen Spanjaard, 
is by na zoo veel ondericheid als 
tuffchen een Spanjaard en eenen 
Neger, 

5.) De ylfiaanen zyn bruin, zwart- 
gallig en taay van leden. Behal- 
ven de Papouen^ die onder de 
Linie liggen, en óe Mallebaaren ^ 
vinden wy alle de Afiatifche Na- 
tien hoe "genaamd bruinachtig, 
min of meer, naar den afftand 
hunner luchtftreek van de Mid- 
daglyn. 

dJ) De Afrikaanen daarentegen zyn 
zwart en waterig. En deze 
zwartheid neemt mede toe en af, 
naar dien zelfden afftand hunner 
woningen van de Linie. 

$. IL 

Toevallige veranderingen enzonder- 



gedaanseen kokur der Men/chen. aai 

linge geboorten maaken dit onder* 
fcheid. 

4,^ In de verandering van koleur der 
Albinos , of witte Negers van Lo- 
ANGO \r\ Afrika y door den Heer 
VoLTAiRE befchreeven, der 
Blaffards der Land engte van Da- 
rien in Amerika door den Heer 
Paauw, in zyne Recherche fur- 
ies Americanis , IL Deel be- 
fchreeven; en der witte Papousj 
of Negers, van Ternate en an- 
dere Landen van het Ooflen ; 
op Ternate Kakkerlakken genaamt, 
door den Heer Josua van 
Iperen befchreeven, in het I. 
en II. Deel der Verhandeh'ngen 
van het Bataviaafch Genootfchap. 

Deze zyn denkelyk nooyt 
zwart geweeft , en worden meelt 
al van twee zwarte Ouders geboo- 
ren , brengende zy ook zwarte 
Kinderen voort. 

Die van Amerika eii Afrikê 
zyn gemeenlyk niet boven de vier 

voe^ 



S22 Proeve nopens de verfchiUende 

voeten, en vyf duimen hoog. 
Hunne koleur is krytwit en zy 
hebben geenen baard. Ook is 
bet hair der Afrikaanen wollig, 
maar dat der Afiaanen lang, 
fneeuw wit, of rood-geel van 
verwe. De oog-appel trekt wat 
naar hetroode, en over dag zien 
zy bezwaarlyk, en het fterkfte 
licht doet hunne oogen fomtyds 
traanen, ziende zy by fchemering 
zoo veel te beter. 

Te Batavia is 'er in 1774. een 
by den Heer Gouverneur Ge- 
TsTERAAL geweeft, die alle deze 
kenmerken had , zynde hy op 
Ceram , by Ambon , van twee 
zwarte Ouders gebooren. 

Hy was omftreeks tien jaaren 
oud , vroolyk , dog niet zeer gee- 
Itig ; echter vlug Maleits fpree- 
kende. 

De oorfrak van de Geboorte 
der witte Negers zou volgens den 
Heer P a a u w , Schry ver van de 
Wysgerige bedenkingen over 



gedaante enkolour der Menfchen. 123 

Amerika j zyn een bederf in d^ 
zaaddeelen van de Ouders. 

Dog de eigenlyke ziekte , welke 
dit veroorzaakt 5. is tot heden toe 
onbekend, om reden dat Ma l- 
rr' pHiGHius,byhetontieedenvan 
een witten Neger 5 het vel heeft 
befchreeven, en niet het hers- 
fen en rugmerg , zoo min als het 
zaad; 't geen echter faamgenoo- 
men , alleen de zaak zoude heb- 
ben kunnen beflilTen. 

b.) In grootte kleente en dikte ; Reu- 
zen worden 'er nog enkelde , nu 
en dan .gebooren , van gemeene 
Ouders : gelyk zeker Trawant 
van den Aarts Hertog F e r d i- 
NA ND AiMON genaamd, die 
elf voeten hoog was. C a j a- 
N u s , diein 1744. in Holland te 
zien is geweeft was agt voeten 
hoog ; De Reuzen , welke de 
Engelfche Capitein Biron, ten 
jaare 1764. in Patagonie had ge* 
zien, zyn , door de Franfche Ca- 
piteins Gerardaux en Bougain* 
viLLEin 1766. niet grooter bevon- 
den, 



224 Proeve nopens de verfc billende 

den, dan van 5. voeten en 5. dui- 
men, toe 5. voetenen 9. duimen. 

De Engelfche Capitein Cook 
verzekert zejfs , dat de grootfte 
5. voeten en 10.' duimen hoog 
zyn. en de Heer Pernetty y 
die in zyne Verhandelingen over 
Amerika, de Reuzen behoud, 
verklaart echter daar na in zyne 
Reys naar deMalouines II. Deel 
bl. ioj. dat zy 5. voeten en 7. 
duimen groot waren , 't geen men 
dan voor geene Reuzen kan re- 
kenem 

Dwergen, waa^ vanmen voor 
henen dagt, dat 'ergeheele Na- 
tien waren, wordende in Holland, 
Klahouters^ Kaboutermannetjes, 
in Zvveeden Trools genaamd. 

De Aards Hertog Ferdinand, 
dien wy zoo even aanvoerden, 
had 'er eenen van drie fpannen 
lang; en in 1760. is teParys een 
Poolfch Edelmannetje te zienge- 
weeft, twee en twintig jaaren 
oud en maar agt en twintig dui- 
men 



gedaante en cokur der Menfchm. 225 

men hoog , en thans heeft men 
een Friesch Boertje Lolkes 
genaamd, die hu en dan te Am- 
fterdam by BlaauW Jan te zien 
is 5 en geen drie voeten haaien 
kan. En wat de dikte iDetreft: ^ 
in 't j^ar 1714 flierf eenEngelsch- 
man , te Lincoln , lang zes voe- 
ten en vier duimen ; dik tien 
voeten in den omtrek, en zwaar 
580. ponden; 

t. ) Ziekteris aan den hals. 

Goeters of Kropdraagen heeft 
men aan den voet der Alpen , 
ook in den Elzas , en aan den 
voet van onzemeelle hooge ber- 
gen op yava: als mede hier opl 
den Salak : zynde die krop eene 
ziekte , welke men zegt , dat door 
't water veroorzaakt wordt. Men 
vind 'er de zulke ook , aan den 
Voet van de Cor delier es ^ in Peru. 

i)e Cretins ^zn ValaisinZmt" 

zerland , hebben behalven die 

^toote kroppen , byna geene de 

taiinfte kennis ; zynde zy doof 

Pp ert 



226 Proeve nopens de verfchillendé 

en ftom , volgens de befchry- 
ving van den Heer Grave de 
Maugiron. 

e/.) De Ziektens der huid. 

Gelyk die de Kaskado , of 
fchubziekte hebben. Deeze heb- 
ben witte fchubbenop den huid, 
die , gelyk de andere huidziek- 
tens 5 kan geneezen worden. 

Men vind 'er veelen op Nias^ 
een Eiland by Siimatra en op de 
Sangerfe Eilanden , by Ternate. 
Edoch deeze ziekte is alleen den 
zwarten eigen» 

e,') Ziektens der.Teeldeelen. 

jindroginen , die door de uit- 
groeijing der Clitoris en Nimphen , 
van beide kunnen fcheinen te 
zyn. 

Hermaphrediten , waar van 
fommigen naar Mannen , en an- 
deren naar Vrouwen gelyken ; 
zynde de laatllen het gemeende, 
voornamèntlyk inde heeteLand- 
ftreeken. 



n. 



gedaante en cokur der M^nfchen. ^%y 

Monorchisn die maar ééne bal 
hebben , als. de Hoctencotten , 
hebben hunne voorouders vol- 
gens Kolbe , 'er voor dezen, een 
afgefneeden. 

Het uitvvasch , 't gern men 
wil , dat de Hottentouinnen o- 
verde fchaamdeelen nederhangt. - 

Triorchis met drie ballen. 
ƒ.} Misgeboorten. 

Samen gegroeide kinderen. 

Een Jongman die zyn broeder 
aan het borftbeen was aange- 
groeit ; twee zufters , in 't jaar 
1723. te Presburg overleeden , 
die aan 't ftuitbeen waren t'zaam 
gegroeid : welke by Houttuin 
fiaan uitgeteekend. 

Menfchen met ftaarten , die 
men nu en dan vindt ; zynde ; 
. nu eenige jaren een kind alhier 
te zien geweeft , met een kraak- 
beenig uitgroeizel van drie a vier 
duimen aan het ftuitebeen. 

Pp 2 g.) Mis- 



G2 8 Preeve nopens de verf. ged. en col. enz. 
g.') Mismaaktheid door kunll, 

Aan het hoofd, door zaaraen- 
drukking , rond , plat of pira- 
midaal 5 't geen door de moe- 
ders, opzettelyk, gedaan wordt- 

Sommigen rekken de ooren 
overmaatig lang ; gelyk de Ba- 
liers , in de nabuurfchap van 
yava. 

Andere volkeren in Amerika 
trekken hunne kinderen de voor- 
tanden uit. (*) 

Aan de Teeldeelen ; door de 
lefnydenijjen , of door de In- 
fibulatie^ welke met een ring, of 
iets diergelyks door de teeldee- 
len te haaien, aan beide de kun- 
nen 5 gefchiedt , en 't geen , zoo 
wel op Ceram . order de Aljoe^ 
reeftn , als m Amerika , in ge- 
bruik is. 



(*) Sommigen bcbrandcn den huid met allcrlye fi- 
guuren , gelvk in Italië , Spanje , Ja zelfs onder de 
Kafos van Idox,êmbi<iHi plaats heefu 

B E- 



Pag. 22p 
BESCHRYVINGE 

VAN E E N E 

BLANKE NEGERIN 

UIT DE 

PAPOESCHE EILANDEN, 

DOOR 

J: VAN I P E R E N. 

Deze Meid , welke nog , op zyn 
beft, zoo het my toefchynt , vyf- 
tien of zeftien jaar oud zal weezen , 
werd , voor eene zonderlinge zeld- 
zaamheid van Ternatey aan den Heer 
Radermacher^ en dus ter 
befpiegelinge voor het Genootfchap , 
in de maand September des voorleden 
jaar, ten gefchenke gezonden: en men 
brengt die in den thuin , van de Ed: 
Compagnie, welke ik thans bewoone, 
en daar ik nu en dan eenige Natuurly- 
ke Zeldzaamheden ontvange en over- 
weege van wegens ons Genootfchap. 
Maar zy was zoo fchurft en bezet met 

Pp 3 CQ"^ 



230 Befchyving van eene blanke Negerin 

eene foorc van melaatsheid , dat ik 'er 
irjyne Haven en huisgcnooien niet aan 
durfde wagen. Zy werd dan in de vry- 
mans boeien gebragt en aldaar volko- 
men geneezen , door het bewryven 
van haren huid met Tamarinde blade- 
ren , klein gekapt , uicgeperft en met 
Salpeter tot een zalfje gemaakt. Ik 
kreeg haar, wederom fris en gezond ^ 
op den 14. December 1779, 

Toen zy eerft by my aankwam , was 
zy zeer verlegen , zeer bang en was 
tót geen fpreekente krygen. Toen zy 
weggehaald werd , fchreidde zy bit- 
terlyk , en zeide aan de jongens en 
meiden , dat zy wilde blyven , en het 
hier wel had. Toen zy wederkwam 
was zy vrolyk , lachte en gaf haar ge- 
noegen , met fpreekende daden , te 
kennen. Niettemin was zy in de boei- 
en zeer wel behandeld: — maar ook 
de flaven en flavinnen willen eene vry- 
heid genieten , welke met haren flaat 
overeenkomt. 

De jongens en meiden , welke men 
hier Papoefchen noemt, zyn vry zwart 
en draagen gekroesd, fyn gedroesd en 

dus 



uH de Papoefche Eilanden. 2^1 

dus kort, in een gedrongen hoofdhair. 
Van zoodanig foort van haar is deeze 
ook voorzien , maar het is uit den gee- 
len rood , en ftaat krulsgewyze op- 
waards gekronkeld , wat te verre op 
het voorhoofd , 'c geen eenigzins een 
ftroef gezicht veroorzaakt. 

De Heer van Sonneret befchryf t Voyagics 
de Bewooners 5 der Papoefche Eilan-^^s- i53« 
den , die , zegt hy , zeer weinig be- 
kend zyn 5 aldus : — „ Hun voorko- 
55 men heeft iets leelyks en vervaar- 
95 lyks. Dat men zich fterkgeipierde 
55 menfclien voorflelle , van eene 
5, bhnkende zwarte verwe, offchoon 
55 ondercuflchen de huid vry ftroef en 
5, ruuw is 5 en voor het groots gedeel- 
55 te ontcierd met leelyke vlakken , 
,5 niet ongelyk san die, welke de me- 
55 laatsheid voortbrengt; dat men zich 
„ dezelve voor zyne verbeeldinge 
,5 fchildere als menfchen met groote 
55 oogen 5 met een ingedokene platte 
55 neuze, met eenen ongemeenen wy- 
,5 den mond 5 met hppen vooral de bo- 
>5 venfte vry wat gezwolle : met dik ge- 
j, kroesd en in een gekronkeld of git 
?, zwart of vuurig rood hain Het ze- 

Pp 4 5, de- 



132 Befchryvfng van eene blanke Negerin 

„ delyk beftaan van deze wilden be- 
„ antwoordt vry wel aan hun uitwen- 
5, dig voorkomen ; want zy zyn dap- 
5, per y zy beminnen den oorlog , zy 
55 zyn wreed, wantrouwig en zyn oolc; 
99 op verre naar , niet te vertrou- 
„ wen." 

Omtrend op gelyke wyze befchryfc 
DonGeor(;ede Men e zes, die ten 
jaare 1527, de eerfte der Europeanen 
op de Papoefche Eilanden aankwam, 
dat geflagt van menfchen. ,, Men 
5, houdt voor zeker , fchtyfc hy dat 
9, de naam van Paymas , in de taal van 
„ dat Land , zwart beteekent : om 

Godtfrted '' ^^^ ^^^ wilden *er , gelyk de Kaf- 

Kyze by „ fers , uitzie, en kroes gekruld hair 

li^r!^^^^^ hebben ; zy zyn w^el mager en ver- 

ómtrend 59 ftyfd , maar kunnen zeer wel tegen 

inhctmid-^^ den arbeid, en van nature tot al- 

***',, lerlye fchelmftukken en verraad ge- 

„ negen. Onder hen vindt men veele 

5, Dooven , en fommige , die maar 

„ weinig zien. " Ik meene , dat 

onze hedendaagfche Natuur-onderzoe-- 
kers volftrekt geene vryhcid hebben , 
om de byzonderheden , welke in da 
Land- en Zee- tochten der ouden voor^ 

ka- 



uit de Papoefche Eilanden. 233 

komen , te verachten en van dezelve 
geen gebruik te maaken. En wat 'er 
ook van de gelykheid met de Kaffers 
mag gezegd worden , dit is ten min-« 
ften zeker , dat de Mozambiquers , van 
welke ik 'er verfcheidene hier gezien , 
betuurd en belaft hebbe , zeer veel 
overeenkomll hebben met de Negers 
der. Papoefche Eilanden , welke men 
hier , by onderfcheidinge van de Mo- 
zambiquers, Oofterlingen noemt. Al- 
leenlyk bericht men my , dat 'er in de 
Oofterhngen , welke eigentlyk den 
naam van Papoetjes of Papoeces mo-. 
gen draagen , meer bewyzen van vlug- 
heid en fchranderheid zich vertoonen, 
dan in de Wefterlingen, die van we- 
gens hun gekroesd hair , verwe , aan-f 
gezicht 5 ook oneigentlyk met? den ge« 
meene naam van Papous vereerd wor- 
den. By den Edelen Geftrengen Fleer 
Cr AAN 5 Raad van Indie, is 'er een, 
wiens hoofd ik heblaaten uitteekenen, 
van wegens de zonderlinge fchikkinge 
der figuuren , welke op zyn aange-i 
zicht 5 denkelyk , in zyne jeugd , zyn 
ingegroefd; en waar uit ik befluit, da£ 
hy van eenig aanzien onder de zynen 
inoet geweeft zyn. Daarenboven vin-, 

Pp 5 de 



034 Befchryving van ccne blanke Negerin 

de'ik, by deeigentlyk gezegde zwar- 
te Papoes 5 die leelyke 'wezentrek- 
ken, en dien groeven huid, en die vlak- 
ken niet, welke de Heer SONNERET 
zal ontdekt hebben , by die , welke 
hem bejegend zyn. Zoo dac men het 
gezegde van dien Heer niet wel alge- 
meen kan maaken. 

De naam van de Meid , welke ik 
hier befchry ve , is Penan volgens haar 
gecuigenifle : zy is geboortig van het 
Eiland Manda^ra en voortgefprooten 
uit blanke en gekroesde roodhairige 
ouders 5 van welke zy het beeld draagt. 
De Hollanders hebben haar op Mandara 
gekocht , en zy is vervolgens te Ter^ 
natem dienft gekomen van eenen Hol- 
landfcndn Heer en JufFrouvv'. Op haar 
Eiland woonen , meeft zwarte kroes- 
koppige Negers ; maar evenwel ook , 
zoo zy zegt , ettelyke blanken. Wy 
zullen haar vervolgens Penau noemen : 
want zy fchynt niet zeer ^ezet te zyn 
op de nieuwe naam van Malatti , wel- 
ken wy hier gegeeven hadden : toen 
zy nog niet fpreeken wilde. 



By 



uit de Papoefche Eilanden. 235 

By hetGeographischbefchryven van 
een Gewefl begint men doorgaans met 
den omtrek en grenslchcidingen enbe* 
lendingen der Ommelanden. By de 
befchryvinge van Penau, beginne ik 
met haren huid : vergelykende die met 
den huid harer Vaderlanders. En ik 
meene te hebben bemerkt, dat hoe 
zwarter de huid is, hoe gladder die 
zich, by het bevoelen voordoet. Ik 
heb ettelyke Jongens en Meiden betaft 
en niets isze^ïerer, dan het geen ik 
daar omtrend ondervond, over net ge- 
meen genoomen , Men ziet en voelt 
naauwely'^sde gewone groeven , welke 
in onzen huid, en zelfs in het poezel 
vel der fraayften Meisjes van Furopa, 
zich duidelyk voor doen. MifTchien 
geeft de donkere verwe eene zachte 
wol , die de aandoeninge van de reten 
groeven en ongelykheden verdooft. 

Eene zwarte Papoefche Meid by de 
Heer Secretaris d e B o c k , wierde met 
Penau vergeleeken , doet ons dat ver^ 
fchil ontdekken^ 

Penau , is van top tot teen ruuw 
en ongelyk van oppervlakte : uitgenoo- 
men van binnen en boven op de handen 

4aar 



4 3 ö Befcbryving van eene Manke Negerin 

daar zy wat gladder is. Over het ho- 
vende en voorde van hare armen en 
beenentot aan de fchouders enleiffpier 
toe heeft zy wit vlaflig hair, 't geen 
by het bevoelen , de ruwheid vermeer- 
dert. Zy heeft de kinderziekte gehad , 
en heeft hier en daar nog plekken over- 
gehouden: Waar by komen die blauw 
bruine rooven en vlakken, welke wy 
ook in den witten Neger van Bali heb-i 
ben opgemerkt : behoorende die, fchoon 
zy er kleinder heeft, en minder, tot 
eene vaftgaande hoedanigheid van 
den huid der zoo genaamde Kakkerlak^ 
ken van Sumatra en de overige Eilan-. 
den. 

De Aderen zyn er even doorfchy- 
nende, als by de Europeezen. Teenen 
vingeren, nagelen, leveren niet zeld- 
faams öp» Voor aan de fchouders en 
aan de oxels kroefl het hair vry watlos- 
fer in booge , dan op het hoofd en elders 
daar het bykans zoo flerk kronkelt en 
met fyne krulletjes famen loopt , als op 
den fchedel. Zy heeft ook vry lange 
tepels , ja maar de borden zyn nog niet 
uitgewasfchen , fchynende de Natuur 
daar een begin mede temaaken. 

Haar 



uit de Papoefcbe Eilanden. 237 

Haar lengte is 4. voeten 6. duimen 
en 8. linien: het borflbeenis wat bree-» 
der vooruitftekende 5 enbydehare voe- 
ten liaan voorwaards uit naarde rechter 
zyde, omtrend geiyk die van fomraige 
Europifche boeren jongens , die dage- 
lyks achter den ploeg loopen. Hier uic 
ontflaat eene miflelyke houdinge der 
fchouders en van het geheel lichaam en 
zelfs van de nek en hals, welke aan het 
Meisje een belachelyk voorkomen gee- 
ven. 

Zoo zeker is het , dat het eene li^ 
chaameJyk gebrek doorgaans een ander 
veroorzaakt. Ik kan ook niet geloo- 
ven , dat er te Parys of London een 
.Dansmeeiler zou gevonden worden, 
die zoodanig een ingewortelde envaft- 
gegroeide fcheef heid zou weten te her- 
lldlen : want alle de peezen en fpieren 
zyn er naar gezet. 

De werktuigelyke opvoedinge der 
Dansmeefters kan dus van eene aanmer- 
kelyke nuttigheid wezen. Ik hebreden 
om dit ftuk niet verder uit te haaien; 
vooral niet te Batavia, 

Tusw 



^3 8 Befcbryving van eenehlanke Negerin 

TuiTchen de beide oorlellen beQuit 
zich de laaglte kring van hec geïcroes- 
de hoofd- hair; en dachoofd-hair is zoo 
fraai mee ideiner en grooier cuicelioiide 
krulletjes in een effen en gelykvor jiig 
tappeerzel ingelafl, dac men mets aar- 
diger begrypen kan. 'T is niet moge- 
lyk dat onze Haagfche en Amfter- 
damfche ParuikmaRers dit door de kunfl; 
zouden weeten naar te bootzen. Maar 
dat bovenwaards kronkelen maakt de 
nek kaal, en de hals lang, die bruin- 
achtig, gerimpeld, ilroeft, en onaan- 
zienelyk is. 

De ooren zyn wel gezoomd , en vaij 
der |eugd af aan met da boven en ach- 
ter boorden voorwaards gebogen. Eil 
dit gefchiedt aan byna alle de Oofter-i 
fche Kinderen, denkelyk, om dat zy 
voorwaards beter de klanken zouden 
ontvangen en fcherper gehoor hebberig 

Zy is een weinig doof; maarde doof- 
heid blykt ons niets anders te zyn, dan 
een langdurig overleg om iets wel en 
voorzichtig te begrypen, eer zy kan 
of durft antwoorden. Men noemt die 
hoewel ook nog in eenen anderen zm , 

Ooft- 



iiit de Papoefcbe Eilanden. 239 

Ooft-Indifch doof; en ik befpeure, dat 
de Javaanen 5 Chineezen en andere Oos- 
terfche Natiën een diergelyk zweem- 
zel van doofheid telkens laacen blyken. 
Hier door zullen fommige Reizigers , 
en ook Don Georged e M enezes, 
mogelyk zyn misleid geworden. 

Slegts eenen duim en vyf linien is het 
voorhoofd lang , én het natuurlyk toe- ' 
pet hangt voor over: hoewel hetllegts 
omtrend vyf hnien dik is: 't geen de 
gemaakte fierheid der hooge hairkuiven 
en dus eene foort van bevalligheid weg^ 
neemt , welke in Europa ongemeen 
verre gevorderd is, en uit het befchaaf- 
de Ooften , Perfie vooral en Turkye is 
overgekomen. Zoo verre heeft de 
Smaak in deze Zuidelyke Geweften, 
van alle befchaafde waerelddeelen wat 
al te wyd afgezonderd, nog niet kun- 
nen komen. 

Twee en een halve duim ftaat de kin- 
11e vooruit van de keel afgerekend. Al- 
les is vry rond, de kin, onderkaken 
boven koomen tot aan de flapen, en de 
wangen ftaan weerzyds bolrond voor* 
}^it. De mond is juift niet breed : ik 

heb 



240 Befchryvmg van eene blanke Negerm 

heb Europifche Dames gezien, die 
broeder gemond waren. De onder- 
lippe is dikker dan de bovenfte, en 
benedenvvaars omgekruld. Ook is de 
bovenlip llegts in het midden wat dik 
én voorwaards uitpuilende. 

De neus is van onderen wat breed ^ 
én de neus-gaten wat ruim en gapende. 
Bovenwaards duikt zy wat inwaards, 
tot aan het voorhoofd : zynde denkelyk 
by de kindsheid wat ingedrukt. Ook 
zwellen de wangen onder de oogléeden 
neuswaards aan , naar het midden : 
want anders fcheidenzichde neuskrul- 
len vry diep, om het mondftuk te hel- 
pen maaken. 

De wenkbraauwen witachtig rood 
ftaan genoegzaam onder aan de ran- 
den van het voorhoofd - been , 't 
geen als eene zolderinge maakt, ^aar 
onder tegen , vry wat diep de ooglée- 
den indrukken* De braauwen , zoo van 
onder als van boven , zyn vry wat ros- 
fer. Het wit der oogen zuiver melk 
wit i de oogen blaauw , eindigende aan 
de appelen met bleekblaauwe , geelè 
en oranjeachcige llraalen. De oogbal- 

leii 



uit de Papoefche Eilanden. 1141 

!en vertoonen zich machtig klein. In- 
dien men haar wel begrypt, zoo is het 
eenig gebrek van haar gezicht, dat het 
midden op den dag wat donkerder is , 
dan by duifter weder of tegen den avond. . 
Maar als de lampen zyn aangeftooken , 
wordt zy wederom ftik ziende j en bui- 
ten ilaat, om té naayem 

Zy heeft een verondwaardigénd voor- 
komen, als zy wat effen ziet, enernftig 
of verlegen is : maar daar entegen een 
vriendelyk gelaadt, dat geneegen is tot 
lagchen ^ als zy wel te vreeden is. Edoch 
dan ziet zy er wat mal uit, al ruim zoo 
wel , als zulke Eui'opezen , die lagchen > 
zonder dat zy weeteh waarom. 

Ik weet geene trekken meer, welke 
Penauy onze Papoufche witte Meidj 
nader kunnen portraiteeren* 

Dit alleen wil ik er maar hebben by- 
gevoegd, dat op hare ooren, wangen, 
mond en elders naar evenredigheid, 
eené gezonde en frifchebloozend rood- 
heid doorftraalt: en dat dus dit voor- 
oordeel, als óf alle de Kakkerlakken er 
kalk wit als geeflen uitzien, moet wer- 
den afgelegd , gelyk wy reeds in onze be- 
fchryvinge van Soudame gezegdhehhen. 

Men kan ook, Penau^ zoo min als 
Soudame ^ onder de Dwergen of wan- 

Qq fchep- 



,24^ B^fohryvmg van eentilanke Negerin 

fchepzels plaatzen. De meefte Siave- 
meiden vallen niet langer dan PenaUy 
en men vindt onder de Ooilerlingen 
weinigg Vrouwsperfoonen, die vanee- 
ne lange en ryzige geftalten zyn. 

Ik zou er zelfs wel toe kunnen ko- 
men, om de bruine vlekke en vuü- 
grauwe puiftjes, welke men vooral op 
hare rug en borft aantreft en haar lee- 
lyk maaken, vooroverblyvende gevol- 
gen en blyken haarer voormaligen me- 
laallheid aan te zien. Want de Zee- 
varenden en Reizigers houden ftaandè, 
dat alle de witte Negers, of Kakker- 
lakken aan die fchurft en melaaftheid 
onderworpen zyn. 

Voormaals meende men 5 datdezjek- 
ke zich binnen de grenzen van Egyp- 
teland bepaalde: en 't kan zyn, dat 
zy aldaar haaren ooifprong heeft; maar 
nu heeft men duidelyke befchryvinge 
van die ziekte , zoo als er Arabien mee- 
de befchmetis, en zoo als dezelve zich 
ook in de Weft- Indien vertoont. Men 
kan dit duidelyk voorgefteld vinden, 
by den Heeren PEYssoNEL;en Nie- 
BUUR, en by den Héêr Michaelis, 

Rechuiv.^^^^^'P^^^^^^^^^^ NrEBuuRaan- 

Deei par. voert, om dc wetten vaii Mofes over 

io8invoi.jg melaatheid des te duidelyker tever- 

klaarcn. In Europa hebben wy ver- 



uit di Papoefche Eilanden. 243 

fchillende foorcen van fchurft, en zoo 
is hec ook hier te lande. Want de rae- 
laatheid van Soudame en Penau heeft de 
kenmerken niet van die ziekte, welke 
de voornaamfte Genees-heeren aan de 
melaatfheid toefchry ven , als alleen ^ 
dat zy, geneezen zynde, vlakken en 
kerven nalaat , en dat er zich telkens , 
wederom onder de fproeten en rooven 
eene nieuwe jeukte opdoet , en dat zy 
insgelyks zoo wel als de melaatfheid van 
de Ouders op de Kinderen, by ervbe- 
fmettinge fchyntovertegaan, men ont- 
dekt zodanige uitwalTen, op boomen, 
heefters en planten: zoo wel als op de 
meefte dieren: en ik houde die uitwas- 
fen, zoo wel als de wratten, negenoo- 
gen , fteenpuiften , pokken en diergely- 
ke . voor menigerhande foorten van pad- 
deftoelen , welker onzichtbaar zaad 
door de lucht vliegt of in het bloed ge- 
raakt , en zich veftigt en wortelt , daar 
het eenen gefchikten grond vindt, om 
genoegzaam voedzel uit te trekken. 
En waarom zou dan de blanke huid der 
Kakkerlakken en witte Negers daar niet 
eene betere gefchiktheid toe kunnen 
hebben , dan de zwarte of bruine huid 
hunner mede Vaderlanders. Zoo dat 
niet onmogelyk is , dan is ook , in zoo 

Qq 2 ver- 



i244 Befchryving van ecne hlanke Neger in 

verre, dat raaüzel eenigzins opgeJoll, 
waarom niet de zwarte, maar de blan- 
ke , aan die piage zyn onderworpen. 

Nopens de zielsvermogens onzer 
witte Negerinne, valt zeer weinig te 
zeggen, zoo min als van die haarer 
landsgenooten. Ik zou denken, dat 
de Lyf-jongens en Lyf-meiden , en by 
gevoJg nog des temeer de Manaoorsen 
Mandoreflen , zoo veel verftand kun- 
nen hebben, en zoo handig kunnen 
worden , als hunne Heeren en Vrouwen. 

Ettelyke huisgezinnen van deze Co- 
lonie , zoude genoegzame voorbeel- 
den kunnen opleveren, welke tot be- 
wyzen van myne flel'inge zouden ver- 
ftrekken-EnwaromzoudenPe/^^^eniSöf/- 
dame(^^ hetzoo verre nietkunnen bren- 
gen , als hunne zwarte en bruine me- 
demakkers. Hoe ik de zaak ook be- 
kyke van rondomme, en wat ik er ook 
over denke , 't befluit blyft by my , dat 
het rood hair en de witte huid geenen 
invloed hebben, op het herfen geftel: 
dat een wittie Neger , even zoo vat- 
baar is, voor een eenvoudig onderwys 
en eene oordeelkundige onderrichtinge, 
als een zwarte. 

* De Vrouw van Soudame waar van in het I. Deel 
p. 307 en 3x3. gcfprooken is, heeft in Odober 1779. 
één zwarte Zoon gebaart, 

B £. 



Pag. 245 
BESCHRYVING 

VAN DE GROOTE 

BORNEOOSCHE 

ORANG OUTANG 

OF DE 

O O S T-I N D I S C H E 

P O N G O 

DOOR 

F. Baron- VAN WURMB. 

Was het mogelyk dat de Wysgeer 
by het onderzoek van de Natuur , 
geftadig die keten konde volgen , waar 
raede de Natuur alle haare voorbreng- 
zelen heeft aan een gefchakeld , welk 
eene uitgeftrekte wetenfchap zoude 
hy als dan bereiken! welke ontdekkin- 
gen zouden zich aan hem openbaaren ! 
Ja hoe zoude hy in verwondering wor- 
den opgetogen , door het aanfchouwen 
dier volmaakte inrichting en overeen- 

Qq 3 komft 3^ 



246 Befchryving van de groote Borneofchc 

komfl: , die in de orde aller dingen 
heerscht. 

Doch dit onuitfprekelyk vergenoe- 
gen fchynt het voorrecht te zyn van 
hooger weezens 9 dan \vy wereld - bur- 
gers : want 's menichen zintuigen, aU 
leen gelchikt zynde naar de zeer be- 
paalde kennis van dit leven , vallen 'er 
veele werken der Natuur, ver buiten 
haar bereik : ja zelfs het grootfte ge- 
deelte der Natuur is voor ons in een 
diep geheim bedekt, en alles het welk 
vvy w^eeten zyn maar afgebrooken 
ftukken , zeker groot en zeer verwon- 
derenswaardig op hun zelf, maar noch- 
tans klein en zeer gering, in vergely- 
king van dat geen , het welk voor ons 
verborgen blyft. 

Men heeft echter veel moeite aange- 
wend, om den draad der Natuur, waar 
zulks maar mogelyk was na tefpeuren, 
en dat verband te ontdekken , waar 
door haare voortbrengzelen zyn aan 
een gefchakeld , en deeze moeite is 
niet altoos te vergeefs geweeft. 

Dus toonde , by voorbeeld , de ont- 
dek- 



Orang-Outang of de Ooji-Ind: Pongo, 247 

dekking der Plantdieren , den over- 
gang van het ryk der Planten tot dat 
der Dieren. De Vleermuis en het vlie* 
gende Inkhooren^ gaven de verbinding der 
Vogelen met de viervoetige Dieren te 
kennen , en de Robben en Lamantins 
die der viervoetige Dieren met de Vis^ 
fchen: wantof fchoon men deeze voor- 
beelden 5 meer voor enkele wenken der 
Natuur moet neemen, die zy ons van 
haare overgangen en verbindingen 
geeft , als voor eene daadelyke aan 
een fchakeling , zoo is men nochtans 
de waarheid hier door genaderd. 

Maar de grootfte gaping, die ons in 
het plan der Natuur voorkomt, is zon- 
der tegenfpraak die , dewelke wy tus- 
fchen den Mensch , begaafd met een 
verftandig weezen , en het redeloos 
Dier ontwaaren. Tot nog toe heeft 
men te vergeefs getracht , het fpoor 
der Natuur hier in te befpieden , en 
zelfs zotide men het byna voor beves- 
tigd moeten houden , dat de fchalmen 
der groote ketting die ons hier ont- 
breeken , op de Planeet die wy bewoo- 
nen niet te vinden zyn. 

Qq 4 Kwam 



a48 Befcbryvingvan de groote Borneofcb$ 

Kwam het op niets meer dan eene 
lichaamelyke overeenkorafl: aan , zoa 
zoude men ongetwyfeld deezen over- 
gang in het virrhandige geflacht der 
Aapen ontmoeten ; maar vermits men 
in deezen al zoo zeer op de hoedanig-» 
heden van den geeft , als op de ge- 
ftalte van het hchaam heeft te letten , 
zoo blykt wel dra , dat den Aap , 
niet eens waardig, onder de onver^ 
nuftige dieren in den tweeden rang 
te liaan , (*) geheel onbekwaam is , 
den gepaften overgang , tuflchen den 
redelyken Mensch , en het redeloos 
Vee te maaken. 

De uiterlyke geftalte deezer Dieren 
heeft nochtans , reeds van deoudftety- 
den 5 de oplettenheid der Natliurbe- 
fchouwers naarzich getrokken , en aan- 
gemoedigd, eenige overeenkomft van 
den geeft in een lichaam na te fpoo- 
ren , het welk de wyze Schepper , zoo 
zeer naar dat van den menfch, heeft 
doen gelyken. 

Maar 



(*y Men Tie hier over de Natuurlyke Hiftoric van 
den Heer V. Buffon, het tweede ftuk van het 
gevende Deel. 



Orang-Outangofde Oojl-Ind: Pongo. 249 

Maar gelyk een Syflhematisch zoe- 
ken, al dikwylsniet zoo zeer de waar- 
heid , dan dat geen , het welk in het 
leerftelzel te pas kwam , heeft te voor 
fchyn gebracht , zoo is 'er ook by 
deeze nafpooring dwaaling uit voort- 
gekoomen. Zelis wierd de vermaarde 
LiNNiEUs, door eene af beelding by 
BoNTius, van een Orang-Outangof Bos^ 
menscb alhier gezien , en door de be- 
richten vanzommige Reizigers verleid^ 
zyn Homo Nochirnm of Nachtmensch ^ 
als een geringer foort van Menfchen , 
tuffchen den Mensch en den Aap te 
plaatzen , en daar mede een weezen 
vaftteftellen , wiens beilaan nog veel 
twyfel onderhevig is. 

De Heer van Buffon ging hier 
omtrent voorzigtiger te werk, giffende 
deeze beroemde Natuurkundige niet 
zonder reden , dat de met zoo weinig 
naauwkeurigheid beftempelde berich- 
ten van den Nachtmensch , van witte 
Negers of Kakkerlakken genomen zyn, 
die in een valsch licht , of door een 
floers van vooroordeelen betracht wier- 
den. 

Qq S En 



2 50 Befchryving van de groot e Bonieofcbe 

En waarlyk de afbeelding van den O- 
rang' Outang byBoNTius, verfchild al- 
leenlyk in Hukken van weinig belang, 
met de gedaante van den witten Neger of 
Kakkerlak iSö^^^m^ 5 door den Eerwaar- 
den Heer van 1 peren in het eerfte 
deel deezer verhandelingen befchree- 
ven. Ontneemt men deeze afbeelding 
de kraag onder de kin , en de weinige 
hairen , die de huid bedekken , zoo 
blyft 'er een fraaijer menschlyke ge- 
daante over als die van Soudama^ en 
was deeze niet, aan het hof van den Re- 
gent van Tabana , maar in de eenzaa- 
me boflchen van Baly opgegroeit 5 
veelligt zoude hy aan zielsvermogens 
genoeg verachterd zyn , om door een 
onoplettend Schryver, by de Pongos^ 
£ arts 9 Smitten enOrang'Outangs ^ van 
Battel,Pyrard, Bosman en Le 
GuATgeplaatfl te worden. 

Maar mo2:elyk zyn de trekken van 
den Orang'Outang^m de afbeelding van 
B0NTIUS5 al te menfchelyk en verre 
boven de waarheid voorgedraagen : 
want zoo men zich eenvoudig aan des-^ 
zelfs befchryving houd , dan blyft 'er 
ten hoogften niet veel meer als de ge- 
mee- 



Orang- O ut mg of de Oojl- Ind: Pongo. 251 

meene groote Orang-Outang of Pongo 
over. De HeerBnissoN, die deOrang^ 
Oiitang van Bontius , met de Bark in 
een ClaiTe ftelt , fchynt mede van dit 
gevoelen te zyn, en de afbeelding van 
eenen Bprneefchen Orang -Out ang in 
Beekmans Voyage to Borneo^ zondur te- 
genfpraak dezelve foort verbeeldende, 
die ons nu onlangs van dit Eiland is 
toegezonden , kan tot een voorbeeld 
verftrekken van eene diergelyke ver- 
keerde , en tot de Menfchen gedaan- 
te overhellende voorftelling deezer 
Dieren. 

Doch het zy hier mede zoo het wil , 
dit is zeker, dat federt het verblyf 
van Bontius alhier , of het midden der 
vorige Eeuwe 5 nooit een Orang-Outang 
als by hem verbeeld ftast, op dit Ei- 
land of elders in deeze Geweflen is 
ondekt geworden, en dewyl hy ver- 
zekerd verfcheiden van byde fexen ge* 
zien te hebben, zoo moet het met rede 
onbegrypelyk voorkoomen , waarom 
'er nu in het geheel geen fpoor meer 
van wordt gevonden- 

De ouftde en kundigfte Javaanen wee- 

ten 



^5* Befchryving van de groot e Borncofcb^ 

ten van geene andere Orang-Outangs^j 
als zulken die geheel en ai Aapen zyn, 
en zy beftempelen met deezen maleit- 
fchen, Naamgewoonlyk maar de twee 
foorten van ongeftaarte Aapen, devvel- 
ken de Heer van Buffon by de Pon- 
gos en jFockos plaatll. Byden koomen 
meed alleenlyk van Borneo, en wat 
'er de Reizigers ook van moogen zeg- 
gen, men vind dezelven echter zoq 
min in de bofchen en fpelonken van 
ons Eiland, als de Leeuwen en Elefan- 
ten, die op zom^lige kaarten vai> 
Groot Java zyn uitgetekend. 

De kleine foort , door den Heer van- 
Buffon by verkorting van den Con^ 
goofe naam jfockos geheeten, wordt 
door de Banjareele vaartuigen nog al 
dikwyls aangebracht. Van dit foort is 
'er een in het jaar 1776. levendig naar 
Europa overgekomen , en door den 
Heer Vosmaer naauwkeurig befchree-. 
ven. 

Maar de Orang'Outangs vandegroo? 
te foort, of de Pongos voigens den Heer 
VAN Buffon, zyn op Borneo, hun 
geboorieland, gantfchniet gemeen,, en 

de 



Ormg-Outangofdc Oofl-Ind: Pongo. 255 

de groote moeite om meefter te worden » 
van zulke fterke en kwaadaardige die- 
ren 9 heeft het nu ai langer als twintig 
jaaren onmogelyk gemaakt, om 'er een 
over te krygen , en mogelyk zoude het 
ons buiten de gemeennuttige iever , vaa 
den Heer Willem Adriaan Palm, 
Refident te Rembang, ook thans nog 
ïiiet gelukt zyn. Want die Heer on- 
langs van wegende HOOGE OVE- 
RIG HEID alhier, in eene gewich- 
tige Commiflie naar Succadana gezon- 
den zynde , en deeze gelegenheid waar- 
neemende om het onderzoek omtrent 
de dieren van dit foort te hervatten » 
zo heeft hy 'er eindelyk naar zeer veel 
moeite een van gekreegen, en in arak 
herwaards aan het Bataviaafcb Genoot^ 
fchap gezonden. Deezen zal ik thans 
nader befchryven, en daar uit doen 
zien, hoe vergeefs menookin ditfoort 
Orang'Outangs de Bofch-menfch , by 
BoNTius, zoekt. 

Het hoofd van den grooten borneo- 
fchen Orang'Outangj is van achteren 
naar boven eenigzins fpits, de bek 
fteektwat uit, en aan ieder wang zit 
een breede vleesachtige kwabbe, de- 
wel* 



^54 Befchfyvtn^vandegroote Borneofche 

w^lke zich ter zyde meer verbreid, als 
.de dikce van hec hoofd bedraagd. De 
ooren Z) n klem, naakt en plat aan het 
hooid liggende. De oogen klein en 
uitpuilende. De neus zonder eeni- 
gQ merkelyke verhevenheid , beftaat 
enkel maar uit twee langachtige en 
fchuins tegens elkander geltel-de gaten^ 
De mond is bekleed met dikke lippen, 
,en heeft geene zakken van binnen. De 
jtong is dik en. breed; men vond 'er 
.eenig oyerblyfzel van groente op , door 
Jie)5 dier gegeeten. 

^ Inieqerkaak flaanvoor, vier breede 
ifnytandQn uiiTchen twee dikke en bo- 
ven hui?; uicfteekende flag of hondflan- 
den ,;.Het aangezicht is zwart bruin 
•van kJi^ur, ^n zonder hair, behalven 
^^q .zQftr diuune baard* De hals is zeer 
kort;. '• De^ boril veel breeder dan de 
Jif upep* . . g„y.^»de ; fluit ontwaard men 
geen ftaart nog eeltachtige uiipuiling. 
De roede fchynt zich in het lichaam te 
jug te fchuivep. De handen zyn lang 
!^ van biwm, zo<p wei als de vingeren 
zwart ;brjain van kleur en zonder hair. 
De bennen zyn kort en dun , maar fteric 
.g^fpierjdr De voeten het) J) en veel o ver- 
een* 



Orang-Ouiangofde Ooji-Ind: Pongo. 255 

eenkomfl; met handen. De teenen en 
vingeren , aan voeten en handen , zyn 
voorzien van zwarte nagels, veel ge- 
lykende naar- die der Menfchen, be- 
halven die der groote teenen, die veel 
fmaller en korter waren, hec weikmo- 
gelyk door het gebruik dier leedt^n kan 
veroorzaakt weezen. De borrt en de 
buik zyn meeft kaal, en de overige 
deelen yan het lichaam , uitgezondert 
het gezicht, de ooren, het binnenftp 
der Handen en voeten en de vingeren» 
zyn met dun bruin hair bewaffen, dat 
op zommige piaatzen wel een vinger 
lang is. Onder de huid van den hals 
en de borfl: vond men tvvee zakken, 
daar van de een ^et grootfte gedeelte 
der borfl befloeg;, en zoo wel a]s een 
kleender zakje., hetwelk in de groote 
ingeflooten was, gemeenfchap h^dmet 
de lucht-pyp. 

, Vermits dit zeldfaam dier terftond be- 
fte.md wierd , voor het Cabinet van Zyn 
Doorluchtige Hoogheid den HEE- 
RE PRINSE VAN GRANGEen 
rNJfASSAU, heeft men, om het ge- 
heel ta houden, 'er geene verdere ont- 
leedkundigc onderzoekingen aan. willen 

doen; 



J :,./ 



256 Befchryvingvan degroofeBorneofcbc 

doen; ook waren 'er de ingewanden 
ter voorkoming van bederf reeds voor 
de verzending herwaarts uitgenomen. 
Doch dewyl het Grondgebied derE- 
dele Maatschappy op Borneo, onder de 
te enwcordige HOÜGE INDISCHE 
REGÊERING zooaanmerkelykis uit- 
'^ezet, dat ons thans de toegang tot het 
binnenfte gedeelte, van dit onbekende 
en zeer uitgellrekte Eiland is geopend^ 
jsohoopen wy ons met grond te mogen 
vleyen, eerlang van de huishouding eli 
natuurlyke gefleltenis deezer gröote 
^Orang' Outangs , breeder verflag te kun- 
iien doen. 

t :- Omtrent de vangfl van dit dier, ve^- 
iftaald de Heer PalMj dat hy zich met 
:&waare takken door hem afgebróoken, 
200 hevig verweerde, dat fergeen kans 
was, hem levendig meefter te worden; 
eene eigenfchap die dit foorc gemeeti 
heeft met de africaanfche Pongos^ de- 
welke volgens het verhaal vanBATTEL 
zelfs de Elefanten met deeze wapenen 
aanranden , en ze van hunne 'verblyf- 
plaatzen doen verhuizen. 
• ' Nu volgt de maat van dit dier , nauw- 
keurig naar deRynlandfche in 12 duim 
verdeelde voet opgenomen. '^ 

Ge- 



lO 



Orang'Outang of de Ooji-Indifche Pongó. ft$j 

Geheele lengte van het dier I Voet \ duim, i agtftc. 
van onder de voet, tot bo- I 
ven het hoofd --..-' 

Dit verfchild een weinig met 
de meeting op Borneo ge- 
daan j die volgens opgave 
49. duim bedraagd. Moge- 
lyk heeft men aldaar eene 
andere maat gebrukt, ook 
zoude wel kunnen zyn, 
dat het door de by eenge- 
drongen laage in de arak^ 
een weinig is ingekrompen. 

Omtrek van het lichaam over 
de fchouders gemeeten - - 

Omcerk van het lichaam be- 
neden de borft. - - . - 

Omtrek van 't lichaam om de 
heupen ------ 

Opening van den mond - - 

Lengte of uitfteeking der 
fnuit ------ 

Hoogte van 't midden der bo- 
ven lip tot de wenkbraau- 
wen ------- 

Afftand der twee ooghoe- 
ken - . - - ^ - , 

Breedte van het oog - ■ 



Rr 



4 
4 



2 
I 



Leng. 



4 
4 



•58 Befchryvifig van de groote Borneofche 

Lengte van de wenkbraau- [ Voet i du im. \ agtflcL 

wen toe aan 't agterdeel 

van de kop - - - - 
Doormeeter van 't hoofd van 

boven naar beneden - - 
Doormeeter van 't hoofd 

dwars, 3|. duim van boven 

af, op de voorige lyn ge- 

meeten - 

Doormeeter van 't hoofd als 

vooren gemeeten,opdeaf- 

ftand van 6|. duim beneden 

de kruin ------ 

Omtrek van het oor buiten - 
Omtrek van het oor beneden, 

daar het aan 't hoofd vafl 

is r ^.- - - " - - 
Hoogte van het oor - * 

Breedte van het oor - ^ 

Lengte van het fchaambeen 

tot aan 't fleutelbeen - - * 
Affland tuffchen het borft- 

been en 't fchaambeen - - 
Affland tuffchen de twee 

borfl-tepels - . - - 
Lengte van den arm tot aan 

de toppen der vingers — 
Omtrek van den arm by de 

fchouder - -M^ i 

Om- 







• _ 


6 






— 


£0 












6 




9 


— 


3 






— 


3 


- 


I 


— 


^ 


2 


— 






I 


- 


■ — 


9 


3 


- 


— 


II 



5 
6 



7 
6 



Orang'Outang of de Ooji-Indifche PofJgo. S59 



Omtrek van den arm in 't mid- 
den -----..- 

Omtrek van den arm over de 
elleboog ------ 

Omtrek van den voor-arm in 
het midden - - - - - 

Omtrek van den voor- arm by 
de hand - - - - - 

Lengte van den achter-arm - 

Lengte van den voor-arm - - 

Lengte van de hand, van het 

lid af tot aan den top van 

de middelde vinger - - 

Lengte van den duim 

Lengte van de tweede vinger - 
Lengte van de middelde vin- 
ger - - 

Lengte van de vierde vinger - 

Lengte van de pink of vyfde 

vinger ---.-- 

Omtrek van de hand, over de 

virortel van den duim ge- 

meeten ------ 

Omtrek van den duim en de 

volgende drie vingers - - 
Omtrek van de vyfde vinger - 
Lengte van de holle hand - - 
Breedte vayi de holle hand - 

Rr z 



Voet I duim. | agtftc. 



II 

II 

8 
2 



9 

3 

4 

5 

5 



3 
3 

5 



2 
4 

2 



ö 

4 

3 

i 



S 
I 

4 
Dik ^ 



nöo Befchryvwg van de groot e Bonieofcbe 



Dikte der hand - . - . 
Lengte van de hiel af tot her 
boven eind van het dybeen - 
Omtrek van de dye - - . 
Lengte van de dye . - 
Lengte van het been van de 
knie af tot onder de voet- 
plant ------ 

Omtrek van het been digt on- 
der de knie - . - - 
Omtrek van het been in het 
midden - - - ^ - . - 
Omtrek van het been by den 

voet - 

Omtrek van den voet d,aar de 

groote teen begint - - - 

Lengte van de groote teen - 

Lengte van de tweede teen - 

Lengte van de derde teen - - 

Lengte van de vierde teen - 

Lengte van de vyfde teen - 

Breedte van de voetplantdaar 

de groote teen begint - - - 

Breedte van de voetplant by 

de hiel ------ 

Lengte van de voetplant van 
de hiel af tot aan het begin 
der teenen 



Voet I duim | agtfte. 



8 

5 
9 



1 1 

II 

10 

lo 

IQ 

2 

4 
5 
4 
4 



3 

2 
2 



6 

4 
3 

6 

4 



6 



5 ' 
Om- 



Orang Outang of de Oojï-Indifcbe Pongo. 261 

Voet duim. agtftOi 

Omtrek van de groote teen - 



Omtrek der drie volgende 
teenen . - - - - - 

Omtrek van de vyfde teen - 

Affland tuflchen de wortel 
van de groote teen en die 
der tweede. ^ - - - 



3 
3 



4 
3 




Rr 3 



V E R^ 



Pag: 262 

VERVOLG 

E E N E R 
JAVAANSCHE HISTORIE, 

GENAAMD 

SADJARA RADJA DJAWA. 

MET DE 
AANMERKINGEN 

, V A N 

W Y L E N 

JOSUA VAN IPEREN. 

TZee Goeroe vroeg toen aan Narada , 
-^^ of die Watervloed (i) ook zou- 
de veroorzaakt zyn , door den dood 
van Watoe Goenojig? 't Antwoord was, 
dat ja! gewiflelyk die daar door ver- 
oorzaakt was. Want, zeidehy, De- 
wi Sinta doet nacht en dag niet an- 
ders , dan huilen. 

Kcè 



i) De twee byzondere Watervloeden v:*n Anika, 
onder de regeringe van Og'jges , en van Deukalien » en 
de laatfte vooral , die voorviel toen Mo/es in Kgyptc 
verkeerde , of '^og later , hebben Ovidius , Lucïanus , A- 



genaamd Sadjara Radja Djazva* 263 

Kee Goeroe dit verneemende , zei 
aan Narada : wel aan dan , gaa aan- 
ftonds heen en , en zeg aan Dewi Sin^ 
ta^ dar zy zoo bedroefd niet zyn moet: 
alzoo haar Man niet dood maar leven- 
dig is. Fluks ging Narada naar de 

Rr 4 Aar- 



f oliedoms en Philo de Jood , met den algemeenen Zond- 
vloed van Noach verward; om dat zy wel treffende, 
maar geene genoegzaam bepaalende overleveringen van 
de verfchillende byzonderheden hadden. Dioderus van. 
Sicilien maakt nog gewag van drie andere waiervloe- 
dsn, in Boeotie, Samothracie en het Eiland Rhodus, 
Biblicih. L. IV. p. 264. Lib. v. 369 a 375. Edit. fVes- 
felingiis Deze van hetEiJand Java was zoo groot niet, 
als dete vooren genoemde: en even wel fchynthet dat 
men den algemeenen Zondvloed in het oog gehad 
heeft, toen men dezen watervloed befchreef. Ettclykc 
verwarringen van dien aart vindt men in de aloude Fa- 
belhiftorie van vele volkeren. Zie ondertulTchen Nic, 
GortUr Hift. Univ. Lib. I. Cap, 21. pag. 310. en 311. 
jifricanus by Eufehius Pr«p. E vang Lib. X. p. 488. en 
vooral NataUs Comes, Mytholog Lib. VIlLC. XVlIl. 
p. 886- 891. Uit de volgende bcrekeninge der Opvol- 
gingslyftcn zal het blyken, dat de overleveringe van 
den algemeenen Watervloed ten onrechte op den Wa- 
lervloed van DevA Sinta is overgebragt; en dus dat 
de opvofgings Lyit van Adam tot op Wisnoe , den 
cerften Koning der Bewas , eene zeer grootc klove 
in de Tydrekeninge , en wel ten minden zoo groot, 
als die van Noach tot op Chriftus overlaat , kortom 
dat alles aldaar eene donkere en onbeftaanbare verwar- 
ringe veroorzaakt : eveneens als in alle de aloude Fa- 
belgefchiedenifien der vroegfte tyden. Als men die 
^loYC toeftaat 9 dan i« de verwarringe van den z[gQ' 

ipcc- 



^64 f^efvolg eener Javaanfcbe Hifloriey 

Aarde; en, hy Dewi SintakomQ'\ée^ 
zeide hy haar : wees toch niet langer 
bedroefd: uw man is wederomlevendig 
geworden: trooft uw derhalven : hyzai 
weder by u komen» Edocli Nai a la was 
onzichtbaar voor Dewi Sinta (^2} du^ 
deze hem vroeg wie hy was , die daar 
op die wyze, haaraanfprak ? Narada ant- 
woordde toen in dezer voege : Ik ben 
een Dewa, genaamd Narada , en een 
zendeling van Kee Goeroel waar na hy 
wederom vertrok. Dewi Sinta verblyd- 
de zichhoogelyks over deze boodfchap , 
en was gelyk aan een mensch , 'r geen uit 
den dooden verreezen is, (3)En zo hiel- 
den 



mcenen Zondvloed met die van Dewi Sinta even zoo 
wei te Verantwoorden by den Schryver dezer Javaan- 
fcbe Gefcbiedeni (Te , als de verwï.rringevan Df«it4/wn, 
by Ovidius en andere Fabelfchryvers, en by Lucia» 
nus en zoortgelykcn , die de uitmuntende, en dejeenigc 
ware Hiftorie van de eerfte Waereld niet hebben kun- 
nen, of niet hebben willenraadpleegen, 

( 2 ) In niyne Tweede les over de Valfche Meffiajfen , 
heb ik van Eldarid gefprooken, die zich wilt onzicht- 
baar ie maakcn. Dit kunftje zal milTchien eenige ovcr- 
ccnkoomfte gehad hebben met het Buik/preeken : 't 
geen thans bekend geworden is. 

(3) Men had derhalven en men heeft by de Java-;; 
ncn , eenig denkbeeld van de wedcopHandinge der 
dooden ,en de voortrcffelykheid van het leven j 't geen 
daar op volg?n moet- 



genaamd Sadjara Radja DJawa. 26$ 

den alle de ont uftingen in den hemel 
op ; en Uewi Stnta verlangde zeer naar 
de aankomlte van haren Man. 

Drie dagen verliepen 'er , geduren- 
de welke zy vruchteloos bleet wach- 
ten op haren man : maar , na verloop 
derzelve , geenen man ziende opdaa- 
gen 5 werd zy zeer mis moedig . zeg* 
gende by haar zelven: indien myn man 
weder levendig geworden is 9 waarom 
koomt hy dan niet by my ? want ik 
kan het onmogejyk uitharden zonder 
]iem : ja ik geloove , dat de Dtwas 
my wederom wat wys gemaakt heb- 
hen en zich met leugenen ophouden. 
Dit gezegd hebbende fmeet zy zich ter 
aarde en viel in flaauwte : en even daar 
daar door werd de onftuimigheidin den 
hemel op nieuw aan 't woeden, en wel 
vry erger , dan te voren, 

Narada dit nu niet langer kunnende 
verduuren, vroeg aan Goeroe , wat hy 
van voorneemen was? want, zeidehy, 
de ongemakken zyn nu, in den hemel 
erger , dan te voren , en alle de De- 
was en Nymphen zullen eindelyk, door 
laet huilen en kermen van Dewi Sinta^ 

Rr 5 moe- 



266 Vervolg een er Javaan f che Hijlork j 

moeten verdrinken, (4) en daarom 
is het immers beter , dat wy JVatoe^ 
Coenong weder levendig maaken. Want 
Dewi Sinta zal moeten denken , dat 
wy ons met leugenen ophouden : en 
dan zal het fchynen , even of wy niets 
diergelyks kunnen te weeg brengen. 
Kee Goeroe zich derhalven genoodzaakt 
ziende , om Watoe - Goenong weder le- 
vendig te maaken , gaf daar toe aan- 
flonds lafl: aan Narada, En dees ging 
ook ten eerftennaar het dood lichaam, 
by 't welk aankomende , fprak hy het 
lyk aldus aan : Watoe - Goenong wordt 
weder levendig , gaa weder naar uwe 
Vrouw , en aanvaart het Koningryk 

van 



(4^) Zeer londerling is het , dat het huilen van Df- 
'wi Sinta voor de oorzaak van den aangroeiende \va- 
tcrnood in den hemel wordt aangezien Een foort- 
gelyk onweer had , te voren , den aanftaanden onder- 
gang van het Koningryk Gieling Wijfit voorfpeld. Ver- 
hand. I. Deel. bl. 144. verg. met bl. 171, 171. Di- 
wi Sinta werd derhalven aangemerkt als eins Too- 
vcrnymph , die invloed hadde op de lucht en verhe- 
velingen : en dit onheil berokkende , gelyk zy den 
Oorlog tegen den hemel berokken had. Haar huilen 
en kermen ontftond meer uit fpyt, verontwaardiginge 
en wraakïucht, dan wel uit eenc teedere aandoeninge 
van droefheid. Nopens de Toovereflen en Toover» 
nymphen der Ooftcrlingen zullen wy hier na gelegen- 
lieid vinden , om meer te zeggen. Ondertuffchen 

koomt 



genaamd Sadjara Radja Djawa. 26 j 

van Gieling IVifpe ( 5 ) om hem te be« 
heeren, als te voren. By gevolg nam 
fVatoe - Goenong weder het leven aan ; 
maar hy zei aan Narada : Neen ! ik 
wil niet meer naar de aarde gaan; noch 
ik wil niet meer Koning van Gieling 
Wijjie zyn : maar hier in den hemel 
iDlyven , mits dat ook alle myne vrou- 
wen en kinderen mede in den hemel 
komen ; want anders zal 'er nog geene 
ruft in den hemel zyn. 

Na^ 



koomt het niet te onpas, hier te melden , dat volgens 
de Perfiaanfche Overleveringe de Algemeene Zund- 
vloed vco'kwam uit den oven van een oud wyf Zala 
Cupna genaamd. Th, Hyde Hift. Rel. Vet. Fcrf. Cap. 
X. p. m. 169. 

( 5 ) Wegens de ligginge van Gieling Wijfte , had ik 
iets gegift. Verhand. I. Deel bl. 144. Maar nu be- 
richt my de Heer Diredeur van hcj f^^renootfchap , dat 
het , onder de benaminge van paggcr Wijfy , of het 
Kaftcel van ^////f , deszelfs ovcrbiytzcien n<'g vertoont, 
omtrent tien uuren ten zuiden van Batavia , beweftea 
de Grootc Rivier: d^t 'er , nog twee uuren xuidely- 
ker, deze vervallene aarde v^allen bleeven aanhouden; 
^elke dcnkelyk eene grootc Stad , of Negery, zullen 
hebben omringd. Men heeft 'er alomme gegraaven , 
om opfchriften te zoeken, maar niets van dien aart 
gevonden Waar uit men veilig zou kunnen beflui- 
tcn ,. dat de Hemel , of de Stad der Pricfteren , in het 
Kon ngryk van Jaccatra , tulTchen de rivieren gelèe- 
gen hebbe. En ook kon by den uitloop der Rivieren, 
by overvloed van regen, eene geweldige overftroonrin- 
ge plaats hebben. En indien dat doorgaat, moet men, 
door den Hemel de Noordelyke Benedenlanden , en 
door de Aarde de binnenlandfche Bovenlanden ver- 
Haan. 



2 68 Vervolg eencr Javaanfche Hijlorie y 

Narada keerde derhalven teruirnaar 
Kce Goeroe 9 doende hem bericht, dat 
hy Watoe Goenong weder levendig had 
gemaakt : maar dat dees weigerde naar 
de aarde te gaan , en Koning over het 
gezegde Landfchap langer te zyn: ver- 
zoekende hy 5 dat alle zyne vrouwen, 
bywyven , kinderen en vrienden , ten 
getale van dertig koppen , in den he- 
mel mogten komen. Narada beduid- 
de ook aan Kee Goeroe^ dat dit, byde 
tegenwoordige omflandighede het beft 
zou zyn. Want , zeide hy , Watoe- 
Goenong is nu gelyk met de Dezvas , en 
onfterfelyk : (6) Ja, men zou nu 
ook bezwaarlyk tegen hem op kun- 
nen. Kee Goeroe antwoordde daar op , 
ja ! gy hebt gelyk , myn broeder : la- 
ten derhalve alle de naaftbeftaande en 
vrienden van IVatoe -Goenong maar in 
den hemel komen. Derhalven gaf 
Kee Goeroe aan Narada volmagt , om 

hem 



(6) Men wift derhalven , by de oude Javaanen ; 
niets van tweemaal geftorvenen , gelyk men vooron- 
derfteld , dat Ldtarits van Bethanit , en andere op- 
gewekten der Bybelhiftorie tweemalen geftorven zyn, 
JVdtoi Gotnong was opgewekt ; en dus onfterfelyk 

feworden. Na de opftandingc dei vlccsch volgt het 
cuwig Leven* 



genaamd Sadjara Radja Djawa. S69 

hem op te wekken , en hem en de zy- 
nen in den hemel te brengen : 't geen 
dees ook , binnen den tyd van eenen 
dag , volvoerde. 

Toen nu dit alles volbragt was , en 
Kee Goeroe , in vorigen bloei herfteld , 
op zynen throon gezeeten was , ging 
Narada by hem , en herinnerde hem » 
dat hy nu ook verpligt was , zyn woord 
te houden , omtrend zynen zoon Ba- 
tarafVisnoe: alzoo hy alles naarwensch 
volbragt had , 't geen hem was opge- 
legd. Indien het u dan beheft, voeg- 
de hy 'er by , laat hem nu naar zyne 
vrouw en kinderen te rug keeren , en 
zyn Koningryk aanvaarden. Trou- 
wens indien dit niet gefchiedt; zal al- 
les vervolgens in het wild loopen. 
Kee Goeroe gaf hem daar op tot be- 
fcheid : 't is waar, o Narada! al wat 
gy daar zegt , koomt met de waarheid 
overeen. Stel dan Batara Wisnoe we- 
der tot Koning aan , niet over de Men- 
fchen, maar over de kwaade Geeflen , en 
de geweften , waar zich die onthou- 
den: als (^i) op Goenong Marapie ^ of 
den Brandenden Berg. (2) Op Pa- 
manttingan 5 Cs) op Kabarejan , (4") 
QipLodalja^ (5") op Koewoblidoij ^ CÓ 
op Sapta IFaringin , (7) op Tapdjot 

Lan- 



I-J o Vervolg eeneryavaanfcbeHiflorie^ 

Landejan , en (8) ten laacfte op 
Roban En die aanllellinge werd door 
Narada achtervolgd , en in het werk 
geileld. (7) 

Na dat nu dit alles verricht was , 
vermaande Narada den nieuwen Ko- 
ning der Geelten fFisnoe^ dar, indien 
zyne vrienden, de Koningen der Men- 
fchen van ^ava ^ergens gebrek aan mog- 
ten hebben, hy hen helpen en in allen 
nood byfland bieden moeft ; 't geen 
tFisno ook beloofde , te zullen naar- 
komen. OndertufTchen w^erd Batara 
Br anima , door Kee Goeroe , gelaft , om 
zich naar de waereld te be^eeven, en, 
als Koning van Gieling tVifJle^ in ftede 
van den vergooden Koning JVatoe-Goe- 
nong ^ te regeeren. (8) 

Deze Batara Bramma regeerde zeer 
gelukkig, en gewan eene doch ter met 

na- 



(7) Deze Geographifche benamingen lyn , behal- 
vcn de eerfte en de vierde , op de Kaart van Vakntyn, 
niet te vinden , en denkelyk vcrwoeft , of van naam 
lerandcrd. Die Brandende Berg , ligt in het Land- 
fchap Mataram , gelyk uit het vervolg nader bepaald 
wordt. En Lodalja is een Landfchap ten zuiden gc- 
Icegen , aan de zee , hebbende Panaraga , ten wes- 
ten en Po$gar ten ooften. Trouwens uit het vervolg 
zal blyken , dat de javaanfche Fabelhiftory de kwade 
Gceften langs de zuidelyke ftrecken van het Eiland, 
of in de zee zelfs deed huisveften: en At Toovcnaars 
in het gebergte. 
.(8) Béitara Bramma werd dan Koning van de Mid- 



genaamd Sadjara Radja Djawa. 271 

name Br amant , die harenivader opvolg- 
de op den troon , en vervolgens opge- 
volgd werd door haren zoon Tritoefla , 
en dees door zynen zoon Parrakanan. 
Parrakanan gewan eenen zoon , dien 
hy noemde Manoefanafa , die dan ver- 
volgens 5 door de ondergenoemde van 
de afdalende linie , werd gevolgd , in 
de regeeringe, door Satroe^ doovKum- 
ma , door Sangiang en Sakrie , door 
Polafar a^ door Bagawan^ door Jafa^ 
door Pandodewanata , welke laatfle 
zyn Hof hield te AJlina. ( 9 ) Na hem 
beklom, den throon , eerft Hard* 
joena , Bimanjoe , Parikijjit , wyders 
Hoedajana, Gindrajana Djaja midjaja^ 
Dajamifena , Koofoema , JVitptra , Tjitra 
i>oema^ en Srimapoengoe. Srimapomgoe 
had tot zynen eerften ryksbeftierder 
Djoegoelmoeda , wordende gevolgd van 

zy.' 



dclandrche Landftreeken , tot aan het Gebergte ; en 
BataraWisnoe van deZuidlyker Landen, kuftcn en ei- 
landen van Java Die Middclandfche Landftreeken 
konden zeer v/el de Aarde , en de zuidelyke kuften , 
de Zee genoemd worden , gelyk wy nader zullen zien; 
hoever el wy voor dit laatfte zoo zeer niet durven in- 
llaan ; om dat hier na het Koningryk der Booze Gccsr 
ten in de Zuiderzee zelve geplaatft wordt. 

(9) Afidna, het heilig Graf, of Paleis, weetcn wy; 
ligt niet verre, van onze Refidentie Tsgemn. Een an- 
der AftanM. , ligt tuflchen Tjitrap , hec Ichoon Land- 
goed van den Heer Mr, Pitur PQtlman , Lid van het 

Cc- 



27^ Vervolg een er Javaar/fcbc Hijlork^ 

zynen zoon Kindiawang , die wede- 
rom , tot zynen eerllen ryksbeftier- 
der , had Koentara^ die een zoon was 
van Djoegoelmoeda^ den vorigen Groot 
Vifier. (10} Kinaiawanggewd.n vyf kin- 
deren , van welke de oudfte genaamd 
was Manohaen. Dees was een byzon- 
der liefhebber van de Landbouwery : 
en daarom werd hy tot Koning , van 
de Landbouwers aaneefteld : houden- 
de hy zyn hof in de Baggeleen. (i i) De 

twee- 



Genootfchap, en tuflchen het vermakelyk Buitünzorg, 
aan zyn Hoog Edelheid den Heer Generaal 
behoorendc : edoch een weinig Tiiidelyker, 
X'aar uit bet vervolg blykt , dat Afiina en A' 
fiana veer onderfcheiden zyn, en dat de plaats , v^' cl-» 
ke Soetoeroegh naderhand eerft Madjapait noemde * 
de Hofp'aais van Pandodewandta en deszelfs opvol- 
gers geweeft is , en dus hier bedoeld wordt. Men 
kan in de Geographie nimmer te onzichtig zyn : an- 
ders neemt men het een voor het ander , gelyk , met 
cene menigte van voorbeelden , betrekkei k tot de 
aloude Geographifche benamingen , zou kunnen be- 
weezen worden. Fn dit voorbeeld toont , dat die 
benamingen nu en dan veranderd worden; gelyk dit, 
wit onze H. Schriften , ook blyken kan. 

(lo) Die beide eerfte Staatsminifters moeten eenen 
onfterfelyken naam verkreegen hebben , om dat ly hier 
gemeld worden. 

(rr) Het Lzndc Baggaleen ligt bezuiden d^ Matta» 
ram in het vierde beüt-k van den Heer Valentyn , 
en dus zeer Ooftelyk : Japara ligt in het vyfde be- 
ftck , gelvk men weet , op een noordelyk half Ei- 
land : Parambanan lou ik fn het gebergte zoeken ; 

om 



genaamd Sadjara Radja Djawa. 273 

tweede was genaamd Sandang Garba , 
en hy hadeene byzondere genegenheid 
voor den koophandel: en dus werd hy 
tot Koning o\er de kooplieden aange- 
fteld : en hield zyn hof te Japara. De 
derde genaamd Korongkala had eene 
groote drift voorde jagt 5 en werd daar* 
om Koning over de Jagers , houdende 
zyn hof t^ Pramhanan. Hy werd ook 
genoemd Ratoe-baka. De vierde P/V- 
tong Millaras , of ToengalMitto werd Ko- 
ning van de Toe wak tappers ; ( 1 2) en de 

Ss jong. 



om de befte gelegenheid voor de Jagt. Mogelyk 
iullen wy van de gelegenheid dier plaatzen, door den 
tyd , nadere berichten bekomen. Maar aicts is moey- 
lyker , dan zulke uitvorfchingen , by de Javanen , 
met vrucht , te doen. Van den Koophandel en wyd- 
uitgeftrekte Zeevaart der Javaanen op alle de Eilan- 
den en kuften van Indie , kan men meergemeldcn 
Valentyn naariien. IV. Deel. bl. 64. en vervolgens. 

(12) Alomme in het gebergte : vind men de Tou- 
wak tappers , en Tyfelaars , makende zy vaa 
dit verdikte fap de zoogenaamde Goula Areeng of Ja- 
vaanfche zuiker , die algemeen door de Inlanders ge- 
bruikt wordt 't Is aanmerkelyk , dat de Toewakto{>- 
pers , eenen Koning krygen , zonder eene yafte Hof- 
houdinge, hier of daar, 

(13) 



^74 t^^f^'^'olg ^^^^^^ Javaanfche Hijïorle^ 

jongfte , die een man was , welke zich 
by zyns Vaders leven, met de rege- 
ringe meeft bemoeid had, beklom den 
rykszetel na zyns Vaders dood , en 
hield zyn hof te Koeripang: zynde hy 
genaamd Rijp Gattajoe. (^13) 

Decs 



(13) My dunkt, dat deze "Hiftoric ziet op de 
keuze der kinderen en hunne overhellende geneigd- 
heid , welke men , in de opvoedinge en in de be- 
palinge van hun toekomend beftaan , volgen moet, 
OndertuiTchen leert de jongfte zoon Rijft Gattajoe , 
welke voorrechten een kind , en vooral een Prins 
geniet , als hy zich op de nutrigfte en befte kundig- 
heden en beoeffeningen , ran kindsbeen af, wil toe- 
leggen. Want de vier overige Prinfen werden en blee- 
ven cynsbaar aan hunnen jongden broeder. 

(14) Uit de Reize van den Smit met TjivengWa' 
nara , door de wildernifl'e , naar Padjajara , zou 
men mogen befluiten , dat de affttnd , ten Ooften 
van de Hivier , zoo groot niet was: te meer daar 
Tjioeng Wanara zynen Koning, na dat hy in de yze- 
re kamer half gebraaden was , aanllonds in de Rivier 
Crawang wierp : gelyk hier na verhaald zal worden. 
Maar in het Landfchap Paraka Moetjang ligt , by- 
kans aan den oorfprong van de Crawang t Panjaga- 
ra Godo , en een weinig roordeiyker , aan cenen 
anderen oorfprong Goela Gadja. Voor de laat- 
fte benaninge wil ik met inilaan , maar dat Panja* 
gara en Padjajara het zelfde zyn , komt mv aller- 
waarfchynelyklt voor, te meer , daar Valentyn GaU- 
ka met de Priangfche Landen , door het wuordeken 
^/gelykftclt , en 'er aanftonds Padjajaran» by voegt: 

fprec. 



genaamd Sadjara Radja Djawa. a^s 

Dees Riffi Gattajoo gevvan mede vyf 
kinderen : zynde het eerfle eene Doch- 
ter 5 genaamd Rara Soetjan ; het twee- 
de een Zoon genaama JLimboe AmilO'- 
hoer^ en Koning van Djingala: het der- 
de Z/m^öe Petting Koning van Dahai 
het vierde Limboe Pangaran^ Radja van 
Giggillang. Hec vyfde was eene Doch- 
ter, genaamd Prigewangfa , en zy trouw- 
de met eenen Limhoe Atmidjaja. En 
toen werd het land Java door drie Ko- 
ningen geregeerd. 

Limhoe Amiloboer gew^n eenen Zoon, 
genaamd Pandjie. Dees vermeefterde 
door zyne dapperheid , het geheel 
land Java 5 en hield zyn hof te Pandja" 
jaran^Qi/Q en trouwde met de Princes 

Ss 2 TJin- 

fpreekende van de bekeeringc der Vorften tot de 
Muhamedaanfchen Gódsdienft , ten jaare 1406. en 
vervolgi^ns: kunnende dus ook die Prinfen worden aan- 
gemerkt, als xich in 't weften var Java onthouden- 
de BI. 69, 't Geen echter beter aangaat, nn men 
wreet dan het beruchte Batoe Toelies , een half uur 
boven Buitenzorg , aan de Rivic: Tfidani, het Pad- 
jajarang der ouden moet geweeft zyn. 

•(lO Men fpreekt hier zeer verfchillende over de 
Javaafche Medicvnen en Medley nmeefters. Het 
Bataviafch Genoodfchap zal zich bevlytigen om , 
Un nutte véin het Gemeen , 't geen het zelve vooral 
bedoelt , de Iniandlche Medicynen , dcrzelver aart 
uitwerkinge , naauwkeurig mt te vorfchcn ; en 
<^en uitflag dcier uitvorfchingen bekend te maakcn. 



ü-jó Vervolg eener Javaanfche Hiftoriey 

Tjïndra Kirina^ die eene Dochter was 
van zynen Oom , den Koning van Daha. 
By haar gewan hy eenen Zoon Band- 
jaran Zark , die , na zyns Vaders dood, 
den troon beklom; en mede door zynen 
Zoon Moe dien Sari e werd opgevolgd. 

Dees eenige tyd geregeerd heb- 
bende, gewan eenen Zoon, met naa- 
me Moeding fVangie-, die zynen Va- 
der op den troon volgde; uyt wien 
voortfprooti?^/öe JVankas^ die, naden 
dood van zynen Vaader, op den troon 
kwam, en, na eenigen tyd geregeerd 
te hebben , twee Zoonen gewan ; van 
welke de oudfle genaamd was Radeen 
Bangah^ dien Jiy Koning van Galoel 
maakte: en de jongfle Radeen Soeroeb^ 
welken de Koning voorneemens was 
geweeft , na zyn affterven , den troon 
van Padjajaran te doen bekleeden. 
Edoch dit voorneemen werd niet ter 
uitvoer gebragt; gelyk, uit het vervolg 
dezer Hiftorie hlyken zal. Wanneer 
Ratoe Padjajaran^ of Ratoe IVankas^ 
eenigen tyd geregeerd had, ontftond 
er, in het land van Pandjajaran-i eene 
vreefelyke pefl , (15) daar vele men- 

fchen 



(16) Uit het Boek van DAmél en van elders , is 

her 



genaamd Sadjara Radja Djawa» 277 

fchen van llierven , en daar geen me- 
dicynmeefter iets tegen wift uit te 
denken. Want als de menfchen 's mor- 
gens de ziekte kreegen , waren zy 's a- 
vonds dood , en die 's avonds de ziek- 
te kreegen , waren 's morgens dood. 
Dit duurde ettelyke maanden achter 
een : zoo dat 'er de Koning bitterlyk 
bedroefd over wierd , en niet wift y 
wac hy doen zoude. Om die pert dan 
te verdry ven , liet hy eindelyk alle zy-* 
ne waarzeggers (16) by malkanderen 
roepen, en vroeg hen, of zy niet wis- 
ten 5 wat hy doen moeft , om deeze 
peft te verdryven. Zy gaven hem ten 
antwoord , dat dit zeer gemakkelyk te 
doen was , indien de Koning maar een 

Ss 3 groot 



het blykbaar , dat Nehucadnezar , Belzazar en ande- 
re C ollerfche Vorlttn gewoon waren , in tyd van 
nood , alle de Waarzeggers (amen te roepen , en 
dezelve te raadpleegen. Edoch ik kan niet merken , 
dat de Javaanfche Waarzeggers in verfchillende Clas- 
fen, gelyk te Babel , zyn verdeeld geweeft. Men 
kan over den toevlucht der Grieken en Ooflerliik- 
gen, tot de Godfpraaken by gelegenheid van de peft , 
niemand beter inzien , d^n den Heer Guys , Lettres 
fur la Grece. Lettr. 37. Tom. II. pag, 89. fqq. 

(17) Zulke cene edelmoedige opofFeringc van zich 
zelven voor het Algemeene belang had ook plaats 
in David II. Sam. XXIV: 17., en in ettelyke Griek- 
fchc en Romeinfche helden : en verdient dus , in al- 
ie de Jaarboeken , vereeuwigt te worden. 



278 Vervolg eener Javaanfche Hijlorie^ 

groot gaftmaal wilde aanrechten; en dan, 
op dien zelfden nacht , eene zyner by- 
wyven bcflaapen. Hier door zou de 
peft wel verdreeven worden ; maar een 
zoon zou 'er uit voortkomen , die den 
Koning van zynen throon bonzen en 
hem om 't leven brengen zou. De Ko- 
ning, dit hoorende, was 'er zeer over 
aangedaan ; maar hy bedacht echter 
by zich zelven , dat het dan beter was , 
dat hy alleen (lierf, (i7).dan allezyne 
onderdanen , die zoo menigvuldig in 
getal waren:' wenfchende en bidden- 
de inmiddels , dat zyne eigene nanee- 
ven tot op den laatHren dag des oordeels 
zouden regeeren. 

Derhalven liet de Koning een groot 
gaftmaal aanrechten ; en , toen de 
vroolykheid voorby was , befliep hy 

ee- 



(18) Men ziet Viier uit, dat de Veelvvyvery ten 
minfteD het honden van Bvzitten', ftaande het Hu- 
wclvk , bv de oude Javaanfche , zoo v^el als by de 
overige (.«oiterfche Vorften , van alle tyden , is in 
geSruik gevveeft. Fn uit dit verhaal kan men zelfs 
b'. fluiten , dat de By wyven haren onderfcheidcn rang 
htdden , om dat men hier van eene der voornaamjlt 
vindt Rewag gemaaVt. Sahmo mankt in zyn Hoog- 
lied g wag van JHoninpnnen , Bywyven en Maag^ 
den. Zie myne Brieven over het Hooglied. I. Deel. 
bl. IJl. 



genaamd Sadjara Radja Djawa. 279 

eene van zjme voornaamfte bywyven, 
die tefrens van een adelyk geflagt 
was. (18) Deze werd toen bevruchten 
beviel , toen de tyd harer zwangerheid 
vervuld was , van eenen zoon , die 
zeer fchoon was Men gaf aanflonds 
den Koning kennifle van het geval; die 
het kind voor zich hebbende laaten 
baaien , het zelve door vergift wilde 
ombrengen : maar het vergif had gee- 
ne kwade uitwerkinge op het kind. Uit 
dien hoofde wifl de Koning niet , wat 
hy verder doen zou ; en werd daar 
over ten uiterften bedroefd en gram : 
't geen zoo hoog liep, dathy de moe- 
der en het kind (amen ter dood wilde 
brengen» Dan, by geval, w^as daar 
iemand , die hem zeide beter te zullen 
zyn, als hy het kind in de rivier (19) 

Ss 4 . Cra^ 



(19) De Rivier en het Landfchap Crawang lyn 
by ons, in de Ooflcrfchc nabuurfchap , en ook van 
v/egens de poft Tanjong Poera , als mede by Va-' 
leney» , in zyn tweede en derde beüek , genoeg be- 
kend. Men zal evenwel de Rivier Crawang , niet 
verre van zynen oorlprong , zich moeten vertegen- 
woordigen ; om dat Kee Boejoet , die het kind op- 
vischte, niet verre van de wildcrnifiTefchynt gewoond 
te hebben , in welke hy daarna zynen vriend den 
Waarzegger , die naar Padjajarang vertrekken was , 
vruchteloos opzocht. 



a8o Vervolg ecner Javaanfche IJiJlorky 

Crawang liet werpen; en dat het dan 
wei fterven zou. 

De Koning vond dit eindelyk ook 
goed, en liet het kind in een kirtje flui- 
ten , en zoo in de rivier Crawang imy* 
ten. Edoch dit verricht zynde; en zy 
die het verricht hadden, vertrokken 
zynde, kwam daar (by gevalkaan de 
rivier een oud man, met ntime Kiay 
Boejoet Crawang^ die, by zyne aan- 
koomflie aan den oever een helder licht 
zag, zoo zuiver als de Maan; op welk 
licht hy aanging, en vond er, tot zyne 
uitterfte verbaasdheid, een kind ineen 
kiftje dryvende. (20) En bevindende, 

dat 



(20) Van Servius Tullius , nog een klein kind zyn- 
de , wordt het zelve by T: Livius en Dionifius van 
fialykarnajfuï verhaald, en voor een voorteeken van 
deszelfs aanftaande grootheid aangezien.] Men heeft 
meer zulke voorbeelden ; en die kunnen ligtelyk uit 
de bekende Vuurverhevelingen verklaard worden. In 
de Roomfche Landen maakt men , van de zooge- 
naamde ftalkaarsjes , ongedoopt geftorvene kinderen. 
Zulke lichtjes vindt men hier nu en dan op de gra- 
ven ; en het by geloof der Inlanders is 'er opgeves- 
tigd. Deze gefcaiedenifle heeft eenige overecnkoom- 
lle met het geval van Rcmulus en Remus , zoo als 
ons Livms dat verhaalt. Lib. I. Cap. 3. & 4. Zie 
ook Alg. Hiftor. X. Deel. bl. 44. als mede RolUh en 
Jailhie Gefchied. der Waereld. V. Deel. bl. 56. 

(11) Ik heb ecnc Javaanfchc Waarzegger aan huis 



genaamd Sadjara Radja Djazva, 281 

dat het een fchoon kind was , zei hy 
by zich zelven, dit is zekerlyk van 
een groot man. Met die gedachten 
werkzaam, haalde hy het onfchuldig 
fchepzel uit het water, en bragt het 
by zyne huisvrouw» Deze het kind 
ontvangende , was er zeer over ver- 
heugd , als hebbende zelve geene kin- 
deren. Zy bezorgde dat kind van al- 
les ,. als eene eigene moeder, en bragt 
het gelukkiglyk tot volkomenen was- 
dom. 

De jongeling, nu tot jaaren van onder- 
fcheid gekomen zynde , vroeg aan Kee 

Ss 5 Boe- 

gehad, toen ik nog op de weg van ^accatra woon- 
de. Er was geftoolen , en de Haven liadden hem 
gehaald , om den dief te ontdekken. Hy kwam eti 
deed alle de Jongens en Meiden rondom hem zit- 
ten , keek hen allen ernftig aan , deed hen , na het 
doen van eenige bezweeringen over het brood , ie-; 
der een ftukje eeten , met bedreigingen , dat zoo zy 
fchuldig waaren, hun de buik zou opzwellen. Toen 
fmeerde hy oly in de hand van een Jongetje , 't 
geen hy had medegebragt, die toen in de hand een 
Jonge zich zag vertoonen, En , in der daad , de 
dief verdween, en werd ziek zoo hy voorgaf. Zul-' 
ke eene waarzeggery laat zich ligtelyk verklaaren: 
Indien ik iets meer ontdekke van de Waarzeggers , 
zal ik gelegenheid zoeken , om 'er bthoorlyk bericht 
van te doen. OndertulTchen denke ik , by deze ge- 
legenheid, op het y verwater der Overfpeelfter, Yol«l 
gen de wetten van Mofes. Num, V: u-31. 



i 8 2 Vervolg eener Javaanjche Hijlorie , 

Boejoet , wie zyn vader was ? Kee Boa- 
joet antwoordde , dat hy zelf zyn vader 
was; doch de jongeling wilde het niet 
gelooven. Want, zeide hy, indien 
gy myn vader waart , dan zoude ik wel 
eenigzins naar u gelyken. De gryzaard 
hernam hier op , dat hy evenwel zyn 
vader was : maar de jongeling floeg er 
geen het minfte geloof aan. 

Kee Boejoet wel ziende , dat hy hem 
zulks niet konde doen gelooven, en 
het kind in dezen geruft ftellen, zei 
hemwyders: myn kind! ik hebeenen 
vriend in de wilderniflen woonende, 
die een uitfteekend waarzegger, en in 
ftaat is, om alle dingen, die gefchied 
zyn, of nog gefchieden zullen, te 
verhalen en te voorfpellen. (21) Wy 
zullen naar hem toe gaan, en hem naar 
uwen vader vraagen. De jongman was 

daar 



{^^) Mogelyk zal deze benaminge daar toe ge- 
llrekt hebben , om de vlugheid van den vogel met 
de fchrandcrheid van den Aap , by wyze van eene 
geheimzinnige voorfpellinge , in deze Jongeling te 
doen famenloopen. Want dit ftrookt zeer wel met 
de gewoonten , der aloude Oofterlingen : van welke 
ons het eerftc Hiftorieboek van Mofes en andere Oos- 
fferlchc fchriftcn cttelykc voorbeelden opleveren. 



genaamd Sadjara Radja Djawa. 283 

daar zeer mede in zynen fchik, en 
verzocht derwaards, hoe eerder- hoe 
liever 5 te gaan. En zy vertrokken. 

Wanneer nu Kee Boejoet en de jong- 
man op reize waren , en reeds eenigen 
tyd in de boflchen waren voortgewan- 
deld, zag de jongeling eenen aap inde 
hoornen zitten: en alzoo hy dit dier 
niet kende , vroeg hy Kee Boejoet^ w^at 
dit voor een gedierte was , 't geen der- 
maatennaar eenen menfch geleek? Het 
antwoord was, het is een Wanara ^ of 
Aap. En nog een weinig verder ge- 
komen 5 zag hy een mooyen vogel , en 
vroeg ook aan den ouden man, wat 
dit voor een fchepzel was. En o:ehoord 
hebbende , dat de vogel Tpoeng ge- 
naamd wierde, zeide hy ik heb nog 
geen naam : daarom zal ik my noemen 
Tjioeng Wanara: Q^2')'t geen Kee Boe- 
joet oo_k toeftont, en, met volle goed- 
keuringe, bekrachtigde^ 

Na 



(23) Do©r het fpeelen verflaat hier onze Schryver 
geen dobbelen : want daar ïyn de bovenlandfche ja- 
vaanen geene liefhebbers van ; maar allerhande kin- 
derfpel , daar de jongelingen aan ve^^flaafd blyven , 
200 lang 2,y geene ernftigere bezigheid hebben , cft 
onder een aanhoudend bedwang eeftcld worden. De 

Chi^ 



284 Vervolg eener Javaanfcbe Hijlorie ^ 

Na dat zy nu dus al eenen geruimen 
tyd voortizereisd hadden , en dit aan 
Tjioeng IFaiiara begon te verdrieten, 
vroeg hy den gryzaard , waar zyn vriend 
dan woonde? Hierop antwoordde hy 
ik geloove waarlyk, dat myn vriend 
van hier verhuisd is; en dan zal hy 
zekerlyk aan het hof zyn verblyf hou- 
den ; om dat hy een bekwaam fmit is , 
en veel geweer maakt voor den Koning 
van Padjajaran. 

Zoo dra 'Ijioeng Wanara dezen ou- 
den man van d^n Koning van Padjaja- 
ran hoorde reppen , was hy er zeer 
verblyd over en zeide : koom laaten wy 
er maar naar toegaan; want dan denke 
ik 5 dat het huis van uwen vriend niet 
verre zal zyn van myns vader huis. 

Hier 



Chineezcn hebben veel Tcpbanen in de Bovenlanden . 
maar de Javanen maakeii 'er weinig gebruik van, 
Mifl'chien komen hier de gevechten van hanen , 
kemphaantjes en kreekels te pas. In 't vervolg de- 
^er Hiftorie zal men 'er iets aardigs van vinden, 
Deezc was de Simfon de Milo^ of de Herkules der 
Javaanen. Byna alle de volkeren beroemden zich op 
hunne oude Reuzen en fterke Mannen. Zy beklee* 
den altyd , gelyk Davids helden , eene voornaamc 
plaatze in de Gedenkfchriften en gelyk Roftam , de 
Herkules der Oofterlingen, in de opgerichte gcdenk- 
fti kkf ri van ieders Vaderland. De Perliaanfche Poëet 
:Ferdoulp heeft de<zelfs heldendaden befchreeven. Zie 
d Herbelot Biblioth. Oriënt. Art. Manougetêr, Ed. de 
la Haye Tom. II. p. 553^ 



genaamd Sadjara Radja Djazva. 285 

Hier op gingen zy haaftig door de wil- 
dernifle naar Padja/aran : waar zy bin- 
nen korten tyd , aankwamen : gaande 
aanllonds naar het huis van den fmit, 
die zy aan het fmeeden vonden ; en die , 
over de koomft van zynen vriend, zeer 
verblyd was ; om dat zy eikanderen in 
lange niet gezien hadden. Vervolgens 
binnen gelaaten zynde vroeg hem de 
fmit en vooral aan Kee Boejoet: gyzult 
denkelyk hier iets van belang te ver- 
richten hebben? of hebt gy mogelyk 
eenige gereedfchappen noodig , als par- 
rangs , pattjols koevoeten beitels kap- 
meffen , of iets anders ? gy kunt 
hier alles krygen ; en alles, wat ik heb , 
is tot uwen dienft. 'T antwoord van 
Kee Boejoet Carawang kwam hier op 
uit: ik bedanke u voor dien aanbod; 
want ik kome hier met geen ander oog- 
merk, dan om mynenzoon Tjioeng Wa- 
mara^ aan u over te geeven, oiii hem 
van het fpeelen af te houden, (23) en 
een ambacht te laaten leeren. En de 
fmit nam aan dit te zullen bezorgen. 
De gryzaard , Tjioeng Wanara dus 

Qver- 



(14) Boborry is een fmeerz-cl der Javaanfche Groo- 
tcn , ftrekkende tot fieraad , waar mede zy het bo- 
venlyf befchildcren. Ook worden de meeften Medi- 
cinale fm eerzelen , uit kruiden faamgcfteld , Bêhirm 
genaamd : en deze zyn oneindig in foorten. 



236 Vervolg eener yavaanfche Hijlorky 

overgegeeven hebbende , ging naar 
huis, en liet den jongeling achter, die, 
binnenkorten tyd, het hiieeden leerde 
dermuten, dat hy zyne knie voor een 
aambeeld, zyne vingers voor nyptan- 
gen , en zyne vuiften voor hamers ge- 
bruikte. En hier over ftonden alle 
2:yne medemakkers verbaasd te kyken. 
Toen dat eenigen cyd geduurd had, 
en het ruchtbaar geworden was, door 
het geheele land, en tefFens dat hy 
een ongemeen fchoon jongeling was , 
kwamen genoegzaam alle de volkeren 
van het geheel land om hem te zien : 
en het getal groeide zoo flerk aan, dat 
zy geene plaais meer vinden konden , 
om te liaan , en 't gedrang was zoo groot , 
dat er de om heininge van het huis des 
fmits door wierd om verre geftoo ten. 

De fmit ontwaar wordende , dat hy 
dus veel fchadc leed, vroeg een ieder 
om geid, en eindelyk flelde hy er ee- 
nen vaften prys op. Eene getrouwde 
vrouw moell hem twee gantings ryfl, 
eene weduwe drie , eene onder getrouw- 
de vrouw, die van haren man nog niet 
bekend was , ook drie : eene maagd , ze- 
ven gantings ryft betaalen. En een ou- 
de vrouw eens zo veel als een maagd 



genaamd Sadjara Radja Djawa. S87 

Boven dien moell elk hoofd voor 
hoofd eeue wan met erwten en wat 
borri'borri of wel een welriekend 
fmeerzel , (14) eenige bloemen , 
kaerflen en eene flambouw ten beften 
geeven. En dit alles werd gaerne op- 
gebragt , zoo dat de fmit veel geld en 
goed verzamelde. 

Edoch Tjioeng Wanara , eenigen cyd 
aan het fmeeden geweeft zynde, vroeg 
zynen zoo genaamden baas , om eens 
naar de (Faffaf) markt te mogen gaan. 
De fmit wilde hem dit niet toelaaten , 
maar beloofde hem echter, dat, zoo 
dra het weer marktdag was; hy zelf dan 
derwaards met goederen te koop zou 
gaan, en hem Tjioeng Wanara dan me- 
de neemen. Toen de beftemde tyd 
gekomen was, ging hy, met zynen 
baas, naar de Pajfar^ (25) en vond 

'er, 

^— — — ^— ■ *i I II. I -- ■ 

(25) Door eene Paffar verftaat men een Dorp of 
Plaats , daar men op gezette dagen , van rondfom- 
me allerleye eetwaren, flagtvee, gevogelte en vruch- 
ten aanbrengt. De hier naaft bygelegene ïyn die van 
Tana - Abang » Welte - vreede en Meefiter • Corndis 
De Chineezen verkoopen *er ook allerlei fnullleryen 
en kleederftofFen , welke de Javaanen en de flaven 
gebruiken. En ftaan ettelyke bamboczc kraamtjes , 
ook Warongs , daar thee , kofFy , ryft en andere ge- 
woone eetwaren klaar gemaakt worden, opgedischt. 
Zulke Pajfers vindt men overal op zekere afftand in 
de Bovenlanden ; en lang> de gemeene weegen hier 
en daar Wanngs of Winkels , daar men wat rulle ei| 
fchuileti kan , en min of meer geriefd kan morden. 



a88 Vervolg eener yavaanfcke liijloricy 
er, by zyne aankoomfljeenen olifant, 
die gewallchen werd. Dit ziende vroeg 
hy zyncn baas, wat dit vooreen groot 
beell was? en hy kreeg tot antwoord: 
dat het een olifant was , die den Ko- 
ning toebehoorde. Zoo dra nu als die 
olifant Tjioeng fVanara zag, ging het 
beeft voor hem op de knieën liggen, 
in die houdinge, als of het dier zeggen 
wilde: koom gaa op mynenrug zitten, 
en ik zal u naar het hof brengen , by 
uwen vader. Ook hoorde hy eene 
ftemme, zegelende: gy zult zekerlyk 
Koning van Pajajaran worden. Hier 
op vaagde Tjioeng Wanara de tanden 
van den olifant af, en keerde weder 
naar zynen baas, (26^ en alle de gee- 
ne, welke het zagen, waren er ten 
hoogften over verwonderd. 

De fmit, toen Tjioeng Wanara (i^r^ 
lings aanziende, begon bitterlyk te 
fchryen en op zyne borft te kloppen, 
hem dus toefpreekende : helaas! watzal 
het zy n 5'als deKoning eens zulke dingen 
koomt te verneemen ! dan zyn wy beide 
kinderen des doods ; en daarom houdt u 
toch ftil. 'T Vervolg hier na. 

(26) De Olyplianten worden hier voor de Javaan- 
fchc Vorften , uit Ceylon aangebragt. 't Is ook niet 
vreemd dnt afgerichte Olifanten op de knven vallen. 
Drie Olifanten van den Prins van Sourabaija deedea 
dit, ten Jaare 1706, voor den Commandeur JCwoZ en 
ïyn gezelfchap. 7ie Valentyn IV Deel. bl. 164. en 
Htuttuin Nat. Hiil. I. Deel. bl. 415. 



PROEVE 



VAN 



HOOG 'GEMEEN 



E N 



BERG-JAVAANS. 



ït Ne- 



Nederdiiitfche Taal. 

Deeze brief komt uit een 
zuiver en opregt her te en 
werd onder menigvuldige 
groete gefchr. door Socfoe- 
hoenang Pacoe'b.oeana Se- 
napattf' hi gala ga Abdul 
Rachman Sajidiii Panata- 
gama die zyn Hof houd op 
Souracarta Hadiningrat ; 
Aan zyn Grootvader den 
Heere Jeremias vak 
RiEMSDYK Gouverneur 
GeijeraalendeiiecrenRaa' 
den van Nederlands India 
refideerendc tot Batavia 
en die het gezag voeren 
over de geheele magt var- 
de Comp. In de landen zoo 
boven als beneyerts wind 
zoo te water als te landen, 
en die toegewenscht wor- 
den gezondheid lang lee- 
ven en alle heil en voor- 
fpoed op deezer Aarde. 



Sundafe of Berg-taal. 

Hij al kang foerat biedjil 
tiena lüklas ate kang foetjie 
herang rehging kang tabee 
rejah rejah tiekang jang 
Soefoehoenang Pacoeboeana 
c^cnapatty Hingalaga Abdui 
Rachman Sajidin Panata- 
gama noedijok dinagara 
ooeracarta datang ka kand- 
jing toe wan Jeremias 
VAN RiEMSDYK Goer- 
nadoer Djindral rehdjing 
para Raad van India kaka- 
bee kang , noedijoek dina- 
gara Batavia noema ren- 
tah farija hing djalma 
Comp^- dienagaraloechoer 
angin rehdjing di nagara 
handap angin dinalahoet , 
rehdging di darat noe- 
pinandjangkiin nja hoe- 
moer rehdjing flamat 
rehjing tjagur di doenja 
hijuch. 



Ge* 



Gemeene Javaanfe taal. 

Hikie kang foerat mit- 
toe faking hik las atie kang 
foetjie haning lan kang 
tabee akee akee faking 
kang djing Soefoehoenang 
Pacoeboeana Senapatty In- 
galaga Ahdul Rachman 
Sajidin Panatagama kang 
alingie hingnagai'a Soe- 
racarta hidiningrat maring 
kangdjing Jeremias van 
RiEMSDYK Goernadoer 
Djindraal, lan para Raad 
van India kabech kang 
alongoh hingnagara Ba- 
tavia kang aparentah fa- 
kabeh wong Comp. hing 
tiagara attas angin laning 
bawah angin , hing la- 
hoetang lanhing darattan 
lan moegi pinan djangna- 
kang hoemoer falamat 
toer kawaraflang hing jo- 
ro hing doenja ikie. 



291 
javaanfeHoogDalamfetaal. 

Poenika hingkang firrat 
mios faking manaeh kang 
foetji hinning ferta hing- 
kang tabee ha kattah kat- 
tah faking kan djing Soe- 
foehoenang Pacoeboeana Se- 
napatty Hingalaga Abdui 
Rahman Sajidin Panata- 
gama hinkang ha kadaton 
"hing nagari Soeracarta ha- 
diningrat kahatoera doe- 
matang hing kang hejang 
kandjing Toewan Jere- 
mias VAN RiEMSDYK 

Goernadoer D jindtaal , fer- 
ta datang para Toewan 
Toe wan Rad van India fa- 
daija hing kang hapalanga 
hing Nagarie Batavia hing 
kang haparentah fakattah 
hing wadija Bala Comp. 
hing nagarie attas anging 
miwah hing bawa angin 
hinglahoetan miwah hing 
daratan hing kang moegie 
pinahosna hingkang joes- 
wa falamattoer kafarafan 
hingdalamDoenjaPoeniki 



Tt 2 



E E. 



«92 



E E N I G E 

"woorden. 



IN HET 



JAVAANS. 





Gemene Taal 


HOOGDALEMS 




der 


of 


> 


JAVAANEN. 


HOFTAAU 


Het Hooft 


1 
Hindas of Holo 


^Sirah 
^Mastaka. 


'T Hair 


Ramboet 


Rima. 




•« 


CSotja. 


De Oogen 


Matta 


<LVIaripat. 
C Net ra. 


De Ooren 


Koeping 


SKirna. 
cTalingan. 






De Neus 


Hiroeng 


Grana. 


DeWinbrauwen 


Kalis 


Himba. 


De Mond 


Jamkim 


Lefan. 


De Tanden 


Haentoe 


Wadja. 
.^Wahos. 


De Tong 


Leda 


Hilat. 


De Lippen 


Lambe 


Latie. 


De Kin 




Djangoer. 


De Hals 


Goeloe 


cDjanga. 
,^Tmgek. 


Pe Borfl: 


Dada 


Pamidungan. 



De 





in het Javaans, 


De Buik 
De Navel 
De Beenen 
De Billen 
De Handen 
De Elleboog 
De Vingers 
De Schouders 


Witting 

Woedil 

Sikil 

Pantat 

Tangan 

Titipali 


De Boesem 


Soesoe 


Het Vel 


Koelit 


Het Bloed 


Gittih 


De Knooken 
De Nagels 


Babalong 
Koekoe 


Versoeken 


Djaloek 


Geeven 


Weweh of Sok 


Waaïer 


Banjoe 


Gekookte Ryft 
Rauwe Ryft 


Sigga 
Birras 


Vis 


Hiwak 


Verzadigt 


Hoewis warik 


Gedaan 
Nog niet 
Een Menfch 


Hoewies 
Doeroeng 


Oud 


Toawa 


Jong 


Hanom 
■'< Tt.3 



293 



Padhaharan. 

Poefir. 

Soekoe. 

Poepoe. 

Hasta. 

Sikoet. 

Njari. 

Walikat. 
^Pampojoen, 
,<?ajoudara. 

Watjoetjal. 
<Hirrah. 
"^Loedira. 

Tofan. 

Kinnaka. 
Widdha. 
"^iSfoehoen. 
cPeparing. 
"^Njoekans. 
cTepa hanga. 
^Wari tirta. 

Sikkoel. 

Wos. 
cMinna. 
^Woelan. 
fSampon toe- 
"j woek. 

Sampoen. 

Dering. 

Tijang. 
fSippoel. 
"^Widdrah. 

Hanem. 



Gaan 



^94 



Eenige Woorden^ 



Gaan 

Koomcn 
Ziek 
Neen 
Lang 

Een Huis 



Zitten 

Wat is dat 

Daar is niet 

Morgen 

Gauw 

Wagten 

Baaden 

Reegen 

Een Man 

Een Vrouw 

Een Kleedje 
Een- Baatje 

Een Kris 

Een Ring 

Pinang 
Siriblad 
Tabak 
Kalk 

De Zon 



j 



Loemakoe 

Tikka 

Lara 

Hora of unto 

Dawa 

Hoema 



Loengoch 

Hapahitos 

lioranana 

Ilesock 

Kibbat 

Minko 

Hadoes 

Hoedan 

anang of Jamal 
Wadong of 

Awewe 
Djarit 
Killambi 

Kirris 

Hali 

Djambe 
Soeroch 
Tombaco 
Hindjit 
Sringnigni of 
Tapoe 



cLocmampah. 
1 1 ocmaris tinuak 

Rawoeh. 

Gerrah. 

Bottin. 

Pahol. 
rGrija. 
) Dalem. 
^Wiltamx 
cLingah. 
^Pinarak. 

Pueiiikoe. 

Bottin wontin. 

BcnJjing. 

Hen2;al. 

Mankee, 

Sjram. 
cDjawah. 
"^VVarsa. 

Djallar. 
fKeftrie. 
"SVVanodja. 

Sindjang. 

Rasoekan. 
cDhcewoeng, 
^Soeriga. 
cLelepen, 
^Sasra. 

Wohan, 

Siddah. 

Seita. 

Hapoe. 

Soerija. 

Dé 



in het Javaans* 



49Ï 



De Maan 
Den Dag 

Den Nagt 
Ploenders 

BufFcIs 

Hartebeefl 

Vogel 

Hout 

Vuur 

Steen 

Wind 

Een Hond 

Een Tyger 
Een Wiidvarken 

Paard 

De Aarde 
Een Dorp 

Een Berg 

Ik wil niet 



Hoog 



Laag 
Lang 

Slaapen. 



Woelan 

Rina 

Wingni 
Hajam 

Kibbo of mon- 
ding 
Minjangan 
Manoek 
Kajoe 

Ginni 

Watoe 

Hangin 

Hasoe 

Marjan 
Tjiling 

Jaran 

Lima 
Defa 

Goenong 

Soenkan 
Dhoewoer of 

D on jong 
H in dik of 

Sanke 
Dawa 

Toeroe 
Tt 4 



^Safi. 
^ J jandra. 

Ronten fiam. 

Daloe. 

Sawoen. 

Mahesa. 

Sangsam. 

Pakfi. 

Kadjing. 
COahhara. 
"5']rama. 

SeJa. 

<Samiranan. 
"^Satiran. 
cSiggawon. 
2 rjamira. 

Maon. 

Handapan. 
^Kapal. 
^Toeranga. 

Sitie. 

Doesoen. 
'Woekir. 

Hardi. 

Haldaka. 



> Hinggij. . 

^ Handap, 

Pahas. 
(Sari. 
<Nendra. 
(Kilim. 



Swart 



±g6 

Swart 
Rood 
Groen 

Wit 
Geel 

Een Jaar 
De Zee 

Ik wil niet 

Gaan 

Loopen 

Zoetjes 

Voorfigtig 

De Dood 

Een 

Twee 

Drie 

Vier 

Vyf 

Ses 

Seven 

Agt 

Negen 

Tien 

Gauw 

Komhier 

Langzaam 

Regts 

Lings 

Voorfigtig 

Ooft 

Weft 



Eenige tVoordcH^ 



Hiring 
Habang 
Hidjo 
Poeti 
Koening 
Hija of Inge 
of Caula 
Satahoen 
Sagara 
Boteipoeron 
Loemakoe 
Loemajoe 
Dihalon 
Gnaliati 

Mati 

Hegie 

Doiia 

Tolla 

Opat 

Lima 

Geenap 

Tojon 

Delapan 

Salapan 

Sapoelo 

Gefik 

Cadio 

Lalonan 

Katiko 

Kede 

Mangade 

Wetan 

Coelon 



Tjimming, 
Habaet. 
Hidjim. 
Pittah. 
Djinnie. 
^Hingik. 
<:N^ochoen. 
Sawarsa. 
Sagantin. 
Samoedra. 
Loemanpak. 
Loemadjing. 
Dipoenaris. 
Gnacos. 
jSida. 
e:^eddah, 
Sigic. 
Louron. 
Te] on. 
Papat. 
Lemo. 
Minam. 
Petie. 
Wolo. 
Songo. 
Sapoelo. 
GJis. 
Mariki. 
Tulenan. 
Tangan. 
Kewa. 
Bctik. 
Wetan. 
Coelon. 



Zuid 





in het Javaans. 




Zuid 


Kidol 


Kidol. 


Noord 


Kalier 


Kalier. 


Wagcen 


Manke 


Manque. 


Slapen - 


His 


Tourou. 


Eeten 


Mano 


Mato* 


Praaten 


Lemok 


Selato. 


Een Coeli 


Batoor 


Rintjan. 


Laat los 


Pot* 


Tolakan. 


Suiker 


Goela 


Gindis, 



19J 



(Nota.) Uit deze proeven kan men duidelyk zien, 
dat de gemeene Taal veele Maleifche woor- 
den heeft over genomen dog dat het Hof 
Javaans geene de minfle overeenkomft met 
het Maleids heeft, 
By gelegenheid der Timoreefche Woorden, 
Bladz. 115. van eene kleine piocve van 
Banjareefche Woorden, en op p. 138. van 
de Taal der Biajos gevolgd worden , belooft 
het Genootfchap zyn beft te doen , om de 
Verfameling te vermeerderen en dus allengs- 
kens de kenniffe der Taaien van deze Ei* 
landen uittebryden. 




Tt 5 



KORT 



Pag. 298 

KORT VERHAAL 

VAN DEN 

Oorfprong, Voortgang en Tegenwoor- 
dige Geftqltenis, der 

DEENS CHE ZENDING, 

TFR VOORTPLANTING VAN DEN 

CHRIS TELYKEN 
GODSDIENST 

OP DE KUST 

COROMANDEL.co 

DOOR 

JAN HOOYMAN. 

F RED ERIK DE VlERDE, Koning 
van Denemarken , wierd , in den 
aanvang- dezer Eeuw , door zynen Hof- 

pre- 



(i) Eigentlyk Tfchoromanialam , waa»- uit dePortu- 
geeien by verbaftenng Coromandel gemaakt hebben. 
I^andalam betekent in het Tamuls een Ryk, en 
Tfchoren is een Koning van dit Ryk gcweeft, wiens na- 
geflagt , aldaar zeer lang geregecrt en vcele Péigoden en 
• andere gewyde plaatzen geftigt heeft, '/iet verder hier 
over Ausfuhrlïcht Kdcbrichtên dei Ddniffhm Mijfionarim 
Erfte Theil p. 377. 



dtr Deenfche Zending op CoromandeL 2^g 

prediker Do. Frantz yulius LutkenSy 
overgehaak , ter verkondiging van 
het Chriflendom , twee bekwaame 
mannen , naar deszelfs Oollerfche 
bezittingen te zenden. 



De Godgeleerden te Berlin , ten de- 
zer einde aangezogt, vervoegden zig 
by den vermaarden Hoos; Leeraar te 
Halle August Herman Francke^ de- 
welke hier toe twee Candidacen koos 
Bartholomaus Ziegenbalg en Hendrik 
Plui f cha gen^amt^ die te Koppenbagen^ 
tot deezen dienfl plegtig geördineert 
zynde, den 29 November 1705. van 
daar vertrokken en te Zr^/^feZ'^r behou- 
den aanlanden , den 9. july 1706. 

Aan ieder dezer Zendelingen wier- 
den 200. Deenfche Ryxdaalders tot 
een jaarlykfche bezolding toegewe- 
zen , die , nefFens andere onkollen 
worden goedgemaakt , uit een fonds 
van 2000.. Rds. > door den Koning tot 
onderhoud der zending y den 11,, Sep- 
tember 1 7 1 1 . op dePoft^ryea piih^rroe- 



300 Kort Verhaal der Zending 

pelyk aangegeweezen: het welk door 
den Koning Christiaan de Zesde 
den 3. September 1736. met nog 1000. 
Rds. jaarlyks, uit de Pofteryen van 
Noorweegen, vermeerderd is. 

Tot het jaar 1712. nam Do Lutken 
het belang der zending in Europa waar, 
maar na zynen dood , wierd dit werk 
opgedraagen aan twee Godsgeleerden, 
wien naderhand nog een derde wierd 
toegevoegt;dog in 't jaar 1714. rigtede 
Vorft , ter betere bezorging van dit 
gewigtig en zeer nuttig onderneemen , 
te Koppenhagen , het Collegium Mijftonis 
de Curfu Euangeliipromovendo op , het 
welk beflaat uit eenige geeftelyke en 
wereldlyke Raden , onder voorzitting 
van eenen werkelyken Geheimen Raad. 

Billyk zoude men van de bedienden 
der Deenfche Ooft-IndifcheMaatfchap- 
pye verwagt hebben , dat zy ter be- 
vordering van een werk , waar aan hun- 
nen Monarch zig zoo zonderling liet 
gelegen zyn, met vermaak, het hunne, 
zouden hebben toegedraagen , maar de 
ondervinding toonde wel haafl het te- 
gendeel I want de Heer Ziegenbalg 

wierd 



op de Kujl CoromandeU 301 

wierd den 19. November 1708. zon- 
der de minfte reden , in het Kafteel te 
Tranquebar gevat , en 4. maanden in 
verzekering gehouden 5 ja zelf geduu- 
rende dien tyd belet, voorttegaan, 
met de reets begonnen Overzetting van 
het Nieuwe Tellament. Men tragte 
dit geweldig bedryf te verfchoonen ^ 
met voortegeeven , dat de bekeering 
der heidenen , den handel benadeelen 
en de flaven ontheffen zouden van de 
gehoorzaamheid , die zy aan hunne 
heeren verfchuldigt waaren , waar by 
men vermoed , dat een weinig te veel 
toegevendheid voor de Roomsgezinde 
Chriftenen , wel voornaamelyk , mede 
werkte , ten minflen fl:elde de Deen- 
fche Commandand of Bevelhebber der 
Volkplanting , in zyn klagtfchrift te- 
gen de Zendelingen , de vrindfchap en 
beleeftheeden der Catholyken , voor 
zyne Maatfchappy zo voordelig voor, 
dat het niet raadzaam was, hun op dee- 
ze wyze voor het hoofd te ftooten. 

Maar toen hun bezwaar, in het Jaar 
171 1. voor den Koning kwam, betuig- 
de de Vorft niet alleen de hoogde ver- 
ontwaardiging over dit onverantwoor- 
de- 



3oa Kort Verbaal der Zending 

delyk gedrag, maar liet ook, toen het 
geval 5 door kundige en eerlyke Lieden , 
naaukeurig was opgenomen, denCom- 
mandand en Raad te Trankebar bevee- 
len: voortaan nimmer weder het aller- 
minfl geweld, aan de Zendelingen te 
ondernemen, maar hun in tegendeel, 
alle mogelyk hulp en Vnndfchap te be- 
wyzen- 

Dogbehalvendit onaangenaam voor- 
val, moeften die Heeren, met nog veel 
grooter zwarigheden worftelen, houden 
zy hun nuttig voornemen ter uitvoer 
brengen , zo waren zy verpligt , alvoo- 
rens 'sLands taal te leeren, het welk 
ten opzigt van het Portugees ^ niet zo 
on^emakkelyk was , als omtrent het 
Malahaars of Tamuls (2) de algemene 
fpraak in dat Gewefl. 

Maar 



(1) Men vind onder de Mallabaren agtien Taaien l 
Tan dewelke het Kerendum^ Tam ui en WardagUy de 
voornaamften zvn. Het Kerendum \s de Moederfpraak 
der Brilmanen , en word onder de Heidenen aldaar, even 
ïoo aangemerkt , als het Latyn in Europa.Maarhet meeft 
gebruikelykft is het Tamuls of eigcntlvk Mallabaars, 
hetwelk men zeer d:ep in het Land verüaat, maar 
langs de Kult het zuiverft word gefproken. Deze Taal 

heeft 



op de Kujl Coromandel. 303 

Maar of fchoon zy ten dezen opzig- 
te, van alle hulpmiddelen ten enemaal 
verftoken waren, kwamen zy dienlaft, 
door hunnen onvermoeiden yver, dog 
eindelyk te boven. 

Zy haalden een Tamuls Schoolmee- 
fier door eene vereering over, zynen 
School te houden in hunnen woning , 
alwaar zy in het midden der Kinderen 
op de grond zaten en, volgens 'sLands 
gebruik leerden. Letters in het zand 
te ma Ken. Op deze wyze leerden zy 
de taal wel Leezen, maar konden de 
zelve nog niet Verdaan , dewyl hunnen 
Schoolmeefler in het Portugees^ ten 
eenemaal onbedreven was. Dit gebrek 
verbeterden zy , door de hulp van ee- 
nen Malahaarfen dienaar die het Portu- 
gees en eenige andere Talen der Euro- 

pe. 



heeft d^ minfte overeenkomft niet met eenige andere 
Oofteifche vpraaken als Arahifih^ Perfiaanfch O'c en 
is niet onaangenaam voor het gehoor , wanneer men 
diüdelyk en langtaam fpreekt , maar de woorden zyn 
xeer zwaar en moeilyk uyt te fpreeken « waar van ik 
ten bewys maareen klyn ftaaltjezal by brengen, in de 
leven namen der onderfcheiden Se(ften , waarin het Mal* 
Jabaa'fe Heidendom is ingedeelr, te weeten: Tfchiwa- 
vjedum , Wiratfchaiwam , Tfchilamadam , Wifchtnuwc 
4um , Tadduwadimadam , Namaperamalwedum en 
TfcbMtnermadam. V, Ausf. Ber, T. P. Ii6. &: 371. 



304. Kort Verhaal der Zending 

peaanen verflaande hun in het aanlee- 
ren van 'sLands fpraak zeer dienflig 
was, het welk dien Man in het ver- 
volg veel verdriet, van de zydezyner 
Geloofsgenoten, verwekte. 

Zo dra de Zendelingen het vermo- 
gen hadden , hun van den Land-Zaat 
te doen verftaan , namen zy met de 
grootfte luft, alle gelegenheden waar, 
met dit volk te rede wiflelen. Zy on- 
derhielden niet alleen de Nieuwfgieri- 
gen , wien de weetlufl of de verwon- 
dering , naar hunnen woning dreef ^ 
maar zy gingen ook vlytig rond , zo 
wel in de Stad, als in de naby gelegen 
plaatzen. 

Voornamelyk leverden de RufLhui- 
zen (3) hun de befte gelegendheid , den 
inhoud van het Chriftendom, aan Veé- 
len tefFens te openbaaren. Zy dooi'- 
reifden ook de geheele Kuft, zo ver 
die door Engel/en en Hollanders word 
bezeten, want op het grond gebied des 

Ko- 



(3) Ruft-huiien zyn opentlyl^e Gebouwen , 20 wel 
aan dé gemeene Weegen als in Steden en Dorpen, 
door vermoogende als een Liefde-wcrk gelligt, ten 
^enft der Reizenden. 



op de Èujl Coromandel 305 

ïtonings van Tanfchaur (5) derfden zy 
^ig toen nog niec wagen. Zo wel het 
geringfte volk de Pareiers Q6) die van 
de hogere Geflagten voor onrein wor- 
den gehouden, als het aanzienlyk deel 
der Natie , was hun aangenaam, en voor- 
namelyk deden zy hun beft , met de 

V V kun- 



(^) Het Koningryk Tanfchaur of Tanjtur , na de 

Verworvene u tfpraak der Éuropeaanen, is van geene 
groote uifgeftrektheid, zynde niet raeei dan 14- Duit- 
fche Mylen lang , en breed De Hoffïad Tanjour is ruim 
20. uu eii gaans van Trankebar geleegcn, en, naarden 
aa t van het bnd rede k wel beveiligt. Ds Koning 
w?s r.ynsbaar aan de Nabab van Ttrutfchinafalli, die, 
toen het Hindof^anfe Ryk nog biocide, athing vanden 
Koning of Shah van Delhy. De Tanjcurfe Vo^ften 
hebben veeie Jaarea geregeert met aanzien en groot 
Termoogen , dog onlangs is dit Ryk, onder den naam 
van den Nabab aangevallen en verovert. 

(6) Het Geflagt dtr PareUrs is het veragtelykfte on- 
4er de Mallabaren. Zy ecten doode Krengen , en al- 
lerhande v.ili^heid, waarom de voornamen, zig met 
han , zoo min mogtlyk bemoeien. 

M' gdyk zal het den Lezer niet onaangen{>am xyn l 
\t:s nader over de Caften of Rangorder d^tx Mallabaren 
ïilhier te v'nden. Zy is vierledig , de Bramanen , T/chat^ 
tiren Sutt'tren en Pareiers , zynde die der Wafchiers , 
dcwe'ke lu'fchen de tweede en derde ftaat, zo gering 
dat men ze zelden hoort noemen. De oorfprong de- 
ler naauwe verbintenis word gedeeltelyk veroorya^kt, 
door de onderHngc Huwclyken en daar uit volgende 
Blccdverwandfchap , gedeeltelyk door de overeen- 
komst van hun beroep en bezi^heeden. De Brsr 



3o6 Kort Verhaal der Zending 

kundigften en geleerdfteninBriefwifle-. 
]ing te geraken, teneinde dus hunne 
tegenwerpingen, diefte nadrukkelyker 
te kunnen beantwoorden. 

Hun 



mdnen het ccrfte Gcnagt,iyn meer dan andere bedreven 
4n de Weten fchappen , dog kunnen ook , zonder hunne 
kaüe te veiliezen , den Landbouw oeffencn , die in dit 
Geweft , volgens het Voorfchrift der Natuur in hooge 
agting flaat. De Tfchdttirers , volgen , maar in eenen 
minderen lang , het voorbeeld der Bramanen na , en oef- 
fenen meeft al dezelve bezigheeden. De Sutürers zyn 
de talrykfte. Onder deezen vind men Landbouwers , 
Kooplieden, kunftenaars enHandwerksheden van aller- 
lei foort. t>Q Pdreiers zyn, gelyk reets gezegtis, de 
geringfte, veragt van alle andere, leercn mceft al geen 
beroep, en worden dikwils verkogt tot Slaven. Zylateii 
hun gebruiken tot allerlei lage dienften , verhuuren zig 
by den Akkerman als'dagloners en treden ook zeer dik- 
wils in den Krygsdienft. Geen Mallebaar mag buiten 
syn Cafte trouwen , of doed hy zulks , hy kan verze- 
kert zyn van zyne (landgenoten in generlei opfi^teeni- 
gen byftand te mogen verwagten. 

Dewyl nu een zodanig onderfcheid en vooral een 
20 ver gedreven haat, met de vryheid en den geeft des 
Chriftendoms ten eenemaalonbeftaanbaaris, werddèzc 
2eer oude en eigenzinnige bepaling der Geflagten, te 
regt van de Zendelingen voor een groote hinderpaal 
gehouden , in de voortplanting der Euangelifcbe Waar- 
heden. De Ouders zig bekerende, zyn doorgaans ver- 
leegen met hunne Kinderen , 20 wel in het aanleerea 
yzn eenig beroep , als om dezelve tot eenen bepaalden 
iland te brengen , ook zyn de Chriftcnen in eene zo© 
groote veragting by de heidenfe M^llebaaren, dat zy, 
als een fchimp van hun zeggen Kulam Pundawtr^êlf 
d. i. Zy z^yn tff hef Gejlagt der Fêteiers overgegaan. 



Öp de Kuft CoromandeL 307 

Hun mondelyk onderhoud met de 
Heidenen beftond voornamelyk hier 
in : dat zy hun uit het werk der Schep- 
ping , door vernuftige gevolgtrekkin- 
gen poogden te overtuigen , dat er niet 
meer dan een eenig Goddelyk Weezen 
zynkon , en dat dit Weezen de hoögfte 
volmaaktheid moefl bezitten; dat in 
tegendeel de Heidenfe Afgoden of ten 
enemaal verdigte wezens waren, of 
Menfchen, volgens hunne overleve- 
ringen, van een ftrafwaerdig leeven, 
welkers aanbidding het Opperfte Wee- 

Vv a zen 



Volgens het eigen verhaal der Zendelingen, is het 
kenmerk van dit Geflagt , in allen cpfigt, leer on- 
voordelig. Zy lyn diefagtig , leugenagtig , en niet dan 
met geweld , door vreeze te regeeren. Ten opligt vari 
den egten ftaatlevenzy zeer onregelmatig : hunne Kin- 
deren walTen op, zonder tiigt en onderwys, zy zyn 
Rieeft allen zeer morfig en behoeftig, en in een woord 
iodanig ^cfteld , dat men het eerbaar en weldenkend 
deel der Natie, niet kwalyk kan neercen, dat zy zig» 
met een zo veragtelyk foort , niet willen bemoeien, 

Egter is dit alles in den ftrengften 7 in, meer toe- 
paflelyk op de zodanigen , die in de Binnenlanden 
woonen , als op hun die veel ommegang hebben met 
de Europeaanen ; Want gelyk de ondervinding ons 
hier leert, dat die Javaanen dcwtlks het meeft met 
ons verkeeren , veel deel noemen in onze deugden ea 
gebrecken , zo zyn ook aldaar de Strandvolkeren , de- 
welke dagelyks bezogt worden door allerhande Natiea 
op de oude gebruiken-, zoo naauw ziende niet, Avisf, 
-Sfcricht 3. Thcil 17* Contia. p, 173, fq. 



3o3 Kort Verhaal der Zending 

zen niet alleen mishaasit, maar ook mee 
hetgezontverflantteneenemaalftrydig 
is, dat alleMenlchen zondaars waren, 
en eenen verlofTer nodig hadden , die 
ons door God in Chriftus was gefchon- 
ken, door wiens tuirciien komll met 
Boete en Geloof, genade by den A1-- 
machtigen was te vinden , en door wiens 
kragt een heilig en deugdzaam leeven, 
mogelykwas, terwyl integendeel, de 
moetwillige veragters deezer aangebo- 
dene genade van God verftooten, en 
voor eeuwig rampzalig zyn zouden. Zy 
loden de teegenwerpingen op met be- 
fcheidenheid, en haalden het reedelyk- 
lle gedeelte hunner hoorderen door- 
gaans over, den Chrillelyken Gods- 
dienft te pryzen. 

Die dusdanig gewonnen waren > 
poogden zy, door de befchryving van 
den gelukkigen toeflant eenes gelovi- 
gen Chriilens , ter omhelzing der ge- 
openbaarde Waarheeden,over te haa- 
ien : en op deeze w^yze gaan zy tot nog 
toe voort, het oogmerk hunner zen- 
ding te volvoeren. 

De wakkere Ziegenbalg hield zig 
nog niet voldaan , het Woord des 

Hee. 



op de Kufl Cor oman del. 309 

Heeren , den Heidenen mondelyk voor 
te dragen, maar begon ook, toen hyin 
het Tamuls genoegfaam was bedree- 
ven, in hec Jaar 1708, aan de Overzet- 
ting van het Nieuwe Teftament, en 
bragt deezen arbeid in het Jaar 171 1. 
voorfpoedig ten einde. 

Toen men hier van te Halle tyding 
kreeg; wierd er een Drukpers en de 
nodige gereedlchappen overgezonden , 
om deeze Vertahng afcedrukken. Ook 
zond men een diei'gelyk gefchenk uit 
Engeland, het welk nogtans benefFens 
2. Scheepen, door de Franfen wierd 
genomen. 

De eerde vyf Ledematen der nieuwe 
Gemeente, die na behorig onderwys, 
den 5. May 1707. gedoopt wierden, 
waren Slaaven , fchamende zy zig , naar 
het voorbeeld van den ZaHgmaker,dit 
gering beginfelnieu Met het einde van 
dit jaar was het getal der nieuwbekeer- 
den, reets tot 35. aangewaffen en ter- 
wyl ik dit fchryf, zyn er meer dan 
15000. Zielen, die het bhnde Heiden- 
dom verlaten hebben. 

Vv 3 Pro- 



310 Kort Verhaal der Zending 

Profeflbr Francke te Halle deelde 
aan het geleerde en Godvruchtige Eu- 
ropa , het eerfle verhaal deezer geluk- 
kige beginfels meede, het welk kort 
daarop in het Engels overgezet zynde 
de vermaarde Sociëteit , de Propagan^ 
da Chrijli Cognitione, bewoog, zig dit 
werk der Zending, zonderling aante- 
neemen, waar toe de Aardsbiflchop 
van Canterhury D°- Thomas Tennison^ 
niet weinig heeft toegedragen. De 
beroemde Hogefchool te Camhridgej 
betoonde meede aan die Heeren, de 
aangename blyken harer genegenheid , 
en volgens de eigen berigten der Zen- 
delingen , heeft Engeland , omtrent 
dit Godgewyde oogmerk, uitneemende 
verdienften. Zy vergunden hun met 
hunne Scheepen , niet alleen eenen 
vryen overtogt, maar onderfteundeii 
ook dit werk, door zeer ruime Liefde- 
giften, dewelke in de eerlle 3. jaaren, 
byna 1200. ponden flerhngs in gereed 
geld bedroegen, behalven eengeheele 
Drukkery met zyn toebehooren, eene 
meenigte nuttige boeken, en veele an- 
dere zaaken, hier niet te noemen. 

Zv beyverden zig om deeze onder- 
neming, niet alleen dooreene edelmoe- 
dige 



op de Kuft Coromandd. in 

dige mededeelzaamheid, maar volgden 
het lofFelyke voorbeeld van den Deen- 
fen Sceptervoerder ook hier in na, dat 
zy te Madras , Cudelur en Tirutfchina- 
palli , ja zelf te Calcutte in Bengalen 
zendingen ftigten 5 die allen, nog hee- 
den aanwezig zyn , en ider naar hun ver- 
mogen, het gevvenfchte oogmerk hei- 
pen bevorderen. De vier laatllen, wor- 
den onderhouden door de zo evenge- 
noemde Engelfe Sociëteit, en jaarlyks 
gefchied er, ten hunne behoeve, op 
Kersdag in de Koninglyke Hof-capcl te 
London eene opentlyke inzameling van 
Liefdegiften. 

Het Engelfe Gouvernement in Indië 
heeft hun insgelyks , een zeer fraaye 
Drukkery vereert, die by de verove- 
ring van Pondichery y aldaar wierd ge- 
vonden ; In een woord , de mildadige en 
grootmoedige hulp der Britten ter be- 
vordering van het Chriftendom , door 
deeze Zendelingen, kent geen paaien; 
en, het komtmy voor, dat dit werk, 
zonder deeze kragtige hulpe , nooit 
tot eenig aanzien zoude zyn gekomen. 

Uit deeze Hoofdplaats en van de be- 
zittingen van ons Gemeenebell langs 

Vv 4 Cor^ 



312 Kort Verhaal der Zendidg 

Coromandel f hebben zy meede veel 
goeds genooten , pryzende die Heeren 
byzonder het roemryk gedagtenis der 
Opperland- voogden van Imhof en 
Mossel, 

Volgens een Brief, my onlangs van 
Trankcbar gezonden , waaren aldaar 
toen zes Zendelingen de Heeren KohU 
hof^ Zfglin^ Klein ^ Koenig^ Rotler en 
yohn waar van de twee eerflen , reets 
meer dan 40. jaaren, in deezen poft ge^ 
arbeid hebben. 

Ik zal de veelvuldige hinderniflea 
onder dewelke zy dit werk hebben 
voortgezet, hier niet ophaalen, maar 
eer ik van dit voorwerp kan fcheiden, 
vind ik my verpligt, enige aanmerkin- 
gen te maken over het bekeeren der 
Heidenen en Mohamedanen, in deeze 
Geweflen. 

Het zal denLeezer zeeker zonder- 
ling voorkoomen , dat diezelve lieden, 
aan wien het gelukte, federd den aan- 
vang hunner onderneeming tot nu toe, 
meer dan vyftien duizend Heidenen, 
van allerlei foort , door hunne prediking 

over 



op de Ktijl CoromandeU 313^ 

overtehaalen , egtér zo weinig ingang 
byde navolgers van den Koran gevon- 
den hebben. Te veronderitellen dat 
delaatften meer dan deeerflen bedree- 
ven waaren 9 zoude mogelyk meer ge- 
zegt zyp, als men kan bevvyzen, want 
onder de Bramanen vind rnen veeie 
kundige en fchrandere lieden, zo als. 
uit hunne redewiflelingen met de Deen- 
fe Godgeleerden , zeer dikvvils blykt, 
d' Armoede en het gebrek, kunnen ook 
ten deezen opfigte niet als bewyzent 
worden aangevoert , want het blykt „ 
in geenen deele dat deMohamedaanea 
in grooter overvloed leeven dan de Flei- 
denen. Het begrip van een ongtrymd 
gevoelen, beflift almede niets, want 
offchoon ik zeer gaern toefta , dat de 
Mallebaaren, zeer redenlooze denk- 
beelden van het opperfte Weezen heb- 
ben, beweeren de Mufelmannen ins- 
gelyks de aller dwaafte zaaken, zo als 
uit den inhoud van den Koran vooreen 
iegelyk kan blyken. Wat dan? zeeker 
niets dan deezegrondwaaarheid,diede 
ondervinding aller Eeuwen toonde: 
dat men niet ligt eenen dweeper zyn 
gevoelen zal ontraaden, en wie is er, 
5ie bedenking draagt, den aardsbe- 
Vv 5 drio- 



314 K^^^ Verhaal der Zending 

drieger Mohammeth y voor den ftoiit- 
moedigden geeft dry ver, dien de ge- 
fchiedeniflen ons ooit befchreeven, te 
verklaaren? 

Deeze geeft van dien valfchen Pro- 
pheet, fchyntop alle zyne leerlingen 
te zyn nedergedaalt ; Immers zien wy 
dagelyks het allerdomft gemeen, met 
het uiterfte geduld, de moeilykfteplig- 
ten hunner Godsdienft oeffenen , waar 
van een iegelyk Ingezeeten alhier, zelf 
onder zyne lyfeigenen , het treurige 
bewys kan vinden. Het begrip van 
zelfverdienft , ftreelt de eigenliefde van 
den Menfch, hoe eenvoudig hy ook 
mag weezen. Het denkbeeld van een 
onfeilbaar noodlot , dat van alle Eeu- 
wigheid befchreeven is, ftaatalle ver- 
nuftige redeneering teegen, en is de 
baarmoeder van eigenzinnige hardnek- 
kigheid, en het zinlyk vermaak, door 
de Koran , haare getrouwe opvolgers , 
hier namaals toegezegt , wifcht alle 
begrippen van een Geeftelyk vergenoe- 
gen by de zulken uit, wiens flaafsge- 
moed, door geene weetenfchappen 
wordt verbeetert 



In« 



op dt Kufl CoromandeL 315 

Indien men nu de waarheid van het 
Chriftendom vergelykt mee deeze drie 
beginfelen , die by een gelovig Miifel- 
man de flerkfte dry f veeren zyner daa- 
den zyn , valt een groot gedeelte onzer 
verwondering weg , over den geringen 
voortgang van het Euangelium, onder 
de Mohamedaanen 5 ja het komtmy, 
tot myn leedweezen zeer waarfchyne- 
lyk voor, dat zonder eene byzondere 
tuflchenkomft der Goddelyke voorzie- 
nigheid, de bekeering dier dwaal gee- 
ften, voor eerft nog met geen grond 
te hoopen is 

Het ontbreekt de Deenfe Zendelin- 
gen aan geen moed nog yver, kundig- 
heid in Weetenfchappen , Land en 
Menfchen kennis zyn hun mede niette 
betwiften , hun voorbeeld is onberispe- 
lyk, dit moeten hunne vyanden zelf 
getuigen, en nogtans hebben zy inby- 
na een eeuw, onder de Mohamedaa- 
nen, geenennoemenswaardigen voort- 
gang kunnen maaken. Te veronder- 
ftellen , dat zy het werk van de ver- 
keerde zyde hebben aangetaft, is niet 
gemakkelyk tebewyzen. Immers mee- 
ne ik in hunne fchriften ontwaart te 

heb- 



3i6 Kort Ferhaal der Zending 

hebben, dat zy van begrip zyn, ter 
bevordering hunner onderneming by 
deeze dweepers, te moeten toonen, 
waar in dat geen wat zygelooven, met 
onze geopenbaarde Waarheeden over- 
eenkomftig is 9 en wie is er die enig- 
fints twyfelen kan , of dit is de belle weg 
om hun te winnen? 

Uit inzigt voor dit alles houde ikmy 
verzekert , dat alle ontwerpen ter voort- 
planting van het Chriftendom op dit 
vrugtbaar Eiland, tot nog toe onuit- 
voerlyk zyn ^ maar dat men zulks met 
betere hoop , by onze Heidenfe nabu- 
ren zoude kunnen onderneemen, het 
welk allen verfiandige en Godvrugtige 
Ingezetenen van Batavia^ ter nadere 
overdenking ernllig word aangepree- 
zen. 

Die luil heeft, den toeflant van het 
Chriftendom in dit Oofters Waereld- 
deel verder te leeren kennen , die leeze 
de Ausfuhrliche berichten der Danifcbe 
Misjtonarien^ tot welkers uitgaave reets 
in het jaar 1706. te Berlin in de Merk^ 
wurdi^e Nachrichten aus Ooft- Indien ^ 
den grondflag wierd gelegt, maar ei- 
gent- 



op de Kufl Coromandel 317 

gentlyk zyn begonnen te Halle in het 
jaar 1 7 1 o. door den hier boven genoem- 
den beroemden en voorbeeldigen Hoog 
leeraar A. H. Francke , wiens Zoon 
Godhilf August Francke hier mee- 
de heeft voortgegaan tot het jaar 1769* 
^anneer deeze overleeden zynde, daar 
in vervangen is, door den Befticrder 
van het Weeshuis te Halle Joban 
Georg Knapp , van wien zulks tot 
heeden toe , word voortgezet. 

Maar dewyl dit werk ongemeen wyd- 
loopig en in fommige flukken niet naar 
de fmaak van veelen is gefchreeven , 
heeft een Candidaat der beide Reg- 
ten, Johannes Lucas Nikamp genaamt, 
begonnen, den voornaamften inhoud , 
uittetrekken , waar van het Eer/Ie Deel 
onder zynen naam , maar niet door hem , 
te Halle in het jaar 1737. in deLatynfe 
Taal is uitgegeeven , onder deezen Ti- 
tul : Hijïoria MiJJionis Euangelics in Iti" 
dia Orientali e Copiofis illius aclis , 
ContraSta^ en het Twefide op dezelve 
plaats 9 maar in het Hoogduits , in het 
jaar 1772. In het werk van La Croze 
Hiftoire du Chrijiianisme des Indes j 
vind men insgelyks , maar een weinig 

kort, 



3 1 8 Kort Perb. der Zend. op de K. Corom. 

kort , veele weetenswaardige byzonder- 
heeden, omtrent deeze Zending; En 
wat de poogingen der Roomsgezinde 
Cbrijlenen^ ter overtuiginge derlndiaa- 
nen, raakt; kan men overvloedig vin- 
den in de Lettres Edifiantes^ welkers 
verhaalen haader opgeklaart, door dt 
Deenfe Zendelingen en fcmmige Be- 
rigten van de Eediendens der Neder- 
landje Ooft - Indifche Maatfchappy ^ in 
derzelver Wefterfe bezittingen alhier, 
hunnen Godsdienft niet zeer tot roem 
verflrekken^ 




OVER 



Pag. 319 
OVER 

D E 

DOODSTRAFFE 

EN HET 

PYNIGEN. 

DOOR 

Mx.J. C. M. RaderMacher. 



H. 



.oe verheugd was ik niet, toen 
ik vernam dat Hunne EdeleGroot 
Mogende de Staaten van Holland 
en Weftvriesland op den 1 6. Decem- 
ber 1773» eenige waardige Mannen, 
hadden gecommitteerd om de Crimu 
fieele Injlru£lie naar te zien ! Nu dacht 
ik , was de tyd geboren , dat de Py« 
ningen ook eens in ons Land zouden 
worden afgefchaft. Helaas! ik fchryf 
èit in 1780, en zy duuren nog! 

Men 



35o Over diDoodflrafeen betPymgen. 

Men herhaalt, twintig malen, zaa- 
ien, die zelfs niet waerdig zyn, één^ 
geleezen te worden; Waarom zoude 
ik niec htrhaalen, wat Menfchlieven- 
de Schryvers over dit onderwerp reeds 
gefchreeven hebben? 

In het Civile moet men naar waar- 
fchynlykheden oordeelen, wanneer er 
de overtuiging niet is ; om dat als twee 
partyen over een ftuk Lands twifl: heb- 
ben, het noodzaakelyk is, dat een van 
beiden de bcfitting daar van hebbe. 
En hier in kan de Regter, naar de mee- 
fte waarfchynlykheid oordeelen; want 
het zyn Geldzaaken^ 

Maar in het Crimineele daar het op 
het Leeven of de Eer van een Menfch 
aankomt, moeteen aangeklaagde vry 
gefprooken worden, indien het bewys 
onvoldoende is; Het waarfchynelyke 
komt hier niet meer te pas. En een 
enkele waarfchynelykheid in zyn voor- 
deel , wee.^t alle waarfchynlykheden ten 
aynen nadeele op. 

De Pyniging van de Romeynen af- 
komftig, wierd door die Natie, die ze- 
ker 



Üver de Dood-Jïraff'e en hetPynigen 321 

ker Schryver te regt uitfchildert als 
goede Burgers , maar vreefTelyke Men- 
fchen, alleenlyk gebruikt voor Slaa- 
ven , die zy voor geene Menfchen hiel* 
den. 

Maar hoe komen Nederlanders die 
byna honderd jaaren voor hunne vry- 
heid ftreéden aan eene wet, voor Slaa- 
ven gemaakt? Ik weet wel, dat onze 
Wetten de pyniging alleen toeftaan, 
in gevallen, wanneer de misdaad be- 
weezen is, en er niets als de eigene 
bekenteniile aan ontbreekt. Ik weet 
wel dat dezelve in 't algemeen by ons 
weinig, en niet flraf, gebruikt wordt, 
maar waar toe is dezelve dienftig? Én 
waar toe is de Doodflraf , die op de bé- 
kenteniffe in de pyniging volgt, no-j 
dig? 

Ik moet het herhaalen : een Gehan- 
gene is van geen het minfte nut voor 
de t' zamenleeving , maar een Schurk , 
die overtuigd is , kan vyfcig jaaren , 
aan de gemeene werken, aan de ge- 
vaarlykfte Ambachten , in de vuillte 
én ongezondfte bezigheden > de Maat- 
fchappye van nut zyn, 

Xx ZOQ 



./ 



3212 Over de Dood^Jlrafe en 

Zoo de Doodsftraf plaats moet heb- 
ben, is het alleen aan geweldige Moor- 
denaars en Roovers, aan de zooge. 
naamde Amokfpeelers hier te lande, 
die, zon jer iets te myden, alles ne- 
dervellen wat hun voorkomt , en dus 
als dolle S :hepzels moeten worden ge- 
rekend 5 w^ier leevengevaarlyk voor de 
Maatfchappye is. 

Maar een ongelukkige Doodflag, een 
Tweegevegt , Huisbraak zonder ge- 
weld, Diefftal, ahvas het domeftik of 
aan vertrouwd goed begaan verdie- 
nen den dood niet; en dienen door de 
Wetten geftraft te worden , naar maate 
Tan de perfoonen en omftandigheden, 

Voorntiamlyk dienen de Doodllraf- 
fen zeldzaam te zyn in onze gelukkige 
Republicq, welkers Inwooners totgee- 
ne euveldaaden geneigd zyn, en waar 
niet dan zeer zeldzaam die gruwelyke 
misdaaden voorvallen , die in andere 
landen gemeen zyn. De Nederlanders, 
in het algemeen, zyn van dat geze- 
gend Temperament -y dat goede Huisva- 

■ ders , braave Ingezetenen, en bezaa- 
digde Burgers geeft. 

' En 



bet Pynigeh^ 323 

Eii om één woord van de Stad Bata- 
via iiier by te voegen , kan men toe 
lof van de verbeterde Zederi zegeen^ 
dat men 't zedert eenige jaaren, wemig 
zwaare misdaaden meer ziet, en dat 
het zogenaamde Aniokfpeelen , waar 
Voor de Ooilerfche Slaaven zoo ver- 
maard zyn 5 en het welk meefl: altoos 
uit Jaloufy gefchiedt, thans zeldzajiu 
meer voorvale* 

Verbeteren nu de Zeden , dan is het 
ook zeker, dat de ó'craFen dienen ver- 
ligt te worden: Men kan tot lof van 
dezen tyd ze.^^gen , da: vecle vermaai de 
mannen zich hier op toegelegd heb- 
ben; de Verhandeling over de Mis- 
daaden en Scraften , door den Mar- 
quis B È c c A R I A in het ïtahaanfch be- 
fc^ireeven, gaf daar toe de eerfte aan- 
leiding; en de Prys van Regtvaardigheid 
en Menfchlievendheid den 13. Febru- 
ary 1777. te Bt^rne uitgefchreeven : 
doch waar van de beantvTOording my 
nog niet ter .hand is gekomen, zal daar 
omtrent millchien nieuw licht en 
nieuwe bewyzen voor den zer-regel van 
eenen vermaarden Régtsg^Ieerdi^n ge- 
ven, Qa } die zeide: De Seraf moet 

\«) Traite des delits et des Pcines, Coacluüjii. 



324 Oi^'er de Dood'Jlrafe en 

openbaar , fpoedig , en noodzaake* 
lyk zyn, de minft mogelyke, in de om* 
ftandigheid , evenredig aan de mis- 
daad, en door de Wee bepaald. 

Onbegrypelyk is het, dat wy alle 
onze Straffen van de Romeinen heb- 
ben overgenomen, maar dat wy daar 
erb tegen hunne belooningen hebben 
achter gelaaten. Die het leeven van 
zyn evenmenfch redde, wierdt met ee- 
re Burger-Kroon beloond; die iets nut- 
tigsvoor den Staat deed, vereerde men 
de Lauvvrier-Kroon. 

'T is waar, de hulpe aan de drenke- 
lingen het eerfl' in Nederland toege- 
bragt, en door een Genootfchap be- 
loond, is een gelukkig beginzel, dat 
miflchien in dit ftuk beterfchap zal gee- 
ven , want in een Gemeene beft dunkt 
my dat de Wetten , de goede daden zo 
wel moeten beloonen, als de kwaade 
ftraffen ; en voor al moeten dezelve 
het kwaad beletten door voorzorgen te 
gebruiken tot de goede opvoeding der 
Jeugd, en het oprichten van vrywilli- 
ge w^erkplaatzen 5 en Vondelings-hui- 
zen. 

Zo 



het Pynigen. 325 

Zo ras de DoodflrafFe alleen aan open- 
b^are Moordenaars en Roovers worde 
opgelegd, vervalt de Pyniging van zig 
zelve. En dit is de grond van de Rus^ 
fifche Wetten, door de Keizerin Ca-' 
THARiNA de IL In 1771. ontwor- 
pen, die in haare uitgeftrekte Landen 
de Pynbank heeft afgefchaft. 

In Engeland was dezelve voor lang 
in onbruik, behalven in het enkel ge- 
val, wanneer de befchuldigde weiger- 
de te antwoorden, en dit is dooreen 
Acte van het Parlement jongfl almede 
afgefchaft , en de Wet zegt , dat die wei- 
gert te antwoorden , fchuldig wordt ge- 
houden, 

In Vrankryk is dezelve helaas ! nog 
aller afgryzelykft. Een beroemd Schry- 
ver heeft in zyne Werken telkens her- 
haald de vreeffelyke onregtvaardighe- 
den, daar door gepleegd, op Calas te 
Touïoufe^ op een landman Martin^ een 
edelman La Barre en veele anderen. 

O! mogt ik die tyden nog beleeven, 
dat de DoodflrafFe alleen voor openbaa- 

Xx3 re 



3^6 Cver de Dood-Jlrafe en het Pynlgeif. 

re Moordenaars, dePyniging voor mis- 
daden van hoog verraad , die tot den 
ondergang van een Staat ftrekken. wier- 
den geoelfend ; en dat de Confiscatie in 
alle Landen vvierd afgefchalt; gelyk 
den I. May 1732. door de Staten van 
Holland, den i. November 1734. door 
de Staten van Zeeland is gcfchied, 
en nu jongft zelfs in het Crimen Lafcf 
Majeftatis^ in alle Colonien, door het 
Piacaat van de Hoog Mogende Hee- 
ren Staaten Generaal der vereenig- 
de Nederlanden, van den 10. Ati- 
guftus 1778. is verboden geworden* 




WAAR- 



Pag: 357 
WAARNEEMINGEN 

OVER HET 

VERBETEREN 

ONZER 

. HOLLANDSCHE 

ZEEKAARTEN, 

NAAR DE 

ENGELSCHE en FRANSCHE 

DOOR 

Mr. J. C. M. Radermacher. 



D, 



p Heer vanIperen, toonde in 
het Eerfle Deel dezer \ erhandelm- 
gen Qa) de gebrekkelykheid van vee- 
Ie zaken, in onze Zeekaarten, voor- 
namentlyk omtrent de Eilanden gele- 
gen in de Atlantifche Zee, Die van 
de Indifche Zee zyn niet beter ge-»- 

Xx 4 plaatst, 

(,«) Pagina 267, 



jüS fFaarnemingen over onze 

plaatst, en daar aan mag men g?rufl:, 
dikvvils de lange reizen onzer Schepeöi 
toefchryven. 

S. I. 

In de nieuwe Groote Lichtend^ 
Zee-Fakkel het fesde Deel by vaniTe/^ 
len 1753 gedrukt, vind men in den weg 
tuflbhen de Caab en Java , verfcheide^ 
ne Eilanden getekend , die men op de 
Paskaart der Indifche Zee, die op de 
Schepen gebruikt word , wederom an- 
ders vind , en nog verre verfchild van de 
betere ligging derzelve , in de Kaarte 
behorende tot de Reizen van den En- 
gel fchen Capitéin C o o k , zo wel de 
Eerfte van 1769 - 1771. gedaan , en in 
4, Deelen in Quarto in 1774. door 
Hakesworth, uitgegeven; als van de 
tweede Reize van 1771- 1775 gedaan 
en mede in 4. Deelen in Quarto door 
HoDGEs in 1778» vertaald, deze Kaar- 
ten zyn berekend op den Meridiaan van 
London 1 6. gr. 27. m. beöoften, die van 
de Piek van Teneriffe^ daar deze Kaar- 
te haare eerfte Meridiaan is, 



S. IL 



Hollandfché Zeekaarten. 329 

S. IL 

Beöoften de Caah de Goede Hoop f 
vind men op 37. gr. 17, m. Zuider- 
JBreedte ,58. Lengte > zo wel in de Zee- 
Fakkel, als in de Engelfche Kaart , de 
droogte van het Slot van Capelle de 
welke egter twyfclagtig blyft: (b^ ze- 
kerder is de droogte op 40. gr. Zuider- 
Breedte en 60. Lengte op het jagt Nar^ 
ris en verfcheide andere gezien , gelyks 
water en Brouzvers droogte genaamd. 

Zo mede de Eilandjes van Dina en 
Marseveen 5 op 41 . gr. Zuider Breedte en 
38. Lengte 5 ook by d^ Engelfchen bq- 
kend. 

§. UI. 

T)e Eilanden Am/Ierdam op 37. gr. 
40. m. en St. Paulo op 3 8. gr. 40. m. Zui- 
der Breedte, liggen op eenLengte, deze 
was in de Zee -Fakkel op 107. be- 
paald : by de befchryvingderzelve door 
Schippers ^ de Vlaming op 92. gr. 54. 
m. by de Paskaart 9 r . gr. 20. m. en op de 

Xx 5 .:---, En- 



>.— *i.«Mi&MiMra«Miw*» ■"■— «aiiM^ 



{b) Pagina i8. 



330 TFaarnemhgen over onze 

Engelfche Kaart op 78. gr dacis94.gr. 
Beooften Tenerijfe Wat een maptig 
onderfcheid! en hoe gcmakkelyk zoude 
dit door de uitkomende Schepen ^met 
eene goede Obfervatie der Lengce niet 
kunnen bepaald worden, 

$. IV. 

Op onze Paskaart en by de Eneel- 
fchen , vind men een Eiland Clotathes op 
0.2. gr. Zuider Breete iii. gr. Ler.gte, 
En de Trial Rotfen , die boven vv^ater 
liggen, in de Zkk-Fakkel op 20. gr. 
30. m. Z. B. en 125. Lengte 5 dog op de 
Paskaart op 120. gr. en op de Eneel- 
fcheKaart op 1 24 . gr. b'ooften Teneriffe. 



^ 



§: V, 

Het Eiland Mony door de Eni^jelfchen 
Crijlmis of Kersmus- Eiland geY]aamdy en 
door hun in de Kentermaanden der 
Mouflbn meeft altoos bezogt, om dat 
het volgens mondelinge rapporten , van 
Engelfche Capiteins net ten Zuiden van 
de Weft-hoek van yava en dus op 
geen Kaarten wel ligt, want hoewel zy 
het alle op io|. gr. Zuider Breedte plaat- 

zenj 



Hollandfche Zeekaart e. 331 

zen, field de Zee- Fakkel het op 123, 
gr. de Paskaart op 120, gr. en de En- 
geJfche Ka^rt op i lO. ^r. b ooften 2<^ 

fieriffe^^-' j' . 

§. VI 

S^km in onze Paskaart op 8. gn 20. m, 
Zuider Breedte ii^o. gr. Lengte gelegen, 
is volgens deZEti-pAKivELmaar eens ge- 
zien by biiijig weer, en dus twyféld 
men of het wel in de Wacreld is. Ook 
is het op de Engelfche Kaarten niet 
bekend. Maar de Cocos Eilanden , die 
gemeenlyk door de t'huisvarende Sche- 
pen gezien worden , liggen zo wel op 
de onze als op de Engelfche Kaarten, 
op 12. gr. Zuider Breedte 113. gn Be- 
poften Teneriffe 




R E^ 



33» Redevoering 

REDEVOERING (*) 

inënt'inge 

TOT DE 

ING EZ ET ENEN 

VAN 

BATAVIA, 

NA HAARE Tp RUG KOMSTE 

VAN 

S A M A R A N G; 
OVERHANDIGD 

DOOR 

Mr. W. van.HOGENDORP. 



Wj » l i ■ ■ 



INGEZETENEN VAN BATAVIA! 

Wanneer Demoflhenes zyne eerfte 
Redevoering tegen Philippus , Ko- 
ning vanMacedonië, te Athenen uit- 
fprak, was die heerszuchtige Vorft niet 
verder dan tot de Thermópylen gevor- 
derd. 



(*) Het Genootfchap he ft gccdgevonden , deeze 
Redevoering, reeds in fpn.kkelmaand van dit Jaar, 
Wanneer de natuurlyke Kinder7iekte op Batavia 
tcgon door te breeken, afzondcrlvk, by den Stads- 
drukker ^e haten drukken, om de ingezetenen op nieuws 
U^ 4e Xitinting iianxemoedigen. 



dêr Inëntinge. 333 

derd. De Athenienfers hadden eenig 
volk dervvaards gezonden , om Hem den 
doortogt van deeze berg-engte te be- 
twilten. Des niet tegenftaande , wa-» 
ren de raeellen bekommerd voor het 
vervolg; en ziende eenen ftaatkundi- 
gen en altoos werkzaamen Krygsheld 
aan het hoofd van een talryk leger ^ 
lieten zy den moed, om hem te be- 
teugelen 5 geheel en al wegzinken. . 

Het was by die gelegenheid, dat 
Demofthenes het geftoelte der Rede- 
naaren beklom, en de neêrflagtigheid 
van zyne Medeburgeren zocht op te 
beuren , hun aantoonende , dat Philip- 
pus wel machtig , maar niet onöver- 
winnelykwas; mits zy de handen aan 
het werk lloegen, en den tyd, ingeene 
nuttelooze raadpleegingen, of vadzige 
ledigheid , lieten verlooren gaan. 

Batavia! ik bevinde my in eene 
veel moeilyker omflandigheid , dan de 
Griekfche Redenaar. De Vyandin , 
tegen welke ik U moet aanmoedigen , 
is niet minder ontzaglyk, maar veel 
bloeddorfliger, dan Philippus was. En 
gave de Hemel , dat dezelve zich 
nog zoo verre van U af bevondt, 
als de Thermópylen van Athenen wa- 
ren! 



^34 jRedtvoerhrg' 

ren! Maar, Helaas! Zy is reeds, met 
be^c zvvaerd der veruoefti:^ge , . Vwe 
Voorlieden doorgeuokken, tn Uwe 
Poorie ingecreedcn! Zy heeft reeds 
eenigen Uwer Ingezetenen ter neêrge- 
velüi anderen deerlyk mishandeld! 
en wie weet, hoe veelen, die hier 
tegenwoordig zyn, zoo zy naar mynen 
raad niet luiiteren , het flagtöfFer van 
haare wreedheid nog zullen worden? 

Dan, hoe grooter Uwe gevaaren 
xyn; hoe fchuldiger ik door myn ftil- 
zwygen zoude wordenj Wat ftaat 
my derhalven, op dit tydftip, te doen? 
Het voorbeeld van Demolthenes na 
te volgen. U te doen zien i dat Uwe 
.Vyandin, de inooidzuchtige Kinder- 
ziekte, wel onczae^lyk^ maar niet 
onöverwinbaar is; mits Gy de wape- 
nen, die ik U aarbiede, om haar te 
beftryden , kloeknioedig durft in han- 
den neemen. 

Eene korte fchetze van myn ^ehoa* 
den gedrag, en van mvn wedervaareri, 
geduurende myn verblyf in deeze 
Volkplantinge , zal U van deeze groote 
Waarheid , volkomen , overtuigden. 
, Maar, alvorens die te beginnen, h^b- 
be ik U eene vraage voor te flellen. 

Waa- 



dèr Imntingè. 33 S 

Waarom, ó Batavia, hebt Ge my^ 
eenige maanden geleeden , gebannen 
uit Uwe huizen, en verdreeven van 
Uwe ftraaten? Is het, om dat, na 
eenen gelukkigen uitflag myner ver- 
richtingen, op meer dan honderd varl 
Lwe In-en üpgezetenen, één éénig 
kind, geduurende den tyd myner be- 
handeling, ge.^orven is? Maar hebt 
Gy dit gevar wel onderzocht, met de 
nauwkeurigheid , die eene zaak van dat 
gewigt vereischte ? Hebt Gy den Ge- 
neesheer ondervraagd? Hebt Gy by 
de Ouders vernomen, hoe, en wan- 
neer de ziekte zich heeft geopenbaard? 
Zyt Gy verzekerd, dat er geene be« 
fmetting der natuurlyke pokjes , die 
in de buurt heerfchten , of eenige 
andere ziekte zy bygekomen? Bata- 
via ! Indien Gy dit alles, met de 
uiterfte zorgvuldigheid, niet hebt na- 
gegaan; zoo kunt Gy ook niet weeten, 
of Ge my, onfchuldige, niet zonder 
oorzaake veroordeeld hebt. 

Maar Iaat ik liever tot de beloofde 
fchetze overö;aan ! Verledig my dan,. ó 
Batavia, eene behoorlyke aandacht. 
Denk, dat ik U zal onderhouden over 
Uwe gewigti^fte belangens: het wel- 
zyn van veelen, die U dierbaai' zyn* 

Een 



33<^ Redevoering 

Een jong (^*) Geneesheer, t' zederê 
weinige jaaren hier aangeland, en 
overcLiigd van myne nuttigheid, door 
de menigvuldige proeven van zyne 
iiicmuntende Leernieellers, van Doe- 
veren en Camper (^ Mannen, op wie 
ik roemen durve ') was de eerlle, dien 
ik, in deeze Geweiten, aanzetcede, 
om zyn écnigft zoontje in te enten. 
Hoe groot moet niet zyne overree- 
ding geweell: zyn ! Hy entte zyn eenigfl 
kind hl. Maar ook, hoe kon ik U, 
door overtuigender beweegredenen , 
tot my "trachten over tehaalen? Hoe 
kon ikUfpreekender bewyzen geeven, 
dat myne verrichtingen door Kunst' 
en Natuur wierden goedgekeurd, dan 
wanneer ik de Vaderliefde en de 
Geneeskunde beiden uitkoos , om 
dezelven het eerft voor Uwe oogen in 
het werk te ftellen? 

Deeze inenting hardt eenen voor- 
deeiigen uitOag; maar Gy wierdt niet 
getroften door de kracht van het Voor- 
beeld. Ik herhaalde en verfterkte het 
zelve , door myne kunftbewerking op 
een éénigft dochtertje van eenen ande- 
ren 



(*) Uc heer VAN dek. steege , Mcdicin» Doétoii 



der Imntinge:, 337 

ren (*) Geneesheer 5 die nog, boven 
den voorigen, eene langduuriger on- 
dervinding der ziektens van hec land, 
en der gefteldheid van de lucht hadu 
Maar Gy zaagt wederom dit Voor- 
beeld over het hoofd; om dat Uwe 
Vyandin niet llondt voor Uvvedeure, 
en Gy, toen, .weinig van de vernie- 
lende Kinderziekte hoordet fpreeken. 

Ik ging ledig langs Uwe huizen, en 
bedroefde my over den traagen voort- 
gang van myne verrichtingen; want, 
behalven^een Europeesch en twaalf 
flaavenkinderen, wilde men niemand 
aan myne zorge toevertrouwen. 

Dan, myne zaaken veranderden 
eensklaps van gedaante. Het huis van 
(^^ Eenen Uwer Grooten vv^erdt my 
geopend. Twee van zyne kinderenwier- 
den my voorgedraagen. Hunne voor- 
deelige Natuur-gefteldheid, en hunne 
geregelde en wel ingerichte leevens- 
wyze gaven my, byna, eene volledige 
verzekering van den aliergelukkigften 
uuOag. 

Ik bedroog my geenzins in myne 
verwachting; en veelen, binnen en 

Yy rond- 

(*^ Den Heer Hoffman, Meduinse Dcdlor. 
(*) Den Wd Edelen Geurengen Hter v^saan,' 
Raad van Nedtrhnds Indië. 



338 Redevoering 

rondom Uwe Verten, o Batavia, 
volgden dit pryswaerdig Voorbeeld; 
ja zelfs, op de afgelegene (^*) dorpen 
der Villchers, waar men de noodij^e 
pokflofFe ter inëntinge haalde, zag 
men den argdenkenden Javaan zyne 
befchroomdbeid afleggen, en den Eu-^ 
ropeefchen Geneesheer fmeeken , van 
zyne kinderen te willen inenten. 

Een Genootfchap, dat zich in Uwe 
Stad heeft opgericht, en niets anders, 
dan het algemeen nut beüogt, fpoorde 
een van zyne Leden aan, om, in ecne 
zedelykc vertellirg, myne voordeden, 
en de menigvuldige rampen van myne 
wreede Zufter, tegen eikanderen te 
vergelyken. Dit ftukje hadt gedeeU 
telyk eene goede uitwerking. Ver- 
fcheidene Ouders lieten hunne kinde- 
ren inenten, en verheugen zich nog 
dagelyksch over het befluit, dat zy, 
na hetleezen van dat gefchrift, geno^ 
men hebben. 

O Gy, voorbeeldige Moeders! die, 
als andere Sophronisba's, gelukkig 
door de inenting van L'we kinderen 
geworden zy t ! Ik beroepe my op het 

ge- 

(•' Op de Varonde. 7ie Vn eerde Peel derVerlian- 
delB^en van het Bataviaaich Genootfchap. Fag. 334, 



der Inëntinge. 339 

getuigenis van Uw eigen hart. Springt 
hec niet zonityds op van vreugde ? 
Voekge niet eene innerlyke vergenoe- 
ging, wanneer Gy Uwe kinderen, bo- 
ven zoo veele anderen, bevoorrecht 
ziet? Maar kent Gy ook wel Uwe 
verplichting ? Tracht gy wel Uwe 
vrienden en maagen zoo gelukkig te 
maaken, als Gy zelven zyt? Zoekt 
Gy wel door openbaare bewyzen van 
Uw^e blydfchap hen over te haaien, 
om, door eene gelyke onderneeming, 
dezelfde vreugde deelachtig te worden ? 

Zulke onverwachte veranderingea 
gaven my grooten moed. En ik was 
reeds met de inenting by meer dan 
honderd, zoo Europeezen, als Inlan- 
ders en Slaaven, allergelukkigft ge- 
vorderd, wanneer ik, op den eerften 
van Herfflmaandv^n denvoorleedenen 
jaare, in het huis van eenen Uwer 
braaffle Ingezetenen geroepen wierd. 

Men (lelde my een meisje van vier 
jaaren voor. Zy fcheen uiterlyk ge- 
zond 5 en bekwaam , om de inëntinge 
te ondergaan ( Ik ben verplicht, dit 
hier by te voegen, om den lafter, 
dien men den Ouderen en den Genees, 
heer heeft zoeken aantewry ven , als of 

Yy 2 die 



340 Redevoering 

dit kind zieklyk ware geweefl, edel- 
moedig aiteweereij. Ik heb de wape- 
nen der Onwaarheid niet noodig ter 
verdediging van myne zaak ) Zy 
wierdc, op de gewoone wyze, door 
den Geneesheer ingeënt. Zie hier in 
*t kort de voornaamfte aanmerklykhe- 
den der ziekte. Den zelfden avond 
der inenting werdt zy door eene koort- 
ze aangetaft, die tot des anderendaags 
morgen duurde. Drie dagen daarna, 
befpeurde men eenen uitllag. Men 
bleef voortgaan, haar op dezelfde 
wyze te behandelen, als men in an- 
dere inentingen gewoon was. Op vry- 
dag den tienden , na dat zy , 's woens- 
dags en donderdags te voren, door eene 
ligte koorts was aangedaan geweeft, 
ontwaarde men de pokjes , die vervol- 
gens zeer menigvuldig voor den dag kwa- 
men, kleen bleeven , maar niet infloegen. 
Op vrydag den zeventienden , kreeg 
zy eenen (ierken ftoelgang en persfing, 
waar na zy, op den een en twintigften, 
overleedt. 

Vyanden der Inëntinge in deeze 
Volkplanting! Het is niet aan Uwe 
uitfpraak, dat ik de beflisfching van 
deeze zaak overlaate. Want , al waren 

Uwe 



der Inent ingt* ^ 341 

Uwe inzichten zoo zuiver, als het 
licht van de Zon, het zoude U toch, 
in deezen, aan eene genoegzaame 
kennifle en ervaarenheid mangelen. 
Maar ik beroep my op alle Geneesheer 
ren, en geneeskundige Schryvers, ja 
zelfs op myne Tegenpartyen in Eu- 
ropa. Laaten zy zeggen . of één hun- 
ner ooit eene koorts, op^den eerjften 
dag der inëntinge voorgevallen, en 
eenen uitflag, op den derden dag 
befpeurd, hebbe toegefchreèven aan 
de uitwerkende kracht der ingeente 
pokftofFe! Die met zulke wanbegrip- 
pen, in dat Waereld-deel, durfde 
voor den dag komen , zoude tot eenen 
fpot van myne Tegenftreevers zei ven 
verlirekken» 

Daar is derhalven eene innerlyke 
ongefteldheid, die niemand heeft kun- 
nen voorzien, in het lighaam van daC 
kind geweefl: eene kwaadaartige flofi, 
fe , die niets gemeens met de kinder- 
ziekte hadt; maar die deeze koorts, 
en deezen uitfla^ hééft veroorzaakt. En 
vermits de pokjes hunnen vryenloop 
behouden hebben , eii niet ingeflaagen 
zyn; is het zeer waarfchynlyk, dat 
deeze kwaadaartige doffe , geduurende 
. Yy 3 . da 



34^ Redevoering 

'de uitbotting der kinderziekte, zich 
in den onderbuik hebbe neergezet; 
en dat de ftoelgang en perfling, die 
naderhand den dood veroorzaakt heb- 
ben, aan dezelve, en niet aan de 
•pokjesj, moeten worden toegefchreeven. 

Maar, zoo er deeze waarfchynlyk- 
heid heeft pkats gehad; zoo er flechts 
eene mogelylheid is gevveeft, dat dit 
fterfgeval aan die vreemde oorzaak te 
wyten zy, waarom heeft men er dan 
my, zonder het minde onderzoek, de 
fchuld van gegeeven ? 

Of zoude men van begrip zyn, dat 
ik den menfch, gedüurende myne be^ 
handeling 5 van alle doodlyke toevallen 
kan en moet bevryden ? God bewaare 
my, Ingezetenen van Batavia, dat 
ik U, door zulke bedrieglyke (tellin- 
gen, zoude zoeken tot my overtehaa- 
fen ! Zy flryden met de gezonde re- 
den , en het ontzag , dat wy allen aan de 
Godlyke Almagt verfchuldigd zvn. 

Myne kunftbewerking duurt drie 
weeken. Ik ftelle eens, dat Gy hon- 
derd Ingezetenen, in deeze Stad, daar 
Gy er dagelykfch zoo veelen aan Uwe 
rechte en flinke zyde ziet vallen , by één 
verzameldet; zoudt Gy U verwonde- 
ren. 



Jer Inëntinge. 343 

ren, wanneer er één van deezen, bin- 
nen dedrieweeken, wierdt weggerukt? 
immers neen? Wel waarom zyt Gy 
het dan nu geweefl: , nu dit aan éénen 
van meer dan honderd, die ik hebbe 
ingeënt, is overgekomen ? 

Batavia! Batavia! wacht U van 
murmureering. Zyt veel eer verwon- 
derd, dat er niet meer dan één, door 
Uwe rotkoortzen, en de menigvuldige 
andere ziektens van Uwen befmetten 
dampkring zyn weggerukt. Merk lie- 
ver deeze fpaarzaame flagting van de 
bloeddorftige dood, onder deeze me- 
nigte van ingeënten , als eene zonder- 
linge beftiering van de Voorzienigheid 
aan, die U gelegenheid heeft willen 
geeven, om, zonder tusfchenkomfl: 
van veele vooroordeel -baarende onge- 
vallen, met .een bedaard gemoed,- 
myne groote voordeelen, boven de 
rampen der natuurlyke Kinderziekte, 
te kunnen wikken en weegen , en dus 
den beften weg, tot behoud van U 
zelven. Uwe kinderen. Uwe vrienden, 
te kunnen inflaan. 

• Ondertuffchen wierd ik bezwaard 
met dit ongelukkig fterfgeval. De 
dood van één kind wifchte, in één 

Yy 4 00- 



344 Redevoerifig 

oogenblik, uit'myne voorige weldaa* 
den. Alle Uwe deuren wierden voor 
my gelloocen. Ik wendde myne tre- 
den naar S a m a r ai^ g. 

Ik verkoos den landweg, en bezocht» 
ö Batavia, Uwe Omrae- en Boven- 
landen Hemel! wat eene verwoes- 
ting richt, in deze] ven, de natuur- 
lyke Kinderziekte niet aan! Hier 
kwam my een oude gryzaart tegen, die, 
reeds over veertig jaaren, beide zyne 
oogen aan de pokjes veriooren hadc. 
Hy wierdt geleid door eenen jonge- 
ling, die hem altoos bybleef, en dus, 
zoo wel als hy zelve , een onnut voor- 
werp voor den landbouw was. Wat 
verder zag ik, ïn eene geringe Pondock y 
eene jonge vrouw liggen, die,, kort 
na haar huwlyk, door die ziekte lam, 
en dus onbekwaam geworden was , tot 
de vermeerdering van haar geilacht. 
Ik vernachtte in den Dalem van 
eenen Javaanfchen Grooten, daar ik 
alles in droefheid gedompeld vond, 
om dat hv, in minder dan veertien 
da^en, zyne twee éénigfte kinderen 
aan de kinderziekte hadt zien fneuve- 
len. Allen, die ik op myne reize on- 
dervroeg, kvv^amen hierin overeen,. 

. dat 



dtr Inéntlnge. 345 

dat er van honderd Javaanen, die 
deeze ziekte kreegen, twintig ten gra- 
ve daalden, behalven die, voor al hun 
leeven, ongelukkig wierden. Welke 
eene llagting! en waarom dezelve, 
door de inëntinge , niet voorgekomen ? 
Ik fpoedde voortwaards tot Cheri* 
bon. Maar wat akelig treurtoneel deedt 
zich daar voor myneoogen op! Een (*) 
jongman, in den bloeivanzyne jaaren, 
de hope zyner Ouderen , onlangs uit 
zyn Vaderland te Batavia aangekomen , 
hadt die Hoofdplaats verlaaten, om by 
den Cheribonfchen (f) Landvoogd, 
eenen vriend van zynen Vader, en, 
boven dien, eenen vriend van alle 
ongelukkigen , een bezoek afteleggen. 
De Gaftvryheid , de Menfchenliefde, 
en de Vriendfchap hadden hem, by 
zyne aankomft, met opene armen, 
ontvangen. De Landvoogd hadt hem 
omhein met die tedere aandoeninge, 
die aan de gulhartige leeuwen zoo 
eigen is, wanneer zy eenen van hunne 
Landsenooren zien. Maar wat gebeurt 
er? nauwlyks heeft hy zyne voeten in 

Yy 5 huis 

(*) De Onderkoopman Ribaut 
(f) Dea Heer van der B£k£«; 



345 ^^iiedetfQering 

huis gezet, of hy wordt doof eenè 
hevige koortze aangeiafl:. Het venyn 
der kinderziekte raakt by hem aan het 
giften. Een allerkwaadaartigft zoorC 
van pokken openbaart zich. AlJes, 
vat de Kiinlt, de Weldaadigheid en 
cie Overvloed kunnen uitdenken ^ 
wordt in het werk gelleld, om hem 
te behouden, helaas/ alles is vruch- 
teloos/ De dood zweeft boven den 
luflhof, waar hy is ingetrokken/ Hy 
wordt het flagtöffer der Kinderziekte/ 
En, dat nog wreoderis, dan de dood 
ï^elve, hy moer in die laatfte oogen- 
blikken, die zoo dierbaar aan deVriend- 
Ichap zyn. de tegenwoordigheid mis- 
fen van den Landvoogd, die de befmet- 
ting vreeft/ Zy mogen hunne wederzyd- 
fche traan en van een eeuwig vaarwel 
jiiet met eikanderen mengen/ Hy moet 
fierven in de armen van vreemden/ 
O Gy/ die het vuur der menfchen- 
liefde in Uwen boezem branden voelt f 
Gy, die de jrroote voorrechten der 
w^aare vriendfchap kent/ overweegt 
eens by U zei ven, van welke zielver- 
Zwikkende vertrooflingen deeze Vyan- 
din van 't menfchelyk geflacht U zom- 
tyds berooft. 

Ik 



hr luentinge* 347 

Ik zettede myne reize, Ooffcwaards, 
naar Samarang voort. Gezegend 
Java! overal vond ik Uwe fchuuren op- 
gevuld met de edelfte voortbrengzels 
van Uwen vruchtbaaren grond. Maar, 
niet tegenftaande Uwe ryke inzaame- 
lin'gen , zag ik , Uwe landen doorkruis- 
fende, nog ganfche ftreeken onbe- 
bouwd liggem Men onderrichte my, 
dat, hoe menigvuldig het getal Uwer 
Opgezetenen ook mogte zyn, er even- 
wel nog gebrek aan handen voor den 
landbouw was. Gelukkig volk! dacht 
ik by my zelven : zoo Gy ooit myne 
voordeelen leerdet kennen; zoo ooit 
myne kunflbewerking over Uw ganfch 
Eiland algemeen wierdt; in minder 
dan vyf en twintig jaaren , zoudt Gy 
Ü met honderd duizend zielen ver- 
meerderd zien. 

Eindelyk kwam ik te Samarang 
aan. Samarang in druk! in bekom- 
mernifle! in rouwe gezeten! De 
vlugge Kinderziekte v/as my, op de 
reize , voorby geflreefd , en hadt , in die 
weinige dagen, haare flaande hand 
reeds uitgeflrekt. De Chineefche, 
Javj?anfche en Maleidfche Kampongs, 
even buiten de ftad gelegen, waren 

het 



34' Redevoering 

het eerfi: aangetaft, en zagen, iedef 
oogenblik, hunne bewooners wegflee- 
pen naar het graf. De Stad zelve 
mogt niet vry blyven van haaren aan- 
val. Zy dronk het bloed der Euro- 
peezen uit den beker van vergenoe- 
ging ! (*J) ó Martens ! (^) ó Teuch*:r! 
(^*} ó .Windelstig! Uwe kinderen 
zyn niet meer! Tedere (*) BarkeyI 
Uw jongfte zuigeling; beminnelyke 
(^^ Roghe'! Uw éénigft kind moeften 
voor haare woede bukken! Noch Uwe 
moederlyke lieflcoozingen, noch Uwe. 
heete traanen, noch Uwe vuurige ge- 
beden hebben dezelven kunnen behou- 
den! Gy hebt ze zien Icheuren uit 
Uwe beevende armen , en neêrdompe- 
len in den killen fchoot der aarde! 
Braave, maar ongelukkige Ouders! 
vergeeft my 5 van hier Uwe naamen 
te hebben gemeld. Het is nietgeweeft, 
cm Uwe wonden, op nieuws, te doen 
bloeden. Maar Och of Batavia ge- 
troffen wierd' door het voorbeeld van 
,Uw ongeluk! En het verftrekke U, 
tot eenige vertroofting , dat Uwe kin- 
deren, te vroeg weggerukt, om op 
Uw voetfpoor deeze volkplantinge in 
hun leeven van nut te zyn, hunne 

poo- 

(*) Allen Inwooners yan Samarang. 



)i I 



der Imntinge. 349 

poogingen, daar toe , nog aanwenden 
na hunnen dood^ mee den Ingezetenen 
deezer Hoofdplaatze, uit hunne graf- 
lieden, toeteroepen: Laat Uwekin^ 
deren toch inëntenl 

Ondertuflchen hadden de aanzien- 
lykften van Samarang my reeds* tot 
hunne hulpe geroepen, (f) De Ge- 
bieder van die Kuft. (^^ de Couiman- 
dant van de ftad, en de (*^ Genees- 
heer, die my huifveftigde, plukten 
reeds de vruchten van mynen arbeid. 
De inenting was by hunne kinderen 
ZQO gelukkig , zoo voordeelig afgeloo- 
pen, dat men niet kon zeggen, dat 
zyziek waren geweeft, Veele Ou- 
ders^, zelfs van die geenen, die met 
de fterkfte vooröordeelen tegen my 
waren ingenomen, deezen.voorfpoed 
ziende, kwamen van hunne dwaaling 
te rug, en vertrouwden my de hunnen 
ook toe. Ja, in een^ zeer korten 
tyd, wierden er, onder myne oogen, 
vyf en dertig, zoo Europeefche als 
Slaaven ♦ kinderen ingeënt. 

Dan 

(I) De Wel ÏÏcfele G^ftrenee Heer tan Dm 
BüRGH , Raad van Nedeiiamis Indië. 

(♦) De Heer Virmehr. 
(♦) De Heer Bonn£ken, 



350 Redevoering 

Dan 'er verfpreidde zich een gerucht , 
dat de wreede kinderziekte, op het 
zien van myne behaalde Voordeden, 
Samarang verlaaten , en den weg naar 
deeze Hoofdplaatze genomen hadde. 
ó Batavia ! ik voelde op nieuws 
mynen yver voor U blaaken, en myne 
belangens aan den kundigen Arts , die 
reeds zoo veelen in die ftad hadde 
ingeënt, aanbevoolen hebbende, be- 
floot ik , haar op de hielen te volgen , 
en U 5 voor de tw^eede maale , myne hul- 
pe aan te bieden. 

Met zulk een oogmerk beklom ik 
dit Geftoelte En, zoo Gy, met eeni- 
ge opIettendl>eid , my hebt aange- 
hoord, zoo zult Gy overtuigd gewor- 
den zyn van de waarheid van myn 
zeggen, dat Uwe Vyandin wel ontzag- 
lyk, maar niet onöverwinnelyk is ; en 
dat myne kunftbewerking een zeker 
wapen is , om over Haar te zegepraa- 
len. 

Neem dan dit wapen in Uwe han- 
den. Stryd met eenen nieuwen moed. 
Ik durve U verzekeren , dac de Palm- 
tak der OverwinningeU niet miflen zal. 

Man- 



/ 



ier Inëntinge. 351 

Mannen van Staat! Aanzienly- 
KE Gebieders over dit , en zoo veele 
auaere Wmgeweflen! Hec zy ray ge-^ 
öorloofd , U, met eene gepafte vry moe- 
digheid, aan te fpreeken! De Wysheid 
van Uwe Regeering , de Zuiverheid van 
Uwe Inzichten 5 Uwe geftadige /Arbeid- 
zaamheid , Uwe nooit wankelende Yver 
voor het welzyn van dit Volk plaatzon 
U, met rede, naaft de uitinuncendila 
Staatsmannen van Nederland. Maar 
het is ook, uit hoofde van alle die tref- 
felyke hoedanigheden , dat ik het groot-^ 
fle recht op Uwe goedgmiftigheid mee- 
ne te hebben. Gy zyt de Weldoeners 
van Uwe Ingezetenen; en ik kome tot 
hen, met weidaaden in myne rechte 
hand. Gy zyt de Handhaavers van hun 
lighaamelyk behoud, van hun tydelyk 
welzyn; en ik brenge hun de behoude- 
nis en het leeven. Gy weet, dat, in 
de menigte des Volks , der Vorften heer- 
lykheid beftaat; en ik kome, om het 
zelve te vermenigvuldigen. Alle myne 
poogingen werken mede met de Staat- 
kundige Grondwetten, die Gy U hebt 
voorgefteld.- Laat my dan niet te ver- 
geefs op Uwe befcherminge hoopen ! 

Priesters desHeiligdoms! U voor- 
Si kunnen myne verrichtingen niet on^ 

ver- 



35* Redevoering 

verfchillig zyn. De zorge voor het 
leevens- behoud van duizenden van 
menfchen is U zoo wel aanbevoolen , 
als hunne Geeflelyke Welvaart. Ook 
hebben de beroemdfle en godvruch- 
tigfte Mannen van Uwe Orde , in Eu- 
ropa, het zoo begreepen. In Enge- 
land, een Maddox, een Some, een 
DoDDRiDGE, een Warbürtonj enz.; 
in Nederland, een Chais, een Nieuw- 
LAND, een Superville, een Cheva- 
LiER, een Nahuis, en veele anderen, 
onder welken ik niet moet vergeetcn 
dien uitmuntenden Hoogleeraar, die 
U, wegens zyne uitgeilrekte geleerd- 
heid, en zynen yver voor den bloei 
der Indifche -Kerke, niet onbekend 
kan zyn,- hebben, of in gedrukte Ge- 
fchriften , of in uitgefprokene Leerre- 
denen, of in openbaare Gebeden, 
voor myne belangen gepleit. Dan, 
zyt Ge van gevoelen, dat Gy geene 
voorbeelden, maar het hcht van Uw 
eigen Oordeel volgen moet? Eerwaer- 
dige Mannen ! ik ftemme U dit gaerne 
toe. Maar gunt my dan ook, U een 
tweeledig voorftel te mogen doen. 
Gy houdt de inenting voordeelig, 
rn overéénkom{>ig met de Godlyke 
Weuen; ofGy houdt dezelve nadee- 



êer Inentinge 355 

ifg, en met die Wetten ftrydig. Maar, 
zoo Gy dezelve nadeelig, en met de 
Godlyke Wetten ftrydig hieldt, zoudt 
Gy dan niet, in den tyd, dat er zoo 
veel en in deeze ftad zyn ingeënt» 
öpenlyk, tegen haar, zyn opgekomen? 
Trouwe Herders ! Zoudt Gy niet ge- 
waakt hebben voor Uwe kudde? Im- 
mers ja? Indien zy tegen de bevelen 
Van Gods heilig woord aanliep , Gy 
zoudt U, met eenen Godvruchtigen 
yver, tegen dezelve, hebben aange- 
kant. Geene menfchen - vreeze , geene 
waereldfche Inzichten zouden U weer- 
houden hebben. Gy zoudt, met het 
hoogide recht ^ den kanflel hebben 
doen daveren van Uwe bedreigingen 
tegen de zulken , die haar in het werk 
durfden ftellen. En de vloeken van 
Ebal waren niet teflerkgeweeft, om 
tegen my te worden uitgefproken. 

Ik mag dan , uit Uw voorig ftilzwy- 
gen, afleiden, dat Gy de inenting 
voordeehg voor het Menfchdom en 
overéénkomflig met de Godlyke Wet- 
ten houdt. Maar is het dan Uw plicht 
riiet. Godvruchtige Mannen! deeze 
kunftbewerking aan Uwe, Gemeente 
voortedraagen? Dezelve daar toe op 

Zz tfi 



354 Redevoering 

.te wekken, en aan te moedigen? 
Haare en myne belangens te veiééni- 
gen? in één woord: my , voor het aan- 
gezichte des Volks, te zegenen met 
de zegeningen van Gerizim? 

En Gy, Geneeskundige Mannen! 
-Gy, die dagelykfch de verwoedin^en 
der natuurlyke Kinderziekte voor 
oogen hebt; hoe zoude ik niet over- 
tuigd zyn van Uwe toegenegenheid? 
Maar Iaat ikU eenen trouwen raad mo- 
gen geeven! Laaten de Voorzichtig- 
heid, by de inëntinge zelve, tn de Op- 
lettendheid, geduurende den loop dur 
• 7iekte, U altoos verzeilen ! O ! dat die 
woorden, die wy onlangs, uit den 
mond van eerien Uwer voornaamite 
Leden , hebbsn hooren vloeien , 
naamlyk : dat de arm/Ie Jlaaf even veel 
^recht op zyn hart heeft ^ als de rykfh 
ir:an^ die er leeft ^ (*) Uwer aller Zin- 
fpreuke mogen zyn! Want ik moet het 
tJ herinneren, offchoon Gy het allen 
weet, dat de geringde flaaf , dien Gy 
zoudt hebben ingeënt, en naderhand 
verwaarloosd, om U, vermaaks-balve, 
te gaan vervoegen by eenen Uwer 

goe- 

(*) terfte Deel der Verhandelingen van 't Bata^ 
jriaafch Genootfchap, pag: 81 



der Inèntinge. 355 

goede Vrienden of Begunftigers ,. tegen 
U zoude getuigen in den grooten dag 
des Oordeels. 

Ingezetenen van Batavia ! hier is 
myne taak afgeweeven. Kieft nu tus- 
fchen my en myne wreede Zufter. 
Zoo Gy de keuze op my doet vallen; 
ik zal de vrolykheid brengen in Uwe 
huizen, de leevendigheid langs Uwé 
Wegen* Uwe rouwklagten zal ik ver- 
minderen. ;De welvaart van Uwe Zoo- 
nen, de fchoonheid van Uwe Dochte- 
ren zal 'ik ter harte neemen. Ik zal 
onder Ü blyven woonen, als eene 
trouwe Vriendinne ^ als eene zorgvul- 
dige Behoedfler. ó Batavia ! indien ik 
U dan vergeet e 9 zoo vergeet e myne recb^ 
ie hand zich zelve ! Myne tonge kleeve 
Han myn gehemelte , zoo ik aan U niet 
gedenke! zoo ik U niet verheffe ^ boven 
Jpet hoogjle myner hlydfcbap! (^^ 

IK HEB BE GEZEGD. • 



Zz u BE^ 



3S6 

B E R I G T, 

AANGAANDE 
D E 

GAMBER, 

Derzelver Planting en Bewerking 

op 
^ MALACCA 

DUOR 

Abrahamus Couperus^ 

Onderkoopman aldaar. 

XjLet geen den kwynenden Handel 
hier nog eenigzints onderfchraagt, en 
aan veele behoeftige Werklieden een 
genoegzaam onderhoud verfchaft, is 
het voortkweeken van Gamber-hoomtn 
welkers boflchen alhier Ladangs ge- 
naamd worden , en ik zal in deezen, 
alle myne vermogens infpannen , om, 
zoo naauwkeurig mogelyk, eene be-» 
fchryving te geven van den Grond, 

Plant, 



Bericht aangaande de Gamber. 357 

Plant, Blad enz. van dit Produd en 
deszelfs bewerking in het gemeen. 

Inden Jaare 1758. heeft men hier 
begonnen , deeze Boomen aan te kwee- 
ken, hier toe bragt men van Pont jan, 
(liggende aan deeze Kuil bezuiden Ma- 
lacca) het Gamber-Zaad over; doch de 
aangewende moeite was vrugteloos, 
want het Zaad , dat flegt^ een korten 
tyd kan goed blyven , had reeds des- 
zelfs vrugtbaarheid verlooren, waar- 
.om men tot de aankomft, der alhier, 
van derwaards aangebragte jonge Gam- 
ber-planten, wagten moeiit, die vol- 
komen aan de verwagting beantvv^oord- 
den , en weelig voortgroeiende, in 
korten tyd , eene menigte van Ladangs 
voorbragten. 

Schoon dit ProdaA genoegzaam by 
alle Europeërs , die zig in de Indifche 
Volkplantingen bevinden, bekend zal 
zyn, eifcht egter eene Befchry ving van 
dit heefter gewas van my , dat ik des- 
zelfs gebruik beknopt aantoone. 

Yder Uandaart ziet men verflaafd 
aan aangenomenegewoontens, het zy 
dezelve eene uitfpanning, ofte een 
verbeeld nut, voor de eene of andere 
kwaal ten oorfprong hebben. 

Zz 3 Dus 



358 Bericht aangaande 

Dus is 't gelegen met deSieri en Be^ 
telv die reeds van de vroeglte tyden, 
voor veelen der Oolterfcne V^olkeren, 
onontbeerlyk was, env/aaraandemee- 
ften van hun , te buitenfpoorig verflaafd 
zyn; epn kieicher fiiiaak deed hen 
mede naar andere zaaken, (het zy om 
dien fmaak te temperen , of aangenaa- 
mer te maaken) omzien ; waar aan ze- 
kerlyk den oorlprongderGamber moet 
toegefchreeven worden. 

De Catjoe, en Cardamom , als mee- 
de de Chineefche en Javafche Tabak , 
worden als de Gamber , onder den Sie- 
ri en Betel gekaauwd , doch de twee 
eerflgemelde zoorten , zyn te koflbaar 
voor geringe Lieden, die egter den 
Gamber, en de Chineefche , dan wel 
Javafche Tabak, niet wel kunnen ont- 
beeren; de quantiteit der Gamber is 
zeer gering , en een ftukje , flegts ter 
grootte van een agtfte duim , in 't vier- 
kant, is genoeg, om op eene keer in 
een Sieri blad gedaan zynde, gebruikt 
te worden. 

Men ziet verfchillende zoorten van 
Gamber, zo in Coulettr, en fmaak,, 
als in deszelfs uiterlyke gedaante waar 
in zy gqfneeden word; de befte zoort 

heeft 



de Gamher. 359^ 

heefc eene driehoekige gedaante ^ ydcr 
hoek de lengte van een, en een half 
duim, iets meer of minder; en een 
vierde dmm diic; is geel van Couleur, 
en word gemeenlyk op gefpleetene Ban]- 
boesjes geilo.oken. ' 

Een andere zoort is genoegzaam vier- 
kant van gedaante, en hoe geeler de- 
zelve is hoe beter; egter vindt men 
onder deeze zoort, die(fchoon zuiver 
of onvervalfcht zynde} zwart is, en 
dus onaanzieneiyker en van minder 
prys, waar van. de redenen in het 
vervolg zullen aangetoond worden. 

Nog een zoort, komende van ZtaCj 
is plat rond, twee duim in Diameter, 
en een vierde duim dik, witagtig geel 
van Couleur; en heeft de duidelykfte 
kentekens van verval fching. 
• Nog een zoort , kogel rond zynde , 
groot twee duim Diameeter, uiter- 
lyk fwart van gedaante, doorgebro- 
ken en, yol met bladen opgevuld, 
deeze word van Patababan aangebragt. 

Op Kampar (liggende aan geene zy- 
de van deeze ftraat, op 't Eiland Su- 
inatra,)jWorddrieerlye zoort van Gam- 
ber gemaakt; als, een zoort, die plat- 
rond, naauwlyks een vinger dik, en 
.wel. vier duim in Diameter groot is. 

Zz 4 Eea 



36a Bericht êangêandt 

Een tweede zoort , heef de grootte 
en gedaante als een Snaphaan-koogel. 

De derde zoort, is geJyk als dievan 
Ziac^ en is mede vervalfcht, doch dee^ 
ze vervalfching gefchied op een zeer 
fubtiele wys , gelyk ftraks zai blyken : en 
van deeze zoort word er veel naar den 
Oofthoek van Java vervoerd. 

Wat den Grond betreft, dezelve is 
alhier verfchillend, zo dat een Planta- 
gie niet volftrekt eenerly zoort van 
Aarde fchynt te vorderen; egter is het 
nodig , dat dezelve eenen hoogen Grond 
hebben en wel fchynt de roode Aarde, 
eigen aan heuvel-en bergagtige Planta- 
gien, voor de Gamber de befte Grond 
te zyn, doch indien de Plant niet door 
te veel water omringd is , in de laag- 
tens of daalen , en de Aarde ook rood 
is, ftaat dezelve even zo weelig, als op 
de heuvels. Dus het denkbeeld (^van 
zommigen) dat de hoogte der Bergen 
meerder, dan de deugd der Grond, in- 
vloed op deeze Plant of Boom hebbe> 
ongegrond is» 

Wel is waar dat het laagfte gedeelte 
der Plantagie minder vrugtbaar, dan 
wel het hooge fchynt ; doch dit word 
veroorzaakt door menigvuldige Regen- 

bui« 



êt Gamber. ^fiir 

buien, die op de toppen der Bergen, 
geene fchaade veroorzaaken , maar zeer 
noodzakelyk zyn; daar de nederzypen^ 
de vogten In de laagdens by elkander 
vergaderd zynde, de jonge en ceera 
Plantjes fpoedig doen rterven, en de 
oudere boomen kwynen: zo ze al bet- 
Lot der jonge boomen niet mede on- 
dertjaan. 

Doch eene lange droogte rigt zomty ds 
eene merkelyke vervvoefting op eene 
Ladang aan, ^n is over het algemeen 
genoomen, van een vry fchadelyker 
gevolg, als eene natte MoiijpTon, dewyl 
de brandende hitte der Zon , en eene 
te lange droogte, op de geheele Plan- 
tagie woedt, daar de Regen langsi het; 
Gebergte neder vlietende, flegts die 
Boomen, die langs dien waterloop 
Haan befchaadigt, of doet kwynen. 

Dq Wortels der Gamber-boomen, 
zyn niet diep in den Grond fchietende, 
ook niet groot en uitgefpreid, maar 
inet fterke dunne vefeltjes omzet, der- 
zelver binnenfte is geel van Couleur eix 
heeft een baft, offchors, ter dikte als 
Radix China ^ en komt gedroogd zyn- 
de, zo in Couleur, als fmaak, eenig- 
zints met dezelve overeen. 

Zz 5 De 



^óz Bericht aangaande 

De boom heeft zeer zeldzaam eene 
enkelde (tam; maar verlcheidene wee- 
lig uitfchietende Telgen, in en door ei- 
kanderen gewaffen , maaken den Boom 
uit. 

In deeze gedaante, ziet men dezelve 
meefl: ter hoogte van vyf tot agt voe- 
ten. Het Blad jong zynde, is ligt 
groen van Couleur, naar het geel over- 
hellende, en neemt ouder geworden 
zynde, eene groenere Couleur aan, 
welke allengskens in eene roode Cou- 
leur verandert , met een menigte fwar- 
te ftipjes , en vlekjes. Dog rood ge- 
worden zynde, is het te overboodig 
ryp, en ftaat ipoedig te verwelken. 
Maar donker groen zynde, heeft het 
de vereifchte rypheid, en word ter 
Jcooking afgefneeden. 

De Maleijer had weleer de gewoon- 
te, ommaarflegts de bladen van de 
Telgjes af te fcheuren, of dezelve door 
de hand trekkende af te rispen , zonder 
dat de ontbloote Telg van den boom 
afgefneeden wierd: dochdeChineezen 
betar in den Landbouw ervaaren, be- 
fpeurden ras , dat de Boom hier door 
merkelyke fchaade leed; want de bla- 
4erlooze Telgen, zeer lang, en geil 

zyn- 



■'^«^^ G amber. 35j 

Eynde, onttrekken den boom te veel 
voedend Zap , dan dat de andere jonge 
biaddraagende Takjes er niet door zou- 
den benadeeld worden. 

Het blad vervat een zeer flymagtig 
vogt in zig, ligt geel van Couleur, het 
welk men, het Blad met de handvvry- 
vende , da^r uit kan perflen Een vol- 
wajOTen blad, heeftgemeenlyk de lengte 
van drie duimen, iets meer of minder, 
en de breedte van (dog fchaars) twtQ 
duim* Dies uiteinde heeft een enig^ 
zints krom omioopend fpits, het welk 
niet in alle blaaden gelyk omloopt, 
niaar in zommigen regts , in anderen 
weer links, en vertoont zig ook meer 
krullend in den een, als' in den ander; 
fchoon beide van eene gelyke, ofte 
volkomene Rypheid. 

Het blad heeft een kort fteel^je, 
flegts ter lengte van een vierde duim. 
Overdwars is het blad gekronkeld, of 
in verfcheidene bogtente zaam getrok- 
ken. ' '--^ 
5 Aan de uitfchietende Telgen , vindt 
men den Zaadknop, die inzyne eerfte 
geftalte zynde, zig aan een fteeltjeter 
lengte van eeri en een half duim for- 
meerd; dit fteeitje heeft twee leden, 

het 



364 Bericht aangaande 

het; bovenfte één, en het onderde 
drie vierde van des deels lengte uit- 
maakende; en heeft op de fcheiding, 
vier zeer kleine blaadtjes, die het zei- 
ve omvatten. 

De grootte deezer knop is ruim een 
half duim, in zyn Diameter, en be-. 
daat uit een meenigte groene deekelt- 
jes 9 die de regte Bloerakelkjes zyn « 
en in eikanderen! zig kogel rond om 
den deel fluitende, de eerde gedaante 
van den Bloemknop uitmtaken. 

In korten tyd ontwaart men , dat het 
hovende gedeelte, of de puntjes dee- 
zer deekeltjes vyfhoekig zyn, het 
geen bevedigd wordt, als dezelve uit- 
botten, en men hen de Figuur eenig- 
zins als een Kruidnagel gelykende,ziec 
aanneemen. 

Uit het binnende gedeelte van yder 
Kelkje, ziet men de bloem uitfchieten 
die ter lengte van drie vierde duim is; 
de bloem is een langwerpig tregteragtig 
buisje , zeer dun , en fchaars ter dikte 
van een agtde duim , boven met vyf 
kleine blaadtjes geel van Couleur; het 
buisje is vlees couleurig, dog dies on- 
derft einde eenigzins rpod» Binnen in de 

bloem 



4e Gamber*. §65 

bloem vertoonenzig, alseen fterretje 
vyf pitten, naar Zaad gelykende. (*) 

TVT 



Na 



(*) De GA7nherboom behoort, blykens de vanM A- 
LiACCA mede gezonden Takjes , in dö eerftc ord« 
der vyfde ClaiTe vtn 't Linnaeefche SiQema , tulfchen 
de PortUndiéi en de Roella geplaatfl te worden, als 
hebbende een eenWadige boven het vrugt beginzel 
flaande Bloemkrans, een twee vakkig gekroond Zaad- 
huisje, vyf meeldraadjes en een enkelde ftyl met eeti 
ongedeeld Stamper tjic. 

De jonge Takjes van deczenBoomzynby dcnftand 
der bladen als in leden verdeeld. De bladen zyn een- 
libbig , cffenrandig , fchier ey vormig , fchuins toege- 
fpitft, en op korte ftcelen tegcns malkander overgeftcld. 

De Bloemknoppen komen aan enkele ronde Stee- 
ien uit de hoeken , die de blad Steelen met de Takjes- 
inaakcn,zyndemedemeeft tcgens malkander overftaan- 
de. Uit een gemeenzaame Kelk die viermaal ingefnee- 
den is, komt een kort Steelje voort, draagende degc- 
meene bloem bodem die rondom met veelc [ 81 en meer] 
ongefteelde of vastopzittende bloempjes begroeid is. 

De byzondcre Kelkjcs hebben vyf tandjes, hun be- 
■jieeden gedeelde groeit uit tot dé vrugt, op dewelke dee- 
2e tandj es alt een kroontje bly ven zitten. Deeenbladigc 
bloemkransjes zyn ichcnkbordformig [hyp»cratenfor^ 
mis] en boven ia vyf rondagtige lapjes gedeeld, bin- 
nen , aan het boveneinde van de bloemkrans (laan 5 
korte meeldraatjcs met breede iets lang-agtige helmpjes. 

Een lange ftyl met een knodragtig ftampertjc , loopt 
door het midden van den bloemkrans naar het vrugt- 
beginzel. De vrugt is een gekroond , langagtig, twee* 
vakkig hauwtje met veele kleine en gevleikte Zaaden. 

De afbeelding van de Gatta G^wa^/VTab XXXIV, 
in 't V. Deel van Rumphius Kruidenboek , toont veel 
ovcrecnkomOc met de takjes van onze Malacfchc 
Gambêr boom. Rum^h'ms lelfs heeft dit leeds be- 
merkt en doet waarfchuwing , van deeze twee ge- 
vrafTen niet met elkander te verwiffelen. ( Deze Botanir 
fchi befchryving is door de Heer F. BARON v aW 
STURMB, aan het Genootfchap medegedeeld.) 



^66 Bericht aangamdt 

Na tien of twaalf dagen gebloeid te 
hebben, valt de Bloem af: en die 
Kelkjes, die zig het eerft vertoond heb- 
ben, en uit welke de Bloem was uit- 
gefchooten, blyven alleen aan de fteel 
'/iccen , yder kelkje thans volwallen zyn- 
de, heeft de lengte van een en een 
vierde duim, dog ichaars de dikte van 
een agtfte. In deeze gedaante blyfthet 
Zaad, dat in deeze knop, of kelkjes 
beflootenis, aan de boomen, tot des- 
zeJfs volkoomen rypheid. 

Indien het droog is, en eene don* 
kerbruine Couleur aangenoomen heeft, 
(het geen de Planter als een teken 
van deszelfs rypheid aanmerkt) wordt 
het zelve afgeplukt. Kort daar na, of 
weinig langer dan drie dagen, moet 
het gezaaid worden , want na tien o( 
twaalf dagen ver toevens, (zelfs min- 
der) heeft het alle vrugtbaarheid ver- 
looren, Gn men wagt te vergeeffch 
naar de opkomft» 

Een van deeze Zaadkelkjes, dwar^ 
door gebroken zynde, vertoont tweö 
holle buisjes, in yder van welkers mid- 
deldeelen een zwart vezeltje zit , dat 

om* 



de Gamher. ^6 f 

omringd is van ontelbaare Zaadjes* 
Het Zaad vertoont zig, in den eerften 
opflag, als kleine afgekorte 5 fyne wit- 
te zydene draadjes , doch in dezelve 
zit flegts ter grooce van den kleinften 
zandkorrel het Zaad, dat plat, en 
eenigzins eirond is. 

De voortplanting van dit Zaad , tot 
den aanleg van eene Plantagie , of te La- 
dang^ gefchiedt in deezer voegen: 
Men zaaid het Zaad in Beddens , wel- 
kers Aarde, reeds te vooren, fyn enef- 
fen gemaakt is. 

Het Zaad wordt flegts los op de Bed- 
den geftrooid, zonder dat het zelve 
met Aarde weder bedekt w^ordt: Zo 
zulks gedaan word , gaat het Zaad ter 
verrotting over. 

Veertien a vyftien dagen , blyft het 
Zaad in den grond, en komt dan wee- 
lig uitfchieten. 

Twee a drie Maanden , na de op- 
koraft van het Zaad, heeft de jonge 
Plant , die nu de hoogte van fes a iQWQxi 
duimen bereikt, de vereifchte grootte, 
om verplant te kunnen worden; de 
worteltjes van deeze jonge plantjes, 
zyn fterke vezeltjes, geel van Couleur. 

Ia- 



§58 Bericht aangaande 

Indien voorheen in den Grond, al-s 
waar men den Gamhtr-Ladarig wil aan- 
leggen, boomen van deeze zoort ge-» 
ftaan hebben ^ of, indien dezelve een 
overblyfzel, van een oude Ladang is^ 
fchynd de Grond noodzakelyk te ver^- 
eilchen jdat daar op eene menigte hout ^ 
llruiken, en bladen enz. gebrand wor^ 
den, het enkeld uitroeijen van Itrui^ 
ken en wildernilFen^die in dezelve ge- 
vonden worden, is niet genoeg, om 
een fpocdigcn en fleurigen aanwas te 
gemoet te zien: Zo dat het in alle ge- 
vallen blykt, dat deeze Afch, een voor 
den Gamber-Boom zeer voedzaame 
Hof by zig heeft , en tefFens dat de ou- 
de Gamber-Böomen, meer voedzaame 
Zappen den Grond onttrekken, dan 
wel andere (iii dien Grond) gevonden 
wordende llruiken, en wilderniffen , 
de wyl alsdan, het branden minder nood- 
zaakelyk is , fchoon doch altoos beter 
dan de enkele uitroojing^ 

Dit in agt genoomen zynde^ kan de 
Grond, ten gebruike der aanplanting 
met eene goede verwagting gebeezigd 
worden. 

Men plant de jonge Planten , in ron* 
de gaaten , w^elken een voet iets meer 

of 



dt Gamher. 569 

bf minder in Diameter breed zyn, dee- 
ze gaaten hebben de diepte, van fes 
tot agc duimen. De Plant hier in ge- 
zet zynde, word het gat, metblaaden 
van verlchillende, uit de wildernis gtS- 
plukte boomen omftooken, die den 
jongen Plant, voor de fteekende Zon 
befchermen en dus voor verwelking be- 
hoeden* 

Deeze gaaten worden allengskens na 
dat de jonge boomen , weelig of kwy- 
nend opfchieten digt gemaakt; waar 
door de worteltjes te beeter den grond 
vatten. 

Een en een halfjaar , geflaan hebben- 
de , kunnen de telgjes , voor de eerfté 
keer gefchieden en ter kooking gebruikt 
worden, hetgeen men in *c vervolg, 
om de fes Maanden , kan hervatten. 

De Gamber-Boom, fchynt minder 
voor den aanval van fchaadelyke Infec- 
ten, bloot gefield te zyn, dan andere 
Boomen; Zelden vindt men Gamber- 
Boomen die door eenig ongedierte ee- 
lié merkelyke fchaade zy toegébragt; 
de witte mieren , die aan de beneden- 
fte telgen zomtyds wel hunne neflen 
öxaaken , beletten den groei wel eenig- 

Aaa zintS) 



j7tf Bericht êêngaande 

zins , dog doen geene zigtbaare fchaa- 
de aan het blad. 

Enkele boomen vindt men (fchoon 
zeer zekien) welkers blaaden, 't zaam 
gekronkeld zyn , door een zeer klein 
zoort van Torren die de Eiertjes in de 
uit bottende blaadjes leggen , welke 
blaadjes groot wordende, hun geheel 
omvatten , of waar 'm dezelve gegroeid 
zyn. 

Andere in het Wild loopende Bees- 
ten als Wilde Varkens, Herten, Buf« 
fek, &c: doen geen kwaad aan de blaa- 
den, dat zekerlyk aan derzelver wrange, 
en zaamen trekkende fmaak , moet toe- 
gefchreeven worden. 

Jn deezen iland voort groeyende , 
wort eene nauwkeurige oppalling , nood- 
zaakelyk vereifcht , en de Planter , 
moet eene ronde plek , rondsom den 
boom, altoos fchoon, en van opfchie- 
tend onkruid zuiver houden. ' 

De Grond, die meefl altoos. Berg- 
of Heuvelagtig is , maakt het fchoon- 
houden ( hoe noodzakelyk) ook zeer 
bezwaarlyk, en belet volftrekt het ge- 
bruiken van een werktuig , waar door 
men, anderzins ♦ met meer gemak de 
bcarbeiding zoude kunnen voortzetten . 

da^r 



de Gamher. 371 

daar men nu 'c mecfl met de Handen, 
01 flegts met een Schup, hetonkru'd, 
tuUchen de veifchil lende takjes die 
yder boom heeft, moet uitwieden. 

De Kooking gefchiedtj onder eene 
Loots, die aan alie zyden open, en 
met Adap blaaden gedekt is, de grootte 
der Lootfcn, of Kojkhuizen, zyn alle 
verfchillend, naar eevenreedigheid der 
grootte van den Ladang: waar na me- 
de het getal der ovens is ; waar op de 
G^w//^r gekookt wordt; en welke Ovens 
mede onder de Loots zyn. 

Een Ladang heeït zelden minder daa 
drie, dog zommigen agt a tien Ovens. 

De hoogte eener Oven isgewoonelyk 
Drie en een half vo:^t, en van Yzer- 
fteenen, (*) op gemetfeld. doch dies 
binnenfle ruimte is niet tebepaalen, en 
dewyl men er , zo vtel van eene ver- 
fchillende grootheid vindt, fchynt hier 
toe , geene evenreedigheid vereifcht 
te worden. 

Boven in den Oven is eene ope- 
ning ) die door de Pan , of Keetel , 

Aaa 2 waar 



(•) Deetc yzcrfteenen worden alhier (op MALAG» 
<IA) uit het gebergte gekapt, en veel gcbrnij^ 



372; ^mcht aangaande 

waar in men de Gamber kookt , gevuld 
wordt. 

De Grond onder de geheele loots 9 
is zo hooi^ op gehoogd, als het boven- 
üe der Ovens ió : dus de Ovens 9 die 
alle naafl: eikanderen zyn , als onder 
den Grond fchynen te (taan. 

Nog is in den Oven een Togtgat, 
u^aar door de fterke hitte en de rook, 
een doortogt heeft; en het vuur daar 
door Lugt krygende te flerker doet 
branden: zynde dit Lugt-gat rond, en 
flegts fes duim in Diameter, en agter- 
waards uit de Oven geiretzeld. 

De Pannen of Ketels , die de groo- 
te boven-opening vullen, zyn niet al- 
le van eene grootte ; maar derzelver 
gedaante is meed egaal Komf-wys, na 
beneeden rond toeloopende 9 en met 
eene platte rand aan dies bovenfte deel, 
welke op den boord der opening hangt, 
of ruft: deeze Pannen of Ketels, zyn 
meeft alle van Yfer; egter, (do^ en- 
keld) ook wel van Kooper; welk Mi- 
neraal den Gamber >, eene vry betere 
en aanzierelyker Couleur geeft. 

Een houten Ton, ter hoogte van drie 
voeten, wordt op de Ketel vaft gezec, 
met Klei, of Aarde digt gemaakt, en 

zo 



de Gamher. 37 j 

20 fterk gefmeeid, dat de hitte vanden 
rand des Ketels, die klei niet kan 
doen barden; nog het water, dat zo 
wel, in de Ton als in de Ketel kookt, 
er door dringen. 

Deeze zoa genoemde Ton, beftaat 
maar Hegts uit 't zaam.?evoee:de duigen, 
welkers benedenfte Circumferentie^ met 
die des Keetels gelykis; en is naar boo- 
ven wyd uitloopende. 

Schoon men deeze Ton wel zoude 
kunnen ontbeeren, door eene Ketel, 
die zo veel grooter was hier toe te nee* 
men; zo is egter het gebruik der Ton, 
van geene geringe nuttigheid, want het 
vogt kookt minder opvliegend, en be- 
flendiger in dezelve, 

Ook is de roeft van de Ketel, of. 
defzelfs aankleevende vuiligheid Cdat 
de Planter hoe zeer hy op het fchoon 
houden des Keetels paft niet kan belet- 
ten) meede eene groote reede van de 
bruine coleur der Gamber : dus men 
moet denken, dat, indien de Ketel, 
zoveel grooter was, als dezelve door 
de Ton is opgehoogd, de Gamber ^ door 
de meerderheid van Yzer, of Kooper, 
nog merkelyk fwarter van couleur zou- 
de zyn. 

Aaa 3 Op 



374 Bericht aanyande. 

Op de voorkant des Ovens , is op 
den boog, (of voorfte rondie) een 
muurtje gemet/eld; ol ook wel, met 
gekneede Klei, een hoogte opgewor- 
pen , dat de , op den Kerel Itaande 
Ton, voor de vlam, en hitte, die uic 
de voorite opening, des Ovens uitllaat, 
befchermtr welke anderzms, door de 
hitte fpoedig zoude barden, zo niet, 
door de vlam verteeren. 

Tot hetaanftooken des Ovens, moet 
men dikke llukken houts gebruiken, 
als stammen van boomcn, of zeer dik- 
ke rakken, dunder h >ut kan hier toQ 
de vereifc'-^te hitre niet geeven. Dog 
op eene Ladang , is zelden , of nim- 
mer gebrek, aan' de hier toe benoodig- 
de brar.d'tof ; de omllreeks leggende 
Boflchen , en Wildernijren , die aan 
yder Ladang grenlen, en behooren, 
leveren zulks genoeg op. 

Indien men de Caniber -bladen mm*1 
kooken, moet de afsnyding der Telg- 
jes, des Morgens, of wel, des Avonds 
gefchieden ; dewyl de bladen , dan 
eere meerdere Quantiteit van zap iu 
zig hebben, als wanneer dezelve e^ni- 
per ryd , op den daf , voor de fteeken- 
den hitte der Zon zyn bloóc gefteld ge- 

weeft 



de GamUr* 27 S 

weeft: dus de Planter, door de onder- 
vinding geleerd, die Telgjes, welkers 
blaaden , voor de Morgen - Kooking 
verordend zyn , 'sAvonds bevóorens 
afsnydt ; en die welke 'sAvonds ge- 
kookt worden, 'sMorgens inzamelt. 

Er wort geene juille evenreedigheid 
van vogt 5 nog van blaaden , tot een 
Kookzel vereifcht, maar de Planter, 
of Kooker doet willekeurig , (^zon- 
der zigaan eeneraaatte bepaalen) waa- 
ter, en bladen naar zyn goeddunken 
in de Ketel. 

Hy laat de blaaden (die geduurig 
geroerd worden ^ ook geen bepaalde 
tyd kooken ; maar zo hy ontwaart , 
dat het waater lymagtig begint te' wor- 
den, neemt hy de bladen, door mid- 
del van een Net , -dat ftyf over een 
hoepeitje gefpannen is , en waar aan 
een ftok vafl is, uit de ketel, 

Egterfchynen de blaaden, min, of 
meer , vyf Uuren , te moeten kooken ; 
eer dezelve, van het in zig hebbende 
zap, ontiafl: kunnen zyn* Dus men, 
niet meer , als twee maal , op eenen 
dag, in één Ketel kan kooken; welk 
tweede, of laatfte Kookzel, vry geel- 
der als het eerfte is. 

Aaa 4 t)e 



S7Ö Bericht aangaander 

De uitgefchepte bladen , wordei^ 
op een ftuk hout, dac als een Goot is 
uicgehold , gelegt, 't welk fes voet 
lang, en twee voet, min, of m^er, 
breed is: 't geen Ichuins opeen flelling 
ligt met dies beneden eind, boven den 
Ketel, waar door het zappig waater, 
dat nog in de blaaden is, naar benee- 
dtn uitloopt, en weder in de Ketel 
druipt. 

Na laat men het in den Ketel zyn- 
de zap, nog een geruimen tyd koo- 
ken, tot dat men denkt, dat het lyvig 
genoeg is, om koud geworden zynde, 
te kunnen (lollen. 

Dan wort dit zap in kleine aarden 
Potten gefchept , op welke een Zeef 
gelegt wordt, die de nog in de Keetel 
zynde vuiligheid, als zand blaaden, etz, 
eruit we^ neemt, en het zap zuivert; 
in dceze Potten blytt herftaan, tot dat 
her enigzins koel wordt , en men het 
verder kan bewerken. 

Nu worden weder dezelfde blaa« 
den, als bevoorens, met waater in de 
Kceiel gedaan, en nog eens even door 
pel'ooVt, om uit dezelve, het Gamher 
zap, dat er nog in mogte zyn, (of dat 
er, van het voorige Kookzel, nog aan 9 

is 



de Gamber. 377 

is blyven zitten,) te kooken, of, er 
af te Ipöelen: waar na men deeze blaa* 
den, er weer uit neemt en nieuwe, in 
derzelver plaats , in den Keetel 
doet. 

De uitgekookte blaaden, worden 
voor Melt , rondsom de hoornen ge- 
flrooid. 

Het gekookte vogt blyft zo lang flil 
flaari, tot dat men de hand er in Itee- , 
kende, bevindt, dat het koud genoeg 
is , om met de hand omgeroerd ^ te kun- 
pen worden. 

De Planter, of Kooker, neemt dan 
een Lap linnen in de hand, waar mee- 
de hy het vogt beftendig cmroert : en 
de Lap telkens in den Pot weer uit- 
wringt , waar door het zap fchielyk 
dik, en flyf wordt; en het blyft indee* 
ze Potten ftaan, tot dat het volkomen 
koud is. Wanneer het in een Lap 
Flaamfch Ihinen omwonden wordt, 
en zo onder eene Peis geleegen,diehet 
nog in zig hebbende waater, er uitdrukt. 

Deeze Pers, beftaat maar llegts uic ' 
eene lange Balk, walkers eene end, in 
een gat (dat in een oude boom , of 
ook wel in een fwaare Paal, gem?akc 
is O geftooken wordt, en aan welker- 
. Aaa 5 an 



V 



378 Bericht aangaande 

ander einde , eenige fwaare fteenen 
hangen, welkers gewigt, het vogc, of 
waater, uit de Gamber perft, die on- 
der den balk, tulichen twee Planken, 
met het doek, waar in dezelve bewon- 
den is, gelegt w^ord. 

Het uitgeperft waater is volkoo- 
men, zwart, enftinkend; hoe zuiver- 
der hec zelve uit den Gamber geperfl 
, wordt, hoe blanker die van couleur is. 

Het water uit de Gamber geperfl: 
zynde, wordt dezelve terflondmet een 
Mes aan ftukken gefneeden, zo groot, 
of klein , als de Planter , of Snyder 
zulks begeert. 

De gemeenfle zoort wort aan vier- 
hoekige ftukken gefneeden , yder ter 
groote van een duim , iets meer , of 
minder. 

Dog de befte of geelfte zoort, wordt 
alleen gehouden, om in eene driehoe- 
kige gedaante gefneeden te worden. 
Deeze zoort wort van 'tzap, dat flegts 
ten halven uit de blaaden gekookt is, 
■ gemaakt, waardoor het, ligt geel van 
couleur , en ook niet zo fterk , nog 
zo fwaar van gewigt is. 

Een kookzel , dat twaalf Katjes , 
gewoone Gamber uitleevert , geeft 

flegts 



de C amber. 379 

flegts vier Katjes , van deeze zoort ; 
door dien de voile kragt mee uit* de 
blaaden gekookt is: voor het overige 
wordt dezelve in het kooken , als de 
andere zoort, behandeld, dog gefnee* 
den zynde, wordt ze, nog nac zynde» 
aan gefpleeten Bamboesjes geftooken, 
en zo hangende gedroogd: daar de min- 
der of bruiner zoorten, in de Zon^ 
op een R-iam, ook van gefpleeten Bam- 
boezen gemaakt , of gevlogten , ge- 
droogd worden. 

Deeze drooging gefchied zynde , 
wort de Gamber ^ in zakken gedaan, 
en boven , in de Loots neergelegd, 
om door de naar boven flaande hitte 
van het nog in zig hebbende nat ge- 
zuiverd , en volkomen opgedroogd 
te worden Want het minfte nat, dat 
er inblyft, doet de G^m^^r fchimme- 
len, en bederven. 

Om dit voor to komen , wordt de 
Gamber V2in den Planter dikwyis, op 
matten van Rotting, of van Bamboe- 
fen eevIoR^ten , in öe Zon uitgefpreid. 

Tndien het, in den tyd der kooking 
fterk reeirenr, is de Planter genood-^ 
zaakt, de Gamber^ in de Loots, bo- 
ven de rook, of hitte des Ovens te 

droo- 



38o Bericht aangaande 

droogen; dat de Gamber meede zwart, 
en\)naanzienelyk doet worden. 

Alle C amber ^ die op de Maleitfche 
plaatzen gemaakt wordt, heeft de dui- 
delykfte teekens van vervalfcht te zyn. 
Die van Patabahan , laaten een gedeel- 
te der reeds uit gekookte bladen, om 
den Gamber daar door te verzwaaren , 
in dezelve blyven. Die van Siac men» 
gen Sago Meel onder de Gamber. 

Die van Kampar weeten de reeds 
uitgekookte blaaden fyn, als meel te 
naaken , en met dit Hof de Gamber 
te verzwaaren. 

Van de Chineezen of Maleijers die 
thans de eigenaars der Plantagien zyn, 
kan men onmogelyk eene ftaat, van on- 
koften, en voordeelen, eener Ladang^ 
gewaar worden : want zo dra men dit 
onderzoekt, befpeurt men, dat zy op 
alle vraagen , ymand tragten te mis- 
leiden. 

Egter kan het verfchil der Markt- 
prys, die in den beginne, vanRds. 26, 
tot 28 het Picol van 125 Pond is ge- 
weeft, en thans tot Rds. ^esj gedaald 
is, ons een duidelyk kenteeken ople- 
veren dat het vertier van dit produél 
merkelyk verflaauwd is ; en het mee» 

nig* 



de Gamher. jgr 

tilgvuldig getal van Planters, die ze^ 
dert korte Jaaren , Banquerouten ge* 
maakt hebben, (die men egter aan ge* 
ne werkeloosheid , of flinks bedrog , 
kan toefchry ven , maar aan het verval 
van dit produd;) toönen zulks meede 
l\ ^ aan. 

Eene Ladan^ ^ die voor heen Pa- 
blicq verkogt wierd, voor Rds Agt-» 
Honderd, is thans nauwelyks Seftig 
waard. 

Dit was het , dat my aangaande den 
Gamber-bouw deels door eigen onder- 
zoek , deels door gegronde berichten 
gebleken is ; Te wenfchen waare het, 
dat in deezevervalleneomftandigheidf 
een middel konde uitgedagt worden f 
om den thans behoef tigen Planter, te 
onderfteimen; en hier door, den han- 
del in dit produél ten voordeele, van 
deeze Colonie, weder te doen bloei- 
jen ; als mede om de Planters in flaat 
te llellen , op dat zy hunne , ten val 
neigende Planta^ien in eenen beteren 
Haat konden onderhouden , en een ge- 
tal van ruim Ses-en-dertig, alhier iu 

de 



y 



382 Bericht aangaande de G amber. 

de Bovenlanden gevondene Ladangs ^ 
die reeds alle vervallen, onbebouwd, 
en tot een wildernis, zyn geworden, 
weder aan te kweeken , en te be- 
planten. 

"MALACCJy 

den 9. Febriiary 
1780. 




B E- 



BESCHRYVINGE 

VAN Dl. 

WOU-^rOUWEN, 

DOOR 

JOSUA VAN IPEREN', 

IN 

FREDRIK SCHOUWMAN. 

ï. Hoofdstuk. 
BESCHRY VINGEN en BERIGTEN* 

$. L 

jLxRistoteles de Leermeefter van 
Alexander deil Grooten, is de eerfte 
geweeft, die de Aapen nu ni^nxuf, van 
de Bavianen , Meerkatten en andere 
ft aart Aapen onderfcheiden heeft. Zy- 
ne befchryvinge van den ongeftaarten 

en 



384 Befcbryvmg van 

en menfchvormigen is zeer fraai; (jrf) 
en door I^linius gehoegzaam uicge- 
fchreeven. (Ji) 

Toe de ongellaarte brengt de Heer 
Brisson den AiriRaanlchen Aap van 
Arist^teles en Prosper Alpinus , den 
Orang'Outang enï den grooten Ceilon» 
fchen Luyaard van Seha 

De Heer Buffon zee den Gibbon 9 
die niet lang geleeden eerfl ih Europa 
is bekend geworden, in de plaats van 
den Ceilonlchen Luyaard ; (c) Schei- 
dende tefFens de Orang'Outangs in twee 
Iborten de Póngo en de Jocko. (^d) 

En zekerlyk de ran'gfchikkinge van 
den Ridder LiNNiEUs is, in dezen vry 
gebrekkig, die-, beha] ven den Or^wg^ 
Outang^ alleen den Cercopithecus van 
JoHNSTON Fig. 5. hier eeiie plaats ver- 
gunt; Maar men behoeft niet te twy- 
felen , of de Ridder heeft Fig. 6-- ge- 
meend; en dus is Fig. 5» een drukfout: 
\^'ant Fig* 5. vertoont eene ftaart tus- 
fchen de beenen, 

5. II. 

»■ I- ■ -I- . I II.. - ' ' ■ 

(4) Hil. Anim. L b. II. ,Cap. 8. Tom. I. 

p. F 5 5' 8 56. 
{h) N:^r. Hiit. Lib XI. Cap 44. Tom. I. p.^ 822; 

Edit. Gronov. Valmont de Bcmare Diftioii, 
{c^ Hiit. Nat. Tom. XIV. p. i. .& 43. 
(rf; Ib. p. 10. 



^e tFouwouiven. 385 

§. II. 

*T is ónbegrypelyk , hóe het is by- 
gekomen , dat men de Wouwouw nog 
naar Europa niet levendig heeft over- 
gebragt. De Heer van der S t e e g è 
heeft er een geraamte van aan den Heet 
ProfefTor CAMMRover twee jaaren toe- 
gezonden; en dat geraamte lieeft dien 
beroemden Hoogleera^r aanleidinge ge- 
geeven, oiii den Wouwouw voor den 
Cibbon van Buffon aan te zien. (e) Uit 
onze Béfchryvinge zal het blyken, en 
het geraamte van den Wouwouw , kan 
het doen blyken, dat daar de Gibbons 
van den Heer Daubenton uitfïekende 
hielen hebben, en de Woüwóuwen niets 
dan handkootjes aan de achter pooten, 
ook even daarom de Wouwouwen gee- 
ne Gibbons kunnen zyn. Het Batavi- 
afch Genóotfchap zal zyn befl doen, 
om levendige Wouwouwen aan den 
Heer Vosmaer te verzorgen : alzo de- 
zelve hier, door de zorge van den Edelen 
Heer RadermaCher , eenigzins gemeen 
zyn geworden , gelyk zy, in de Boven- 
lauden * by de Javanen zeer gemeen zyn. 



■*^-K 



^) Alg. Vad, Lttteroeff. 1779. Mengdw. bL z6^ 



§Ö6 Befchryvingè vatt 

Wy hebben er drie oude en een 
jongen waargenoomen : behalven, dat 
ook de Heeren Gevers en v/an Ho- 
GFNDORP, Wouwouvven voor hun plai- 
fier houden. By voorraad heeft er de 
Heer Gevers reeds eenen in January, 
met de Nafcheepen, naar het Vader- 
landgezonden: hebbende een vaatje 
Arak mede gegeeven, om> het dier, 
als het fterft, te bevvaaren. Want de 
Heer Commiflaris van Riemsdyk lid 
van onsGenootlchap verklaart, dat er^ 
van ettelyke Wouwouwen, welke Hy 
van tyd tot tyd gezonden hadt , geen een 
levendig overgekomen was, om datzy 
de koude niet kunnen verdraagen. 



$. III. 



^.^ 



Memóire?. Vader Le CoMTEzag, opdeMoluk- 
yg^ p^g/^^"kès, een Aap, die op twee beenen 
Sio. liep, zyne armen als een Menfch ge- 
bruikte, het aangezicht had yan een 
Hottentot, eene vacht van gryze wol.^ 
zeer zachtzinnig van aart en wreergaa- 
loos kundig en vlu^. De Heer Buf.fom 
befluit, uit deze Befchryvinge vanden 
Pater , dat hy een Gibbon , en wy be- 
fluiten er uit, dat by een Wouwouw 

.3,öa ,i-: . ge- 



ie fVöuwouwejk- 387 

gezien heeft Er zal niet beter opzyn^ 
dan dat wy ons beft doen , om zulken 
Aap uit de Molukkes te krygen, omtö 
zien wat er van zy. 

s. IV. 

OndertufTchen berichten ons de Ja- 
vanen, dat er driederlye foorten van 
Wouwouwen op ons Eiland zich ont- 
houden: te weeten (i) vaal witte met 
zwarte koppen, (jï^ bruinachtige met 
roode, en (3) gryze, met zwarte aan- 
gezichten. Van de gryze fpreeken wy 
hier ; en wat er van het aanwezen en de 
geaartheid der overige Wouwouwen zy, • 
zullen wy, door den tyd trachten te 
ontdekken. Want de bruinhairige ^ 
die onlangs by den Heer van Hogen- 
DORP gebragt wierd , is in alles overeen- 
komende met de gryzen , en heeft een 
zwjarc aangezicht t zoo dat wy hem tot 
geene andere foort kunnen brengen g 
dan die , welke wy thans befchry ven^ 
Evenwel is hy ook zwarter van hair bo- 
ven op het hoofd. Trouwens van deii 
ouderdom of eenige andeie toevallen § 
ichynt het , datnieh de merkelyke ver- 
fchillendh^den van koppen en aange- 
Bb b a Eich* 



gg-'S Bèfcforyvmge van 

zichten niet wel ontleenen kan. 
Maar waarom kent men die andere 
foorten nog op Batavia niet? Millchien 
zaj het daar van daan komen, om dat de 
Javaanfche Vrouwen deze foort uit het 
lïefl: haaien en vermaaks halven voor 
de Kinderen , opkvveeken ; en de andere 
foorten hunne jongen beter bewaaren, 
of wreeder en onhandelbaarer zyn. 

De Bovenlanders, welke deze die- 
ren dagelyks waarneemen , getuigen 
eenparig , dat zy zich meed, in het wild, 
't)p de boomenonthouden, en van na- 
ture vreesachtig en voorzichtig zyn. 
*s Avonds verzamelen zy, en ieder 
huisgezinivan 5, 6, &, of lo. voegen 
zich by een, en zetten zich kort by 
ielkanderen, op eenen hoogen boom te 
liaapen:. terwyl diezelfde boom ook 
öan ettelyke andere Families cot eene ] 
fuftplaatze verftrekt. Maar ieder ge- ' 
zihzet er eenop fchildwacht, omtrent j 
/op gelyke wyze, alsKoLBE ons van de 
Kaapfche Bavianen vertelt. De overi- 
ge zitten te flaapen met de handen op 
'deknien, en het hoofd voor over op 
••'•' ^ ' de 



' d€ Wouwouwen. 389- 

de borft ruftende. Edoch zoo dra de 
uitkyk eenio;' onraad bemerkt, roept hy 
aanltonds Iloe! hoe! 't geen de anderen 
wakker maakt ^ en ook Hoel Heel doet 
roepen; tot zy allen hoel Hoel geroe-. 
pen hebben; en het gawfche gezin in 
beweginge en op zyne hoede is. 

§. VL 

's Morgens, zoo dra de Dageraad 
aanbreekt, en de Wouwouwen, in die 
houding, op de boomen nog zitten 
te flaapen , roept de fchildwacht Hoe al 
he-a! Door dat geroep ontwaaken de 
overigen , fungeren zich van den eeneii 
boom op den anderen, met gebaarden 
en houdingen,die hunne blydfchapfchy- 
nen aan te duiden. Zoo dra de Zon 
boven de kimmen is, daalea zy neder 
op den grond; en gaan henen, dehuis- 
gezinnen by onderfcheidene benden 9 
o n hun voedzel te zoeken. Dan zoo er 
de een of ander eenig onraad befpeurt, 
fchreeuwt hy op het oogenbhk IVauw^ 
Wauw : en , op dat zelfde oogenblik , 
vluchten en klouteren zy de boomen 
op, om eene veilige fehuilplaatze te 
vinden. Daar bJyveQ zy toezien , wat 
Bbb 3 er 



3 po Befchryvinge vm 

er beneden omgaat, en afwachten de 
gelegenheid, om veiHg beneden te ko- 
men. Ook verzekeren ons de Javanen, 
dat zy als de Honden , een zeer f yne 

yeuk hebben. 

« 

$• VII. ^ 

Sommigen denken , dat deze Aap 
JVauW'Wmiw oïfFabwah zou heeten, 
om dat het eenigzins de gedaante van 
een oud Besje aanneemt, en het woord 
IVah in *t Javaanfcheene Moei, of ook 
wel, als men boert, een oud Besje be* 
duidt. Anderen willen verzekeren, 
dat Wah wah , in eenen uitgebreiden 
zin, Onmozilheid zou willen zeggen: 
en dat men dit denkbeeld aan dit Schep- 
zei zou hebben geëigend: om dat het 
een eenvouwig voorkomen zou hebben. 
Als men zulke ongegronde en ydele 
giffingen opgeeft , wederlegt men zich 
zelven. 

$, VIII. 

Sedert eene lange reeks van jaaren ,• 
hebben onze Indianen waargenoomen , 
dat er geene kans altoos is , om het 

Man- 



de TFomvouweiK 391 

Mannetje en Wyfje der Wouwomven , 
in bellootene hokken te doenpaarenen 
, voortteelen. Even het zelfde getuigt 
men van onze kleine Javaanfche Ou^ 
rang-Outams: daar echter andere Aa- 
pen en Meerkatten, nu en dan, eeu 
tegenftrydig voorbeeld gegg.^3fen héb- 
ben. '' r:n.. 

S- IX. 

Ettelyke Indiaanfche Natiën, veele 
Slaven en Javaanen zyn er niet vreemd 
van , om alJe de Apen en foorrgelyke 
nu en dan , op de achtei fle poote^i loo- 
pende Schepzelen, voor wilde^Men-. 
ichen of Ourang-Outangs aan te zien. 
Zelfs zyn er dis vermoeden, dat de 
Voorouders der Apen en Wouwouwen- 
gezondigd hebben, toen zy nog nien- 
fchen waaren , gelyk wy zyn : en dat 
zy^^f door een rechtvaardig Oordeel, 
(fe gedaante en lage levenswyze der 
Apen zouden gekree^en hebben. Ge- 
lyk men dan ook een foort van mede- 
lyden en toegenegenheid voor deztf 
dieren , by de Indiaanfche Volkeren ont- 
moet. • 

Bbb 4 %. X. 



392 Befchryvinge van 

§. X. 

Volgens de berichten der Javanen , 
zyn de Wouwouwen voornamendyk 
aan drie ziektens onderhevig: te wee^ 
ten, dé'koude koorts, de geelzuchten 
den afgang^ En den afgang houden zy 
voor doodelyk. Hoe lange zy doorgaans 
leeven, hebben wynog niet vernomen, 

$• XL 

By den Heer Salmon treft men niets 
aan, 't geen naar de Wouwouwen ge- 
lykt, en daar uit blykt het genoeg, dat 
de Heeren Leguat , Hamilton , Tulp, 
BoNTius, en DE Bruin, niets vau 
dit dier geweeten hebben* By Valen- 
TYN vindt men niet eens, zoo veel ik 
weet, eenige befchryvinge van Apen, 
Spookdieren of Luy aards: hoewel hy, 
onder Amboina, iets diergelyks be- 
loofd had te zullen opftellen, als hy 
over de Stad Batavia handelen zou. 



n. HOOED-^ 



de U^oinvouwen^. 393 

2. Hoofdstuk. 
WAARNEMINGEN en PROEVEN. 

*§. XIL 



o 



p al het geen wy tot hier toe heb^^ 
•ben by gebragc, is nog weinig Haat te 
m .aken 5 zoo min als op de Reisbe- 
fchryvingen en de Verhandelingen der 
Geleerden over de opgezette Vachten 
en Geraamten, van Schepzelen, welke 
zy nimmer levendig hebben waargenoo-. 
men; en die zy niet weeten , of haren 
vollen wasdom hadden. Het opzetten 
zelf kan onmogelyk in orde gefchieden 
en de natuurlyke houdinge krygen , in 
een vreemd land'; zelfs niet by het op- 
richten der geraamten. De Exempla-» 
ren, die men van elders krygt, in Arak 
of Rom zyn meefl; al in de gewrichten 
afgeweekt, door de verzwakkinge der 
Reezen én zenuwen faamgezakt en in een 
gedrongen. En de levendige voorwer- 
pen lyden zeer veel aan boord, zyn 
doorgaans ziek, als zy aan de wal ko- 
men, bedwelmd doorde-veranderinge 
van lucht eïi warmte ^droefgeeftig, on- 
gedaan, kennen met geen tweede en 
Bbb 5 der- 



3P4 Befchryvinge van 

derde levendig voorwerp vergeleeken 
worden , en verbyfteren dus den wys- 
geer, zoo dat hy een byzonderen toe- 
vallig perfoneel verfchynzel voor de 
gedaante en houdingevan^ene geheeie 
foort opgeeft* En daarom duiden wy 
den Heere Vosmaer ook niet ten erg- 
ften, dat hy den Ourang-Ou^ang in het 
Aig. Vad. Kabinet vanZyne Doorluchtige Hoog- 
J^^^^^^' HE^D wat levendiger heeft doen opzet- 
Mcngdvr^' ten , dan het zich voor zynen dood 
BI. 20. vertoonde; om dat de Heer Vosmaer, 
het Ondier meeft altyd ziekelyk zal ge- 
had hebben ; en om dat zyn Ed. van Hee- 
ren, die in Indië geweeft zyn, wel be- 
richten zullen zyn voorgekomen, die 
hem verlof gaaven , om het dus op te 
;;etten. 

r :: §. XIII. 

' • De twee volwaflene Wouwouwen, 
welke wy hebben waargenoomen , zul- 
len debygebragteaanmerkinge llaaven^ 
De eerlle was gezonden aan den Heer 
Geheimfchryver Steenweg, Lid van 
ons Genootfchap; en de tweede aan den 
Edelen Heer Direóleur Radirmacher ; 
en ons werden die ter overweginge en 
beoordeelinge gefchonken. Beide wa- 
re» 



ie JVouwoüzven. 395 

ren zy Wyfjes; en aan de eerile wierd 
riagegeven, dat zy bezwangerd was, 
en eerlang baaren zou. Beide zagen zy 
er zeer treurig , mismoedig en llaperig 
uit, zoo dat men ze byna voor eene 
foortvan Luyaards zou genoomen heb- 
ben , het hoofd zat voor over tuffchen 
de fchouders op de borft : en zy Ichee- 
nen half dood te zyn. Beide zagen zy 
er uit, als afgeleefde leelyke Laphmd- 
fche Besjes, met bonte kappen en ka- 
bayen, die, yry buikig voor over ii^ 
een zakten, 

S. XIV. 

Om te zien, of wy die miftrooftig- 
heid, welken men ook aan de Oaraug^ 
outangs , zonder grond , als natuurlyk 
toeeigent , niet konden geneezen , of 
eenigzints matigen. Heten wy, ten kos- 
ten van het Genootfchap , een Bam- 
boezen theatertje oprichten , op het 
vermakelykfte uitzicht van den Tuyn, 
en onder eenen fchaduwryken boom; 
en gaaven aan eene dier Wouwouwen , 
die er geplaatfl werd, een klein Aapje 
tot gezelfchap. Zy nam het Aapje aaa 
als een moeder haar kind, deelde het 

me- 



396 Befchryvinge van 

mede van de Ryfl, het Brood , de Jam- 
blans, de Manges, en van alles, wat 
men haar rykelyk voordiende: dalden- 
de zelfs, als met eene moederlyke on- 
verfchilligheid , dat haar keesje alles 
ontnam. Het Aapje had haar ook tot 
zyne moeder en befchermfler aange- 
noomen , kroop achcer haar en keek 
haar aan, als iemand hem aan de touw 
trok, of met een ftokje dreigde. 

§. XV. 

Als men derWouwouw te na kwam, 
of haar en het Aapje beledigde, inzon- 
derheid als men haar befpotte en uit- 
lachtte, gaapte zy,' liet hare flag tanden 
zien, ftak de lange armen uit, enfchoot 
grimmige blikken uit de zwarte oogen. 
Dit gefchiedde dagelyks min of meer, 
en het verdriet van de beledigde perfo- 
naadjenam, hand over hand, toe. In 
't begin liet zyzich nu en dan nog eens 
aanraaken en den hairigen huid flreelen : 
maar nu dulde zy dit niet langer, werd 
toornigeren boozer, en zag niemand 
aan , dan met eene korfele veront- 
waardiging. 

g. XVL 



de Wouwouwen. 397 

§ XVL 

Voor het overige lei zy zich telkens 
te flaapen op hare zyde iiitgeftrekt, en 
de armen en beenen op de voordeeligfte 
wyze, om te ruften; gelyk teedere en 
koortzige menfchen , die door zwart- 
galligheid en verregaande miftröoftig- 
heid, zich aan het gezelfchap onttrek- 
ken, en, in de sombere eenzaamheid, 
hunne ondragelyke kwale en verdrietig 
hartzeer verergeren. De legginge en 
houdinge en omkeeringe van eene fla- 
pende Wouwouw vonden wy, inde- 
ze en de overige, volmaakt gelyk aan 
die der Menfchen. By gevolg is het 
zittend flaapen op de boomen, volgens 
§. I. niet natuurlyk, maar gedwongen, 
even gelyk wy op eenen ftoel zitten te 
flaapen. Als de Wouwouwen derhal- 
ven op hun gemak in veiligheid zullen 
ruften , zal dit niet op een boom ^ 
maar op den grond gefchieden. 

J. XVII. 

Op Saturdag , den 6. November 
1779 kwam onze fchilder Rolland; dié 
haar en het Aapje in de fchaduwe deed 

bren- 



/ 



398 Btfchryvinge van «. 

brengen , om het fchetzen te begiit-* 
nen. Men zegt, dat het beeft niet ver- 
draagen kan, dat men het ItarHngs aan- 
ziet. Ten minden, onder het uitühil- 
deren , begon het te janken , als een 
jonge hond , die klop krygt : vervol- 
gens hard op fchreeuwende , ais een 
kind van twee of drie jaaren, 't geen 
gevallen heeft: 't fcheen, dat zy einde- 
lyk allen haren moed verloor. 

%. XVIII. 

Wederom op het bamboezen thea- 
tertje gebragt zynde fcheen het dier 
ongemeen vermoei4 en afgemat.. Op 
het oog zou men , uit vergelykinge 
der vorige bedryven , hebben moeten 
befluiten , dat de fpyt en wanhoop het 
zelve doodelyk bedroefd maakten; en 
datdefpotachtigebehandeiingen,w^elke 
het meende te hebben ondergaan, daar 
toe de voornaamfte aanleidinge gegee- 
ven hadden. Ook weigerde het ver- 
volgens iets teeeten, fcheen zich moed- 
uilli^ dood te hongeren ^ en bezweek 
eindelyk, op Maandag den 8. Novem- 
ber ^ 'smorgens om 9 uuren. 



de Woumêuzvtn. c3^ 

§. XIX. 

Edoch het lyk vervolgens geopend 
zynde , vonden wy aanftonds eene 
ii^erkelyke inflammatie buiten op het 
Int eftinum duodenum: Zynde dit het in- 
gewand, door het welk het voedzel uit 
de maag in de verdere darmen over- 
gaat. Dat koud vuur had eene inwen- 
dige' opzweUinge veroorzaakt, door 
welke het ingewand dicht beflooten was, 
en dus de voedende ftofFe niet langer 
kon doorlaaten. En deze (dit bleek nu 
van achter) was de ware oorzaak ge- 
weefc der kwynende -geftalte van het 
dier, en vervolgens van zynen dood. 
Evenwel is 't niet onmogelyk; dat het 
bederf ontftaanis, uit de faamgebo- 
gene en faamgedrukte houdinge, in 
welke het dier, uit fpyt, verdriet en 
kommer , zich , gedurende de laatfte da- 
gen van zyn leven en reeds eenen gerui- 
men tyd tevoren, zich gezeten gehou- 
den had, 

5. XX. 

In de andere oude Wouwouwintie, 
-welke reeds federt den ap* Oaoberis 

waar* 



400 Befchryvinge vafï 

waargenoomen y vonden wy alles gé* 
noegzaam gelyk, met het geen van de 
vorige reeds Haat aangeteekehd. Dit 
Ichepzei was ongemeen gezet op raauw 
Vleefch; en trouwens de fterke flag- 
tanden geeven een genoegzaam be- 
wys , dat men de Wouwouwen onder 
de verfcheurende dieren plaatzen moet. 
Maar welke dieren eigentlyk hun tot 
aas verftrekken ; daaromtrent hébben 
wy nog niets vernomen. Miffchien 
zullen ook horentjes , hagediffen, vo- 
geltjes en dierg^lyke beertjes hun ten 
prooye verflrekk en. Ten rainften dat zy 
byten en verfcheuren , is uit de vol- 
gende proeve gebleeken. Een jonge 
hond blafte haar aan en tergdeze. Zy 
■ werd ongemeen kwaadaartig deed ha- 
ren bek open, kreeg het hondje , 't 
geen tegen haar werd aangehitfl: , ein- 
delyk met de handen fel, trok het naar 
zich toe en beet het in de nek met ee- 
nen knaauw dood. Dit gedaan zynde, 
wilde men het hondje ontweldigen, en 
dit gefchiedde met groote moeite, om 
dat het naar hém beet, die het los wil- 
de rukken , en tefFens pogingen aan- 
. wende, om hem te pakken en vafl: te 
chouden. Tjen bewyze, zoo 't ons voor- 
komt 



*- 1 fc. « •«■ 



;• r^ ri.uiii\, j 



de TVotiwöuwen. 401 

komt , dat zy het hondje zou opgepeu- 
zeld hebbeiié 

§. XXL 

Eindelyk flierf ook het oud Besje; 
na dat het eenigen tyd aan den Bloed- 
afgang was geweeih By de openinge 
bleek het, dat de Maag deerlykontlloo- 
ken, en dat de kleine darmen verkan- 
kert waren. En deze is d^^n de natuur- 
]yke oorzaak van den dood geweefti 
't Is aanmerk enswaerdig, dat beide de- 
ze volwaiïene en oude Wouwouvven , 
en nog een derde van den Heer van 
H0GENDORP5 aanftonds mistroos- 
tig, fomber en ziekelyk zich vertoon, 
den: en ook binnenkorten tyd, federt 
die ons geworden zyn, den laatften 
adem hebben uitgeblaazen. 't Kan zeer 
wel wezen ^ dat de Bovenlandlche Ja- 
vaanen , die zeer veel werk van het voe- 
den en opkweeken dezer Apen maaken , 
dezelve zoo lang bewaaren, tot zy er 
doodelyke teekenen aan ontdekken: 
dat zy die dan naar de Benedenlandeil 
afbrengen, om er nog eenig voordeel 
mede te doen : en den onkundigen Eu- 
jopees te bedriegen, 

Ccc %. XXIL 



404 Befchryvinge vati 

S. XXI r. 

Indien nu eens drie zulke Exempla* 
ren gelukkig in het Vaderland waren 
overgekomen, wat zouden er onze Na- 
tuur onderzoekers uit beflooten heb- 
ben? dat er onder de i\pen geen grim- 
miger, mismoediger , onaangenamer 
dier zich bevond als de Wouwouwen, 
en dat het voorde famenlevinge m^tde 
Menfchen nietgefchaapenfcheen. On- 
dertuflchen zou zulk een vonnis door de 
Natuur worden wederfprooken : en wie 
weet hoe dikwyls dit niet gebeurt; al 
heeft men toegang tot een KoninQ;lyk 
Kabinet. Wy vinden hier gelegenheid 
om dit te erkennen : want de drie oude 
en afgeleefde Wouwouwen zouden ons 
zelven bedroogen hebben : indien wy 
niet by den Heer Gevers eenen jon* 
gen hadden aangetroffen; en er de Ed. 
Heer Radermacher ons nog niet ee- 
nen diergelyken had doen bezorgen: 
en wy er ten laatften no^ niet eenen 
derden by de He^^^r van Hogendorp, 
hadden aangetroffen. 



S. XXIII. 



de PFouwouzvefi^ 403 

XXIII. 

Die van den Heer Gevers, welke 
hu levendig naar het Vaderland gezon- 
den is, is hec rapfle en levendigftedier, 
't geen vvy immer met onze oogen aan- 
fchouvvden. Zyne houdinge is rechc 
en moedig, hoewel met het hoofd en 
hals een weinig bukkende, en tufTchen 
de fchouders inzakkende; maar minder, 
bngelyk minder dan de oude. Met boog^ 
gewyze uitftaande fchenkels , loopt hy 
op zyne achter handen, of zoo men 
liever wil, op zyne voeten, als eene 
Vaderlandfche Kieviet. Uit de breede 
fchouders fchieten zeer lange en handi- 
ge armen uit, welke ruim zoo vlug en 
vaerdig zyn als de beenen. Men laat 
hun zuiver los, en dan is hy onbeden-- 
kelyk fchichtig van beweginge in en 
over de boomen en takken : zyne over- 
gang van de eene tak en telg op de an- 
dere is op het vliegen af. Dan laat hy 
zich nedervallen : en dan flingert hy 
en touiert zich zylings uit , als het 
telgje , 't geen hy vaftpakt , te veel 
zinkt, om een and^r takje in de na- 
buurfchap vafl: te krygen. Elke greep, 
welke hy doet , is gewis : en alles is 

Ccc 2 zoo 



404 Befchryvin^e van 

zoo zwierig en ongedwongen, dat men 
niet , dan met de grooclte verbaasd- 
heid, zich over verwondert. Ook is 
hy ze o gemeenzaam met deMenfchen, 
als m^n verianj^en zou, zonder eeniae 
blyken van drieile wedL^rlpaniiigheid 
of domme eigenzinnigheid ce gceven, 
dac men geen gelukkiger tempera- 
mentvan een dier verlangen zou: ge- 
lyk hy daarom ook het vermaak van 
het huifgezin voor een groot gedeelte 
uitmaakt Een kroon Aapje, 't geen 
hem gezel fchap houdt en daar hy me- 
de rpeelt, is op verre naar zoo leven- 
dig en aartig niet. 

S XXIV. 

Om nochtans, op de bcfle wyze, 
waar te neemen., moet men d^^ voor- 
werpen aan huis hebben, om dezelve 
daaglyks naar te gaan, en van andere 
Menfchen te laaten behandelen. Wy 
krecgen dan ook eenenWouwcuw zyn- 
de een manneke, nog kleiner en jon- 
ger, dan die van den Heer Gevers. 
Gemeenzamer en vriendelyker dier 
hadden wynooitgezien. Alleen was hy 
wat al te vry moedig, overlaadeons met 

zy- 



^e JVouwoiiwen. 405 

zyne beleefdheden, en werd das fom- 
vvylen wac laftig. Het hangend flin- 
ger -n en voortioopen onder ecnen 
bamboes cuflchentweeboomen gefpan- 
nen , b.y overhand Iche vergrypinge , 
het drinken uiceen plasje bynederbuk- 
kinge en opllabbnigc; en uir een klap- 
perdop of dieper wacer fomwylen mee 
de holligheid zyner hand : hec wonder- 
lyk loopen met overgedooken hoofd, 
lange uitfteekende , op en neder fun- 
geren de enbaianceerende armen en ne- 
derhangende handen 9 het danzend hup- 
pelen mecbelaf^chelyke luchtfprongen, 
lan^s den grond, op twee achterpoo- 
ten) het voortfnellen op vier handen , 
(want eigen tlyke voeten heeft het beeft 
niet) en wel zoo , dat de armen recht 
nederwaards in de loodlyn zich, mee 
de toppen der vingeren, tot aan den 
grond uitftrekken en eenig fteunzel by 
zetten; en ik weet niet wat nog al by 
zonderheden, en aartigheden maaketi 
de eigenfchappen van dezen menfch 
gelykenden aap uit. Eens vechten er 
eenige honden en blaften geweldig 
dichte by hem : toen werd hy zeer ang- 
ftig en fchreeuwde uitdrukkelyk PFoU'^ 
wouw, 

Ccc 3 J. XXV, 



4c6 Befchryvinge van 

5. XXV. 

Een flaaf, met name Tam^ die een 
zonderlmg liel hebber van beeften , zelfs 
van Hangen en kaaynians is, behandel- 
de hem vervolgens met meer vriende- 
lykheid, dan iemand onzer. De Wou- 
wouw beantwoordde dat met eene uit- 
fteekende vriendi'chap, en hy begon te 
verminderen in zyne gemeenzaamheid 
tegens ons. Evenwel zoo dra zich ie- 
mand aan hem met vriendelykheid laat 
gelegen leggen , beantwoordt hy dat 
ook 5 zonder aanzien van perfoonen 
met eene gelyke toegenegenheid. Op 
Saturdag den 22. January 1780 hadden 
wy zwaaren regen , overftroominge en 
eene geweldige Aard-beevinge. De 
Wouwouw en het Aapje onthielden 
zich in eenflavenvertreken hadden het 
te voren nimmer eens kunnen worden. 
Maar nu omarmde de Wouwouw het 
Aapje : denkelyk om het te befcher- 
men, of liever, om er zich mede te 
verwarmen : alzo.o het vry koel was, 
ftaande de Thermometer van Fahren- 
heid op 78 graden, met eene zware 
opdampende en vochtige lucht. Som- 
wylen verwarmt hy zich by het vuur in 

de 



de fVoww ouwen. 407 

de Kombuis, en de vriendfchap met het 
iiapje blyfc voorcduuren. Somtyds 
e\ enwel hebben zy een hevig verfchil 
over een flukje Pilang: wanneer hun 
beiden de af^unfl: uit de oogen fcraalt. 
Kortom het fchepzel geeft in alie zyne 
verrichcmgen eene meer dan gemeene 
dierlyke fchranderheid te kennen: zoo 
dat men geheel en al het fpoor byfter 
-is, indien men het van onverrtand en 
onnoozelheid befchuldigd. De vlug- 
heid der ziele fchynt die van het 
lichaam te overtreitcn. 

3. Hoofdstuk. 

NATUUR-EN ONTLEED KUN- 
DIGE BESCHOUV/INGE. 

5. XXVL 

Men behoeft niet te twyiFelen, of 
de Wouwouwen hebben hunne bena- 
mingen gekreegen van *t geluid en ge- 
fchreeuw, 't geen zy maaken, in be- 
naauwtheid zyndej. XXIV, Ettelj^- 
Ice dieren heeft men ten allen tyde dus 
benoemd, by allede volkeren: gelyk. 
"bekend is. 
^ Ccc 4 §. XX\ IX 



4oS 'Befchryvinge van 

J. XX VIL 

De Woiiwouwen zyn Apen zonder 
flaarcen : want de Javanen getuigen die 
eenparig; en er is geen leekcn te vin- 
den 5 dac hun de ftaart in de jeugd zou 
afgebeeten zyn. Evenwel is het on- 
waar , dat zy altyd op de achterlle 
beenen loepen. I iunne achtenlc poo. 
ten mogen gecne voeten heeten : zy 
hebben geene uitfteekcnde hielen of 
hielbeentjes5gelyk de Gibbons wdïi De 
BuFFON; en mogen dus met recht 
vierhandige, maar gcenzins viervoeti- 
ge, veel min twee voetige dieren ge- 
noemd worden. Ook hebben zy plat- 
te nagelen aan alle vier de handen , ge- 
lyk de onze. Ondertuirchen kunnen 
zv niet recht op blyven liaan: en 
zyn ook nimmer door de Natuur ge- 
-fchikt ^ om recht op , met het hoofd 
naar boven te wandelen , gelyk de men- 
fchen ; want zy hebben noch. billen 
noch kuiten: welker fpieren hoognoo- 
dig zyn tot eene opgerechte geitalte, 
Zy brengen hunnen tyd door met han- 
den, flingeren, waggelend voortloo- 
pen, zitten en leggen. Ook fpringe^ 
zy eigeptlyk niet van den eenen boom 
' op 



de Wowwoiiwèn} 409 

op den anderen , gelyk de geftaarte 
Aapen , maar llingeren en werpen 
zich liever, gebruiKende hier toe on- 
verfchiilig dan eens de voor , dan 
eens de achcerhanden. Als men hmi 
de armen op de rug bindt, dan eeten 
én fechcen zyv met hunne onder, of 
achterbanden, even zoo grif als met 
de voorhanden. Ook gebruiken zy de 
voorpooten niet om op re loopen, als 
wanneer het bovenlyf begint over te 
hellen en dreigt te vallen ; wanneer zy 
eventjes den grond raaken met de top* 
pen hunner vingeren. 

§. XXVIIL 

De geflake der Wouwouwen heeft 
veeleovereenkomft vooral ten opzichte 
der lange armen , met de Gibbons. 
Maar wegens het induikende der krom- vcrha. 
me houdinge, met den zeldzamenAap^^"/^^ 
van dea Heer Randal teWeftmunfl:er,^Natu r" 
geteekend by R. Bradley. Het aan-xv. i.aat 
gezicht heeft veele overeenkomfi: niet^if^o^'j;^^^ 
'denDoue w:ir\ den Heer de Buffon, of Tom.xiix 
met den Baardaap ofde^Diana van Lin- P'^j^j^^y^^. 
NiEus, by den Heer HouTTüYN inplaatder^Lct-' 
gebragt. Evenw^el is de Wouwouwbe-^^^^^f-J-^' 

^ ^ „ , , i779.Men- 

Ccc 5- halven geiw.bii5, 



4 1 o Befcbryvinge vnn 

halven om het verfchil der hielen, ook 
nog geen Gibbon: hoewel,* de Heer 
ProielFor Camper dit fchynt te voor* 
onderftellen. Ten miniten de Gibbon 
heelt een geelachtig menschverwigaanT 
gezicht, de Wouvvquw daar en tegea 
pikzwart: de beide Gibbons hebben 
het aangezicht rond, ofmeteenengry- 
zen cirkel omgeeven: maar onze Wou- 
^vouwen hebben een menfchvormig 
laangezicht , b jparuikt met cenen omge- 
keerden gely-kzydigen wicgryzen Trie- 
angel. 'T zou echter kunnen zyn, dat 
de bruinachtige met roode aangezicli- 
ten of de tweede foort van §. \V. nader 
actn de Gibbons kwamen.) 

S. XXIX. 

Zeer zonderling is het dat de opper- 

: .^. -; huid dezer Schepzels onder het hairal- 

omme witis , en daar en tegen pikzwart , 

^ ^, daar geen hair groeit. Het hair van de 

Jiir» . / de vacht zelf is kronkelig en indew^ar, 

,••'*' ' vertoonendeeene foort van wollig bont, 

ii. waar uitrechtopflaande hair en , als bor^ 

ftels uitfteeken , die niet kunnen plat 

geftreeken worden. De ronde zwarte 

0(^ 









de IVöuwouwcn. . 411 

oogen fchynen ook zoo verre van 
eikanderen niec te ftaan , en de 
Wouwouwinnen draagen nunne borften 
merkelyk hooger, dan die der overige 
Apen. En de Schachten der mannekens 
welke inwendig geenzins met beentjes 
voorzien zyn , fteeken midden tuflcnen 
de ballen door. Onder tLiffchen is het 
jammer, dat men van de voorcteelinge 
het baaren , en alles , wat daar toe be- 
hoort, nog niets vernoomen heeft, 
daar men op aan kan. 



§. XXX. 

De Spraakdeelen verfchillen niets, 
van die der Apen en van den Ourang* 
Outang. De neus , hoewel eenigzins 
ingetrokken , en de zwarte welgezoom- 
de ooren , zoo wel als de oogen , mits- 
gaders de tong schynen zeer fyn en 
fterk van aandoeninge te zyn. In de 
darmen vinden wy niets buitenge- 
meens. By de de openinge der eerfl- 
genoemde Wouwouwinnen, die men^ 
als zwanger zynde, had op^egeeven^, 
gaaven deLyfmoeder en de Failopiaan- 

fche 



4 1 2 Befcbryvinge van 

fche Trompetccn geen het minfte be- 
wys van bevruchtinge. Hen Hare, de 
Longen, de Mik, de Lever, de Gal- 
blaas, zoo min ais de aderen en Slag- 
aderen, welke vvy vvaarnaamen , had- 
den iets vreemds: hoewel miflchiende 
Lever wac groot er was. Het borftbeen, 
de ribben, de rugftreng en het bek- 
ken vertoonden ook niets byzonders. 

4. Hoofdstuk. 
De M e e T I N G e. 

J. XXXL 

^ Zonder dat-wy van eikanderen wis- 
ten , hebben wy de twee oude Wou- 
wouwinnen gemeeten, en wy zullen 
die, zoo veel doenlyk, met de lengte 
en dikte van de ledemaaten der Gibbons 
vergelyken: en, tot dien einde, de 
getallen in drie Kolommen zetten , en 
daar 't noodig zal zyn, de Paryfche 
Voetmaat van den Heer Daubenton, 
in Rhynlands overbrengen , als 144.' te- 
gen 139. Want zoo veel kleinder zym 
de Paryfche Voeten* 

Wou- 



de TFouwotiwen. 
Wouwouwen. 



4^j 



No. I. N. 2. 
Rhynlandfche Voeten. 

Voet. Duim. Lyn Voet. Duim. Lyn. 



'"^ <r" 



Gibbon. 



Paryfche. 



Voet. Duim. Lyn. 



Lengte van de Kin tot 
aau den Aars. - - - 
Hoofd tot de Kin. - - 
Lengte van den Hals. - 
Lengte vau de Knie tot ' 
aan de Hiel, of Pain. - 
- - Dye tot op de Knie. 
Voetjjljint tot aan ' t ein- 
de van de ^roote vinger. 
Jchouder tot Llieboog, — 
Elleboog tot de tia -.d. — 
Hftud tct den top der Mid- 
delvinger - - - _ 
Breedte van 't Aangezicht 
by de Gogen. - - 

Va» den Mond. 

Dikte vaa het Hoofd in 't 
lOüd gemétiten. - - 
'T Voorhoofd tOt aan de 
Oog:n. - - - - - 
Hals tot aan de Tepels. — 
Afltaiid der tepels van mal- 

Vcaiicier,. - - - - 
Dikte om de Borft. - - 

. Om den Buik. - - 

. Van den SoVv uarm. - 

,— — V au den Oi. derarm. - 
Van de Dye. 






— Van de Schenkel 



Breedte der Voorhanden. - 
— Achter of onderhanden. - 
Goren lang. - - - - - 
— — Breed. * -. - - 
lliddellyn der eeltachtige 
Zirbulten. - - - - 
Voorhand tot aan de Vin- 
gers. 

Middelvinger. - - - . 
Voorvinger. - - - - _ 

Derde Vinger. - - - . 
Vierde Vinger of Pink. - 
Duim. ------ 

Achterband tot de Vingers 

of VoetPlanr. - - 
Middelvinger of Teen. - ■ 

Duim of grotte Toon. 

Voorvinger. - - - - - 
Derde Vuigcr. - - - - 
iiak, ---••.. 



4 

2 

s 

9 

4 
9 
II 



z 

3 

I 
3 
lO 

5 

4 
6 

3 



7 
S 

4 
8 

lo 



i 



7-:- 



5 
Tl 



2-: 



I 
II 



2V 
77- 

2-«- 






§. XXXII. 



4-14 Befchryvinge van 

5. XXXII. 

Volgens deze opgegevene Meetlyft 
doen er zich nog twee by zonder heden \ 
op , uit welke wy , behalven uit de reeds 
aangevoerde, meenen te kunnen be- 
toogen, dat de Wouwouwen en de 
Gibbons verichillende foorten vanon- 
geilaarte Apen uitleeveren. De Voet- 
plant van den Gibbon is in Paryfche 
Voetmaat 5. Duim en4. Linien, 'tgeen 
in Rhynlandlch iets meer zal zyn dan 
5. Duim en 3. Linien. Maar die van 
de Wouwouvven kunnen niet meer dan 
4. duim 5. linien , en 4, duimen 7. li- 
nien haaien. Daarenboven was de Gib- 
bon niet volwtiflen, en de Wouwou- 
wen waren oud en afgeleefd. By ge- 
volg toont die verfchillende maat van 
de achterpooten , dat de Gibbons gee- 
ne Wouwouwen zyn: gelyk ook uit de 
Figuur op de Plaat, in het Werk van 
den Heer Buffon, aanflonds blyken 
kan. 

$. XXXIII. 

Daarenboven zyn de Ooren van de 
Gibbon 5 volgens de opgave niet lan- 
ger dan 7. linien , indien er geene 

druk- 



de PFoiiwoiiwen. 415 

drukfout is; en de Wouwouwin N. I. 
had ooren van eenen duim lange;*, dat 
is byna dd-emaal langer als de Giobon, 
Derhalven zoo hier geene drakfout 
fchuilt, dan zyn ook de ooren onfeil- 
bare getuigen nopens het verfc iil tus- 
fchen die cvvee foorcen van gelyk-flagtiw 
ge Sehepzelen. 

$. XXXIV. 

Ook ziet men eindelyk dat de maten 
van N. I. en N. li. hier en daar eenig- 
zins verfchillen; waar uit \vy moeten 
opmaaken , dat de volwalTene Wouwou- 
vven ook aUen niet evengroot zyn, 
Grooterverfchil echter wordt men ont- 
waar in de wezentrekken of de Phy- 
sionomie der Wouwouwen , welke wy 
hebben waargenoomen ; en de Javanen 
verzekeren , dat men in de Bovenlan- 
den gewoon is, uit de trekken van het 
wezen de byzondere inborften te gis- 
fen. Zoo dat dan ook hier de beroem- 
de Lavater zyn werk zou kunnen 
vinden. 



BE- 



4i6 

B E R I G T 
Omtrent HEt 

KATOEN- 
SPINNEN, 

EN 

W E E V E N 

ONDER DE 

JAVAANEN en CHINEEZEN. 

BenefFens eenige andere merk 

waardigheden hier toe 

betrekkelyk 

ÖOOR 

JAN HOOYMAN. 

Offchoon een gevoel van gebrek, 
voor de voornaamfte Oorzaak, 
der uitvinding moet gehouden wor- 
den, werkt zulks nogthans by alle 
menfchcn niet, in eene gelyke even- 
redigheid. 

De 



Éerigfomi het Katoen- Spin. en Wéev. 417 

De lugtllreek , het voedfel , de na- 
tuurlyke gefteltenis van een land, de 
Regeeringsvorm ^ en meer andere foort- 
gelyke, eerlle oorzaaken, bevorderen 
of wederhouden den voortgang der ont- 
dekkingen , naar mate zy hunnen in- 
vloed te famen voegen ^ of met den 
aart der voorwerpen die men het eeril 
benodigd heeft, in eene regcftreekfe 
betrekking ftaan^ 

JDit is buiten twyfel de ware reeden i 
der onderfcheiden huishouding , vah 
zoo veele verfchillende Natiën, als de 
gefchied-verhalen der reizigers ons be- 
fchry ven , en waar in wy , een zoo ver- 
bazend onderfcheid ontdekken , dat 
het gezond vernuft , deeze vertoningen^ 
Voor onwaarfchynelyk zoude houden 
indien d' ondervinding, derzelver ze- 
kerheid niet ontwyfelbaar beveiligde» 

De verkeering en gemeenfchap mott 
vreemde volkeren kan ten deezen op* 
Xigte, wel eenige verbetering te vóor- 
fchyn, brengen, maar dan moet by eeti 
zodanig volk, het welk zig wil verbe- 
teren, meerder eerzu^t en begrip van 
voordeel ^ dan onverfchilligheid en aan^ 

Ddd kle- 



41 8 Berigt omtrent het Katoen- 

kleving aan verouderde gewoontens , 
heerfchen: waar van vvy tot nog toe, 
buiten de Europeanen, of derzelver 
afltammelingen, onder alle volken dee- 
-zer aardt, weinig of geen voorbeeld 
vinden. 

Naaft Europa munt j^zia 9 hovende 
twee andere waereld deelen uit , in fraai- 
heid van uitvinding , en verbetering 
der ontdekkin^j;, mnar dewyl zy hun- 
ne hand werken en konflen , niet tegen 
ftaande hunne, hooge oudheid, niet 
hebben kunnen brengen tot dien trap 
van volmaaktheid , die zig door eene 
menigte van voortreffelyke onderlchei- 
dingen en gelukkige toepaflingen, by 
onzen landaard te vinden , doed on- 
derkennen , is men byna verpligt te 
befluiten , dat onder de eerfte aange- 
voerde oorzaaken , den invloed der 
lugtflreek, of Geefl: en Oordeel vaneen 
§anzienlyk vermogen is. 

Ik laat de beproeving dezer ftelling, 
aan hetwvsgefiL^ onderzoek vanfchran- 
dere Geeflen over , en zal my , voor 
ditmaal, alleen bepalen, aan een be- 
rigt , omtrent de tweede noodzakelyk- 

heid 



spinnen en Welven, 419 

heid van 't menfchelyk leven, de kh 
ding 't die, naad het voedzel,* tentont 
door het gevoel der behoeftigheid , den 
geeft der uiivinding beezig hield- 
De opgezetenen van dit Eiland, zyn 
hier omtrent , zo wel als ten opzigt 
veeier andere zaaken , niet gelukkig 
in hunne vorderingen ; Egter zyn de 
Berg' Fokeren door hunne a^^moede en 
het miffen der verkeering met vreem- 
den , hier in nog agterlyker, dan de 
Strand hewooners. De eerden , loo- 
pen, niet tegenflaande de fcherpe lugt ' 
der hooge gronden , meed al naakt of 
zyn bekleed met een kort wambais als 
een afgefneeden hemd , gevlogten van 
hec nieuw uitgefchoten en noR -niet 
geopendblad van den Gabanghoom hier 
voor (*) uitvoerig befchreeven, daar 
de laatden nog eenig lywaat van hun 
eigen weefsel hebben , hoe wel zulks 
tot hun gebruik, in verre na niet vol- 
doende is , niet tegendaande zy , tot 
de vervaerdiging dier geringe hoe veel- 
heid, zoo veel ryd bedeeden, dat er 
hun behoef , gemakkelyk door vervult 

Ddd 2 kon- 

{*) Ve^LandtL I. Deel P. 193. 



4io Berigt omtrent het Kanoen* 

konde worden , indien zy hun maar 
bccer wilden laaten leeren : want de 
eerde iloffe ontbreekt hun niet, alzo 
alhier drie zeer bruikbaare foorten vaii 
het Gcjppiuin^ Kapas oï Boomwol ^ wer- 
den gevonaen» 

D'eerfle en befte word ^enaamt Ka^ 
pas Hollanda , waarlchynelyk om dat 
dezelve door onze Natie alhier is in- 
gevoert. Deeze groeit aan êenen laa- 
gen flruik, d^e gaarn na by de grond 
hangt, waar door de Katoen, die lang 
en zeer fyn is , by het open fplyten 
der bollen, ligt door de wurmen word 
aangeftoken en verrot. Dewyl deeze 
heefter wel de'befte, maar tefFens wei- 
nig vrugten geeft en veel toezigt vor- 
derd ,• word dezelve op dezen bo- 
dem , door den landzaat zeiden aange- 
kweekt. 

De bladeren verfchillen niet veel 
met die der andere foorten, alle veel 
overeenkomft hebbende met hetWyn- 
gaaid blad; de bloemen zyn veel klcu- 
ri!?,wit, blaauw, en ook ïrcflreept. Ee- 
ne nadere plan tkundis^e befc^»ry ving van 
dit bekent gewas , agte ik onnodig. 

De 



spinnen en TVeeven. 4^1 

De tweede js de Kapas Cojla^ mo- 
gelyk dus genaamc , aevvyl die foorc 
van Coromandely alhier, naar het Portu- 
gees, Cojïa geheeten , is overgebragt, 
hoe wel ZAïlks tot nog toe twyfela^tig 
is, dewyl het Genootfchap de zaaden 
van daar ,# op ons verzoek gezonden, 
en hier gekweekt, met de volgende der- 
de foort meer overeenkomftig heefc 
bevonden, waar om zulks nogmaals, 
met andere Zaaden , van daar ontbo- 
den, ilaac onderzogt te woorden. Üee» 
ze groeit aan een hGefter, 637 voe- 
ten hoog en levert |aarlyks uveemaa- 
len, eene zoo overvloedige hoe veel- 
heid vrugten , dat men de bladeren naau- 
lyks kan onderkennen. Zes maanden na- 
het zaaien , bloeit deeze plant en word 
d'eerfte maal geoopfl in het afgaan van 
het reeden fayzoen , de tweede maal 
een weinig-later. Niecregenftaande de- 
zelve met gerinee moeite kan worden 
voortgekweekt, en den arbeid rykelyk 
be'oont, vind men die no^tans alhier 
weinig, alzo het gewas te fcbaduwryk 
is-, omtuflchende padie te kunnen Haan 
en om deeze reeden een veld alleen be- 
geert* ' 

Ddd 3 De- 



422 Berigt omtnm het Katoen- 

Deze beide foortei\ zyn overjarig 
en de laacfte fchynt veel overeenkomft 
te hebben, mee dp Xylon Herbaceum te 
vinden by den Heer P. Fkrmin, in 
zyne belchryving van Suriname. 

Ds derde foort heet Kajias Goimong 
of Java word tefFens gezaait met de 
padie en i<ort na hut fnyden derzelve 
ingezamelt, wanneer ze, uitgebrekvan 
verdere coezigt , verdord. Hier van 
fpint men het gaarn, het welk aan de 
Ed. Maaifchappy gelevert en Jaar- 
lyks naar Europa verzonden wordt , 
maar dewyl dit foort kort en wreed is, 
is het gaarn zeer bros, en zoude veel 
•deugdfamer w^eezen , indien men de 
Kapas CoJIa hier toe wilde bezigen 
waar toe de Hooge Regeering nog on- 
langs moeite heeft gedaan , die dit jaar^ 
ra het ontfangen der ontboden Zaa- 
den, wederom herhaalt zal worden. 

De Javanen planten in de Bovenlan- 
den na by deze itad, w^einig Katoen, 
ook is die hier veel duurder, als inhec 
gebergte of op )ava, het welk de ree- 
den is, dat hier omtrent weinig weve-» 
ryen gevonden worden. 

Het 



^Spinnen en Weeven. 413 

Het Katoen Spinnen gaat ongemeen 
langiaam; men zuivert de b<)Ilen van 
de pitten , door twee londe ftokjes , 
ruim een hand breed lang, aan het ein- 
de met eene fchroef , in twee Styltjes 
zodanig vafl: gemaakt , dat ze zeer naauw 
op eikanderen fluiten: hier palTeert 
de Kapas bol, een of tweemalen door, 
word dan geploözen en vervolgens fyn 
gellagen , met een kleine boog , tot 
blaadjes gedrukt, in een gerolt en ge- 
fponnen met een klein rad, het welk 
met de hand werd omgeciraait. Dit werk 
gaat zo elendig traag voort, dat men, 
met alle vlyt, in een geheele maand, 
naaulyks epnpond, maar middelmatig 
fyn, vervaardigen kan. 

De Maatfchappy , houd den uitflui- 
tenden handel, in de befle zoorten van 
Kattoene gaarens op dit Eiland aan zig, 
en zo wel uit het Javaas Gouverne^ 
ment ^ als van Cherihon en ons Geberg- 
te, moeten de Regenten^ Jaarlyks te- 
gen eenen vaften prys, eene zekere 
bepaalde hoeveelheid leveren , die 
naar de inzameling van andere gewas- 
fen wor-d geregeld, Konde men nu den 
land-zaat overhaalen, een beter zoort 
Ddd 4 Kat- 



424 Berigt ontrent het Katoen- 

Kactoen te planten , en die , volgens 
de Europeaanfe manier te bereiden 
en te Spinnen , dan zoude hier door in al-, 
len opzigt, veel voordeel en gemak, 
worden te weeg gebragt. Eene zoda- 
nige verandering is ook volftrekt no- 
dig 9 zullen de Weveryen alhier , in 
eenen beteren ftaat gebragt, en yveri- 
ger voortgezet worden , zo al? terftont; 
zal blyken. 

Het gaarn, door eenejavaanfe weef- 
fter , tot de fcheering of ketting van 
^enig Lyvvaat gefchikt, word drie da- 
gen en nagten in fchoon water gelegt,^ 
en vervolgens getrokken door llylsei 
van ryft meel gemaakt , ten einde er 
fterkte en vaftigheidaan te geven; dan 
word dit getrokken over een vierkant 
raam , ruim zes voeten lang en drie 
breed, zoo dat telkens twee draaden, 
tuflchen ieder tand van het blad doorr 
loopeh, terwy] de Kam, die zeer klein, 
en naaulyks vier vingeren breed is, on- 
der het icheeren , door een gefladig 
ommeflaan van het gaarn , gevonit 
word. Zy kunnen niet wel meer dan 
8 of 10 ellen teFens fcheeren, om dat 
het raam niet grooter vallen kan, en 

hier 



spinnen en Weeven. 425 

hier toe werden ruim drie dagen voor 
twee Menfchen gevorderd. * 

De Ketting gereed zynde , word die 
op het getouw gebragt, hec welk be- 
Iteat, uit een dikke breede lat, waar 
over dezelve heenen loopc, én die door 
een ander kleiner lat, daarop paffende, 
word aan gedrukt. Het einde van de 
Ketting, word aan een bamboes of iets 
anders , teegen de Weefller over valt- 
gemaakt, zoo dat zy die, met een ftuk 
hout, een weinig uitgeholt en waarin 
2y op de grond neder zit, llyf moec 
houden. Zy weeten niets van omflaau 
of oprollen, maar laaten het geweeve- 
ne, door boven gemelde lat, geftadig 
doorfchieten, tot dat bet ftuk is afge- 
daan en hier toe, zo het 8 of 10 ellen 
lang een el breed en middelmatig fyn is, 
worden ten minden vier of vyf wee- 
ken gevorderd. 

De Ketting word na het ophaalen op 
het getouw , met ftyfsel geftreeken , 
en vervolgens gewreeven , eerft mee 
eenen platten boender van paarde haar, 
en dan- met de fchel van de Kalappa 
noot. liet blad is zeer fyn en heeft 

Ddd 5 op 



4a 6 Ecngt omtrent het Katoen^ 

op de lengte van ruim twee voet, ii 
a 1300 Kedjes, gemaakt van dunne 
bamboezen, maar zo zwak, dat ze het 
aanilaan niet kunnen verdragen , het 
welk daarom gelchied , met een lang 
platagtig huk hout en mede veel tyd 
verlec. üe Ichiet-fpoelis een dun Hok- 
je, gcitoken in een holle bamboes als een 
kookerenpafleert tamelyk vaardig door 
de kecting; het kruis word opgehou- 
den door twee dunne bamboesjes en 
het gehele werktuig is zo ligt en een- 
voudig, dat twee Vrouwen alles te fa- 
snén opneemeh en zonder moeite weg- 
draagen. 

Het weeven gefchied op dit Eiland en 
langs de geheele Maleidfe kuft, alleen 
door Vrouwen , agtende de Mannen 
zulks als eene voor hun al te lagQ be- 
zigheid , ook is het loon ongemeen ge- 
ring , kunnende naauwlyks , drie of 
vier fluivers in eene dag bedraagen : 
ook is deeze manier van weeven, ten 
hoogften fchadelyk aan de gezondheid 
dier arme lieden, alzo het zitten op de 
grond of op een plat van planken en 
bamboezen, met de beenen onder het 
werktuig uitgeftrekt, het onderlyf ge- 
wel- 



spinnen en Weeven. 4127 

weldig drukt, het welk mede veel lyd, 
door het onophoudelyk aanflaan van 
den inilag, zo dat deeze Menfchenvaii 
die werk veel ongemak hebben , dik- 
wils teering- ag tig worden , en doorgaans 
'er niet voordelig uitzien. 

Het Ly waat het welk door hun ver- 
vaardigd word , is zeer llerk , gelyk 
en fraay , en beftaatmeefl: in een blaauw 
of rood bont geftreept, tot Sarongs en 
Kleedjes, de algemeene dragt der Oos- 
terlingen om hun Lyf , het zy ter om- 
gording of bedekking. Men vind 
'er zo fyne foorten , dat een enkel 
ftuk niet langer dan zes of agt ellen, 
voor agt of tien Ryxdaalders verkogt 
word en het welk grover is , naar 
evenreedigheid. 

Veel beeter, maar nogtans ver be- 
needen de konft der Europeanen, is 
de manier van weven by de Chineezen. 

Deeze flaan het gaarn , gefchikt tot de 
scheering , zonder enige voorbereiding, 
om een kleine hafpel , waar in twee pen- 
nen kruiflings zyn vaftgemaakt, en die 
de maat houd van een wiel, waar op de 
llreng gelegt wordt. 

Van ' dit wiel word de flreng 
op de fcheerfpoel gewonden, door 

een' 



4^8 Berigt omtrent het Katoen^ 

een klein rad , met vier tanden 
of liever klolFen, waar ora een kooit 
loopt , die een kJeine draaier daar 
boven flaande, doed beweegen. Aan 
d^eze draaier is de fcheerfpoel, (be- 
ftaande uit een hdute fchyf , van ruim 
een fpan middellyns , doorftooken met 
een holle bamboes,) vadgemaakc. Zoo 
veele fcheerfpoelen als men nodig agt 
omwonden zynde, worden dezelve op 
de grond geplaaft, onder een lat of ge- 
fpleeten bamboesje , ruftende op twee 
houte voeten , doorftooken met agt , 
tien zoo of veële gaatjes als men begeert. 
Door ieder deezer gaatjes loopt de draad 
van eene fcheerfpoel eri deeze met eU 
kander verenigt zynde, worden geüa- 
gen om 12 pennen, geftooken in tv;ee 
dwarshouten , die tegen elkander over 
weerden geplaaft , op zoo veel afftand 
als' men goed vind, doorgaans to of 12 
voet, wordende het einde vaftgemaakt 
in twee andere pennen of bamboezen , 
ftaande op een houte voet, om dewel- 
ke het kruis geflagen word , zodanig 
als dit in Europa gebruikelyk is. Het 
fcheeren gj'eindigd zynde , word de ket- 
ting draad voor draad, door de kam en 
het blad heen getrokken en op den stoel 
gebragt. 

Dit 



spinnen en Weeven. 429 

Dit is een werktuig, lang byna ze- 
ven en hoog drie voeten , mee twee 
dilcke zy Hukken , waar in ter weder 
zyde drie latten fteeken , op dewelke 
twee bainboezen ruften , over wiers 
eene het -kruis geüagen word , ftrek* 
kende de andere om de ketting uit te 
houden. Onder en boven is een Rol 9 
waar aan twee treeden hangen. Het 
blad is gelyk dat der Javanen zeer zwak 
en onbekwaam om aan te flaan , het 
welk gefchied met de fchiet-fpoel, die 
wel drie voeten lang, ruim een hand 
breed, en zo het n?y voorkomt, tot 
het oogmerk zeer ongefchikt is. De kam 
is iets grooter als de Javaanfe, maar 
doed de ketting veel lyden; alzo beide 
de treeden aan dezelve hangen , en dus 
de fcheering geftadig optrekken, waar 
door dezelve dikwi Is komt te breeken. 

Het gemis van een bekwaam Plaat- 
fnyder, het welk mede onder de veel- 
vuldige hinderpalen behoort , waar door 
de nuttige oogmerken van hetGenoot- 
fcKap zeer worden tegen gehouden, be* 
letmy de afbeelding deezer werktuigen 
hier by te voegen, die zekerlyk, veel 
gemakkelyker door de Figuur, dan door 

de 



43 o Berlgt omtrent btt Katoen- 

de befchryving kunnen worden uitge- 
drukt. Men kan egter uit het boven- , 
gemelde genoegzaam zien, hoe onvol- 
maakt deeze beide manieren zyn, en 
of fchoon de Chineezen zeeker veel 
vaardiger arbeiden dan de Javanen , en 
op hun werktuig zoo veel lengte kun- 
nen maken als zy begeeren, is de 
gaauwfte onder hun nogtansniet in ilaat 
een derde af te doen , van het geen een 
Europeaan kan vervaerdigen. 

Dewyl de befchryving door du HaU 
de-i de befte die men zoo verre my be- 
wuft is, vafi dat uicgeftreRteKeizerryk 
tot nog toe bezit, weinig ligt geeft om- 
trent de weevereien dier Natie, heb ik 
een getouw doen maaken zodanig als 
men aldaar gebruikt en het welk byden 
uitkomft bleek , weinig overeenkomft 
te hebben, met de afbeelding die men 
vind in het tvvede Deel van dat Werk, 
p, 247. Dit heeft my zeer veel moeite 
gekort, alzo er onder het groot getal 
Chineezen,die alhier gezeetenzyn, maar 
eenige weinige worden gevonden, die 
hetweeven in hun Vaderland geleerc 
hebben, wordende dit meeft altoos ver- 
rigt door vrouwen; ook was hier nog 
. nooit 



spinnen en JVeeven. 431 

rooit een diergelyk Werktuig te faam 
geftelt, dewyl de Chineezen alhier in 
het geheel niet vveeven en het wei- 
nige Lywaac het welk zy laten aan- 
maken, word ook vervaardig door de 
Vrouwen, die, hec geen zeldzaam is, 
de lang dradige manier der Javanen 
volgen. 

Door de gundigie byfland egter van 
onzen heer Prajident Radermacber , 
die by de hoofclen dier Natie, gelyk 
ook by alle andere Inlanders in hooge ag- 
ting ftaat, is het my gelukt, myne 
nieuwsgierigheid ook in deezen te vol- 
doen. Ik kreeg een kundig Weev.er 
die het werktuig naar zyn order het 
maken, en ook daar meede in myn 
thuin gearbeid heeft, maar met geene 
goede uitkomfl , alzo de ketting zeer 
dikwils brak, het welk door den V/ee- 
Ver aan de ruwheid van den toeftel 
wierd toegefchreeven, maar naar myn 
begrip even zo veel , door de boven- 
genoemde onvolmaaktheden, veroor- 
zaakt is. 

Ten einde myn begeeren in dit op- 
figt voljcoomen werde genoeg gedaan , 
heeft het Genootfchap met de onlangs 

ver* 



43 a Berigt omtrent het Katoen- 

vercrokken Jonken, een werktuig met 
een kactoen weever ontbooden van Ay- 
tntiy-f ook is een zodanig oncbod reets 
geichied van de kuft Coromandel zoo 
dat ik hoop het volgende Jaar, by ei- 
gen ondervinding naauwkeuriger te kun- 
nen tooncn , in hoe ver de Europe. 
aanfe manier van weeven, boven dee- 
ze beiden der beroemde Aziaanen te 
verhefFen zy. Immers leveren deeze 
twee Ryken aan ons wereld deel Jaar*. 
lyks een groot getal , zo Kattoene als 
zyde Stoffen 9 die federt lange onge- 
meen getrokken zyn en een voornaam 
gedeelte uitmaken van den handel. 

Ongereekent die zoorten , dewelke 
de Maatlchappy, by uitfluiting, voor 
haar behoud; kunnen er no^ veelen , met 
groot profyt voor deeze Volkplanting , 
alhier werden aangemaakt , waar van 
ik, maar tot een enkel bewys, het dik* 
wils genoemde Nankin^s of China's 
linnnen aan zal balen. Hier van wer- 
den Jaarlyks meer dan 40*000 ftukken^ 
yan allerlei breedtens, door de Jonken 
aani^evoert , die gedeeltelyk ftrekken 
tot klceding der gemene Chineezen ^ 
Inlanders en Europeanen , en gedeel- 
te 



spinnen en fFeeven. 433 

telvknaar lava en elders, weeder wor- 
den üicjievoerc. Deeze 40*000 (tukken 
mogen veilig op 50'coo Rds. uickoops 
waarde berekent werden, die onze in- 
gezeetenen geheel genieten kunnen, in- 
dien zy wiiien vlytig zyn en goede aan- 
wyzingen volgen. 

Ten einde hun hier in , een nuttig 
voorbeeld met nadruk voor te 1 lellen, 
heeft het Genootfchap zig niet alleen 
vergenoegt, by het opgeeven der vra- 
gen in het eerde Programma Pa^. 17 
& 18 , de verbetering van het Spinnen 
enWeeven in het oog te houden, maar 
ook een Europeaans vveef-getouw doen 
vervaerdigen, waar meede eerft daags 
zodanige proeven , als men hier hec 
uitvoerlykfr ennuttigft agc, zullen wer- 
den genomen. 

Deeze onderneiin'ng is nogtans de 
eerfte niet van dien aart, alzo de Eer- 
waerde Heer ^ohannes Adrianus Was- 
muth , ruftend Leeraar der Hervormde 
Gemeente, op zyn Landgoed, na by 
de Veldfchans Tangerang aan de rivier 
Tfi-danie omtrent vyf uuren w^eftwaards 
van de itad geleegen , terftont na de 

E e e uit- 



434 ^^^'^ö" omtrent het Katoen- 

uitgave van het boven genoemde Prot 
giamma, een zodanig vveefgecouw heelt 
doen maken , en , na veele ongemak- 
ken en verhinderingen , den aart van 
dit Land, by alle nieuwe ondernemin- 
gen byzonder eigen, het eindelyk ook 
zo verre gebragt heeft, dat nu aldaar 
een tamelyk fyn en zeer deugdlaamLy- 
waat , word gevveeven. Dien Heer 
heeft hier van aan Dirigeerende Lee- 
den een monfter aangeboden , verzelt 
van een berigt , waar in de hinderpa- 
len, aan dewelke de manier van we- 
ven , naar de trant der Europeaanen m 
deeze warme lugtftreek onderworpen 
is, duidehrk zyn aangetoont, en waar 
omtrent door' het Genootfchap , ter 
meerdere aanmoediging van anderen , 
zo veel mogelyk is, zal werden voorzien. 

Veel ligt zal dit begin, door eene ge- 
lukkige uitflag agtervolgt , aanleiding 
tot andere ondernemingen bezorgen , 
v/ant onder de waaren dewelke de Chi- 
ncezen hier Jaaiiyks aanvoeren , zyn 
veele, welkers bearbeiding, met hoop 
van vrugt te wa|[^en is. Tot allerlei grof 
aarde werk , fchryf. Offeren gecou- 
leurd Papier , Zonne fchermen enz 9 

zyn 



spinnen en Weevm. 435 

zyn de eerfte stoffen in overvloed voor 
handen. De heeller dewelke de Caf- 
ftmba verw voortbrengt , in Gtiiana en 
de Americaanfe Eilanden 5 bekent on- 
der de naam van Rocou^ Anoto of Or- 
liaan ^ (*} groeit alhier byna in het 
wilde , om nu van zo veele andere zaken , 
als ons Jaarlyks geftadig worden toege- 
voert, en die wy zelf bezitten konden, 
niet eens te fpreeken. Dat het ons hier 
toe aan geene wakkere Landbouwers en 
vermogende ondernemers hapert, is dui- 
delyk genoeg beweezen. Behalven den 
Heer Wasmuth zo even genoemd, zyn 
de pogingen van de Heeren Jan An- 
dries. Duurkoop , David du Fau de La 
Longue , en meer andere regte voor- 
Itanders dezer Volkplanting, te weibe- 
kent , om hier van iets meer te zéggen. 

De gebiedende magt in Nederland , 
heeft het aanleggen van Fabriquen, in 
en naar by deeze ftad, op het voorftel 
van den fchranderen en flaatkundigen 
Opper-Land voogd van Imhoff^^ reets 
voor veele Jaaren , op allerlei v/yzeu 

Eee 2 trag- 



(♦) J, J. Hartsikck Befchryving van Gmana. I. d. 

p 85. 



436 Berigt omtrent het Katoen- 

tragten aan te moedigen. Deszelfs op* 
volger in het Hoofd bedier den beroem- 
den MoJJel^ heeft insgelyks het zyne hier 
toe bygedraagen , maar het fchynt dac 
den te famenloop veeier omftandighee- 
den , toen nog niet gunltig genoeg ge- 
weefl is , deeze nuttige oogmerken te 
.doen flagen. De Landbouw, door zul- 
ke vermogende befchermers aan de gang 
gebragt, heeft onder het veel jarig be- 
flier , van den Opperland -V^oogt van 
der Parra, eerfl die vaftigheid en dat 
aanzien alhier verkreegen , dat men 
tans , met hoop van eene goede uitdag, 
veel tefFens mag waagen. 

En wat mag een land niet hoopen aan 
het welke de natuur zulke voortreffely* 
ke gaven gefchonken heeft, als er op 
dit gezegend Java , de koorn fchuur' 
der geheele Oofl , gevonden worden: 
wanneer den Yver van deszelfs ingeze- 
tenen, met de aanmoedigende befcher- 
ming eener wyze Overigheid vereert , 
in gewenfchte vryheid. Landbouw en 
Konden kweeken kan. 

Hebben traagheid , onkunde en eigen- 
zinnigheid, ons tot nog toe, onder een 
fchadelyk tribut, aan een vernuftig en 
werkzaam volk gehouden, zo is het on- 
ze 



spinnen en WeeveH. Ai7 

ze pligt 5 door verdubbelde pogingeii 
en het verzaken , aller fchadelyke ge- 
woontens te toonen, dat wy, na het 
vooi^beeld onzer landfgenoten in ande- 
re geweften, voor ofize uitmuntende 
voorregten, niet ongevoelig zyn; dat 
wy het loiFelyk voetfpoor, onzer wak- 
kere voorvaderen willen volgen, ja dat 
wy niet alleen de overwinnaars en wet- 
gevers maar ook deweldoenders vandit 
Eiland zyn» 

Dit alles en nog veel me^r , Haat 
waarlyk in ons vermogenden niets ?al 
my zo zeer vergenoegen, dan naar het 
loiFelyk oogmerk onzer ftirting, ook 
het myne , fchoon gering hier toe te 
hebben by gedragen. 




Eee 3 Hié- 



438 

HISTORISHCE OPHELDERING 

EN 

VERDEDIGING 

VAN 

I. Chron. XXII. vs. 14. 

TEGEN DE 

ZWAARIGHEDEN 

VAN DEN HEER 

DtVOLTAIRE; 

DOOR 

Mr. W. VAN HOGENDORP. 

Ziet daar , ik hebbe , in myne verdruk- 
kinge. voor het Huis ^^^ He eren 
bereid honderd duizend talenten gouds 
en duizend maal duizend talent en ziU 
vers^ en des kopers -> en des yzers is 
geen gewigte >, want het is er in me" 
nigte: ^c. I. Cferon. XXII. vs. 14. 

De HeGr Voltaire heeft goedge- 
gevonden, in verfcheidene plaat- 
zen van zyne Werken , in twyffel te 
trekken de echtheid der groote fom- 
mengelds, die David zoude gehad, 

en 



En Verdediging* 439 

én aan zynenZoone Salomo nage- 
laaten hebben. En om dit, met des te 
meer fchyn van billykheid, te doen, 
heeft hy dezelven gefchat in zyne (d^) 
Melanges op vyfentwintig duizend f^s 
honderd acht en veertig milhoenen ( b^ 
franfche GuMens; en in zyn DiBion^ 
naire Phllofophique , art» Salomo , op 
omtrent twintig duizend millioenen; 
er teffens byvoegende^ dat deeze uit- 
rekening de gemaacigdfte was. ^ 

De Abt Guenee , Schry ver der J^ood- 
fche brieven^ in welken de Heer Voltairey 
byna op alle bladzyden, van onnauw- 
keurigheid, of partydigheid overtuigd 
wordt, merkt reeds ^ in eene noot, aan, 
dat Dom Calmet deeze liom op niet meer 
dan twaalf duizend millioenen heeft 
begroot : en , wanneer men de Engel- 
fche Godgeleerden , Patrick , Polus en 
PFelsj over het zi^^ Kap. van het eer- 
fle boek der Chronyken opflaat, zal 
men zich naar verfcheidene schryvers 
zien henen wyzen, die nog veel laa- 

Eee 4 ge- 



(a) In T^yne Werken in 4to, te Genez-e^ anno 1771. 
gedrukt, i^ dit te vinden in het tweede Deel van 
iyne Melanges pag. 287. 

(b) Eene Franfche Gulden is omtrent tien Hol- 
landfche Stuivers. 



440 Hijïorifche Opheldering 

gere uitrekeningen hebben gemaakt; 
en men zal zich moeten verwonderen , 
hoe de Heer Foltaire de zyne voor 
eene der gemaatigdilen heelt durven 
opgeeven. 

De geleerde Hermannm JFitsius , die 
over djezeuicrekeningen ookgelchree- 
ven beeft, Qc) bepaalt zich, op na- 
^ volging van anderen , aan de begroo- 

ting van twintig duizend vyf honderd 
en achtien tonnen gouds, teweeten, 
Hollandfche Guldens, 

Ik heb even zoo veel recht, om mv 
te houden aan deezc gemaatigder uit- 
rekening van PFitsius^ als de Heer VoU 
taire aan de zyne : om dat volgens de 
Hebreeuwfche ïaalkenners geen Ge- 
leerde in Haat is , met zekerheid te be- 
paalen, van wat talerten de Heilige 
Gefchiedfchryver hier fpreekt; Ja zelfs 
of het Hebreeuwfche woord, Kikkar, 
< hier wel eens door een talent moet wor- 

den overgezet; en of het niet veel eer 
eene klomp oï plaat betekent, wyl het. 

Ex. 



(c) Vide Herm:\nn. Wits, Tom. II. Exercit. X» 



En Verdediging 441 

Exod. XXIX, V. 23. L Sara. II. 36,611 
Zach, V. 7. voor eene bolle , eQu/ïukt 
eene plaat gebezigd wordt. 

Ik denke zelfs, dat ik meer recht 
heb , om my aan deeze maatige uitre- 
kening te bepaalen; om dat men, in 
zaaken van dien aart, het allerwaar- 
fchynlykfle kiezen moet. En vermits 
de. Heev . Foltaire zyne begrooting 
voor onwaarfchynlyk houdt, zoo is het 
immers zeer natuurlyk, dat ik den 
voorrang geeve aan die van Wttsius, 

Dan , het geen my zeer heeft ver- 
vi^onderd, is, dat de Heer Gf/^/^^'^ dee- 
ze plaats der Heihge Schrift zoo flauw 
verdedigt; ennaar't fchynt, de groot- 
te der Somme, aldaar uitgedrukt , liefll 
aan eenen mifflag van den Copijlssiil heb- 
ben toegefchreeven ; daar hy zoo vee- 
Ie redenen, ten voordeele van eene goe- 
de uitlegginge, hadt kunnen bybren- 
gen. Men moet , naar myn gedachten , 
het hulpmiddel van de misflagen der 
Uitfchry veren van de Heilige bladeren, 
niet dan in de uiterfle noodzaaklykheid 
aanvoefen; en ik kan niet zien, dat 
hier de nood zoo fterk dringt. 

Eee 5 Want, 



44* Hijïorifcbe OpheldeHng 

Want , waarom zoude het niet mo- 
gelyk geweeft zyn , dac David deeze 
grooce fomme, zoo als dezelve door 
Witsius berekend wordt , aan Salomo 
zoude hebben nagelaaten? Kennen wy 
genoeg de omftandigheden van het 
JoodfcheLand, van de nabuurige Lan- 
den, ja van de geheele Waereld, ten 
tyde van David ^ om , over deeze zaak , 
het vonnis van onmogelykheid^ vol* 
mondig uit te fpreeken? 

I. De jPi&emV/Vr^ woonden op de aan- 
grenzende zeékuften van het Joodfche 
Land, en waren een handeldryvend 
volk, dat de bloeiendfte zeehavens, 
als Tyriis , Si don , Tortofa , Aradus , 
Trypolis en meer anderen hadt. Dus 
waren de meefte fchatten in hunne 
handen ; en men kan opmaaken uit de 
vereering van honderd en twintig talen- 
ten gouds, die de Koning van Tyrus, 
aan Salomo [ d) gaf, hoe menigvuldig 
het goud in dientyd moet geweeftzyn. 
Is het niet zeer waarfchynlyk , dat deeze 
rykdommen eenen grooten invloed heb- 
ben gehad op de nabuurige Landen, 

en 

W I. Kon. IX. 14, 



En Verdedtging. 443 

en vooral op het Joodfche Land, (e) 
uit het welk de Pheniciers hunnen voor- 
raad van koorn^ en andere behoeftens 
haalden ? 

IL De Philiftynen lagen niet minder 
voordeelig tot den Koophandel, dan de 
Pheniciers y en waren, zoo wel als dee- 
zen,voor zeehandelaaren bekend. Ga* 
za lag niet verre van Zee , en Ascalon 
was eene zeer voortrefFelyke zeeha- 
ve. Waarom zouden zy niet, zoo 
wel als de Phenici^s^ gvoote rykdom- 
men, uit verre over zee liggende Lan- 
den, hebben kunnen magtig worden , en 

by 

^— ^■»— i^^— 1— ^^■■»— — ^'*^— ^'^ ' "'■^^•^^i*— ~— — "^^ ■ 

(e) Dat de Pheniciers niet inftaat waren hunne In- 

fezctenen te voeden uit de vruchten van hun eigen 
.and, en dair toe het Joodfche noodig hadden; blykt 
uit het gcfchcnk van twintig duizend maaten koorn » 
en even zoo veelc maaten oly , die Salomo 's jaarlyks 
aan Hyram , Koning van Tyrus zond , na dat deeze 
VorftHem daarom als om eene hoognoodige zaak hadc 
verzocht, gelyk men zien kan uit zyncn brief aan Sa- 
lomo» die by Jofephus te vinden is, en waar in hy, 
voltjen^ de Latynfche vertaaling, zegt : Tuque fac cures 
ut pro hts frumentum nohis fuppeditetur , q^ua re nobls 
êpus e(i utpote Insulam habitantibm. vide Jofep. lih* 
rjll. Cap. 1. 

Het blykt' ook ui: het geen wy in de Handel: der 
Apollelen , Kap. XII, vinden aangetekend , naamlyk , 
dat de Tyriers en de Sidoniers, hoorende, dat Hcro- 
des in den zin hadde trgen hen te krvgen , tot Hem op- 
kwamen, om den vrede te vetrïoeken,nademaal /&«» 
tand gefpyzlgd wicrdt uit des Konings Land, 



444 Hijlorifche Opheldering 

by écn verzamelen ? Deeze Phu 
lijlynen heeft David allen (ƒ) over- 
wonnen. Wie zal ons zeggen , waton- 
noemelyke schatten tfy uit derzelver 
(g) fteden geligt hebbe ? 

III. De Edomiten , een Arabifch volk, 
zyn ook door David te Qi) onderge- 
bragt. Deezen hadden Zeehavens aan 
de Arabifche Golve, als Ezeon-Geber j 
van welke Salomo zich naderhand, met 
zoo veel voordeel, bediende, dat Hy 
zyne fchepen , welken van daar op (j) 

Op- 



(ƒ) 1 Sam. VUL 



(g) Niets is waarfchynlykcr, dan dat de Philijtyne» 
vettrouwende op de fterkie van hunne binnenlandkhc 
Steden, hunne grootfte fchatten, op de aankomft van 
den "vvand, in dezelven zullen geborgen hebb-n ; gc- 
lyk al ooMn diergdyke tyden gefchiedt Asdod, of 
Jfa:ö/)& wierdt gehouden voor onoverwinnelyk ; Hero' 
dotus verha. It , dat Pfatnmitticus , Koning van Eg'jpte , 
dieltad, negen-en twiiitig jaare't lang , heeft moeten 
belegeren , eeir hy dezelve kon bemachtigen, vide He- 
rod. L II. C. CLVII. 

(b) 1 Sam. VÏII. 

(i) Het is niet te bepaalcn, in welk gedeelte der 
Waereld dft Ophir gelegen zy geweeft. De Geleerden 
hebben het geiocht in Amerika , in Afrika , en in 

AilAf 



En Verdediging. 445 

Ophir voeren, niet vier honderd en 
twintig talenten gouds terug {k) kreeg. 
Wie weet, of de Edomiten zich niet 
reeds in vroegere tyden van dat zelfde 
voordeel bediend, en ontzaglyke ryk- 
dommen by één vergaderd hebben, en 

Of 



Afia. Niets komt my cnwaarfchynlyker voor dan het 
gevoelen van die het zelve in Amerika hebben ge- 
piaatlt. Die het hebben aangezien voor het jegens- 
woordige Sofala , op de Zuid Ooft Kuft van Atnka, 
hebben voor zich meer redenen van waarfchynlykhcid: 
want uit de Heilige fchryvers blykt klaar, i. dat Ophir 
cene Zee-have moet zyn geweell; 2. dat men 'er gc- 
jnakkelyk langs de kuften heeft moeren kunnen ko- 
men; en 3. dat 'er het goud in grooten overvloed 
was. Dit alles komt wel overeen met het hedendaaglchc 
Sofala y alwaar, zelfs nu nog, na zoo veel g^aavens, 
de goud-mynen niet zyn uitgeput, en het welk aaa 
den oever der Zee ligt, w^rwaards men van Ezcon- 
Geber, langs de Kuüen van Afrika, gem kkelyk kon 
komen. 

Veelc andere Geleerden , wiarcndcr ook Groüut 
geweeft is, hebben het gezocht in '^iia: maar zyn het 
niet eens geweeft , omtrent deszelf-i ligginge in dat 
Waereld-deel Zommigen denken, dat het Ormns gC" 
weeft zy ; anderen Fegu , MaUcca , Sumatra ; ande- 
ren wederom , (en dit is het gevoelen van Bochartf 
vide Bocharti Phaleg Lib 11. Cap. 27, het oude Ta- 
probana,dr.t thans hec Eiland Ceilonis. Ik zoude hier nog 
menigvuldige gevoelens van anderen kunnen by brengen; 
maar ik wil üever my nen Leezer wyzen naar het uitmun- 
tende werk van den Geleerden Heerc Chais ,in hetfesde 
Deel van zyne uitlegging van den By bel , alwaar men in 
ccne noot, op de 133. bladzyde van het ecrfte Boek 
der Koningen, de gevoelens van alle de Gdecrden 
^ver Ophir by cén verzameld vinden kan. 

{k) I Kon. IX. 18. 



446 Hijlorifche Opheldering 

of dezelven niet allen in de handen 
van Davidy ten tydederoverwinninge, 
gevallen zyn? 

IV, Niemand kan bepaalen , tot hoe 
verre die Edomiten in Arabië woonden; 
en dus ook niet, hoe diep landwaards 
in David zyne overwinningen hebbe 
uitgebreid, in die oud-tyds zoo goud- 
ryke (/) Geweften, waaruit de Qn} 
Koninginne van Scheba opkomende , aan 
Salomo honderd en twintig talenten 

gouds 



(/) Dat dit Land rccc^s in de allcrvroegfle tyden 
overvloed van Goud, Zilver , edele Geflcemens enz, 
moet gdiad hcoben , blykt klaar uit het acht-en-twin- 
tigfte kap. van het bo-.k van Job, en lüt verfcheide» 
jie nndere pkatzen van dien fchryver 

{m) Eenigen willen, datdeere Koninginne van 5c^e- 
hay uit Ethiopië, dat in Afrika ligt, zoude zyn af- 
gekomen: maar de meeden zyn van gedachten, dat 
%Y uit het zuidelykfte gedeelte van het gelukkig Ara^ 
hïé kwam. 

Deeze laatfte flelling is verre de aanncemclykfte, om 
dat de gefchenken, die deeze Vorftin aan Salomo bragt, 
allen in grcoten overvloed, in Arabië gevon ^en wor- 
den; en daar en tegen, in 't geheel niet, of ten mln- 
fien zeer fchaars in Ethiopië zyn. Die dit gevoelen 
overtuigend wil verhandeld zien , leeze Bochart in zy- 
nen Phaleg, lib. ii C. 16., alwaar hy de ftelling van 
ycftphus , dat deeze Koninginne de Nicaulis van Egyp- 
te zoude geweeft zyn , ook grondig wederlegt. Voor 
het oveiige wyzc ik myne Leezers wederom naar den 
Beere Chais ; Pclus , Pdtrick en JVels; en de Schry- 
fers der .ilgemeene Hiftorie ; waa.m zy genoegzaa- 
me floffe» ter voldoening^ van hunnen Trcetlull zuUex 
^riiideiii 



En Verdediging. 447 

gouds tot een gefchenk (jf) bragt , en 
wat fchattenHy aldaar by verfcheidene 
Vorften veroverd hebbe. 

V. Wie kan weeten , of de Arabïérs 
niet reeds voor Davids tyd, gelyk zy 
naderhand gedaan hebben, de jdrabi^ 
fche zee zyn overgeftooken naar ylfri^ 
ka? Hoe verre zy zyn doorgedrongen 
tot die binnenlandfche Geweften , waar 
even zoo ryke (0) goudmynen zyn, 
dan in de nieuwe Waereld? Wat schat- 
ten deeze Volken van daar hebben ge^ 
haald? en hoe veelen derzelven David 
ten proóie geworden zyn ? Boven dien, 
wierdt de Koophandel van het Ooften 
naar het Weften, door Ae Arabifche 
Golve, op Egypte henen en weder ge- 
dreeven; en hoe veele rykdommen 
moefldit niet, natuurlyker wyze^aan 
Arahïè geeven? 

VL 



(n^ I Kon. X. to. 

(^) De Heer Salmomcgt in z.ynen tegenwoordigen 
Paat van Afrika : V ad.vde 6ixvnn h;tX. Ho^fd'.uk; 
dar er te Mozambique zoo men van^eenige Schry^ers 
vindt a ingetekend , een maand Reizens van de Kufi 
nauwlyks ander vaatwerk en keuken- gereedfch ar pen ^ 
dan van gtfud , gebruikt wordt. Schoon my deczv cp- 
gaave wat overmiatig voorkomt, roonr xy echter aan» 
dat er een overvloed vau dat metaal moet zyn. 



448 Hifforifche Opheldering 

VI. David heeft zyne overvvinnin- 
gen niet alleen uitgebreid naar hecZui 
den van Caumn; maar ook ten Noor- 
den, naar i^yrïé^ en ten üollen naar 
het Land van verfcheidene Volken tot 
aan cien Phrat of (^) Euphraat. Wie 
zal bepaalen, hoe veele schaiten Hy 
by die Oofterfche Koningen gevonden 
hebbe? Daar men weet, dat het by de 
Oofterfche V^orften reeds oudiyds de 
gewoonte was , dezelven op te ftape- 
len, gelyk nog gefchiedt by die van 
Perfiëj Indojlan^ China en Japan. Is 
het zoo onwaarfchynlyk, dat alle dee- 
ze by één verzamelde rykdommen door 
David veroverd zyn ? hoe veele voor- 
beelden heeft men van diergelyke ver- 
overingen niet in de ongevvyde ge- 
fchiedenifTen ? Men leeze (lechts de 
Hiftorie der Krygstochten van Alexan- 
der den Groocen, en men zal er van 
overtuigd zyn. 

VII. Zal iemand durven vaftftellen , 
dat er in alle deeze overwonnene Lan- 
den geene ryke Goudmynen zyn ge- 
weeft , 



ip;^ 1. Sam, VIII. 6-18. XII. 16-30, 



£ft Verdciigingo 449 

weeft j die thans zyn uitgeput > en in 
vergeetenheid geraakt; geiyk in ande- 
re Landen is gebeurd? 

VIII. Hoe veele zaaken komen er 
niet vóór, in de Gefchiedeniffen , wel- 
ken onmogelyk zouden fchynen; by 
aidien zekere omftandigheden, die het 
noodige licht geeven, daarbyverzwee- 
gen waren ? Laat ik hier eens voorbeel- 
den mogen bybrengen , uit de werken 
van den Heer Voltairc zelven. i .) Zou- 
de hy wel geloofd hebben, het geen 
hy, in navolging van P//m«5, gezegd 
heeft; dat de Romeinen, oudtyds,uit 
Spanjeft', in den tyd van negen jaaren j 
agt duizend marken gouds , en omtrent 
vier lüaal honderd duizend marken zil- 
vers, getrokken hebben^ indien hy er 
te gelyk , door de Gefchiedeniflen , niel 
by geweeten hadt^ dat er in dat Land zul- 
ke ryke Goud-en Zilver-mynen zyn ge- 
weeft, als die vanA/i?x/Vden Peru? Qq) 
1.) Zal de Nakomelingfchap wel ge- 
loof flaan aan zyn zeggen ^ dat de onlus- 
ten , in Nederland en in Vrankryk, meer 

Fff dan 



(^) Zie het üvént Propos vaii zyn Ejfai Jur ï Hifieh 
fi générale &^. 



450 Hiflorifcbe Opheldering 

dan drie duizend miliioenen LivreSj 
dat IS tulTchen de veertien en vyftien 
honderd miliioenen hioiiandlche Gul-: 
dens, aan Phiiippus den tweeden (r) 
gekoll heboen, indien tot haare ken- 
niffe niet zal komen , dat de onnoeme- 
lyke fchatten, welken die Vorft uit 
Amerika trok, hem daartoe hebben in 
ftaatgeiteld? 3.J Zal het niet onge-« 
looflyk aan onze Nazaaten voorkomen, 
alszy, over eenige Eeuwen, zullen 
leezen, dat er in de zeventiende en 
agt^ende Eeuw, een zoo flerke han- 
del op Spanje was, dat de Engelichen, 
Franfchen , en Hollanders 's jaarlyks, 
derv\ aards , voor vyftig miliioenen 
koopwaaren zonden; indien zy niet, 
te gelyk, onderricht word n, dacSpan- 
je, byna geheel Amerika bezittende, 
die Koopwaaren van de andere volken 
derwaards zondt, met dezelven handel 
dreef, en, tot betaalme van de ge- 
maakte fC'uiM, het noodige goud uit 
Mexico. Peru en Chili (5) ontving? 
Eveneens kan het gelleld zyn geweefl 

met 



ir) 7.ic zyn Ejfai ^ur Vuijloirt Générale ts'c. Ckdp, 
CXXII. 
(s) ibid, Ch. CXXII en CXXXVIL 



£n Verdediging, 451 

met het JoodfcheLand^ten tyde van Da^ 
vid. By aldiendeHeer^ö///?/rehetnoo- 
dige licht hadde gehad, omtrent de om- 
ftandigheden van dien Vorft 5 van zyn 
Land, van de overwonnene Landen en 
Volken ;hy zoude miffchien de by één- 
verzameling der bewufte Somme met 
onmogelyk hebben geacht. 

En dus is het gefield met zyne gan- 
fche beoordeeling van het Joodfche 
Volk, dat hy in alle zyne schriften ^ 
daar het maar eenigzins te pas kwam^ 
zo kleen en verachtlyk heeft zoeken^ 
aftefchilderen , als in zyn vermogen is 
geweefl:. Maar hebben wy niet alle 
redenen, om uit de Gefchiedfchryvereil 
vaft te ftellen , dat het zelve in oude ty- 
den van meerder aanzien en magt ,, dan 
hy voorgegeeven heeft , in het ÖoHen 
geweefl: zy? Blykt het zelfs niet uit 
laatere tyden? men herinnere zich 
flechts , wat moeite het aan de Romei- 
nen, wanneer dit volk reeds, door 
binnenlandfche twifl:en en beroer- 
tens , tot eenen vervallen fl:aat geko- 
men w^as , gekofl: hebbe , om het zel- 
ve onder te brengen. Wat Heirlegers 
^y derwaards hebben laaten afzakken. 

F f f 2 Hoe 



45 a Hijforifche Opheldering 

Hoe de Keizer Vespafiamis zyn eigen 
Zoon, den Opvolger van zynen Throon, 
daar henen heeft moecen zenden, om 
eenen Oorlog ten einde te brengen, 
dien Hy in Perfoon tegen het zelve ge- 
voerd hadt, en het zich, na de vol- 
komene overwinning , tot eene Eere ge- 
rekend beeft, metDenzelven over dat 
Volk, re Rome, eenen Zegepraal te 
houden! Men voege hier by, wat nieu- 
we beroertens, datondergebragte, en, 
zoo men meende , byna uitgeroeide 
Volk, omtrent feftig jaaren, na dien 
tyd, aan de Romeinen , in datzelfde 
JL^nd, onder de Regeering van Keizer 
Adrianus , aangevoerd door hunnen val- 
fchen Mesfias , Barcochébas , gemaakt 
heeft. WatKryeslegers men noodig 
heeft gehad, om hetzelve op nieuws te 
overmeefteren. In wat menigte zy nog 
moeten geweefl: zyn, vermits er indien 
kryg over de 580000. gedood wierden, 
behalven die geenen , die door honger, 
ziekte, en armoede (^) omkwamen, 
en die fchandelyk verkocht wierden. 
Is dit Volk, in deszelfs allerlaagften 

toe- 



(ƒ) Zie U Pen P*xrp3, antiq. destems. 



En Verdediging. 453 

toeftand nog zoo ontzaglyk» en zoo 
tairyk geweell; wat moet men dan niet 
denken, dat het geweell zy in zynen 
allerbloeiendften ftaat? Of heeft de 
Heer Voltaire van den zelven geoor- 
deeld, uit de jegenswoordige omitan- 
digheden van het Joodfche Land , ont- 
volkt, onvruchtbaar , woeft, bewoond 
van ftroopende Arabieren? Is dit wys- 
geerig en onpartydig van Hem gehan- 
deld geweeft? Hoe zoude men, in dee- 
ze verlichte Eeuw , eenen Schryver 
niet gispen , die uit den jegenswoordi- 
gen ftaat en toeftand der Tunetaaneny 
welken thans het Land der Oude Car- 
thagtnenzers bewoonen , den bloei van 
Cartbago^ de Mededingfter van Rome^ 
naar het Oppergebied der Waereld, wil- 
de beöordeelen? en dit is evenwel, 
hetgeen de Heer Voltaire omtrent het 
Joodfche Volk zich heeft aangemaatigd 
te doen. 

Hetkanzyn, dat ik my bedriege, 
maar ik verbeelde my, met de grootfte 
onpartydi^heid en vooral met de gemaa- 
tigdheid,die ik aan de nagedacbtenifTe 
van eenen der beroemdfte Schryvers 
é^gzer Eeuvve meene verfchuldigd te 

Fff 3 zyn, 



454 Hijlorifche Opheldering 

zyn, het onderwerp van deeze myne 
korte Verhandeling , te weeten , de 
mooglykheiddergroote fommen ^èlds, 
die David aan zynen Zoone Salomo zou- 
de hebben nagelaaten, doorHiftorifche 
Ophelderingen te hebben aangetoond. 
Vindt men echter deeze Ophelderin- 
gen ongegrond, of onvoldoende; men 
fchryve dan, met den Heer Guinee ^ de 
overmaatige opgaave der gemelde Som- 
me aan eenen misflag van den Copift 
toe. 




B y- 



455 
BYDRAAGEN 

TOT DE 

NATUURLYKE 

HISTORIE. 

TT 

jLietBataviaafchGenootfchap zal jaap* 

lyks, onder dit Hoofd deel, de nieuwe 
ontdekkingen in djdrieRykenderNa* 
tuur, die van tyd tot tyd, in deeze 
geweften .ijedaan worden bekend maa- 
ken en mede al wat ter opheldering die- 
nen kan , van het reeds ontdekte ; en alle 
Beminnaars vannuttis^ekennifTe, in on- 
ze Oofterfche Volkplantingen, aan wie 
zich de gelegenheid opd.oet , worden 
verzocht , van de hand aan aeeze onder- 
neeming te leenen , en dit Hoofdsdeel 
met hunne Bydraagen te verryken. 

De nuttigheid der fpoedige verbrei- 
ding van het geen dat voortgang kan gee- 
ven aan de voor het menfchdom zoo 
belangryke Natuürlyke Hiftorie , is 
te groot en ce blykbaar, dat het vee- 

Fff 4 Ie 



456 Gryzt Otter. 

Ie uitnoodiging hier omtrent nodig 
heeft deeze bekendmaaking zal daar^ 
om toereikende zyn voor ieder edel- 
denkend kunftvriend. 

De Bydraagen kunnen aan den Heer 
Voorzittenden Direfteur toegezonden 
worden, en de geenen, die hunne naa- 
men niet genoemd willen hebben, 
gelieven het zelve te melden, ver- 
mits anders ieder stuk met den naam 
van den opfteller beftempeld zaj 
worden. 




GR Y- 



Pag. 457 

G R YZE 

OTTER, 

die omftreeks Batavia gevon* 
den wordt* 

4\jLen vindt digt by Batavia aan de 
m ndender rivieren eene Otter geheel 
van donkergryze coleur,alleenlyk on- 
der de keel maar ligtgrys zynde. Haar 
hair is kort en zagt. Het hoofd ge- 
drukt en iets langwerpiger dan dat van 
een Kat. De ooren zyn kort en rond, 
en Hagen plat aan 't hoofd. Haar 
baard is met lange ftekelhairen bezet. 
Aan ieder poot ftaan vyf vingeren, 
daar van de duim de kortfte is. De 
vingers zyn door een zwemlies aan 
een gehecht, en van ronde nagels voor- 
zien: aan de achterpooten is dit vlies 
zoo dik, dat men van buiten de ver- 
deeling der vingeren nauwelyks kan be- 
merken. De staart loopt fpits uit, en 
is van boven rond , maar beneden ver- 
toond hy op zyne geheeJe lengte, eene 
Fff s 'plat- 



458 Gryze Otter. 

platte zool met drie langsloopendeuit. 
pylingen. Deeze beneeden /.y(je van 
den flaart, is zco als het verder g deel- 
te der voeten, mee zeur korc iijiir be- 
groeid. Het huilachtig geluid van dit 
dier zweemt iets naar het kermen van 
een menfch. 

De Inlanders geeven het den naam van 
Anjing-ayer of Water-hond, een naam 
dien de Otter in veele Geweften voert» 

De Maat is als volgt : 
Langte van de neus tot 

aan de staart. - - - 
Langte van de staart. - 
Bovenfle langte van het 

hoofd, - - . • 

Langte van der hals. - •* 
Langte der voorpooten. 
Langte der achterpooten. 
Breedte van het hoofd 

tuflchen de ooren. - - 
Breedte over de schouders 
Doormeeter van 't Lichaam 

in 't midden, - - - — ^ 4. 
Doontieeter van 't Lichaam 

achter. ----- *— sj. 
Breedte van de staart digt 

by 't lichaam, - - - -^ s. 

Dikte van de Staart digt by 

't Lichaam. • - - - -^ *ï- 

? Bree- 



Voet. 


Duim. 


I. 


6. 


I. 


— 


— 


4- 


— 


3i. 


— 


4- 


. — . 


8. 




3- 


— 


4^ 



Cryze Otter. 459 

JBreedte der zooien van de Voct. Duim, 

achterpooten, - - -^ — 2. 
Langce der zooien van de 

achterpooten. - - - — ^ 3, 
Breedte der zooien van de 

voorpooten. - - - — i\, 
Langte der zooien van de 

voorpooten. - - - — 2. 
Men vind byBRissoN twee zoor- 
ten van Otters, daar van de eenecafta- 
nien bruin is , en de andere zwart met 
eene geele vlak onder de keel. De eer- 
fte zoort noemt hy flechts Lontris of Ot- 
ter , geevende aan de ander den bynaam 
van Brafilienfis , de Brafilifche. De 
kenmerken die deeze twee zoorten on- 
derfcheiden, beftaan in derzelver ver- 
fcheidentlyke coieur , en volgens dezel- 
ve zoude onze gryze Otter tot geene van 
beiden behooren, maar vermits het ze-; 
ker is, dat er van de tweede zoort, die 
een zo gewichtige tak van negotie voor. 
Kamfchatka en verfcheidene andere 
Rusfifche Provintien uitlevert , ook 
witte en bruine gevonden worden , zoo 
kan de coieur geen onderfcheidend 
kenmerk geeven. 

De Ridder LiNN:EüS5 volgens de 
laatfte uitgave van het SyJJema Na- 
tura, de Otters by de WezeJs reke- 
nen- 



46o Cryze Otter. 

nende (fchoon hy zelfs twyfFelt of zy 
er wel by behooren) noemt er drie zoor- 
ten van op , te weeten de Mujlela Lutris, 
de Mujlela Lutra en de Mujïda Lutreola. 
Het kenmerk van de eerlte zoort zyn 
hairige palmvoeten(*)en een flaart di^ 
een vierde kleener is dan het Lichaam, 
De tweede zoort onderfcheit zich door 
naakte pa mvoeten , en door een ftaart 
die maar half zoo lang is als het lichaam. 
Het onderfcheidend kenmerk Van het 
df rde zoort beflaat volgens deezen ver- 
maarden natuurkundigen inpalmvoeten 
die ftekel hairig zyn y in gelyk - groote 
vingeren, en in een witten bek. In vroege- 
re uitgaven van hetSyJiemaNatura vindc 
men nog als een onderfcheidend ken- 
merk van de Mujlela lutris , opgegee- 
ven 9 dat derzelver duim korter is 5 dan 
de vingeren. 

Volgens alle deeze kenmerken zal 
de gryze Otter ten naaften by met de 
Mustela lutris over eenkoomen. 

F. V. m 

(♦) (Palmvoctcn) hier door worden voeten vcr- 
fiaan, die aan de teenen door een ▼lies izn 
ccn gegroeid 7yn, zoo ah by de Ganzen ce 
by meer a&dere Zwcm-vogels. 



D E 



Pag. 4(Jr 
DE 



JUNO-VOGEL 



VAK 



M A L A K K A. 



D 



eeze fraai getekende Vogel wierdt 
door den Heer Gouverneur vanMalak- 
ka, PieterGerardusdeBruyn, 
die met zo veel goedheid als iever, het 
doelwit van 't Bataviaafch Genootfchap 
behartigt, overgezonden, zyndeidezel- 
ve hier geheel vreemd , en miflchien nog 
nooit van te vooren op dit Eiland gezien. 

Tot den Nederduitfchen , naam by 
welken men hem op Malakka noemt, 
fchynen de ronde vlakken, die des- 
zelfs dekpennen vercieren aanlei- 
ding gegeeven te hebben; komende 
dezelven zeer veel overeen met de 
oogen,op de staartpennen der Pau- 
wen, de geliefde vogels van Juno» 

Ook 



462 De JunO' Vogel. 

Ook zweemt de geaaante van den, me- 
de inhetgellachc der hoenderen te huis- 
behoorende, Aialaklchen Juno- vogel, 
iecs naar die van de Pauw, schoon hem 
de lange en prachtige ftaart ontbreekt» 

De Bekisgrysachtigwit, langachtig^ 
en verheven rond : het bovengedeelte 
daarvan fluit met een haak over het be- 
neden gedeelte. Deneusgaatenzynmet 
een wit kraakbeenig vlies overwelfd. 
Het voorhoofd is plat, en met korte 
zwartachtige veeren bezet. De slaapen 
zyn met eenen blauwachtigen huid be- 
kleed, diebyde bek begint en zich tot 
achter het oor uitbreid. De oogen zyn 
tamelyk groot en levendig. De oor-gaa- 
ten met dunne aan den binnenkant uitge- 
groeide hairen gedekt. Het achterhoofd 
is met donkere veeren vercierd, die iets 
terug gekruld zyn, en daar dooreenig- 
zins een kuif maaken.' De Hals is lang ent 
met bruine veeren bezet^ diezwartge- 
fchakeerd zyn; Aan den voorhals zyn 
deeze veeren iets lichter en rosachtiger. 
De vleugels zyn lang. De lo. eerfte 
veeren van dezelven, of de roeipennen i 
hebben blauwe ribben, en zyn ter ee- 
ner zydedeezer ribben, geelachtig vait 
grond, met veele bruine regelmaatigjje- 

ftel. 



ï)9 Jum^Fogtl 463 

flelde vlakken: ter andere zyde van 
de libben hebben ze behalven deeze 
teiiening nog een langs de ribbe hee- 
nen loopenden bruinen ftreep , die wiÊ 
geltippeid is. V'^an onderen zyn ze grys- 
achrig met donkere vlakken, op deeze 
roeipennen volgen 1 2. lange dekpennen 
mee uiae ribben, die ter eene zyde 
van die ribben ligt grys en wit van 
grond zy nmei bruine vlakken , en ter an- 
derezyde, li.^'cgrys van grond met bruine 
vlakken en eene langs loopende bruine 
ftreep , naaft de welke eene rei ron- 
de oogen gefteld is. Deeze oogen, 
die omtrent drie vierde duim in door-» 
meeter houden , vertoonen in een 
zwarten kring, violette , olyf-groene 
en geele coleuren, en hebben allen 
omtrent tegen het. midden een klein 
wdt oo&je. Op den benedenkant zyn 
deeze pennen meed van dezelve teke- 
ning als boven , maar flauwer. In 
het badaard vlerkje ilaan 4. krom- 
me roeipennen meeft bruin van coleur. 
De wigvormige staart is omtrent 9. 
duim lang, en heeft 12. beflierpennen 
die zoo van boven als beneden meeft 
zwart van coleur en met witte flippen 
bezaaid zyn; zy (leekt weegens de 

lang- 



464 JmO'Fogel 

langte der dekpennen maar weinig ult^ 
De veeren van de rug, borft en buik , 
zyn bruin met zwarte vlakj es* De bee- 
nen zyn maatig lang en ongefpoord ; 
boven met bruine dons veeren, en be- 
neden met eene hoogroode huid be- 
kleed. Drie vingers der Voeten ftaan 
naar vooren en een achterwards; alle 
vier hebben witte nagels. 

De langte van den Kop tot het einde 
van de Staart bedraagt omtrent 2 J. voet. 

Het Wyfje is veel kleener, de vee- 
ren van haar kuif zyn borftelachtig , 
en de coleur doorgaans bruin en zwart 
gefchakeerd. Dé vercieringen der flag- 
en dek-pennen van het mannetje ont^ 
breeken haar mede. 




DE- 



4<55 
D E 

KUIKENDIEF 

VAN HET 

E Y L A N D 

JAVA- 



I 



n de Nederlanden draagt de Mi- 
laan of Falco Milvus gemeenlyk den 
naam van Kuikendief , om dat de land- 
lieden zo dikwils door desfelfs roof- 
zucht hetgetal hunner kuikens zien ver- 
verminderen 5 en om gelyke reeden heb- 
ben de Nederlanders deezen naam ook 
aan dien Valk gegeeven die hier be- 
fchreeven zal worden , en die voor 
het overige zo wel aan gedaante als 
grootte zeer van de Milaan verfchilt. 

De Inlanders noemen hem Oelong^ 
Oehngof Alap. Zyn hoofd is wit, zo 
als mede de hals, de borft, het voor- 

Ggg der- 



466 De Kuikendief. 

dergedeelte van het onderlyf en het ach- 
tergedeelce van den rug dac de vleugelen 
bedekken. De dyën bekleeden ros-en 
witachtige veeren. Defpiczen derftaart* 
pennen zyn witachtig, deflach-pennen 
van onderen ligtbruin, de voorderge- 
deeltens deró eerde flach-pennen zwart, 
en al de refl vertoont een rosachtig 
bruin , dat donkerder is op de rug dan 
elders. Het neus wafch de bek en de bee- 
nen zyn geelachtig , trekkende de coleur 
van de bek egter mede iets in *t blauwe. 
De coleur der nagels is zwart* Van de 
boogswys gekromde bek is het boven 
deelfcherp en verre over het beneeden- 
gedeelte heenen gebogen. De tong toont 
van achteren een fpleet; van vooren is 
dezelve geutachtig. De ftaart is geheel 
en beftaat uit 12. pennen. In de wieken 
ftaan 22-24. pennen. De beenen zyn 
met eene Ichubachtige huid gedekt, en 
het ondergedeelte der voeten met flerke 
eelten gekwabt. Ieder voet heeft vier 
vingeren , daar van drie naar vooren 
ftaan en een agterwaards. De nagels 
zyn krom en zeer fcherp Hy houd zig 
veel aan de zee ftranden op , aazende 
mede op krengen en vifchen. 

Uiu 



Z» Kuikendief. 467 

Uitgeflrektheid van des- 

zelfs wieken , van de 

eene fpits toe de andere ^°^ ^"^ 

gemeeten. - * . - 4, — i. 
Lengte van de punt van de 

bek tot het einde des 

ftaarts. *-.-- i. — 6. 
Hoogte 5 van de punt van 

de bek tot het einde der 

vingeren. - - - - i. — 5* 
Langte van de middelfte 

vinger^ in eene regte lyn 

gemeeten tot de Ipitze 

van den nagel. - . ^ — - sj* 
Verheid tuflchen de punt 

van de middelfte vinger 

en die van de achflerfte. ? — 3J. 
Langte van het hoofd ^ van 

desfelfs achterdeel tot aan 

de punt van de bek ge* 

meeten. i* - - - .- ^— sj. 
Langte van de bek. • ^ ^ — i. 
Langte der dyen. - - - ^ — 3|, 
Langte der beenentotop de 

voeren. - - - ^ — 2. 
Langte der nagels. - - s — r. 

Langte van de Haart. - • ^ — 8 J. 

« 

Ggg a Groot- 



463 Dt Kuikendief. 

Voet* Duim. 
Grootfle dikte der borft 

van de eene zyde naar 

de andere gemeeten. - s — 3. 

Langte van ieder vlerk. - 2 

Groote overeenkomil: toond deezé 
Valk 5 met de geene die men onderden 
naam van Arend van Pondichery, en 
Arend van de Mallebaar, by den Heer 
B R I s s o N en in de Ornithologie van den 
Heer Sa LERNE vind, en die de Heer 
HouTTUYNby den linnéefche FaU 
co rusticolus te huis brengt. Al eenlyk 
maar het blauwachtig neuswafch, dat 
den Arend van Pondichery toegeëi- 
gend word, zoude volgens het Syftema 
van den Heer Linn^ een wee- 
zentlyk verfchil kunnen uitmaaken. 
Ook is die van onze Eilanden, wat 
de fraayigheid van de veeren aan- 
gaat, niet te vergelyken met den be- 
woonder van het vafte land : by aldien 
datdeeze, zoals zelfs de Heer van 
BuFFON veronderftelt, de afgodifche 
eer bewy zing die men hem op de Malie- 
baar en in andere Indifche geweften 
toeweid , aan de fchoonheid zyner 
pluimen te danl^en heeft. 

F. V. PT. 

D E 



4^9 
DE 

DOORN 

ROLPALM. 

V ermits het voornaamfte gebruik 
der Licuala by de Jnianderen daarm 
^ beftaat, dac zy uil haare gladde blaad- 
jes de bonkoffen of rolletjes maaken y 
daarin ze haar fyngekorven tabak in- 
wikkelen als ze hem rooken willen y 
en nog geen nederduitfche naam van 
deeze Palm bekend is, zo heeft men 
haar hier die van Rolpalm , gegeven. 

Haare wortel is knodsachtig en van 
veele brede draaden omj^eeven, diezi^ 
in den grond verfpreiden. De ftam 
is dun en kort, groeiende hier zelden 
ter hoogte van eene halve mans lengte. 
Ze beftaat uit een vaft hout dat zo als de 
rottingen uit flerke draaden zamen ge- 
zet is , en door de ftoelen der afgevallen 
olaaden , is ze eenigzins in leden ver- 
deelt. Dé blaaden omgeeven den ftam 

Ggg 3 met 



470 De Doorn Rolpalm. 

met haar beneeden eind , dat eene fchee- 
de is, die zig aan de eene kant in vee* 
Ie vezeltjes en draaden verdeelt, en de 
ftatn als met grysachcig werk bekleed. 
De bladfteel boven deeze fcheede zig 
verdunnende tot terjdikte van een kleine 
pink, is lichtgroen van coleur en om- 
trent 4-5, voeten lang ; meed geheel 
driekantig van beloop , naamentlyk 
ter zyde aan weers kant met een fcherpe- 
en van onderen met een ronde hoek. 
De twee fcherpe hoeken van den blad- 
fteelzyn met bruine, zeer fpitze, haak- 
achtig te rug gebogen, en omtrent een 
duim van elkaar flaande doorens , bezet, 
Aan de binnen kant van het blad ver* 
toond zig het eind van de bladfteel als 
afgebeeten, maar aan de buiten kant, 
maakt het eene eenigzins pylvormige 
punt, langs de welke ter weêrzyde, de 
geplooide llraalen van 't blad vaflge- 
groeid zyn. Het blad vertoont zig als 
een verfleeten waayer, zynde tot de bafis 
toe meefl: in 19. geplooide en boogs- 
wys gefielde flraalen verdeeld. De mid- 
delfte van deeze flraalen heeTt 12. en 
meerder plooien , maar de buitenfle 
hebben zomtyds maar drie, allen van 
drie tiende tot uiterlyk een half duim 

breed* 



De Doorn Rolpalm. 471 

breedte. Aan hunne topëinden zyn dee- 
ze ilraalen of bladjes als afgebeeten of 
verfcheurc , dat door de fcherpe doo- 
rens der bladlleelen fchynt te komen ^ 
tuflchen dewelke defcheucen der jonge 
bladen door moeten fchuiven. Haar 
langte is omtrent 16 — 22. duim 5 zyn- 
de de middelde doorgaans langer 
als die der kanten ; ze fchynen » 
als men ze opend by ieder plooi 
eene ribbe tehebben, maar voor het 
overige zyn ze heel effen en glad. 
De coleur der jonge bladen is in 't 
begin geelachtig, als ze ten vollen uit- 
gelchocen zyn, zo verwen zig de hoe- 
ken der plooien groen , en op 't laatffc 
worden de geheele bladen grasgroen. 
De Bloemfteng komt tulTchen de 
bladfteelen en den flam uit eene plat- 
gedrukte tweefnydige fcheede , of be- 
waar zak voort , zynde aan zyn wor- 
tel mede wat plat gedrukt , omtrent 
drie vierde duim dik , en zomtyds ze- 
ven en meer voeten lang. Ze is in 
8-10. leden verdeeld , die allengskens 
korter en dunner worden tot de top toe, 
daar ze als een dun draatje einden, en 
ieder lid is van eene fcheede overtrok. 
Ggg 4 ken 



472t Dt Doorn Rolpalm. 

ken die aan haar mond of voorderge- 
deelde als verdroogd is, en binnen de- 
welke zig de drie en meer getakte 
bloemtrosjes van de bloemfteng ai zon- 
deren. 

De bloemen flaan rond de takjes 
der bloemtrosjes; ze zyn valtzittende 
of zonder fteelen , zeer klein , maar 
weinig geopend, en meeft al van de kelk 
befloten. De kelk is drietandig, en 
vertoond door het vergrootglas met 
enkelde witte fleekelhairen begroeid te 
zyn. De eenbladige kroon heeft drie 
fpitze tanden, die langer zyn als die 
van de kelk. Ze omgeeft een rond ho- 
ningbakje , op wiens rand zes meeldraat- 
jes flaan , met helmpjes uit vier lang- 
werpig ronde lichaampjes zamen gezet. 
In 't midden van dit honingbakje ftaat 
eenftyltje, datdoor eene kleine infnee 
van boven twee ftampertjes vertoond , 
die zo als de andere boven genoemde 
teldeelen , aan 't bloote oog nauwe- 
lyks zigtbaar zyn. 

De vrugt is rond en niet grooter als 
eene groote ert. Ze beftaat uit een 

hard 



De Doorn Rolpalm. 473 

hard iets eirond ileentje, meteen merg- 
achtig vleefch overtrokken, dat ryp zyn- 
de, van buiten rood en binnen geel ii;; 
droog geworden , omgeeft dit vleefch 
het lleencje , als eene rimpelige huid» 
Kelk en kroon blyven onder aan de 
vrugt zitten. Het eenigfte dat van dee- 
ze Palm gebruikt word zyn de bladen , 
daar van zo als reeds gemeld is , de bon- 
koflen gemaakt worden , en in die men 
meerder dingen van geringen omvang, 
omze te bevvaaren inwikkeld. Deeze 
Palmboom komt de vierde der bekende 
waayerbladigePahnen uit te maaken. De 
lateinfche naamvan Licuala^ die haar 
RuMPHius geeft zou men haar kunnen 
behouden laaten, en ze dus in de orde 
der Palmboomen in 't eerfle Deel dee- 
zer Verhandehngen te vmden, naar de 
Schermpalm kunnen plaatzen als volgt. 

4. LICU AL A.ROhV ALM. 

Twee flachtige Bloem. De Kelk in 
drie verdeelt. De Bloemkrans 
eenbladig. <5. Meeldraatjes en 
een flyl. 

De eenzaadige fleenvrucht bJyfc 
op de Bloemkrans en Kelk zit- 
ten, 

Ggg 5 ï. 



474 ^^ Doorn Rolpalm. 

I. LicuALA Spinosa. Doom Rolpalm. 
Malei tfch Licuala. Boeroneerch Koai 
Met waayer-vormig geveerde bla- 
den, afgebeeten bladjes en geheel 
gedoomde bladfteelen. 

De op Boero vallende Lkuala^ die 
RuMPHius in 't I . Deel van 't Amb. 
Kruidenboek befchryft, verfchilt van 
de onze voornaamlyk door de lang- 
te der bladfteelen , die alleenlyk 
maar ter heltt gedoornt zyn. De 
tekening die men daar op Tab. IX. 
vind, zoude ónze Licuala al tamelyk 
wel kunnen verbeelden, waaren de blad- 
fteelen maar geheel gedoomd, en de 
Bloemfteng langer. De vrugt op deeze 
Tafel by (a) afgebeeld, verfchilt door 
haare langwerpigheid, en door eene 
punt die de vrugt van onze Licuala niet 
heeft. 

F. V. IF. 




D£ 



475 
D E 

HEESTERACHTIGE 

POELPALM- 

1 Je reden waarom de Nypa den ne- 

derduitfche naam van Poelpalm heeft 
verkreegen , is reeds vermeld in de Or- 
de der Palraboomen , Verband. 1. p. 3 49. 
alwaar ook mede rekenfchap word ge- 
geeven , omtrent de bynaam van Fru- 
tiQans of heeflerachcig, met welke de 
daar bekendgeflelde zoort beftempeld 
is. 

Deeze heefteragtige Palm zoude de 
eenigfte thans bekende Poelpalm zyn, 
zo ze volgens Rumphius veronderflel- 
ling een en dezelfde zoort uitmaakte , 
met de boomach tige Nypa , en geen ver- 
der verfchil tuflchen byden gevonden 
word, als de korte ftam, der laatsge- 
noemde. 

Maar om dat deeze Palm hier ora- 
flreeks Batavia nooit als een boom ge- 
zien word , en onze luchtftreek niet ver- 
fchilleade is van die, in dewelke Rum- 

PHI- 



47 ö De beefJeraglige Poelpalm. 

PHius het vaderland der boomachtige 
plaatst, zo is 'tmogelyk dat er dog wel 
eenig weezentlyk verfchil plaats hebben 
en de boomachtige eene byzondezoort 
konde uitmaaken; Ook fpreeken onze 
Inlanders van eene ftamgeevende Nypa- 
fchoon dezelve hier omftrceks niet ge- 
vonden word, die zy RumbiaenSa- 
goe Papedo noemen en voor eene by- 
zondere zoort houden. 

Een nauwkeurig onderzoek zal hier 
in ligt kunnen geeven , en om de vrien- 
den der Nacuurlyke Hiftorie, die op 
plaatzen woonen, daar deeze Palm met 
Hammen gevonden w^ord , in ftaat te flel- 
len, van hier omtrent naafpooring te 
doen , zoo geeft men deeze omftandely- 
ke befchryving van de hier altoos 
heeflerachtig groeiende Poelpalm. 

De Wortel is een bolagtige knots , 
om welke veele witte draad en vezel- 
achtige takjes gefield zyn , die zo ter zy- 
den als naar beneeden indegrondflaan. 

De ftam ontbreekt. 
De bladeren zyn enkeld gevind, en 
komen met ronde fpitze fcheuten voort , 

dioi 



De heejieragtige Poelpalm. 477 

•die ter lengte van 18. en meer voeten 
als regcuicgeftrektehoorens oplchiecen , 
voor dac ze zig openen en haare veeren 
uirfpreiden. Volwaflen zynde , be- 
ftaan ze uit een dikke bladlteel, met 
aan de binnenlte zyde van dezelve , om- 
trent beurtelings gefielde bladjes, be- 
rykende dan de langte van 28. en meer 
voeten. De bladfteel is aan de buiten 
kant, en kort boven de fcheede met die 
hy het bovengedeelde der wortel om- 
fluit rond, maar omtrent eenige voe- 
ten boven deeze fcheede^ ontbreekt hem 
zo veel van eene ronde gedaante, als 
de ruimte bedraagt, die de aan des- 
felfs binnenkant op een gepakt ge- 
weezen bladjes hebben ingenoomen, 
daar door hy twee vlakke verdiepingen 
verkrygt, die zig tot de punt uitflrekken. 
Deeze verdiepingen die maar enkeld 
door een fmalle rug gefcheiden zyn , loo- 
pendigt naafl malkaar heenen, worden- 
de teegens het midden van het blad 
vlakker en breeder als beneeden, en naar 
.boven toe weder fmaller, fchoon de 
,bladfl:eel op het einde meer als de helft 
van zyne ronde gedaante door dezelve 
verlieil. In deeze verdiepingen zyn de 

twee 



478 De hcefieragtige Poelpalin, 

twee reien van bladjes in dier voegen 
overhoeks geftelt, dat elk bladje dig- 
ter ftaac by een bladje van de andere ry, 
als by een van die ry tot welke het zelfs 
behoord. Byde ryen der bladjes ftaan 
teegens malkaar gerigt, in een hoek die 
fpitzer is als een regte, en ieder bladje 
maakt mede een fpitse hoek^ met het 
naar bovenlopende gedeelte van de blad- 
fteel. Beneeden is deeze bladfteel 8 en 
meer duim dik, maar by het begin der 
bladjes valt hy plotselyk af tot omtrent 
3 duim, verdunnende zig daarop ver* 
ders naar boven toe , daar hy een 
wynig terug gebogen is , allengs- 
kens, tot hy zig eindelyk in de ze* 
nuwe van het laatfte bladje verliefl. 
De holligheid der fcheede die de 
(tronk omgeeft , vervolgd met eene 
geutagtige voor , door die de jonge 
fcheuten der nieuwe bladen voortko- 
men, in het ronde beneeden gedeelte 
van den bladfteel. De benedenfle blad- 
jes zyn heel fmalen maar omtrent eene 
fpan lang: teegens het midden van de- 
zelve worden de bladjes langer en bree- 
der, en naar het einde toe neemt haare 
breede en langte weeder af , zynde de 

groot- 



De htejleragtige Poelpalm* 479 

grootfte omtrent 6 voeten lang en 2I 
duim breed. Zy zyn iets fchuins aan de 
bladfteel aangegroeid, zo dat het eene 
gedeelte hunner bafis meerder naar be- 
needen (laat als het ander: egter loopt 
dit beneedenfte gedeelde agterwaarts 
weder iets naar boven toe, maa- 
kende daardoor eene holle hoek ^ 
daar dauw en regen in blyft zitten, 
Aan de gladde glanzende binnenkant 
der bladjes ontwaard men eene fcherpe 
ribbe, en aan de buitenkant onder dee- 
ze ribbe, bruine korte draatjes, die 
met de twee einden los ftaan, en alleen- 
lyk maar in haar midden vaftgegroeid 
zyn. De rand der bladjes is effen en 
iets naar buiten omgeflaagen; ze ein- 
den in eene fpan lange , ftyfe , maar eg- 
ter niet fteekende punt. De coleur van 
de bladfteel is grasgroen, die van de 
bladjes iets ligter groen, en helderder 
op derzelver buitenkant als binnen. 
De fubftantie van de bladfteel is een 
iponsagtig vleefch met fterke draaden 
doorreegen. 

Men vind dikwyis i5-!So. bladen op 
een ftronk die fchier regt op ftaan en 

tus- 



48o De bee/Ieragtige Poelpalm. 

tiiffchen de welke de bloemftengen uit- 
Ichiecen. 



De bloemfleng groeid met de bloe- 
mcn-en vrugt knoppen, ter hoogte van 
vier en metr voeten op, hebbende'be- 
needen omtrent de dikte van een arm , 
maar boven daar ze mee de vrugt knoop 
eindigt, fchaars een en een halve duim in 
doormeeter. Ze komt uit verfcheiden 
fcheeden of bewaarzakken voort, die 
eerft in eene zamen liggen , en die , mal- 
kaar geopend hebbende , met de Heng 
van dewelke ze een groot gedeelte met 
haar beneeden einde omgeeven, op- 
gloeien. By liet beneden einde der 
tweede fcheede,en by dat van 4-5. vol- 
gende, verdeelt zig de bloemfteng in 
twee deelen , daarvan de een de hoofd- 
tak blyft, en de ander een bytak word. 
De eerfte brengt eene gelyke fcheede 
voort, die men [A] zal noemen om by 
het teilen der veelen fcheeden, die de 
vrugtmaaking van deeze Palm influiten ^ 
verwaï ringe voortekomen. Ze vertoont 
zig als een lan8:agtige zak, iets plat ge- 
drukt, van buiten met een ronde rug, 

en 



De heejleragtige Poelpalm. 481 

en van boven met eéne fterk^, ftyve^ 
tgter géén fteekel hebbende punt, en 
2e houd het vervolg van de bloemfteng 
met alle daarvan verders afftammende 
uitfpreitiels beflooten. Het tweede der 
voorgenoemde deelen of de zytak, 
brengt eene fchede [B] voort die aan 
de buitenkant rondagtigis, maar wier 
binnen, of teegens de hoofdtak toege- 
keerde kant^ zig als eene langagtige^ 
iets uitgeholde ^ eH vooren rondagtig 
fpits toeloopende 2:00! , met fcherp af-^ 
gefneeden, egter niet fnydende randen 
vertoond , en die door de in haar be- 
flooten legeende b'öcmknoop,aan haat 
ronde buitenkant of aan die van dé 
fleng afgekeerde zyde geopend word, 
in (leede dat zig de voormelde fcheedè 
^0 als alle in 't vervolg met [A] be- 
merkte, aan die naar de fleng toege^ 
keerde kant opendoen. Meell: naar de 
vyfde of fefle uitbotting der zy takken , 
die naar boven toe kleiner en kleiner 
worden, eind de hooftak met de vrugt 
knoop ; mede uit eene rondagtige toe- 
gefpitsfte fcheede voortkoómende , bui- 
ten dewelke hy nog van eene ander gé- 
lykaartige maar dunner fcheede om- 
geeven word. De Vrugtknoop deeze 
H h h laa« 



482 De heejleragtigc Paelpalm, 

laafte fcheede , in die hy zonder fteel 
vallzit geopend hebbende, vertoond 
hy zig als een rondagtige Pyn-appel bo- 
ven een weinigje fpits toelopende, en be- 
needen van 5 onregelmatige bladjes oni- 
geeven. Uitbottende is dezelve omtrent 
van groote als een ganzen ey, enhybe- 
ftaat uit langwerpige, hoekkige , onregel- 
matige naakte lichaamtjes , die rondom 
het einde der boomfteng digt by elkaar 
gedelt zyn- Deeze lichaamtjes welke 
de wyfjes bloemen, en met een ook de 
vrugtbeginzels zyn, hebben meeft allen 
boven aan de eene zyde eene fcherpte 
of punt , by welke men een fpleetje ont- 
waard met een lymerig zap vervuld , 
door het welk het flofmeel der man* 
netjes bloemen opgevangen word. 

DeMannetjes bloemen komen van de 
zytakken voort , zittende aan katjes y 
daar van de eerfte of benedenfle zytak 
zomtyds twaalf, en de laatfte of boven- 
fte enkeld maar een uitleverd hetwelk 
digt byde vrugtknoop ftaat en het eerft 
inbloeij komt. De 12. katjes van de 
benedenfle en grootfte zytak liggen in 
26. fcheeden of bewaarzakken befloo- 
ten , en haare uitbotting gefchied op- 
volgende wyze. 

De 



De heejïeragtige Poelpalm. 48 j 

JDe fcheede [B'] met welke de eerfte 
fcytak by zyn uitgroeii eindigt, opend 
zig zo als reeds boven gemeld is aaii 
haar buitenkant , om de bloemknoop 
doortelaaten 5 die dan uit dezelve inde 
eene of andere rondagtige en met eene 
punt voorziene feheede [ A 2 ] ins:epakr, 
ten voorfchyn komt; Deze fcheede 
[As] verder geopend zynde , verdeelt 
zig de bloemknoop van deeze tak voor 
de eerfle keer in twee deelen ^ daarvan 
een in eene rondagtige en gepunte 
fcheede [ A 3 ] en de andere in een fchee- 
de met een platte fcherpgekante zool 
[ B 2 ] bewaard is. Deeze laatfte ofge- 
kante [B 2] geopend zynde, komt 'er 
het gedeelte van de bloemknoop dac 
ze inhoud in eene rondagtige gepunte 
fcheede [a3] uit, die open geborften 
eene tweede gelykvormige verdeeling 
in twee partyen uitleevert: de eene 
weder zo als by de eerfte verdeeling 
in eene rondagtige gepunte fcheede [a 4] 
en de ander in eene fcheede met fcher- 
pe kanten [B3] beflooten. De gekan- 
te fcheede [B3] bevat verder eene 
rondagtige en gepunte [04] daarin 
twee bloemkatjes naaft malkaar liggen^ 

Hhh a het 



484 ^^ heejïeragtige Podpalm, 

het eene meefl naakt , en enkeld maar 
beneeden aan de eene zyde een fmal 
blaadje tot dek hebbende , daar in te- 
gendeel het ander nog met eene fcherp- 
gekante fcheede [B 4] bekleed is. De an- 
dere of afgedrukt rondagtige fcheede 
[a4] bevat drie bloemkatjes, daar van 
tvvee by elkaar liggen in eene rondagtige 
fcheede [a5] zynde egter het een weer 
door eene fcherpgekante fcheede [^3] 
van het ander aigefcheiden ; het der- 
de katje ligt alleen in eene rondagtige 
gepunte fcheede [^5] die nog vanee- 
ne andere fcherpgekante fcheede [B3] 
omgeeven word. Het ander en groo- 
ter gedeelte van den bloemknoop dat 
ten voorfchyn'komt, als hy de tweede 
rondagtige fcheede [A2] opend, word 
zo als reeds gedagt is , van eene ge- 
lykvormig rondagtige gepunte fchee- 
de [A3] omgeeven, die geborften 
zynde, mede eene tweede verdeeling 
uitleeverd, zynde de eene der daar uit 
voortkomende deelen w^ederom in ee- 
ne rondagtige gepunte fcheede, [ A43 
en de andere in eene fcheede met 
fcherpe kanten [bi] beflooten. Dee- 
ze laatftgenoemde fcheede [ba] bevat 
verder eene rondagtig gepunte fchee- 
de 



De hetjleragtigt Poelpalm. 485 

de [-^4] uit dewelke op gelyke wyze 
als boven by de fcheede [a4] gemeld 
is drie bloemkacjes uit vier byzondere 
fcheeden voortkomen. Het ander ge- 
deelte het welk de rondagtige fchee- 
de [A4] inhuld, verdeeld zig , de- 
zelve doorbrooken hebbende , nog- 
maals in tween , wordende de eene 
deezer deelen verders in eene rondag- 
tige gepunte fcheede [A 5] en de an- 
dere in eene fcherpgekante fchee- 
de [b2'] bewaard. Uit de rondagtige 
fcheede [A5] komen twee bioem-kat- 
jes, het eene maar Hegts uit nog een 
gelykvormig rondagtige fcheede [A6] 
maar het ander komt uit eene rondag- 
tig gepunte fcheede [-^6] die nog van 
eene anüer fcherpgekante Icheede \_bx'] 
omgeeven word. Het tweede pedeel- 
tedat uit de fcheede [A j.] voortkomt 
en in de fcherpgekante Icheede [ba] 
bewaard word , geeft meed e twee kat- 
jes , die in eene rordagtig gepunte 
fcheede [A5] by een liggen, het een 
naakt en het ander nog door eene 
fcherpgekante fcheede [^3] bekleed. 
De bloemkatjes zyn omtrent een 
vinger lang , rolagtig rond , als een 
kleine ping dik en iets gekromd , heb- 

Hhh 3 ben- 



486 De heejleragti^c Poelpahn. 

bende een kort rondagtig fteeltje en 
een rond fpil , dat digt mee de mannely- 
ke bloemetjes begroeid is. Deeze 
bloemetjes zitten zonder fteel en kelk 
op het fpil vaft, en hebben alleen maar 
6 kleine , fmalle , langwerpige nagel- 
vormige, boven iets uitgeholde bladen, 
in welkers midden een enkeld meelr 
draacje (*) gevonden word , dat als 
het katje buiten gekomen is ter lengte 
van de bladen uitgroeiden het helmpje 
buiten het bloemmetje uitfteekt. Het 
helmpje beftaat uit 6 langwerpige aan- 
eengegroeide en een rondagtig geel 
lichaampje maakende deeltjes , daar 
het ftofmeel als zeer kleine geele aan 
't bloote oog ontzigtbaare klootjes uit 
voortkomt. De coleurder bloemfteng, 
der vrugt en bloemknoppen, benevens 
derzelver fcheeden is een bruinagtig 
geel , de bloem-katjes zyn ligter geel ; 
jong zynde gee ven de bloemen en fchee- 
den een theeasjtige reuk van zig. 

Als de vruchten beginnen te rypen 
zoo zet zig de vruchtbooden , die eerft 

maar 

{♦) In de Orde der palmboomen Verhand. i. p. 
349. (laat 6 Meeldiaadjes dat een Mceldraadr 
je moet hcetcn. 



De heefleragtige Poelpalm. 487 

mnar eene verdunde voorzetting was 
van de bloemfteng, als eenvleefchach- 
tige fpons, ter dikte van eene groote 
vuift uit 5 en de vruchtbeginzels neemen 
mede aan dikte en lengte toe; zoo dat 
devruchtknoopophetlaafl 13 en meer- 
der duimen in doormeeter bekomt. 

De rypgeworden vruchten zyn lang- 
werpig,vooren rondachtig met een (lom- 
pe punt en breed , achter regt uit en fmal, 
en met verfcheiden langloopende ploe- 
gen en rimpels omgeeven. Haarelangte 
bedraagt zomty ds meer als een afgerukte 
duim, de voorfte breede drie, en de 
grootfte dikte twee duim: agter daar ze 
aan devruchtbodem vaftzitten, hebben 
ze zelden meer als een duim breede, en 
meefl maar een halve duim dikte De 
coleur der rypgeworden vruchten is voo- 
ren kaftanien bruin, en achter bruin geel. 
Haar getal beloopt zig in een vruch- 
knods , zomty ds boven de hondert fluks. 
Ze beftaan uit eene houtagtige , van 
veele veezelen en draaden zamen ge- 
fielde kapzel , dewelke een ronde wit- 
te pit van groote als een kastanie be- 
fluit , die eerfl week en glibberig als 
eene gely , maar ryp geworden zyn- 
de Heen hard is. Als deeze pitten 
nog jong en week zyn,zo wordenze door 

Hhh 4 ~ de 



4.88 T>t heelleragtige Poe^palm^ 

de inlanders ruuw genuttigd , maar 
haar fmaak is laf ; iets m erder ouder- 
dom en vaiiigheid verkre.gen hebben- 
de, woidenze met z^uiker gcconfyt. 

Na dat de bloemen, uitgekoomen 
zyn duurt het wel 6 maar. den voor dat 
de vrugten ryp worden , en ter ryp- 
et gekomen bly venze wel tot in 't der- 
de jaar op de flam zitten voor dat 
ze afvallen of bederven. De woon- 
plaats van deeze Palm is een moer- 
affige grond, of poelen van ftilftaand 
brak water. Op zommige plaatfen in 
Indien word ér een drank uit derzelver 
bloem fteng getyferd die men in 't 
Maleitsch Ayer boeti noemt : maar het 
voornaamfte liat dat men van deeze 
Palm trekt komt van derzelver bladen ^ 
die tot matten en tot het dekken van 
huizen gebruikt worden. 

De afbeelding van de Nypa by 
RuMPHius in 't Herh. Amb. i. Tab. 
XVI. heeft groote oyereenkomfl: met 
onze heefleragtige Poelpalm , en 
fchoon 'er by de vrugtknoppen en 
vrugten eenig verfchil gevonden word 
zoo fchynt dit egter meer een ver- 
zien van den aftekenaar als eene we- 
jendyke afwyking der natuur te zyn. 

-F. V. W* 

B E- 



BEKROOND 



ANTWOORD 



DER VYFDE ALGEMEENE 



PRYSVRAGE. 



r—r- 



491 
BEKROOND 

ANTWOORD 

DER VYFDE ALGEMEENE 

PRYSVRAGE. 

fVtlke zyn de oorzaken der mee/len ^ voor^ 
al Epidemique , of gewoom ziektens 
van Batavia , inzonderheid van de 
Rotkoortze ? En welke zyn de gefchik- 
Jle middelen , die tot voorkoominge en 
tot genezinge derzelve , voortaan moe* 
ten worden aangewend ? 

Onder de Zinspreuk 
Eerjl wel bedagty Daar na volhragt. 

DOOR 

Jan Andr. DUURKOOP- 

IN deeze Verhandelinge zal ik noch 
van de verbeteringe der waterlei- 
dingen , noch van het wegneemen der 
pioeraJÖTen, naar de zee toe, fpreeken : 
hoewel ónbetwiftbaar die heide byzon- 

der- 



49a Bekroond Antwoord 

derheden van het grootfte gewigt zyn 
voor de gezondheid van Batavia. Zy 
zullen denkelyk , by de eerfte gelegen- 
heid , met opzet worden behandeld , 
onder de oogen der Hooge Regeringe 
en van het Bataviaasch Genootfchap. 
Myne bedoelinge is geheel anders^ Ik 
zal de oorzaken van de luchtbefmettin- 
ge elders zoeken; te weeten, in demor- 
figheid der zamenwoninge en andere 
huishoudelyke misbruiken van het volk. 
En dit komt des te beter te pas , om 
dat men , in die betrekkinge , met de 
Natuur niet behoeft te worflelen : daar 
alle verbeteringen der burgerlyke fa- 
menlevinge van de wyze fchikkingen 
en het veel vermogend gezag onzer 
Overheden , voor een groot gedeelte , 
'zal afhangen. Behalven dat de groote 
warmte van de luchtftreek, de moeras- 
fige grond en het drabbig water ons zoo 
veel te meer oplettende behoorden te 
maaken op het weeren van andere on- 
gemakken , die gemakkelyker zyn weg 
te ruimen. De verblyfplaatzen der le- 
vendigen en der dooden , de groote 
geftichten , waar in luchtverdervende 
en llank verwekkende handteeringen 
gehouden worden , zoo wel als de vee- 
fok- 



der Algemeene Prysvrage. 493 

fokkeryen , behoorden zoo ingericht 
te zyn , dat zy geene merkelyke fcha- 
de toebragten aan de inaderainge van 
de burgers en ingezetenen onzer fchoo- 
ne Hoofdftad , en harer volkryke Cam- 
pongs en buitenzeden. 

I. 

Fan de Huizen. 

Sedert dertig jaren en daarboven is 
men begonnen de lucht en de opdam- 
pingen binnen 's huis te befluiten, door 
het gebruiken van glazen raamen en in- 
zonderheid van fchuiflcazynen. Voor 
dezen plagt men niets dan rottingraa- 
men, die de lucht laaten doorfpeelen, 
te gebruiken , en toen men al glas liet 
inzetten , deed men echter de boven- 
venflerslos maaken, om dezelve, zelfs 
by nacht te kunnen openzetten Maar 
niets heeft eindelyk den doortogt der 
lucht meergeflremd , dan de Engelfche 
fchuifraamen , vooral de zulke die alleen 
van onder naar boven, en half wegen, 
kunnen opgefchooven worden. De door- 
tocht der windjes w ordt 'er boven aan 
de vertrekken en zolderingen door ver- 

hin- 



494 Bekroond Antwoord 

liinderd : en zoo moeten noodwendig 
de opdampingen van den grond ^ 
de uicwaaüèmingen van huisgenoocen 
en flaaven en andere onreine luchten 
wederom nederdaalen , die anders naar 
buiten gedreeven worden. Om hier 
van overtuigd te worden , behoeft men 
fiegts eenen emmer waters , vier en 
twnitig uuren in een beflooten vertrek 
te laaten ftaan; en dan zal men niet al- 
leen eene warme ftinkende lucht in het 
vertrek ontmoeten ; maar ook eenen 
glinfterenden vuilen huid op de opper- 
vlakte van het water» Trouwens de 
warmte doet alle vochtigheden opdam* 
pen , die zich aan de zolder vereeni* 
gen en famendringen , tot dat zy door 
hare zwaarte gedrukt , wederom ne- 
dervallen : 't geen niet gefchiedt , in- 
dien zy door de zyluchten de venfters 
uitgedreeven , of ten minden in eene 
gedurige beweginge gehouden worden* 
Uit dat zelfde beginzel moet men be* 
fluiten , dat de kleine huizen , die 
geenen doortocht hebben , om dat zy 
van achteren en ter zyden toegemuurd 
zyn, nadeeligzynvoor de gezondheid: 
ook de zoodanige ^ die laag van ver* 
diepinge zyn, en kleine fmalle venfte- 

ren 



der y^lgemene Prysvrage. 495 

ren hebben. Omtrend de flaven ver- 
trekken is men tot hier toe ook niet 
omzichtig genoeg geweefl , om dat de* 
zelve meeftal alleen van voren deuren 
en kleine venfters hebben , die toege- 
flooten worden , zonder dat 'er eenige 
lucht door fpeelen kan. 

't Is eene uitgemaakte zaak ^ dat de 
Zeewind of Noordenwind ongezond- 
heid aanbrengt , om dat de Moeraffige 
dampen langs het Jaagpad , den Hout* 
kap en ooftelyker aan onverhinderd , 
over eene ruime morfige vlakte naar de 
Stad overwaait], en de droevige onder- 
vindinge daar van de nadeelige gevol- 
gen op het Vierkant en de Noordzyde 
van Batavia ten allerlevendigflen ver- 
toont. De huizen derhalven en de ver- 
trekken , die naar het Noorden open- 
ftaan 9 en geenen doortocht noch be- 
fchuttinge hebben, fchynen noodzake- 
lyk voor ongezond te worden aangezien. 
De Hoofdwachten van het Kalleel zyn 
omtrend in dat geval: en wie weet, of 
de Soldaten en Dragonders daar door 
aan geene befmettinge vande lucht zyn 
bloot geHeld : en of 'er iets diergelyks 
geene plaats heeft in het Binnen -Hos- 



490 Bekroond Antwoord 

pitaal : daar, behalven dat, de door* 
tocnt bekrompen en gebrekkig is* 

Men zou ook, met recht kunnen 
vooronderftellen, dat de Zinkputten, 
welke alcyd dieper zyn, dan de Rioo- 
len,door welke de onreine vochtigheid 
uit de hui/.en gelooft wordt, in zekeren 
zin, iets toebrengen tot het vermeer* 
deren der ongezonde opdampingen. 
Dus ook deze byzonderheid niet uit 
het oog moet verlooren worden. 

Indien nu deze befpiegeh'ngen wigtig 
geoordeeld worden, zullen, hope ik, 
ook deze raadgevingen ter verbeterin^e * 
der byzondereen openbare gebouwen, 
niet onaanneemelyk zyn. 

X. Vooreerft zou ik de Rottingramen^ 
wederom in gebruik brengen; en tef- 
fens zoogroote en zoo menigvuldige 
kruiskafynen maaken , als met ee- 
nige mogelykheid , behoudens de 
flerktedermuuren, konden geplaatft 
worden ruit^enoomen aandeNoord- 
zyde, daar ik venfters minder in ge* 
tal en kleiner zou laaten toeftellen. 

^. De 



d$r Algemeene Frysvragt. 497 

St. De Slaven vertrekken , die meeft al 
boven zyn, en andere bovenhuizin- 
gcn, vooral binnen de Stad, fchy- 
nen minaer befchut te zyn, voor 
het inkomen der verderfFelyke Zee- 
winden en luehten, dan de beneden- 
woningen. Maar indien men dezelve 
doorluchtig maakt, het zy boven in 
de zolderinge door een zoort van 
luiken of fchoorfteenen , of door 
rottingramen boven de venftérs en 
deuren , ofwel door venftérs of lucht- 
gaten achter uit of ter zyden in dé 
muuren te brengen , zal men gewis- 
felyk, daaromtrent, voordeel doen. 

3, De onder woningen , of de huizen 
van ééne verdiepinge moeten, ten 
minften, twee voeten boven de aarde 
ryzen met haare vloeren, en vyftien 
voeten hoog van verdiepinge zynjvan 
den vloer tot aan den zolder gerekend. 
Ook mogen de houten fluitvenfters 
flegts de helft der kafynen beflaan; 
en de bovenhelft, met goede kolom- 
men voorzien , moet alleen met rot- 
tingramen afgefloten worden , om deii 
noodigen doortogt tebehouden : zon- 
der dat -de lichamen der flapelidedaar 
Van merkelykgevoeUofvan den doof* 
tocht der wind eenige verftyvingeof 
knokkelkoorts te vreezen hebben. 

I i i 4. Ron- 



498 Bekroond Antwoord 

4. Rondom langs den ganfchen zolder 
moet de zy-muur een voet beneden 
de pannen openblyven, om alle de 
dampen van ademen, lampen, kaer- 
■ fen 5 zweet en andere onreinigheden 
te doen wegvliegen. 

f. Rondom het gebouw moet een bree- 
de gang zyn , onder een fchuins 
afloopend dak , of zoo veel mogelyk 
eene buitengaldery, om de fterke 
lucht en heete zonneltralen , uit 
het huis te houden. 

Er behoorde ook vooral zorge ge- 
draagen te worden , dat de Riookn en 
T^inkputten niet dieper waren , dan de 
uitwateringen. derzelve, en dat zy al- 
le, zoo binnen als buiten de huizen 
met goede roofters voorzien waren : 
daar de vuiligheid niet mede door kon 
fpoelen. En er behoorde, ten min- 
ften eens in de week , van Stadswege 
onderzoek gedaan te worden, f de on- 
reinigheden voorde roofters behoorlyk 
zyn weggenoomen, en alle de rioolen 
behoorlyk worden doorgefpoeld. En 
hier omtrent zal de Regeringe wel zul- 
ke maatregelen weeten te neemen, 
welke iederen huisbewoner zorge zul- 
len doen dragen, dat dit, zoowelbin- 
nens huis, als buiten in de gaanbarc 
Kanalen en Rioolen gefchiede, 

IL 



der Algemtene Prysvrage. 499 

II. 

• Fan het Drinkwater. 

Al het Rivierwater, zelfs dat geen, 
het welk van de Waterplaats in de Stad 
gebragt wordt, is onrein en min of 
meer drabbig , en kan niet zuiver ge- 
heeten worden, voor dat het in groote 
Potten is doorgezakt, In groote Pot- 
ten , zegge ik , om dat de kleene daar 
toe niet genoegzaam zyn : behalven dat 
men eene menigte van zulke Potten 
moet hebben, om het water niet te 
gebruiken, voor dat het reeds eenen 
langen tyd is doorgezakt ; en van zulke 
voorrechten zyn de Armen meeft al ont* 
bloot : hoe zeer er ook de Hooge Rege- 
ringe,ten jaare 1753. reeds voor gezorgd 
heeft, dat er dubbelde Potten en Vaten 
by de Wachten zouden voorhanden zyn* 

Lekfteenen , welke anders te Gou- 
da en in andere Steden van Nederland 
met nut gebruikt worden, heeft men 
hier niet voor handen. Ondertuffchen 
zou men miffchien iets kunnen uitvin* 
den , 't geen tegen den dienfl derLek^ 
, fleenen opwoeg. 

Men zou, by voorbeeld, achter de 
Wacht op 'de Waterplaats eenen flee* 
nen bak kunnen metzelen van ao voe- 
ten breed en 40 voeten lang, waarvan 

lii 7, de 



500 Bekroond Antwoord 

de eerfle water - ontvanger ten zuideti 
met loife lleenen , keyeu en Ichoon ri- 
vier water aangevuld , de onreinighe- 
den ophield en het helder water , als 
(j[oor eene zeef, doorliedc in d .nNoorde- 
ïyken WaterbaK , alwaar het nog wat kan 
doorzakken, terwyl het helderfteen zui- 
verlle water naar de Scad wordt afgeleid. 
En 't fpreekt van zelf, dat die laatfte 
Waterbakjnog van tyd lottyd moet ge- 
zuiverd wordtn, even gelykdePotten, als 
er langen tyd water in geft lan heeft. 

Daarenboven zou men nopens de 
Watergoten uit de Waterplaats naar 
en door de Stad , nog dit volgende 
kunnen aanmerken; dat de Waterbak- 
ken vooral waterdicht moeten zynjom 
geen vreemd en ziltig water binnen te 
laaten, datzy inwendig voorzien moe- 
ten zyn van eeneopeninge veel grooter 
dan de drie openins:en der buizen te fa- 
men, om, by verftoppinge, eene ge- 
noegzame doorfpoelinge toe te laaten. 
Dat' die doorfpoeh'nge by nacbt ?e- 
fchieden moet, om den gemeenenmati 
over dag niet te ontrieven En dat na 
de doorfpoelinge alle die bakken recht 
met wel bezorgde fchuiven aanftonds 
worden toegemaakt. 

Mogelyk zou het ook niet ondienflig 
geoordeeld worden de groote watergo- 

ten 



der Algemeene Prysvrage. 501 

ten door kleine looden waterbuisjes al- 
omme af te leiden, om dat het gemak 
ende luiheid veekyds, in die warm ge- 
wed , veeie menfchen , voor al flaven , 
en diergelyken verhinderen om goed 
water, op eenen zekeren afftand , te gaan 
zoeken. Trouwens drie buizen van 9. 
duimen middellyns, gelyk degroote wa- 
tergoten zyn , zouden naar myne reke- 
ninge eenen kolom van 19 r. duimen 
quadraat water kunnen geeven, en dus 
dertig looden buisjes aan den gang hou- 
den: die alomme, in 't Kwarcier, in 'c 
Kafteel, aan de Uitterfche Poort, en 
'tot in het Vierkant en aan de Timmer- 
werf genoegzaam drinkwater zouden 
verzorgen. Maar dan zullen ook die 
buizen even wj^dig moeten zyn, om aan 
geene onvermydelyke verftoppingen te 
worden bloot gefield. 

IlL 

Van het Begraaven der 
Dgoden. 

Gelyk wy nu voor de gezondheid 
van de Lucht, en het water'binnen de 
Stad gezorgd hebben , zoo zouden wy 
ook gaerne, de oorzaken derongezondr 
heid van binnen, en uit de nabuurfchap 
der Stad , verdreeven zien. 

In Europa heeft men reed$ begon- 
lii 3 nen> 



502 Bekroond Antwoord 

ren, de begraafplaatzen, naar de wy- 
ze der Oofterlingen , buiten de Steden 
te verleggen : en er zyn menigte van 
gefchriiten voorhanden, die het ver- 
deriFelyke en befmettelyke van het be- 
graaven binnen de Stads wallen onte- 
genzeggelyk aantoonen» Ook zyn de 
drie Kerkhoven te kleen om alle de me- 
nigvuldige lyken te bergen. By het 
openen van zommige Grafkelders , gaat 
een vuile Hinkende damp op5die delucht 
befmet: en op het buiten Portugeefche 
Kerkhof, worden er de Kiften, met half-^ 
verrotte lykén uitgehaald, vervolgens 
opeen geftapeld en verbrand, om plaatse 

' voor andere lyken te maaken. Zoo be- 
krompen begraaven deChineezenniet. 
Zy openen geene graven , om dat 
zy hun heilig zyn , gelyk ook by de Ja- 
vanen , Mooren en andere Oofterlin- 
gen. En in der daad het is zeer af- 
zienelyk, dat men met de lyken onzer 
arme Europeezen zoo onverfchillig om- 
fpringt , als geevende dit een jammerlyk 
vooruitzicht , voor de Soldaten en Ma- 
troozen , 'die ziek worden , en een af- 
keer aan anderen in Europa, om her- 
waards te komen. 

Wel is waar, de Chineezen hebben 
machtig groote en overfchoone land- 
ftreeken rondom Batavia reeds inge- 

* zwol- 



der Algemeene Prysvragè, 503 

zwolgen, voor hunne graffteden: en 
men begint zelfs verlegen uit te zien, 
naar uitgebreider ilreeken, om nieuwe 
graven aan te leggen. Maar wy be- 
hoeven daar omtrend niet verlegen te 
Haan, Eene ftreek van 45. Morgen , 
gelegen tuflchen het Horendragers pad 
en deZuider weg, en tuflchen de weg 
van Ansjol en de Rivier de Sonthar heeft 
men aan den Inlander verkogt voor om- 
trend naar giiTmge Rs. 60000. na dat 
men er de fchoone Tuinen en Huizen 
van wegena de ongezondheid, gefloopt 
had. Dit land zou wederom voor den 
Koopprys, of iets meer kunnen worden 
te rug geeifcht, om tot eene openbare 
Begraafplaatze te dienen. Daar zou men 
dan 50. jaaren en meer kunnen begraa- 
ven; eer er een enkellyk behoefde ge- 
roerd te worden : 't geen gewiflelyk al- 
le die befmettelyke luchten zou voer- 
komen, welke het gedurig en ontydig 
openen der graven veroorzaakt. 

Om het Geld tot den inkoop van die 
Begraafplaats magtig te worden, zou 
er eene Colleóle kunnen uit^efchreeven 
en dezelve van den Predikftoel aange- 
preezen worden. Van de groote gif- 
ten tot dit heilzaam gebruik , zouden 
Aaijteekeningen ter gedachtenifle kun* 
nen gehouden worden: en zoo zou men 

lii 4 de 



504 Bekroond Atitwoori 

de mildadigheid genoegzaam kunnet^ 
opwekken, tot het veiieenen van de 
noodige penningen, Behalven dat raea 
voor Famil iergraven de quadraatroede 
tegen Rds. so^ofdaaromcrendzoukunr 
nen verkoopen : en nog andere midde- 
len uitvinden om dit ontwerp ge-r 
makkelyk ter uitvoer te brengen, 

IV. 

Van de Varken fokker yen en Leerhe^» 

reideryen in de Cbineefche 

Camjjong. 

De Leerbereideryen maaken kort on« 
derde Stad zulken vervaarlyken flank ,, 
dat men er bezwaarlyk voorby durft 
ryden, en dit niet doen kan zonderde 
neus te floppen. Zy zyn meer dan 
twintig in getal en altyd bezig. En het 
is ongeloofelyk , hoe veele kudden 
Varkens er, by duizenden, worden 
aangekweekt. By die V^arkens en in 
de kitten daaromtrend, flinkt het ruim 
zoo verfchrikkelyk , als by de Veile- 
plooteryen. Men moet het zelf in per- 
foon hebben opgenoomen, of men 
kan er geen denkbeeld van vormen. 

OndertufTchen zyn die flinkpoelen , 
gelegen tufTchen de Stad en de Land- 
wind , verhinderende dus , dat de Land- 
wind de noodigezuiveringe en verfris- 
finge aan de Stadiucht te weeg brengt. 

Men-» 



4er Algemeene Prysvragen, $o^ 

Men zou die onreine Varkensdryvers 
en Leertouvvers eene ander^- plaats kun- 
nen aanwyzen, daar zy hun werk on- 
verhinderd konden ven ichten , als , by- 
voorbeeld , langs den weg naar de 
Fluyt, boven de twee bruggen, of el- 
ders. En overal, voornaniéntlyk tus- 
fchen de Land-en Zeewind, zal men 
naerflig moeten doen toezien, dataile 
overige ftinkpoeien en onzuiverheden 
worden weggeruimd. 

Van de Arakshranderyen. 

In de Zuidervoorftad en buiten de 
Rotterdammer Poort ftaan kort by, 
twaalf Arakshranderyen , die altyd mor- 
fige damp en ongezonden llank aan do 
lucht mededeelen , welke wy in Bata- 
via moeten inademen. 

MlQW zou dezelve gevoegelyk tot op 
eenen verderen afftand kunnen ver- 
plaatzen , by voorbeeld op de Amanus 
gracht, alwaar de meelle Tuynen en 
Huizen afgebrooken, ofdeerJyk in ver- 
val geraakt zyn. De verplaatzingen de- 
zer Branderyen zou gewifleiyk veel kos- 
ten en eenigen ftilftand in dat bedryf 
veroorzaaken. Maar de Eigenaars dier 
panden konden eenigzins fchadeloos 
gelleld worden met een fomma van 

lii 5 Rds. 



'5o6 Bekroond Antwoord 

Rds. 4000. naar gelang van het verlies, 
*t geen zy,by die verplaatzinge leeJen. 

VI. 

Van de Kalkovens. 

De vyftien Kalkovens tuflchen den 
Landwind en de Stad Batavia gelegen, 
mogen gerekend worden, de eenemeer 
dan de andere, het geheel jaar door, 
eenen dikken rook en ftmkenden ne-^ 
vel naar de hoogce en vervolgens over 
de Stad te verheffen , en dus de lucht, 
ter inademinge gefchikt deerlyk te ver- 
vuilen. Er zyn 't is waar, eenige Ge- 
neesheeren dié durven Itaande houden , 
dat de Kalkbrand en damp de lucht zou 
zuiveren; en dus meer voordeel dan 
fchade zou aanbrengen. Maar hoe is 
dat te gelooven , daar men in Neder- 
land en elders het tegendeel gewaar 
wordt, en diarom de Kalkovens zoo 
verre van de Steden en Dorpen verwy- 
dert, als maar doenlyk is. Elk kan er 
hier ook de proeve van neemen, als 
hy des nachts, wanneer de Kalkovens 
aan 't branden zyn , en de dikke rook 
over de Stad vliegt, zich op flraat be- 
geeft en de lucht inademt. 

Ook heeft de Hooge Regeringe, 
reeds ten jaare 17535 aan Heeren 
Heemraden opgedraagen de bepalingen 
van meer afgelegene plaatzen, om er 

Kalk- 



der Algemeene Prysvrage. 507 

Kalkovens op te richten. En fchoon 
't my niet gebieeken is, dat Heeren 
Heemraden zoodanige plaatzen nog 
hebben aangevveezen , wii ik het ech- 
ter waagen, om di: thans te doen; Teii 
einde eeiie zoo heilzame veranderinge 
niet langer uitgefteld moge blyven. 
Langs deGronmger weg, op 3 00. Roe- 
den van de Stads Buitengracht, en 
vervolgens Weflelykaan, vindc mea 
de gefchikfte gelegenheid voor de Kalk- 
ovens. Men heeft er water overvloe- 
diger , en er zal nog meer kunnen ge- 
bragt worden.^ Daarenboven kan er 
het hout en kunnen er de Kalkfteenea 
gemakkelyk worden aangebragt. 

Edog voor het koopen der gronden 
en andere noodige onkoflen zouden de 
Eigenaars ooR eene vergoedinge van 
Rds. 150C. moeten genieten. 

VIL 

P^an de Schorren en het Zeeflrand. 

Niemand kan of mag 'er aan twyf- 
felen, of het aangroeiend Zeeftrand en 
de vermodderde buitenfchorren , ten 
Noorde van Batavia, geeven eene fcha- 
delyke opdampinge , welke met den 
Zeewind ftedewaards en landwaards in 
wordt overgevoerd : om w^elke reden 
men zich zoo verre van het Zeeftrand 

ver- 



5o8 Bekroond Antivoo^rd 

vervvydert mee zyne woninge, als mo* 
gelyk; en de Angiolfche vaare, Gro-^ 
jiinger en Amanusgrachten verlaacen 
heeft , en zelfs J acacia begint te ver- 
laaten. Om dat ongemak eenigzins te 
matigen , zou ik 'er zeer voor zyn , om 
in den afltand van twintig roeden , in 
eene Zuidelyke en NoordeJyke Itrek- 
kinge , breede flooten te graaven , daar 
het Zeewater rechtftreeks uit en in kan 
loopen. Met het flyR en de aarde , 
welke men uit die flooten haalt zou ik de 
tufl^chen in liggende fchorren ophoo- 
gen 9 en 'er dan Antjak- en Warong- 
boomen in planten , die den eerften 
aanval van den Zeewind eenigzins zou- 
den affluiten, en dus denlaagen voort-^ 
vloeienden en orzuiveren dampkring , 
eenigzins ten minften, van Batavia af- 
houden, 't Geen ook de zaak zou zyn> 
tenOoftencnren Weflen van de Stad, 
indien men het beplanten der fchorreu 
zoo verre zou willen doorzetten. 

VIII 

Van de Hospitalen. 

De laatfte fchikkingen omtrend de 
Hospitalen gemaakt , maaken het by- 
na onnoodig, om over de misbruiken, 
welke daar oudtyds plaats hadden, iets 
te berde te brengen. Het eenige,'tgeen 

ik 



der Algemeene P/ysvra^e. 50^ 

ik'erop weet, is de winzucht ten voor- 

deele der kranken te doen verltrekken. 

!• Vooreerft zouden de Medicamen- 
ten , benevens het eeten en drin- 
ken , van de Compagnie verftrekt, 
alleen door de Praébzyns genooten 
worden , van de Patiënten 9 die in 
leeven blyven ; maar geenzms van 
de dervende : waar voor mets, of ten 
minden zoo weinig, als maar mogelyk 
was , zou moeten verftrekt worden. 

fi* Vier bekwaame Chirurgyns zouden 
de zieken verdeelen , en zy , die de 
minde dooden hadden, maandelyks 
eene premie genieten, By het ver- 
deelen van de zieken zoude Binnen- 
regent de bede evenredigheid en 
zulks tot genoegen der Buitenre- 
genten moeten in acht neemen. An- 
ders kan men het lot gebruiken. En 
dan moeden nog die vier Chirur- 
gyns , en hunne onderhoorige naar 
mate van het minder getal hunner 
dooden , in hunne bevorderingen , 
den voorrang hebben ! 't Geen ook 
omtrend alle de Europifche bedien- 
den dand moed grypen. 

3. Indien 'er in een der vier Wyken 
van het Hofpitaal eene meerdere 
fterfte vernomen wordt, moeten de 
drie andere Chirurgyns de oorzaken 

daar 



jio Bekroond Antwoord 

daar van opfpeuren , er verflag vaü 
doen aan den Binnenregent en den 
Prefident der Buitenregenten: ten 
einde de nalatigen in die wyk , in- 
dien men het daar zoeken moet , 
naar behooren geftraft worden : of 
fpoedige hulpmiddelen ter ftuitinge 
van het kwaad mogen worden be- 
raamd. Ook zullen de bedienden be- 
loond worden, die de oorzaken van 
dat kwaad zullen ontdekken en aan- 
brengen : indien hunne berichten 
waar bevonden worden. 

4. By het overbrengen der zieken van 
de fchepen naar het binnen , en voor- 
al naar het buiten-hospitaal zal men 
zorge dragen , dat 'er Orangbaijs en 
Pi auwen voor handen zyn , met ma- 
traflen voorzien en met linnen over- 
dekt :< zullende 'er altyd een Quar- 
tiermeefter of Corporaal als Gezag- 
hebber mede moeten 5 die verant* 
w^oordinge zal moeten doen van het 
fpoedig en vroegtydig overbrengen 
der ongezonde manfchappen : zon- 
der dat men die zorge voortaan; aan, 
flaven of eenen zwarten Mandoor 
zal toevertrouwen. 

5. In plaats van den overtoom by de 
Waterplaats , zouden 'er fchutdeuren 
kunnen gemaakt woorden 5 waar door 

de 



dtr jilgemeene Prysvrage. $tt 

de zieken ten fpoedigflen in deMolen- 
vliet kunnen geraaken , om naar het 
buiten-hospitaalgetrokkente worden. 
6. Men kon ook het Hospitaalfchip 
zoo wel als de andere fchepen op de 
reede zeer gevoegeiyk 200 roeden 
Ooftelyker of Weftelyker verplaat- 
zen, op dat de Landwind,zoo min mo- 
gelykjde fchadelyke luchten vanBaca- 
via, over dezelve verfpreiden mogce^ 

IX. 

Van den Krygsdienji. 

Niets is 'er zekerder , dan dat het 
invoeren der nieuwe exercitie , ten 
tyde van Zyn Excell: den Heer Baron 
VAN Imhof, en het geduurig verplaat* 
zen der bezettingen op de poften , dat 
is het overbodig vermoeden der Solda- 
ten , aanftonds eene ongeloofelyke 
fterfte onder dezelve verwekt heeft* 
Voormaals bleeven zy 9 dikwyis hun- 
nen tyd 5 op eenen poft 9 uitdienen , 
werden aan dien poft gewend , hadden 
'er hun gemak en ftonden onder hoof- 
den , die niet alleen hunnen dienft 9 
maar ook hun huishouden gade floe- 
gen. Die Ambachten verftonden of 
iets anders , daar wat mede te winnen 
was 5 befteedden hunne wachten : en 
alles leefde rykelyk en vergenoegd: 

zoo 



514 Bekroond Antwoord enz: 

zoo zelfs, dat men voor het jaar 1744^ 
doorgaans meer Soldaten had , dan men 
plaaczen kon. In den tegenwoordigen 
bekrompen toeftand van het Guarni- 
zoen vallen 'er weinige Marfchen en 
Contra Marfchen. Zoo dit gebrek eens 
vervuld wordt , moet m<?n vooral bly- 
ven zorge draagen , dat in dit warm 
Climaat, de menfchen zoo weinig ver- 
moeid worden, aL mogelyk, en zulk 
een onbekrompen , vroolyk matig en 
zuiver beflaan hebben, als nu aan hun 
verzorgd worde. 

Wat de Matroozen betreft, die zou 
ik, zoo veel mogelyk, op de khepen 
houden, en zoo weinig doenlyk te Ba- 
tavia laaten rinkelrooijen : als zynde 
hun ongeregeld leven meeftal de oor- 
zaak van hun eigen verderf ; en van 
het verderf en droevig uiteinde hunner' 
mederaakkeren. 

X. 

De twee kaarten, welke ik hier heb 
bygevoegd , kunnen de Heeren van 
het Genootfchap gebruiken , ten min- 
Jlen ter ophelderinge van het geen ik , 
in deeze Verhandelingen, van de Kalk- 
ovens , Arakbranderyen en het Begra- 
ven der Dooden heb bygebragt. 



So. 



BEKROONDE 



ANTWOORDEN, 



KN 



BERICHTEN, 



II. DEEL 



De Boekbinder moet dit Alpha- 
beth het laait binden. 



t. o M HET 
TOENEEMEND 

HOUTGEBREK DER 

ZUIKER'MOLENS, 

INDE 

BOVENLANDEN, 

• ipoedig en duurzaam te verhelpen. 
Bekroond Antwoord 

VAN 

CHRISTIAAN JACOBL 

Onze Zuiker-molens hebben houts 
gebrek, tervvyl die der Ameri- 
kaanfche Colonien , genoegzaam door- 
gaans , rondfchieten met het tras , of de 
houtachtige zelfsf tandigheid , die van 
het riet, na' dat het zap daaruit geperft 
is, overblyft; en zulks niet alleen tot 
het kooken van het Zuiker-zap , maar 
ook tot hetllookenvan fierken drank: 
behalven ^ het geen daar van , dagelyks, 
gebruikt wordt, tot het bereiden der 
^yzen voor de flaven. 

Daar moet dan , tuflchen beiden , ee- 
nig verfchil zyn , ten onzen nadeele ^ het 
welk hier de voormelde verderfelyke 
verteeringe van hout veroorzaakt. 

U. Deel. A Dit 



t Houtgebrek der 

Dit onderfcheid kan in niets anders 
liggen, dan alleen in de krachten van 
het vuur 5 in de gelleldheidvanhetzui- 
ker- zap, of in de gefteldheid der molens, 
combuizen , en gereedfchappen. Wanc 
deze zyn de ingrediënten , en middelen , 
tothetvverkbehoorende, zonder meer. 

Het vuur hier kan niet ten onzen na- 
deele verfchillen, van het vuurginter; 
om dat, inde Weft-IndifcheColonien, 
de warmte, en gevolgelyk ook de ver- 
dunninge der luch t, ruim zoo groot is,als 
hier; mitsgaders de tegenftand, die de 
deelen van het vuur verhindert, zich te 
verfpreiden : zoo dat ook de kracht van 
het vuur, naar de meerdere of mindere 
dichtheid der lucht, moet gefchikt zyn. 

Het zuiker-zap hier kan mede niet 
flegterzyn, dan hetgeen deWeft-Indir 
fche rieten geeven; want vele andere 
vruchten en gewalTen , die hier en gin^ 
ter^ioeyen, toonen, daar door, dat ze, 
op onzen grond, ruim zoo goed, als daar, 
vallen , genoeg aan , dat hier geen nadee^ 
lige invloed voor hun is: terwyl meti 
geen reden heeft,om dit, met opzicht tot 
het zuiker-riet, alleen te vermoeden} 
vermits vele der Americaanfche plani» 
tagien langs groote rivieren liggen , ei) 

dus 



Zuiker-Molens. 3 

dus , blykbaar , een vogtiger grond en 
lucht, dan onze bovenlanden, hebben: 
behalven dat ook de menigte en grootte 
van die rivieren genoeg bewyft, dat de 
faifoenen , ginter , ruim zoo regenachtig 
zyn^als hier: welk een en ander echter., 
volgens eenevaftgaande ondervinding, 
voor oorzaaken van een fchraal en wa- 
terachtig zuiker-zap, in de Wefl-ln- 
dien, en hier, worden gehouden. 

Dan naardien het voorgemeld, voor 
ons fchadelyk,verfchil niet is te vinden 
in de krachten van het vuur , noch 
in de gefteldheid van het zap der 
zuiker-rieten : zoo ligt het zelve , buiten 
twyfel, alleen in de gefteldheid onzer 
molens, combuizen, en gereedfchap- 
pen; mitsgaders voornaamelyk in den 
voortgang , welken deze werktuigen 
maaken , met het perflen , en verdikken 
van het zap, terwylhet vuur tot de uit- 
dampinge noodig , in den vereifchten 
graad, moet worden onderhouden : want 
in geen ander opzicht, konnen die mid- 
delen de verteeringe der brandftofFen 
vermeerderen. 

Deezebepaalende aanwyzing, en ha- 
re overeenftemming, zoo wel met het 
getuigenis , het welkeen ieder, die onze 

A 2 Mo- 



^ 



\^ 



4 Hautgeh'.ek der 

Molens in de bovenlanden heeft ge- 
zien , zal ni3ecen geeven: dat name- 
lyk de bevve3ging der perffende rollen 
in dezelve , die ; de fpoed , waarme- 
de het geheele.werk voordgaat , zonder 
foLit, toonen , zeer langzaam en krui- 
pende is : als ook mei het getuigenis , 
dat de perllende rollen, in de Weft- 
Indilche molens , met een vliegende 
fnelheid , worden o rigedreeven (^het 
welk ik van allen, als die de laaftgemel- 
^de gezien hebbe, eenparig heb te ver* 
i'Wachten)geevenmygro'nd,omtebe(lui- 
ten , da t de flegce gefteliheid onzer Mo- 
lens, Combuizen en gereedfchappen, 
waar door de 'krachten van het vuur 
nutteloos verfpild worden , het toenee- 
mend houtgebrek derzelven veroor- 
zaakt; dat, door het verbeteren van 
het een en ander , naar het voorbeeld der 
Weft-Indifche Molens, of liever zoo 
veel mogelyk, de houtgebrekmaakende 
oorzaak, voor altoos, zal worden weg^e- 
noomen; en dat, als dit zonder uitftel 
gefchiedt, gelyk zekerlyk het belang 
der GeinterefTeerdens zulks vereifcht, 
het toeneemend houtgebrek > fpoedig-, en 
duurzaam , zal zyn verholpen* 

Ik 



Zuiker- Molens te .verhelpen, 5 

Ik zoude derhalven den draad van 
deeze redeneering nier konnen afbree- 
ken: doch naardien ik gelegenheid heb 
gehad ? om eene onzer bovenlaiidfche 
Zuikermolens te bezie htigen^en geloof- 
waardige lieden my telFens hebben 
verzekerd , dat alle de overigen met 
deeze overeenkomen, daar injte weeten: 

1. Dat de perlTende rol wordt be- 
woogen-, door een buffel aan een 
windboom , ter lengte van om trend 
20 voeten, zoo dat de voormelde 
rol m.aar eens worde rondge- 
draaid, terwyl de buffel, meteen 
langzaamen tfed , een weg van om- 
trend 126 voeten aiiegt. 

2. Dat de Combuis beflaat uit een 
klein , rondom met muur ingefloo- 
ten, en boven gedekt, vertrek. 

3. Dat de drie ketels klein van om- 
trek, en, naar evenredigheid van 
hunne wydte, vrydiepzyn. 

4. Dat de oven , onder elke ketel 
een ftookgat heeft, en dat die, 
alle drie in de combuis uitkomen. 

Zoo kan ik5terbevefl:igingevanmyn 
voorgemeld gezegde 9 nog het volgen* 
de hier byvoegen. 

Het gemeen is van begrip, dat het 

A 3 Zai« 



S \ Hout gebrek der 

Zuikerzap tot de vereifchte verdikkih- 
ge 5 moet worden gebragtjdoor de krachc 
van 't vuur alleen: daarom mag men 
vallftellen, dat het vuur^ui de ovens van 
onzeZuiker-molens, geduurig zoo ge- 
weldig is, als hetjmetmogelykheid, door 
ftooken kan gemaakt worden. 

Echter doet het vuur, tot dat werk, 
niets meer,dan het oploflen, en uitzetten 
der deelen van het vocht, zoo dat het 
tot de uitwaafleming bekwaam wordt. 

En wanneer iets de uitdamping ver- 
hindert zoo fpoedig te gefchieden , als 
anders wel mogelyk waare , dan ver- 
krygt het vocht, zoo véél langzaamer, de 
vereifchte dikte; en hoe geweldiger het 
vuur dan is , hoe meer daar van , en ge- 
volgelyk ook van de tot dies onder- 
houd noodige brandftof, inmiddels 
vruchteloos wordt verfpild. 

Voorts is gewis , dat de hitte van 
den oven , en de ketels , in onze klei- 
ne , rondom beflotene , Combuizen , 
en vooral de hitte, die door de flook- 
gaten in dezelve flaat, de lucht ver- 
dunt, en in een toeftand ftelt, waar in 
dezelve weinig bekwaam is, om veel 
vogt- uit de ketels opteneemen; en dat 
de reeds opgepropte lucht, die tot het 

op- 



Zuiker-Molens te verhelpen. 7 

opneemen van meer vocht, geheel en al, 
is onbekwaam geworden, door het dak 
en de m uuren , worde opgehouden : ter- 
wyl deze den indraag van verfche 
lucht tefFens beletten ; waardoor de 
Combuis , door de eerflgemelde , zoo 
veel meer moet worden vervuld; naar 
maate ze minder kan vervliegen : en 
dat dus de uitdamping van het vocht, 
in onze combuizen, grootelyks wordt 
verhinderdjdoor de bekrompenheid van 
het dak, van de muuren en van deovens. 

Niet minder wordt de uitdamping 
verhinderd, doorde voorafgemelde ge- 
fteldheid der ketels; want een en de- 
zelfde hoeveelheid waters , die , op eene 
heete plaat, uitgegooten zynde , in wei- 
nig minuuten, geheel en al vervliegt, 
heeft, inleen diepe en naauwe pot, 
zooveel uuren noodig, om te verkoo- 
ken; om dat het vuur dan minder vat 
op de deelen van het vocht heeft, en 
in het voordraagen van het zelve ver- 
zwakt, en de kleine oppervlakte maar 
weinig uitdamping teffens toelaat. 

Dat deeze verhindering der uitdam- 
ping in de combuizen onzer Zuiker- 
molens zeer groot moet wezen , blykt 
overvloedig daaruit, dat de t:aage voort- 

A 4 gang 



g Houtgebrek der 

gang van de Molens , die zekerlyk zeer 
weinig vocht , in de combuis, van het ter 
aanvullinge uitgedampte, levert, echter 
het kooken aan den gang houdt, zoo 
dat, voorzeker! het geen 'er uitdampt, 
ook maar zeer weinig moet wezen. 

Maar, als de beletzelen der uitdam- 
ping wierden weggenoomen, zoude de 
Molen te kortfch{eten,in de aanvul- 
linge van het vereifchte zap , welke op- 
leeveringe nogtans onvermydelyk noo- 
dig is. 

Dus zouden de ovens , ketels , com- 

buizen en molens moeten worden 

veranderd, om de nuttelooze fpilling 

van het vuur,, en de daartoe noodige 

■ Brandfloffe te doen ophouden. 

Dan dit kan niet gefchieden, zonder 
groote koften! Edoch hoe groot de fom- 
me daar van ook moge vallen , zoo kan 
dezelve maar gelyk ftaan meteen be- 
paald bedraagen van de nutteloos ver- 
fpilde Brardftof 5 in eenige jaren: ter- 
wyl de Molens enz: onveranderd gelaa- 
ten zynde , niet alleen een gelyk bedraa- 
gen , in dien tyd , ftaan te verliezen,met 
'de verder te verkwiftene Brandftof; 
on^^er^kend dedaghuuren, en andere 
'pngelden, die, met het langer draalen 

van 



Zuiker -Molens te verhelpen. 9 

van het werk, onaffcheidelyk gepaard 
gaan; maar men zal ook, na hec af- 
loopen van een gelyken , of zelfs min- 
deren tyd, zich al weder, even, als nu, 
tot de noodzaakelykheid gebragt vin- 
den^om het geld,'t geen men niet tot ver- 
betering der molens enz: wil befteeden, 
voor nuttelooze en verfpillende Brand- 
ftof te betaalen;endit, niettegenftaande 
het toeneemend houtgebrek en de ry- 
zende prysvan die Brandftof, voortte- 
zetten , tot dat het een en ander de Mo- 
len , in 't geheel , zal doen ffcilftaan. 

Nogtans geeft de bekende regel , 
dat veele hoofden moeilyk onder eenen 
hoed te brengen zyn, weinig hope, 
dat de gemelde drangreden, hoe krach-» 
tig ook , de geinterefTeerdens zal kon- 
nen beweegen, om dien grooten flap te 
doen : zonder welken wy bly ven , daar 
wy zyn : te meer daar velen derzelven , 
alleen in de tegenwoordige , en niet in de 
toekomende voordeelen belang hebben* 
Dus is ook gewis , dat , om de algemeene 
verandering, met zekerheid en fpoedig, 
ter uitvoer te brengen, nog zoude noo- 
dig zyn , dat alle Molens voortaan 
moeften komen in de hand van eenen 
en denzelfden verftandigen en vermo- 

A 5 gen* 



f o Houtgebrek der 

genden bezitter, en alle eens afhangen 
van eenen wille, die de algemeene wel- 
vaart voor de byzondere genoeg voor* 
uitllek, waar toe nogtans, vooreerll, 
weinig hope is. 

Waarfchynlyk is deze vreeze gegrond) 
en daarom is 'er nu van dat werk geen 
fpoedige voortgang te verwachten; als 
naar maate , dat de ondervinding en het 
nut der onkoftelyke veranderingen, 
tot naarvolging, aanleiding geeven zal. 
Uit dien hoofde, agte ik my verpligt, 
nog voorteftellen , dat , indien , door het 
maaken van openingen in het dak en 
de zymuuren der combuis, mitsga- 
ders door de verandering van den oven : 
indiervoegen , datzynellookgaten,zoo 
niet verminderen, ten minden buiten 
de combuis vallen, de uitdamping 
Waarfchynlyk zal worden verdubbeld, 
of,m eene mindere evenredigheid ver- 
meerderd. Daarenboven zal door hetge- 
bruiken van twee korte, in plaats van den 
thans gebruikt wordenden eenen langen 
windboom , en het aanfpannen van een 
buffel aan elk der eerftgemelde , de Mo- 
len , eens zoo fpoedig , of in een minder 
Vermeerderden voortgang, rond gaan. 

Dit 



Zuiker-Molens te verhelpen, it 

Ditkan tegemakkelyker gefchieden, 
alsdeevengemelde korte windboomen, 
met uic-en infchiüvende leden , worden 
voorzien : die men , als er meer toevloed 
van vocht in de combuis wordt verwekt, 
kan infchuiven , om de molen fpoe- 
diger te doen rondgaan; en daarente- 
gen, om deeze langzaamer te doen draay- 
en uitfchuiven, als de toevloed van 
vocht te groot is. 

Ook denk ik, dat tegen dit voor- 
Hel van korte windboomen, in plaats 
van den eenen langen , te gebruiken , 
zal konnen ingebragt worden. 

I. Dat de buffels , door het te fpoe- 
dig ronddraayen, zouden duizelig 
worden. Want onderfteld zynde, 
dat de lange windboom was van 
20. voeten , en dat men, in ftede van 
dien , twee , van 10. voeten elk, 
bezigde , zoo zouden de buffels , 
met hun langzaamen tred, nog een 
weg van 62,voetc n, o ntrend, moe- 
ten afleggen, om eens rondtekoo- 
men 
ü Dat er geen plaats genoeg zal over- 
fchieten, om het riet tulTchen de 
rollen te laaten fleeken. Want, als 
de weg der buffels gerekend wordt 

3. voe«* 



12 Houtgehrek der 

3. voeten te moeten breed zyn: 
en men, voor de heift daarvan, ij. 
van de lengte des Wmclbooms at- 
trekt, dan zal het overig gedeelte 
der ruimte, rondom de Ipil der 
perfiende rol,nog 226 vierkante 
voeten bedraagen. 
3. Dathet toedraagen van riet totde 
perflende rol daardoor zal worden 
belet: want de weg der buffels 
zal dan wezen 62. voeten ruim; 
daarvan is de helft, of de afiland 
van het einde des eenen wind- 
booms tot dat van des anderen, 31** 
voeten , waarvan 1 1 . voeten , voor 
den buffel en zyn tuig , afgetrokken 
zynde , nog 20 voor een toegang 
tot de perffende rol overbly ven, die 
door de beweeging van den wind- 
boom ,wel verminderd, maar niet 
geheel weggenoomen wordt ^ voor 
den buffel, en tenminflen 20. voe- 
ten verder is ; terwyl de weg voor 
den toegang tot de rol , maar 
1 o. bedraagt; en deze, door het 
verlangen der fpil van de perffen- 
de rol, en het gebruik van krom- 
me of fchuinfche windboomen, 
nog gemakkelykerkan worden ge- 
maakt. Daa 



Zuiker-Molens te verhelpen. 13 

Dan 5 indien deeze of eenige anderezwa- 
righeden , mee der daad , tegenwerkten ; 
verdient egter het belang der zaak 5 dat 
jnen die, zoo veel mogelyk is, eerder 
tragte uit den weg te ruimen, dan ge- 
heel werkeloos te blyven. Want debe- 
zorgmg van eens zoo veel uitdamping, 
en teffens van eens zoo veel vocht, tot 
aanvulling,dienen zamen tegaanien dan 
zal het werk, terwyl het vuur blyft, ge- 
lykhertl aiisgeraeenlykis, meteen ver- 
dubbelden jpoed, worden verricht; en 
dus maar half zoo lang duurt n, als thans ; 
en gevoigelyk de helft der bevorens noo- 
dige BrandllofFe uitgewonnen worden. 
De helft der Brandflof uitgewonnen 
zynde, zoude het wel de moeite waar- 
,dig weezen, door vermindering der ope- 
ningen van den oven , zoo veel immers 
zal konnen gefchieden , het tras zoo 
verre te doen flrekken, als doenlykzal 
zyn. En naar dien het Zuiker-riet , daar 
.van , in tegenflelling van het vocht, dat 
da-^ruit geperfl wordt, een groote hoe- 
^ veelheid uitmaakt , zoo is teffens te den- 
ken,dat, als hetzelve nog niet mogte toe- ' 
reiken , de daarenboven noodige JBrand- 
ftof egter niet veel zal kunnen bedraagen. 
zoo dat , mitsdien , zal konnen in beden- 
king 



14 Houtgelrek der 

king koomen , of niet, daar alleen , een 
meerdere voorraad aan tras zoude ont- 
breken, en dat vooral opplaatzen, die 
houtgebrek hebben, dejaarlyksgroeij- 
ende houtachtige planten 5 heefiers, en 
het jong ligt opfchietend houtgewas , tot 
vervulling, konden dienen? 

Deze vermoedens konden ligtelyk 
tot meerdere zekerheid worden ge- 
bragt, door het laaten maaken van de 
voorgeflaagene veranderingen , op eene 
der Zuiker-rablens , die wegens gebrek 
aan Brandftof, tot het uiterfte is gebragt. 

En naardien de uitwinning van de 
helft der Brandftof de helft der daghuu- 
ren , en andere ongelden , mitsgaders de 
voltooying van het werk eens zoo fpoe- 
dig 9 als bevorens , voordeelen zyn , 
waarin alle geinteiefTeerdens belang 
hebben; zoo is te vermoeden, dat de- 
zelve , gewillig , de te doene geringe on- 
koften zullen willen draagen , indien de 
eigenaar daartoe niet vermogend ware. 



j.r^ 



Het welk men , en zelfs meer , billvk 
van hen mag verwagten ; ook daarom, 
dat, met de te makene verandering aan 
zulk eene Molen, fchoon die niet tot 
een dubbelden? maar alleen tot een 

min- 



Zuiker- Molens te verhelpen 15 

minderen graad van fpoed te brengen 
waare, door ondervinding nader, als in 
deezen kan gefchieden, zal worden 
beweezen , dat de flegte gefleldheid 
onzer Molens 5 Combuizen, en gereed- 
fchappen de oorzaak is , van het toe- 
neemend houtgebrek onzer Zuiker- 
plantagien;endat5 met het verbeteren 
dier werktuigen, zoo veel verder mo- 
gelyk is, niet alleen het toeneemend 
houtgebrek fpoedig, en duurzaam zal 
verholpen zyn , maar ook evenredig, 
met den graad van volmaaktheid, die 
aan gedachte middelen woiMt gegee- 
ven, de voordeden der zuikermolens 
en zu.kerplantagien zullen moeten toe- 
neemen. 

De Zinfpreuk was 

Cejfante cauja , 'cejat effeSlus. 




Pag. 17 
KORTE AANTEEKENING > 

WEGENS ,EENE 

ALGEMEENE ZIEKTE, 

DOORGAANS GENAAMD DE 

KNOKKEL- KOORTS, 

DOOR 

DAVID BYLON, 

Stads Chirurgyn. 

Deze zonderlinge ziekte nam eenen 
aanvang, met het begin vanMaart: 
en nog heden, terwyl ik dit fchryve, 
woedt dezelve. De waarneemingen 
daaromtrent zyn door, eigen bevindin- 
ge, ontleend uit een groot getal van al- 
lerhande perfonen, die ik behandeld 
hebbe. 

Inlanders , Chineezen, Slaven , geene 
natie uitgellooten, noch geene van de 
beide Sexe, Kinderen, vohvaflene en be^ 
jaarden, alle zyn er, zonder onderfcheid, 
van aangecaftgeweeft, nietalleenin de- 
ze Stad Batavia , maar ook in den omtrek 
derzelve, en in de Buitenftad: ja zelfs 
verhaalt men, dat dezelfde ziekte, 
op de Eilanden, binnen de ilraat Sunda 
JLDeeL B ge* 



i8 Korte Aantetkenin^e over 



ö' 



gelegen, als mede op de fchepen, ter 
rhecde, en aan de Eilanden geankerd 
liggende, wondcriyk gevvced heefc. 

De toevallen beftonden in eene aan- 
houdende koorcs , van een, twee, en zel- 
den drie , ecmaalen. 

Zederd boven gemelde tydsbepaling 
tot heden, heb ik 88. perfonen, onder 
myn bezorging, gehad, als 35. Mans, 
S4. Vrouwen en 9 Kinders , die alle 
aan deze ziekte hebben gelegen ; en 
onder welk getal ik zelfs begreepen ben. 

De ziekte begon, byzommigen, met 
eene geringe ongefteldheid van het ge-t 
heel lichaam, 'tgeen, den anderen dag, 
gevolgd wierdvaneen brandende heete 
koorts (*) die, byveelen, als de koorts 
op het heevigft was, met ylhoofdig- 
heid(^e//y/^/w) wierd gevolgd. De pols 
was fterk, gelyk en vol; en by de mee- 
Ite lydcrs, was het hoofd en het aangezigt 
zeer gezwollen , met eenen roozagtigen 

uit 

(*) Een-gen kreegfn cencn aanval van de kondt 
Koorts» very.cld van eene pvnelvke k^ude over het 
ganfche lichaam. Aêntetkenlng vén het Gttfotjihêf^ 



de Knokkel-koorts. 19 

tiitflag, die de ziekte, by zommigen, be- 
paalde tot onder aan de kaake ; maar 
anderen hadden geen een deel des lich- 
aams daar van bevryd. 

Wanneer jby dezen^de uitwaafleming 
begon (die^by allen, van den aanvang der 
ziekte geflremd was) hadden zy eene 
fteekende en als jeukende pyn , in de op- 
pervlakte van den huid des geheelen 
lichaams. By anderen begon de ziekte 
(zonder eenige voorafgaande ongefteld- 
heid ontwaard te hebben) met pynen 
in 't een of ander lid, of in meer le- 
den te zamen. Aanmerkelyk was het, 
hoe de ziekte aanmy zelven zich open- 
baarde. 

Het was den 26 Mey jongflleeden^ 
des nademiddags om 5. uuren, dat ik, 
op myn floep, in gefprekzynde met twee 
van myne goede vrinden, ontwaarde 
eene, als knagende , pyn in myne rechter 
hand, en de gewrichten van den onder- 
arm , die, trapsgewyze , toenam ; opklim 
mende naar den fchouder , en zo ver- 
volgens in alle myne leden : zooda* 
tiig, dat ik, om 9. uren, dien zelfden 
avond, reeds met eene hevige koorts 
op myn ruftbed lag- 

Ba Den 



Bo Korte AantekeHinge over 

Den gcheele nacht bragt ik onruflig 
en llaapeioos door met de heviglle py- 
nen van het geheele lichaam, voor 
al die der ledeniaacen , en der ge- 
wrichten. Wel haaft zwol myn aan- 
gezicht met een geringen roozagtigen 
uiiflag , die de geheele oppervlak- 
te van den huid belloeg, vergezeld 
van eene bolle opzvvelling. 

De palmen myner handen en myne 
voetzolen waren, als kuffens, opgezet, 
en , als marraerfteen, gevlakt. Eenige 
lyders konden niet ruften van de jeu- 
king, welke my echter weinig kwelde; 
velen, die, na de genezing, van den 
uitüag, ontfierd zyn, geiyk men, aan 
my, heden nog ontwaar kan worden. 

De dorftwas, by deze ziekte, niet 
eigen, en de eetlult ontbrak: de tong 
was, by eenigen, hgtbeflaagen: echter 
was dit hier geen gevolg van ver- 
vuilde ineewanden; gelyk anders door* 
gaans. Meeft alle de lyders hadden 
geenen floeleano;, 't geen nogtans wei- 
riö nadeel toebragt : en waar aan ik 
fpoedig (door een zagte aaröfpuiting^ 
herftel verzorgde. 

Tweft 



de Knokkel koorts. 21 

Twee lyders heb ik behandeld, by 
wie de ziekertofFe zich had geplaatt 
in de darmen , met gevolg van een 
hevig koiyk; by anderen had zy zich 
op het tandvleelch gevel1:i:^d , met 
zwelling , pynen en losheid der tanden. 

By eenigen was de (toffe op de oog- 
bollen gevallen, en verwekte pyn 
met ontfteeking. Hoe eer de door- 
waafTeming voor den dag kwam,, ées 
te fpoediger brak de koorts. En 
als die met een fterk zweeten eindig- 
de, waren er velen, die , a's dan, 
ten eenemalen, van de pynen veiioft 
waren : waar door dus de geheele 
ziekte geneezen was. 

Edoch het grootde aantal der zie- 
ken, na dat de kooris was gefluit, heb- 
ben pynen in de gewrichten, en ver- 
ftyvingen overgehouden. Het is nu 
drie wecken geleeden, dat ik (selyk 
ik reeds heb gemeld) met de ziekte 
wierd aangetafl, en daar voor, 5 da- 
gen lang , het huis heb moeten hou^ 
den ; maar , nu nog op heden , heb 
ik, by aanhoudendheid , de pyne 
ÊU verfty vinge , in de geledingen van 

B 3 de 



22 Korte Aanteekeninzt over 



ö' 



de beide voeten , met zwelling der 
beide enkels ; dermaten , dat , wan- 
neef ik des morgens, op- flaa; of een 
weinig, op den dag , heb opgezeeten , en 
my weder in beweging zal begeeven , 
i:c niet dan zeer bezwaarlyk gaan kan, 
en my het op en neder -klimmen 
allerpynlykft valt. Dit toeval be- 
fpeure ik by velen , en het fchynt 
hardnekkig te zyn. 

Sommigen zyn weder ingeftort, en 
langer ziek gebleeven , dan by den 
cerllen aanval: doch meeft allen zyn 
zelve de oorzaken daarvan; gelykikmy 
zelven daar ook niet vry van durve 
fpreeken. Men begeeft zich al te fchie- 
lyk in de lucht : de dagelykfe oefFenin- 
ge wordt te fpoedig hervat : en in het 
drinken en een onmatigen eet-regel, 
verwaarloofl men zich zelven* 

Tot deze (^Knokkelkoortze) dien ik 
eene rooz - agtige zinking - koors noem , 
geeft aanleiding, al wat fcherpe, vog- 
tige en dikwyls veranderlyke lucht,(*) 

en 

(*) De regen , en dus de vochtige en veranderlyke 
lucht heeft Teel langer aangehouden , dan in andere Ja- 
ren ; en in ditjaar den kelyk zullen de groenten inzonder- 
heid, en de uitwaafleminge der Hchamcn , daar ieti 
aonderlingfi uit hebben verkreegen. Aantttktnini vajn 
bet Gtnootfch.Af^ 



di KnokkeUkoorts. aj 

en alles , wat de werking van fchei- 
ding en uitloozinge, inzonderheid van 
doorwaafleming belet, waar door er 
een fcherpe wey , in het hchaatn, ont- 
ftaat , die , in de vaten der oppervlakte 
van het lichaam , inzonderheid , die 
van den huid, (lil ftaande,de zelve 
fteekt, prikkelt, en tot ontfteeking, 
aandoet. 

En hier van die roozagtige uitflag 
te voren befchreeven. 

Deze StofFe .vereifcht meerder uit- 
breiding , om de afgelegene oorzaken 
van deze doorgaande ziekte , met 
meerdere nauwkeurigheid , te befchry- 
ven. 

Hier toe dient , en wordt vooral 
vereifcht, eene nauwkeurige waarnee- 
minge van de gefteJdheid van deluchr, 
van den aart der winden, der hitte en 
droogte, van den vogcigen dampkring, , 
enz. 

Maar ik verzoeke , dieswegens , ver- . 
fchooning , als geene gelegendheid 
hebbende (door myne uitgeftrekte be- 

B 4 zig- 



^4 Kortz Aantetkzningt over 

zigheden) die waarneemingen zelf te 
maaken. 

Derhalven zal ik tot de eenvou- 
dige geneeswyze dezer ziekte over- 
gaan. 

Deze Roozagtige Zinkings-koortfe 
is van geenen kwaad-aartigen aart. 
Alle die, ik behandeld hebbe , zyn 
herfleld, in zoo verre, dat er eenigen 
pynen , ftyf heid in de gelederen , vooral 
in die der voeten , met verzwakkin- 
ge, hebben overgehouden; gelyk vvy^^ 
te voren , reeds gezegd hebben. 

Met het aankomen der pyne, gedu- 
rende de koors , heb ik dunne door- 
fpoelende dranken voorgefchreeven, 
heet theewater met verfch limoen -fap 
enfuiker voor den dorft, huy van melk, 
gekookt met azyn ; of voor die geen 
ftoelgang hadden , met Cremor tartari^ 
om hier van , naar genoegen , te drinken. 

De doorwaaflemingewasjbydemee- 
flen, zeer bezwaarlyk, hoewel ereene 
ontlaftinge verwekt was, door de aars- . 

Ipui- ■ 



de Kfwkkelkoorfs. 25 

fpuiting; maar, na het veel drinken van 
den volgenden befchreeven drank , 
kwam die zeer fpoedig voor den dac^, 5c» 
Cremoris t ar tart eenonce, Salis Nitriy 
tweeDracbmas: deze te Imelten in 2. 
pinten water, en, by het doorzygzel, 
mengde ik wat Kandy-fyroop, en ook 
veeltyds eene halve once Lmioen-fap* 
Hoe heeter die drank wierdgedionken , 
hoe fpoediger het zv/eec doorbrak , mee 
verligting van pynen; en de koorts ging 
ten eenemaien af. 

Sommigen , die eenen af keer badden 
van den befchreeven drank, in ruime 
mate te drinken, liet ik gebruiken den 
volgenden koeldrank : 

?o. ylq. Samhucï unc, iv. 

Sp. Nitridulcis mtt. xxx. 

Syrup Limon. unc. Sem, m. 
Hier van liet ik den lyder, om de 2. 
uren , \. theekopje vol inneemen. By 
eenigen bleef de doorwaasfeming nog 
geflremd , die eindelyk evenwel, na 
't gebruik van dit.vole^ende buik- ope- 
nend middel , fpoedig, by de mees- 
ten, ten voorfchyn kwam. 

?o. Rad, Rbeu 

FoL 6enna aa dr. j. fem* 

, ■ B5 Met 



H6 Korte Aantee\inwge over 

Met drie oneen water gekookt , 
tot op de helfte , en , by het doorzygfel, 
mengde ik een half once Manna. By 
anderen voegde ikertweedrag m^sSal, 
Clauheri by , en h'et de lyders zulks , mee 
gevolg van 4 a 5 ftoelgangen, gebruiken: 
als wanneer ik, den derden dag, vele 
lyders ten eenemale van de ziekte , door 
een flerk zweet, bevryd zag. 

Een groot getal waaren zoo gelukkig 
nietten Ichoon de koorts een einde had 
genoomen, wilde het zweet niet altoos 
volgen: 'c geen dan, meer en minder, 
eene ongefteldheid van loomheid, py- 
ne &c. veroorzaakte. Om dan te tragcen 
die zondigende flofFe ten onder tebren^ 
gen, ware het mogelyk, door dedoor- 
waaiTeming te bevorderen , fchreef ik 
dit mengfel voor: 
5o. Sal Nitri. 

Ocul Cancr. aa ir, j. 

jlq. Simp, tmc. iij. 

j^q. Flor. Samb. de ft UI. dr]. 

Liq. Anod Min Hoffin.guttixxXs 

Syrup. Sacc. albi dr. ij. 

Om de 3 uuren , een klein kopje vol in 
teneemen. Maarhiervan geen voldoen* 
de of zichtbaar voordeel ziende, liet ik 
vervolgens gebruiken deezen drank : 

80. Fl09 



de Knokkel-koorts. 27. 

?c. Floo Sambuci m. fem: 
Flor Chamomilla Rom: . 
Crem Tartari aa Unc. j. 
Nitrt dr. ij. 
Dit gekookt zynde met 2 pinten 
water 5 mengde ik het doorzygzel, met 
een onceRob. Sambuci ^en liet den zie- 
ken hier van, om het uur, een theekop 
vol 5 warm drinken , met een gewenfcht 
gevolg. 

Die een tragen itoelgang hadden, liet 
ik, in voorfchreven drank, wat Sal Poli- 
crejli fmelten; waardoor een zachte af- 
gang verwekt wierd. 

By de genen, die pyn en verzwakking 
der leden behielden, liet ik ftovinge, 
uit verzagtende kruiden, aanleggen , 
waffchinge met azyn, en de waafem- 
baden. Indien de pynen hartnekkig 
bleeven aanhouden, en zich, op het 
een of ander deel , bepaalden, en het 
lichaam , voor het overige , zonder 
hitte, koorts, en welgefleld was; liet 
ik de pynelyke deelen aanleggen , en 
dezelve waflchen met arak , waarin 
gember gekookt was : en dit heeft ve- 
len geholpen. 

Sommigen, fchoon - nog lang met 
pynen van dien aart gekweld, wilden 

ech- 



a8 Korte Aanteekeninze over 



:>' 



echter niets inwendig meer gebruiken. 
Anderen, die zich, van het nadee- 
lige wilden onthouden , en bmnens huis 
bleeven, heb ik, met een gewenfcht 
gevolg , laaten gebruiken : 

5o. Camph, Baros dr Sem 

Sal Ni tri dr. ij. 

Ocul. Cancr: dr, j. 
Heel fyn gewreeven en gemengd , 
in tien inneemfels verdeeld , om de drie 
uuren: en dit middel had ook eene ge- 
wenfchteiiitwerking,by ettelykelyders, 
die, door eene verkeerde behandeling, 
als waare verlammingen, verzeld van 
groote verzwakkingen , hadden overge- 
houden. 

Anderen heb ik, om de uitwaafTeming 
te bevorderen, en de hardnekkige be- 
paalde pynen, die vooral, in de ge-» 
leden der voeten voorvielen , te verbcte* 
ren , het volgende voorfchrift : (getrok- 
ken uit Pr I N G L E ) laaten gebruyken : 

?o. Gum Guajac drfem 
invitell ovi qv, Solut: 
u4q. Simplic unc iij, 
ylq /ikxiter Spir dr ij. 
Spir : Minderer unc. j. 
Saccbar mi/a alb dr. ij. 

' Dita 



dt Knokkel-koorts. 29 

Dit , om de 3. uuren, 2 lepels vq1> 
van in te neemen. ij^) 

Door deeze eenvoudige wyze van be- 
handeling, zyn er velen herfteld , en 
volkomen geneezen : fchoon, onder het 
getal van 88. verfchillende perfoonen, 
die ik heb bezocht , er velen noch de 
reeds opgenoemde naweenen hebben 
van (lyve pynelyke leden. Maar zy 
zyn de zulke , die , in 4 , 5 , a 6 dagen , 
zich geneezen dachten; hebbende zy 
zich in hare dienften en bezigheden 
begeeven, en hunne vorigen leevens- 
aart aangenoomen, als of zy volko- 
men gezond waren. 

Ik heb dikwils waargenoomen , dat 
die zich, eenen geruimen tyd, in huis 
hebben gehouden, de winden en nacht- 
lucht hebben gemyd, en ook veele zach- 
te doorfpoelende dranken hebben ge- 
dronken, wyn en bier gemeeden, ook 
zachte voedzels, die ligt te verteeren 

zyn, 

(♦) Andere Geneesheeren h-Shen thee met faffraaa 
doen dnnken , den Lyder wel toegedek», te bedde 
gebragt , en zoo de K; nkkelkoort- ten fpoediedea 
•pvermceflerd. Aantêkmingi van het Geucetjchaf* 



3 o Korte Aant: óver de Knokkel-koorts^ 

zyn? hebben gegeeten,in volkomene 
gezondheid Ichielyk herfteld zyn. 

Maar het getal van dezulken was ge- 
ring; daarom is het, dat men er zoo 
velen ziet, die fukkelende en zieke- 
lyk bly ven : gelyk ik ook aan my zei- 
ven bevinde. 

Zie daar dan eene korte aanteeke* 
ninge, wegens eene zeer bekende ziekte, 
welke echter , by geheugen van men- 
fchen , alhier , binnen Batavia , nimmer 
zoo fterk , als eene Epidemique ziekte , 
heeft gewoed, en die daarom, den in- 
woonderen , tot een wonder verftrekt 
heeft, 

Offchoon nu wel deze ziekte van 
een goedaartigen aart is , is het echter 
van de uiterfte noodzakelykheid, dat 
men van dezelve , ten allen tyde , en by- 
gevolg, ook nu, eene naauwkeurigea an- 
teekening houde; om, ware het mogelyk 
door kundige waarneemers , te ontdek- 
ken, de afgelegene oorzaaken van zulke 
eene ziekte, hoedanige ontdekkingen 
altyd ftrekken zullen tot nut van het 
menfchdom. 

Batavia, den 19. yuny 17^ 9 • 

F LU- 



Pag. 3t 

FLUXUS VENTRIS, 

OF DE 

BUIKLOOP. 

DOOR 

BERNARD WOLF 

Oppermeejler. . 

HET is een ziekte, die den lyder , I^eto 
overtollige en dikwyis herhaalde ^^^' 
onclailingen, door denfloclgang , doet 
uitwerpen. 

Deeze ziekte verfchilt , naar mate Djffcrai. 
van hare hevigheid. Want zy wordt ^^*- 
JDiarrheaj van 't Griekfche Diarrhein 
( doorvloeijen ) genoemd , als 'er geen 
hevige pyn of koorts by is , en geen 
bloed , of vezelachtige flym mede af- 
gaat. Maer de ziekte word Dyfenteria 
(^van Dys en Ent er on) kwade gefteld- 
heid der ingewanden , genoemd , als 
'er zwaare pynen bykomen , zonder , 
of met koorts; als men vliesachtige 
flymen van de bekleedzelen der inge- 
wanden , zonder , of met bloed , af- 
gaat; eneindelyk, als 'er de Tenesmusj 
Perfing, of ftoeldwang by is, waar by 
de lyders dikwyis tot afgaan aangedron- 
gen worden, en te vergeefs moeijte doen, 

om 



52 Fluxus FentriSy of 

om iets anders kvvyt te worden , .dan 
eenige druppels'of kleine hoeveelheid 
van Icherpe flymen. Maer als de ly* 
ders veel bloed, of maar bloed alleen , 
afgaan , wordt de kvvale Bloed - of 
Roodeloop genoemd. 
Caufa Als de' zenuwachtige deelen der in« 

proxjma. g^^vanden van iets aangedaan worden, 
trekken zich de fpierachtige vliezen ge- 
weldig te zamen, veroorzakende tef- 
fens pyn , en Iterken toevloed van 
vochten. Indien nu, op iedere kramp- 
trekkinge, eene verflauwing der deelen 
volgt, zoo moeten hier, als de kracht 
van .tegenftand die verflauwt, de voch- 
ten los geraaken, en zich loozen. 

Door de hevige famentrekkinge der 
fpierachtige vliezen maakt zig de flym 
der ingewanden los, en gaat dus, met 
den afpang, weg. ]sdeMateria peccans 
Corrofyf^ dan byt en knaagt zy de bloed- 
vaten, en werpt het bloed mede uit. 
Edoch, als zvfterkbytende wordt, dan 
gaan de vezelen der vHezen alleen , 
door die bytinge, mede, maar geen 
Bloed; indien de bloedvaten ontfloo- 
ken , en, gelyk als door eene ver- 
fchroeijinge,eeflooten blyven. 
CaufjE Onder de verder afgelegene oorza* 

fcmotïe. j^^^ ^^^g ^^^^ tellen alle by tende en he- 



de Buikloop. 33 

vige buikzuiverende , en andere fcher- 
pe ftofFen , die ingenoomen worden. 
Ook behoort hier toe de fcherpe ftofFe 5 
die het bloed naar de ingewanden 
leidt, om ze, langs dezen weg, uit hetlig- 
haam te brengen. Insgelyken de Gal ^ 
die, in heete dagen, en, inzonderheid, 
als 'er nog vlug alcaliscb zout bykomt, 
zeer bytende Qcorrofyf^ wordt* 

Eene vuile lucht, en inzonderheid 
eene warme en vochtige, wordt ^ door 
het ademhaalen , aan 't Ipeekfel mede 
gedeeld; 't geen verder, by 'tinllokken, 
de maag aandoet. Ook kunnen , by ge- 
brek van uitwazeming , de Fafa ab- 
forbentia eene kwaade ItofFe , uit de 
lucht , inzuigen. 

Hier toe behooren ook ongewooné 
voedzels, waarvan de Maag en Inge- 
wanden, in den beginne, doorgaans, aan- 
gedaan worden. 

Eene Plethora^ die zich door deMf- 
feraica , uit het lyf ontlall ; en einde- 
lyk , eene wonde ^ of verzweering in de 
ingewanden , of op eene andere plaats , 
per Metaftafm , de etter naar de inge- 
wanden toevoerende. 

De toevallen, die deze Ziekte ver- svmp- 
IL Deel C zei- tomata. 



34 Fluxüs Ventrk\ of 

zeilen , zyn , naar de trappen van hef- 
tigheid, ook, min of meer, hevig» By 
de Diarrhea , vindt men , dat de afgang 
doorgans met vele winden verzeld 
gaat; en dat de lyder eene eenigzins 
hardere pols heeft : de iiicwazeming 
en de eetlufl zyn ook minder , als 
in den flaat der gezondheid : dikwyls 
is 'er pyn in 't lyf , boven den navel , 
met hoofdpyn , en leelyke fmaak in 
den mond : het gemoed is verdrietig , 
de flaap onruftig, en de armen en bee- 
nen loom. By de Dyfenteria vindt 
men de evengenoemde toevallen he- 
viger , naar mate de ziekte kwaadaar- 
diger is. De pols is dikvv^Is flaainv , 
met tuffchenpozingen : en zodanige 
pols , zelfs , is , meermalen eene voor- 
bode van de ziekte. De pynen , in 't 
hoofd en in 't lyf, zyn hevig, met 
fnydingen en krimpingen ; waar by zig 
ook de koorts zomwylen voegt , ge- 
brek van flaap , geduurig afgaan by 
nachte; bittere, zoutagtige of andere 
leelyke fmaaken , in den mond. Per- 
fmgen tot ftoeïgang, zonder iets, dan 
eemVe droppels, te kunnen kwyt ge- 
raaken. Afgang van vliezig flym; 
bloedafgang; en ook graauwe flym. 

De 



dt Buikloop. 35 

De afgang Hinkt , als eene doode kreng , 
en is buiten gewoon rottig. Gebeurt 
het 5 dat , den lyder , flinkend dun bloed, 
*t geen lange rookt, en geen dikbloed- 
ftremzel achterlaat , by menigte , weg* 
loopt, zonder de minfte zamentrek- 
kinge van de aars-fluitfpier ; dan gaat 
het verzeld van eene zwakke en zeer 
radde pols, koude, in armen en bee- 
ne , als meede heete brandende pyn 
onder den navel. Ook komt 'er, nu 
en dan , witte afgang , als melk , groo- 
te verflauwing en verdorring van 't 
ganfch lichaam , eene drooge tong , 
pyne in den flokdarm, Iterke onlefch- 
bare dorfl , en groote afkeer van alle fpy- 
zen. Eindelyk volgt er op de Verfter- 
Ving (^Gangrana) in de ingewanden. 

De Kenteekenen zyn de overtollige 5:^^^ 
dunne floelgang, in óe Diarrhea^ endiagnos- 
de zwaare pyne, met veele flym^en en'^^^- 
bloed, in de Dyfenteria* En geeven 
de boven opgegevene Symptomata 
den graad der ziekte te kennen. 

De Diarrhea is veel minder gevaar- Pro- 
lyk , dan de Byfenteria '^ maar, alsgi'^o^tica. 
zy verzuimd wordt, gaat ze graag in 
de Dyfenteria over. Als de winden 
de pyn in 't lyf verminderen, en de 

C 2 ftof- 



35 Tlimis Ve fit ris , of 

ftoffen gebondener worden, en de an- 
dere Symptomata van de Diarrhea vcr- 
dwynen : zoo begint de beterlchap. 
Als zy 5 door adJJringerende^ of opltop- 
pende middelen, geituyt wordt, zoo 
volgt doorgaans, dat een gefpannenlyf 
en benauvvtheid den lyder , met eene 
andere ziekte, bedreigen; en gekhiedt 
het ook dikwyis , dat 'er een heete 
koorts op volgt. De Diarrhea is zeer 
gevaarlyk, als zy, Symptomatice^ by de 
Pokken, of eenige andere ziekte met 
uitllag , invalt'; en dat zy de natuur 
verzwakt, en dus den uitkomenJen uit- 
flag vertraagt, of geheel belet. Even- 
wel is zy , in verfcheidene andere ziek- 
tens, als een goede Crifis^ aan te zien: 
en, op het eind van veele ziekten , is 
zy zeer heilzam, om het iighaam glad 
en gaar te zuiveren. 

De Dyfenteria , daar en tegen, is al- 
toos zeer gevaarlyk , hoewel de ^raau- 
\ve afgang nog gevaarlyker is , dan de 
roode ; en gevaarlyker, in zwakke en 
uitgeputte lighaamen , dan in. fterke 
en vaftgefpierde. Hevigere Perflingen 
zyn zoo v^el ^evaarlyker , als zy de 
krachten fchielyker wegneemen. 

Witte afgang , als melk , is meeftal 

dood- 



de Buikloop. 37 

doodlyk, als die uit de verfloppinge 
der MeiK. vaten ontftaat. en dus bedorven 
melkfap uiiievert. Zuiken afgang vindt 
men mcell, na de iangduuiige ziekiens 
van verllyming, en, inzonderheid > na 
de waterzugt, en de lang verftopte ver- 
an deringcn by de vrouwen. 

Als 'er (linkend bloed, in eenegroo- 
te hoeveelheid, geiofl v\ordt, dat geen 
dik bloed Qcruoreni)z'^t , lang dampt , en 
dun opgeloft biylt, llerft de lyder 
zeer fchie'yk , als hy niet aanllonds 
kan geholpen worden. 

Een zeergroote dorll, gepaard gaan- 
de met een grooten afteer van alle ipys, 
bewyil, dat de ingewanden zich ver- 
kankeren. Als dan de armen en beenen 
koud worden, en de Lyder zeer be- 
nauwd wordt, dan is het al ver, met 
de Gangrana^ of de verfier vinge, ge- 
vorderd. 

Een droogeroode tong, en 5 't geen 
nog erger is , een bruine of zwarte , met 
zware halspyn en bezwaarlykheid van 
flokken gepaard, is ook zeer doodelyk. 

En, als d2 Dyfenterïa tot beterfchap 
overgaat , verandert zy doorgaans in 
een e Piarrhea. 

Tct de geneezing der Diarrhea, moet Metho 
men deze drie dins:en in acht neemen. ^^s me- 

C 3 ï. De^'^^^' 



38 Fluxus Ventris j of 

t. De materia peccans moet gedi* 
lueerd worden 5 zoo 'traogelykis , of af- 
gefpoeld, door het gebruik van een 
olyagtigen, zachten en verkoelenden 
drank. En dient hier toe inzonderheid 
het afkookzel van ryft, met wat li- 
moenfap , aangenaam gemaakt. 

2. Ook wordt de kwade ftof , door 
zachte braakmiddelen, uit de maagver- 
dreeven; en, gedurende eenige dagen, 
door zachte buikzuiveringe , uit de 
ingewanden, afgedreeven. Vooreen 
braakmiddel is 'het bekwaamde, Ipec: 
9j ,metwat Cremor tartari^in een poe- 
der, of een fyroop , als een Bolus , of 
Concerf , genoomen. Tot ontlaflinge 
is beft de geroofle Rhaharber 5]^ , da- 
gelyks , verfcheiden reizen , genoomen. 
Met de Rhaharber moet zoo lang voort 
gegaan worden , tot dat de Diarrhea 
overwonnen is; waar toe de regelen 
voor de leefwyze, of Dieet, veel voor- 
deel zullen kunnen aanbrengen. 

3. Als de i)/^rr/?^^ overwonnen is, 
moet deEetluft, door de TinBura Ah* 
fynthii, of andere bittere Elixirs , als 
het Elixir propr. Parac. , of de elixir 
Stomacb. , by 60. druppels , tweemaal 
dagelyks, in witten wyn, of genever, 
gebruikt, heBfteld worden. 

Tot 



de Buikloop. 39 

Tot de geneezing der Dyfenteria^ zyn, 
naar de verfchillendheid der ziekte, 
met betrekkin^e tot hare eerfte oor- 
zaak 5 ook vericheide zeer verfchillen* 
de kunflgreepen in acht te neemen: 
Maar deze vyf algemeene moeten, 
meellaltyd, waargenoomen worden. 

(, Men moet de kwaadaartige Scof- 
fe 5 door 't gebruik van een olyachtigen 
zachten en verkoelenden drank , weg- 
fpoelen: en hier toe is dienftig, gelyk 
in de Diarrhea , het af kookzel van ry fl , 
met limoenfap zuur gemaakt. 

Is de Ivder flauw, dan kan men hem 
geroofl brood, behoorlyk afgekookt, 
of iets diergelyks, laaten gebruiken. 
Is de pols klein en driftig, en de afgang 
zeer rottig ftinkende, kan men, met 
goed gevolg, in plaats van limoenfap, 
in eiken bottel van dien drank , 30. 
droppels Sp\ Vitriol: Acidi inmengen. 

2. Ook moet de kwaadaartige fl:offe , 
door zachte braakmiddelen , uit de 
maag, en, geduurende eenige dagen, 
door zachte buikzuiveringen , uit de 
ingewanden, geloft worden. 

De Ipecamanha is hier weer het befte 
braakmiddel; en kan, aan zwakke ly- 
ders 5 naer believen, in een drankje, 

C 4 g^- 



40 Fluxus Ventris , of 

gegeeven worden , om , in 3 of 4, 
teugen , met een halfuur tuffchentyd , 
genoomen te worden ; waar by de 
pogingen tot braaken veel minder ge- 
weldig zyn; hoewel niet minder werk- 
zaam: indien de eerde en tweede teu- 
ge de maag en de ftofFe, tot de ont* 
laftinge , voorbereiden. 

De braakmiddelen worden , tegen 
den avond, beft gegeeven; om dat 
de lyder, na 't braaken, ruften kan. 

Den morgen daarop wordteen Buik- 
zuiverend middel van Rbe: tojl, gegee- 
ven; en alzoo gaat men voort, eenige 
dagen lang , tot dat de leelyke fmaak , 
in den mond, zigh verbetert. 

3. Om den Lyder tot ruft te bren- 
gen , die hem hoogft noodig is , op dat 
hyniet, teneerften, zonder vernieu- 
wing van krachten, verflaauwe , wordt 
een flaapmaakend middel vereifcht , 
waar tpe, hier te lande, het Opium pu^ 
rificatum het befte is. Ik heb, met eene 
pil van 4 grein , nooit dit oogwit be- 
reikt, maar wel met 5, 6 a 7 grein. 
De lyders flaapen hier op , tot den an- 
deren morgen, ruftig , zonder afgang, 



de Buikloop. 41 

eti deftilftand van pynen duurt nog, in 
den voormiddag 5 eenigen tyd voort (^*). 

4. Wanneer de lyder geen bitteren , 
of anderen kwaden fmaak, in den 
mond, heeft; en de perffingen en krim- 
pingen geen groote hevigheid meer 
hebben , dan gebruikt men zachte 
adftringeerende , en tè gelyk verffcerken- 
de 5 middelen, by de Rhabarber. 

Hetfpecifkum is hier, gelyk in Eu- 
ropa, de Cortex Simarubce^ dieopftop- 
pend en verfterkend is, en het laaft- 
te nog meer, dan het eerfte. Van de- 
zen Cortex worden 3j. in deco£to , of 
in pulvers gebruikt. Edoch , in pul- 
vere is hy onfeilbaarder. Met de Rba- 
harber word die alcu^^ gebruikt: 
5o. Pulv, Rjei. dr. ij 
Pul Cort. Simarub dr. j etfem 
Misce. fiunt pulver es Sex; 

3. dagelyks te neemen. \ 

5. Als , na een vier-dagig gebruik van 
deze poeders, de lyder nog altoos, met 
de ziekte, voortgaat, zoo wordt einde 
lykde Cortex Simaruba alleen gebruikt. 

De Dofis is 3j /s. dagelyks, in drie 
Cs of 

(*) 10. of II. druppelen Laudanum liquidum Sy^ 
'iinhami 7-yn genoegzaam , in den uitterften nood, 
Vyftien Proeven zyn 'er mede gedaan , met goed gC:; 
^oig. AanUtktningi van hn Gtnmfiha^* 



4a Fluxus Ventris , of 

of vier poeders. Daarmede wordt zoo 
lang aangehouden , tot dat de afgang 
volkomen, in zyn natuurlyken Haat, 
gebragt is. 

Tot deze vyf byzonderheden moe- 
ten nog de volgende, na de 
verfchillendheid der ziekte, 
gevoegd worden. 

6. Als een lyder zwaare hoofdpyn 
heeft, en een volle pols, met veel 
drift en hette, teekenen van een zwa* 
re Piethor a , moet er een e laatinge , van 
§vjj. gedaan worden; en deze laatmg 
zelfs , moet , naar vereifch , als de even- 
gedachte Symptomata niQt verminderen, 
verfcheidene malen, herhaald worden, 
om het vuur te {luiten, 't geen anders 
zeer fchielyk voortgang maakt. En als 
de lyder zwak is , en zomwylen reeds 
den hik heeft, moeten er kleine revtiU 
/i;e laatingen gedaan, en het bekende 
Kampherdrankje van Amad^eus, hem 
gegeeven worden. 

7. Als een lyder, voor dat hem de 
Dyfenteria overvalt, aan een Venusziek- 
te gelaboreerd had, en te vermoeden 
ilond, dat het bloed de nog overgeble- 
vene fcherpe ftofFen,naar de ingewan- 
den VOerde:en inzonderheid,als de lyder 

niet 



- de Buikloop. 43. 

niet alleen eenigezinkingspynen, maar 
ook nog pynen in de beenderen voelt , 
waar vanhy te voren vry was; zoo moet 
hy ook 5 met Mercurialen geneezen wor- 
den ; en , in zulk geval , zyn de volgen^ 
de pillen aanteraaden : 

5°. Pulvis Mercurms dulcisjcr. j. 

•- gum arahiaim uuc j-fem^ 

Rhèi unc ij. et fem, 

Solvatur Merc, in Gummarab. huic 
pofiea Rbeum misceatur : fiant. 
J^tllula 1 60 , quarum oSfo pro 
Dofi Quotidiana. 
Met het gebruik dezer pillen , kan hy , 
zes of acht dagen , aanhouden , en , by 
volgende beterfchap , na acht dagen , 
twee dagelyks minder neemen. Na op- 
volgende acht dagen wederom twee ver- 
minderen, en eindelyk de genezinge 
daarmeede befluiten. 

8. Als een lyder, van het begin af, 
al zeer flauw is, zoo moet ook de 
koortsbaft, vanbegin af, in gebruik 
gebragt worden , en zelfs de ryftdrank 
voor geduurig gebruik, met Cortex ^^ 
voorzien worden. En, inzonderheid, 
waar de pols zeer klein en koortzig is, 
waar er bruine, groene of zwarte, zeer 
ftinkende, afgang bykoomt; en, in 't 

wa-- 



44 FIuxus Ventris ^ of 

water van gelykegefleltheid, zich een 
Sediment opdoet, als Koffy: zynde 
deze alle teekenen der zwarte Gal, 
en van een groot gevaar, 't geen, op 
een algemeen bederf der zappen , volgt* 
Van den Vitrioolgeefl is al, in de eerfte 
behandelinge, gefprooken. Ook kan het 
baaden in het water, met de lucht, inge- 
lyken graad van warmte gefield, hier 
goede dienflen doen. 

9, Indien de lyder al te veel krim- 
pingen heeft , zoo moet hy , van de 
Arabife Gom , gebruik maaken ; en wel , 
alle twee uuren, 3j. , in poeder, of in 
drank, opgelofcht. Ook kunnen Z^- 
vementen van ryflwater, met Gum, Arab. 
daar in opgeloscht, tot twee of drie 
achter een, warm, gegeevcn worden: 
tot dat de pyn bedaart. En gelukt het, 
hiermede, nog niet; zoo moeten lo 
a20. druppels Z.ö//i. Liq'iidi/^egceven^ 
en dit herhaald worden , tot dat de 
pyn bedaart. Z.'^o dient ook, tot dit 
oogmerk, het baaden. Edoch het wa- 
ter moet, met de lucht, ineen gelyken 
graad van warmte gebragt zyn : gelyk 
wy reeds hebben aangemerkt. 

10. Zoo de lyder geen flot, in Sphinc- 
tro ani^ meer heeft, ea eene menig- 
te 



de Buikloop. 45 

te dim en rottig ftinkend bloed kwyt 
raakt, 'cgeen, ongevoelig uitloopen- 
de, geen dik bloed nalaa:; dan is 'er 
ook weinig tyd , oin de uitwerkinge 
van andeie Medicamenten af te wach- 
ten. Opium alleen is hier het prompt- 
fte middel , om den bloedafgang te 
flremmen. Ik heb die uitwerkinge, op 
zeven grein Opii Purificatie gevonden. 
De lyder, een Jongman van i6. Jaa- 
ren zynde , fliep er niet op , maar de 
bloedafgang ftilde, in minder, dan vyf 
minuten. De ziekte bleef naderhand , 
te weeten de Roodeloop , met , veel 
koorts , perfïïngen , en groote zwak- 
heid, verzeld. De lyder werdgenee- 
zen , in tien da2:en , met de gebruik 
van Rheum , en Cort, Simaruba en Cort: 
p'fuv. in een gemengden drank , ge- 
geeven, die rykelyk met Op. vitr: acid. 
voorzien wierd. De gewone drank 
was- theewater met iimoenfap , ook 
ryftdrank; maar baaden was van geen 
nut. Het eeten van de lyder was zaleb 
met melk. 

II. Als de Tenesmus hevig is, en 
daar mede de Endeldarm al te pynlyk 
wordt, zoo mag men wel aanraaden, 
over een pot af te gaan, waarin warm 

wa- 



4(5 . Fhixus Ventris , of 

water is. En ingevalle , met eenigen 
grond, te vermoeden (laat, dat 'er As* 
cartdes , of eene andere zoort van 
wcrmen , in den endeldarm , de ge- 
duurige prikkelin.2;en voortbrengen ^ 
dan moeten Trochisquen of kaartsjes, 
met Ung. Mercuriak voorzien , in den 
endeldarm , ingeftooken worden. En 
als eene geduiirige mislykheid, en dik- 
wyls flymbraaken, de Lumbricaks of 
andere wormen, in de ingewanden, 
doen vermoeden ; zouden, tot afdry- 
vinge derzelven, vier pillen dagelyks, 
van de , in de 7. voorftellinge , befchi ee- 
vene Mercurialpillen, vele voordee* 
len kunnen aanbrengen. 

12. Als de lyder koude extremiteiten 
begint te ontwaren en zeer benauwd is , 
dan moeten de Lavementen ., re vooren 
aangeweezen , met Cort Peniv. voor- 
zien, alle twee uuren, herhaald worden : 
en , op de kuiten en dyen , Empl: Vefica- 
for/^geappliceerd worden. Kampher, in 
een drankje, doet hier ook goedendiend» 

13. Waar de afgang wit is, als melk, 
moeten de Opiaten geheel buiten ge- 
bruik blyven; maar, in de plaats, ver- 
fterkende middelen, zoo veel te meer 
gebruikt worden. Een goed glas rhyn- 

fe 



de Buikloop. 47 

fe wyn en Martialia moeten hier goed 
doen : inzonderheid , waar eene Obfiruc* 
tie in Mefenterio te vermoeden is. 
Vindt men eindlyk eene drooge tong 
en Esquinancie , dan is ook doorgans 
de dood niet meer ver af, 

14 Zoo de lyder Scorbutyk is^ moe- 
ten Antifcorbutica , en byzonderlyk alle 
zuLiragtige kruiden gebruikt worden. 

Dikwyls 's daags , moet men den 
mond met limoenfap zachtjes zuiveren, 
en voornamentlyk eer en wanneer de 
lyder eenige voedzels neemen wil; om 
dat anders het rottige fpouwzel , met 
de voedzels , in de maag gebragt zyn- 
de, zodanigen lyder ongemeen aandoet. 

Regelen der leefswyzci 
voor de Zieken. 

I. Voor alle fpyzen moet hy zich 
wachten , die bezwaarlykgekleinfd 
worden, en die veel luchten aan- 
houden , als kool en peulgewaflen. 
evenwel gebruikt den Inlanders 
door ondervinding geleerd indee- 
ze ziekte geen ander voedzel dan 
ryft en vis, 

s. Vlees 



48 Fluxus Ventris , of 

2* Vlees en vis, zoo veel als mogé^ 
lyk, buitengebruik houden; om 
dat zy de ^Icalifcheüoffe y in dein* 
ge wanden , vermeerderen zouden. 

3. Alle heete drogeryen en heete 
dranken zyn nadeelig. Edoch kan 
iemand wel een enkel glas rooden 
wyn drinken, 

4. De befte fpys , voor een Dyjente- 
rkus<i is pappige gekookte rys, 
met wat melk 5 zuiker en kaneel. 
Edoch moet de kaneel matig ge- 
bruikt worden; want hoewel zy 
verfterkend en floppend is, zoo is 
zy daar tegens ook heet. Hoen- 
derfoep, niet al te krachtig ge- 
kookt, is ligt te verdouwen en 
voedzaam: er kan dus ook ryft, 
methoelidernat, gegeven worden. 
Tot verandering kan ook de zaleb 
met melk genoomen, en ouden 
lieden of zeer verzwakten , waar 
geene drift in de pols is , Zaleb met 
wyn. Sago is ook goed tot ge* 

' bruik : maar zy is minder voed- 
zaam, dan de Zaleb. 

5. Diep en veel nadenken verzwakt 
de verdouwings krachten ; en een 
Dyfenterkus moet dat vermydené 

6. Ver- 



dé Buïklüop. 49 

6. Vervolgens is het nodig, dat de ly- 
ders zig, in deeze ziekte , voor- 
al warm houden, en gedurig zag* 
telyk uitwalemen, maar een fterk 
zweet is fchadelyk en verzwakt 
te veeL 

7. Dewyl den afgang zeer befmette* 
lyk is, moet dezelve altoos, ten 
eerllen werden weggedragen, ook 
moet de lugt in de kamers zoo veel 
mogelyk , gezuivcrt werden , het 
welk , wanneer dezelve warm en 
vogtig is, kan gefchieden, door het 
ontfteeken van buskruit, ten ein- 
de de nodige zwaarte en veerkragt 
aan de lugt te rug te geven » ook 
door het verbranden van Zandel- 
hout, of het rooken met Genever 
bezien. ♦ 

In tegendeel als de lucht heet en droog 
is , zoo doet men beft , met dagelyks 
azyn op een gloeiende fleen te laaten 
rooken , of by vermogenden lieden, veele 
bloempotten in de kamers te plaatzen. 
De lucht mag ondertuffchen buiten zoo 
flegtzyn, als ze wil, de lucht moet nog- 
tans in de kamers altoos vernieuwdt 
en verfrift worden; om |Jat eene be- 
//• Diel D floo- 



'50 FIhxus P^antris^ 9,f di Baikkop^ 

flootene lucht altoos de flegfte is. De 
kamers met een vryen doortogt van 
lucht, zyn dus de befte, EJvenwel moet 
zich een ziekte, of zwaklyke wel in agt; 
neemen, van zich aan zoo eene rogtj 
niet rechtftreeks bloot te fteilen. 




B H- 



Pag: 51 
BERICHT 

WEGENE DE ZWAARE 

AARDBEVING, 

van den 22. Jannuary 1780. 

13 o o R 

Mr. J Ci M. Radermacher. 

;. I. 



o 



p den 15. January begon met Aardbe- 
het eerfle quartier de wind uit den p,^!l^,„^f 
Weiten fterk tewaayen, met zwaare 
regens, 't geen dien zelven dag nog 
de geheele beneden Stad wel een 
voet onder water zette: dit weer 
hield aan tot den Nagt tuflchen den 
21. en 22. wanneer het zwaar florm- 
de. 

Saturdag den m. tvas het volle 
Maan s'morgens om i. uur 43. min: 
tegen den middag, begon het weder 
Wat te bedaareiï, dog om 2. uuren 39* 

D 2, mi- 



^ 



52 Bericht wegens de 

ininuteii hoorde meneenzagt geluid en 
gedreun, en een weinig daarna een on- 
der aards gedruis als van zwaar gelade- 
ne Wagens, en een trillende en golven- 
de beweging: om 2,uuien 40. minuten 
begon de Slingering van het Ooften na 
het Weflen, het geen tot 2. uuren 42. 
minuten duurde; terwyl het water in 
de rivier tegen en over de oevers floeg. 

Deze Aardbevinge heeft dus omtrent 
drie minnuten geduurt, hoewel het 
aan veele dopr de fchrik veel langer 
heeft toegefcheenen. 

Door dezelve (lorte in de Stad fes-en- 
twfntig Huizen , en buiten de Stad drie, 
in de Stad wierd niemand gekwets , dog 
buiten , heeft er eene Vrouwen een Kind 
het leven by verlooren, 

Geduurende de Aardbeving was het 
zeer ftil, de BAROMETERw^s maar 
ëenhny gedaald, en (tond op 28. duim 
5. linien , en de THERMOMETER 
op 79. Graden. 

De Nagt na de Aerdbeving had 
men weder een zware Storm, die af- 

ne- 



zwaare Aardbeving. 53 

nemende , en met zware regen verzeld 
duurde tot den 29. , wanneer men 
's Nagts een zwaar Donderweer 
hadt : 't geen een fcheiding in het 
Weer heeft gemaakt , dewyl federt 
die tyd het water gezakt is, en het 

weder zig ten belle gefchikc heeft, 

• 

Na deze verfchrikkelyke ontftelte- 
nilTen der Natuur, zyn zwaare Ziek- 
tens ontdaan , en veele zyn door 
Rotkoortze heen gefleept , 't geen door 
de zeer vogtige grond die daar op 
door droogte veele dampen op geeft, 
kan veroorfaakt zyn. 

Op Zondaf^, den 20. February 's 
avonds om elf uuren, heeft men nog 
een ligte fchudding gevoelt. 

^ II. 

Men vernam korte dagen daar na in het om- 
dat het oip Tangerang j 5. uuren bewes- ^^gs^^^e 
ten Batavia gelegen, twee uuren ' 
voor de Aardbeving zwaar gedonderd 
hadde. 

Op Tjipannas aan den voet van de 
Berg Pangerango of Gedé ^ hadt men 

D 3 door 



54 Bericht weges de 

door den zwaaren regen niecs bezonr 
ders ontdekken kunnen als dat de Berg 
zedert die tyd eenige reizen gerookt 
heefd. 

Dog op Buitenzorg ,13. uuren van Ba- 
^^W,enointrend zo verre van den berg 
Pangerango gelegen , was aan het Woon- 
huis van den Heere GouverNeuh 
Generaal, veele fchaden gefchied, 
en men heeft twee minuten na de Aard- 
beving een zwaare flag in het Weften , 
na den Berg Salak gehoort , als of ver-, 
fcheiden ftukken Gefchut op eens los- 
gebrand wierden: denkende fommige, 
4at dezelve geborften is, waar van men 
egter tot heden geen fekerheid heeft 
kunnen bekomen , door de ontoegangr 
lykheid van dat zwaare Gebergte. 

Van Cheribon en yavas Oojl-Ciijl ^ 
heeft men ook tyding van eene Aard- 
beving, dog niet zeer zwaar. 

Op Bantam is dezelve llerker ge- 
weeft, en moet zig verder weftwaards 
uitgeftrekt hebben , alzo de Scheepe- 
lingen van het Schip Willem F re- 
dr ik, buiten Straat zunda, daarvan 
de Zeebeving onwaardt hebben. 

%. III. 



zwaare Aardbeving^ 55 

Men heeft federt den Jaare 1699. 
geene zoo zwaare Schudding hier ge- 
had. Egter fchynd de laatfte zoo 
fterk niet ge weeft te zyru Qa^ De 

D 4 an- 



(4) Zie de Refolutic der Indifche Regeering van den 
7 en i4janiiary 1699. ook Abraham Bogaerts, 
Hiftonfche Reizen , i. Boek pag. 170. Nu was my esne 
gelegenheid gebooren, om veele zaken, welke my voor 
dezen onbewuft waren , naukeurig te kunnen onderzoe- 
ken. Doch niets trok in den beginjie myn oog meer dan 
de watergrachten , welkeiBatavia doorfnyden , en op myn 
Jongde vertrek naar Holland die ftad zo veel luifter, 
den bevvoonder zo veel vermaak toebrachten , maar 
nu door een bittere Aardbeving onbevaarbaar, en op 
veele plaatien droog waren, zynde de groote Rivier, 
welke dwars door de Stad loopt , niet dan in 't midden 
door kieene en phtgeboomde Vaartuigen te gebruiken. 
Deze ramp overkwam die Stad tulTchen den vierden 
en vyfden van Louw-maand des Jaars 1699, 'sNachts 
de Klokke half twee. Even voorde fchudding zag men 
in de Lucht geweldige Blikzemftraalen , gevolgt van 
een gedruis, als van eenenvan verren aanrollendenDon- 
derflag, baarende zulk een geweld in d'ooren, alsof 
men honderden van Wagenen met Paarden over eenen 
ïolder hoorde hellen. Thans kon men onderfcheide» 
lyk drie flag:n tellen , even als zwaare Kanon-fchooten , 
diep in een bofch uirgedondert , waarop de beweging, 
•verzelt met zwaare ftooten en fchiiddingen, aanftonds 
volgde ; zynde deze Aardbeving zo fterk en verfchrik- 
kelyk , dat nooit diergelyke by menfchen geheugen al- 
daar beleeft was, en yder vreesde, dat alles overhoop 
tou ftorten : omtrent een half quarticr duurdcl deszelts 
hevigheid, gevolgt ten halt vieren van nocheenezwaa- 
rc Sdiokking, die 's morgens ten ryf uuren vernieuwt 

wierd 



56 Bericht wegens de 

andere Aardbevingen daar men aan- 
tekening van gehouden heeft zyn van 

den 13, Febr. 1684. 

— 24. Auguftus 1757. 

— 14. Mey 1758. 

— 25. Jan. 1769. 

— 10. Mey 1772. 

— 4. 



wierd, mitsgaders zo nu en dan in de volgende dagen , 
alhoewel die fchuddingen met d'eerfte bevinge niet in 
't minde te vergelykcn waren. Jammer baarde dit aan 
de Bewoonders , Ichaade aan de gebouwen , zo binnen 
als buiten de Stad gelegen, want de meede huizen 
of muuren waren gelcheurt, of de toppen der geve- 
len afgevallen , of deszelfs daken ingellort, benalvc 
een groot getal menfchen , die ellendiglyk verzeert 
waren, verlooren noch 28 door 't initorten van ii, 
fteene Woonhuizen , en 20. Pedakken het leven , be- 
dolven onder deszelfs Fuinhoopen. Hier uit rees eenc 
byftere verflagentheid , en was de vreefe voor een twee- 
de fchuddmg by veele zo groot, dat ze in d'opene 
iucht onder Tentjes, en in Prauwen op 't water in 
de gragten eenigen tyd de nachten fleeten. Geen 
rnerkelyke ramp kwam nochtans het Kafteel over , 
welkers zwaarc Gebouwen in d'eerfte bevinge fchee- 
nen te zullen inftorten , overmits deszelfs muuren 
ilechis opeenige pla^tzen gefcheurt zyn. Zelfs ^antami 
gevoelde de Ichokking, en hep zy voort tot aan den 
Oofthoek van Sumatra, bewegende deszelfs Zuidweft- 
kuft op eene mattlyke wyzc; doch was haar woede 
tot Lampon zo hevig , dat meeft alle de huizen te |g;e- 
lyklyk kwamen in te Horten, 't voornaamfte onheil, 
veroorzaakt door deze Aardbeving, was de verftop- 
ping der groote Kivier, en die van Tangerang ^ waar 
van d'eerfte uit den berg Pangerango , de laatfte uit dci> 
berg Salak haaren oorfpron^k neemt , beide achter Ba- 



zwaar e Aaardbeving. 57 

•^~ 4. Jan. 1775. 2. dagen na VoIIemaan. 
' — 12. February 1778. by VoIIemaan. 
—-28. July 1779. by VoIIemaan. 
^— 22. January 1780. by VoIIemaan. 



tavia gelegen , zynde de eerfte de bronader , waar 
door die Stad bevvatert word, vloeyende thans ten Or 
ceaan in. want door 't inftorten van eenige afhangende 
heuvelen der twee gezeide Bergen, doch voornament- 
lyk door dien van Salak , oorzaak des onheils, over- 
mits hy by na geheel uit Zwavel bellaat, en een tyd- 
lang te voren zwaar gebrand had, wierden die twee 
Rivieren door eene ongelooifelykc mecnigte van zwaa- 
re Boonien, gerukt van den wortel , en opgeweltdoor 
de fchudding, ruim een Myl boven de Stad, alwaar 
zy zich op eene verte van eenige hondert Roeden door 
de kracht der Stroomen vail gezet hadden , zodanig 
verflopt, dat het water de Landeryen overftroomde , 
en eenen anderen uitgang zocht. Hier volgde zo groot 
eene menigte van Slik, Modder en Zand op, dat niet 
alleen die twee Rivieren; maar zelfs de Stads- gragten 
en andere Vaarten daarteneenemaal mee gcvult, en on- 
bruikbaar gemaakt wierden; zynde hier door het drink- 
water bedurven , en elk genoodzaakt dat verre, en 
uit de Ki\itr Pajfangr aha/l te halen; door welke ramp 
ook de Vifch gcltorven is, latende zich honderden, 
als bedwelmt door de beroering van 't Water, met de 
handen in de rivieren grypen. Maar 't allergrootfte 
der ongmakken , hier door veroorzaakt , was de ver- 
vuihng van de mond der groote Rivier , alwaarze zich 
in Zee ftort , en der kielen van de daar voorgelegene 
Zandbank aan d'Ooft en Weftzyde; zodanig vervuilt 
en verdroogt door d'afgefpoclde modder , dat geene 
geladene Vaartuigen, dan met het hoogfte water, de- 
zelve paiTeeren konden , noch by laag getyde voor gee- 
ne gemecne Scheeps-fchuitcn te gebruiken waren ; een 
ramp , die de Maatfchappyc in 't loffen en laden der 
Scheepen veel arbeids en moeite veroorzaakt , en mo- 
gelyk nimmer, wat koften en yver men daar toe ook 
ganwend, naar behooren heritelt z.al worden. 



58 Bericht wegens de 

5. IV, 

Bcdcnkin- Wy bcwooneii een Eiland dat eeni-r 
dc"ooI)r- g^ vuurbrakende Bergen heeft, als 
zaak. die van Loehoey (ji) gelegen vyftien 
uuren ten Z. O. van Samarang op Javas 
Oofl-Cuft 5 den Berg Papondayang (K) 
in het Cherihonfche ^ en de Berg Gedé{o^ 
Panger^ngOy Qc^ bezuiden Batavia, 
die in 1747 en 1748. nog zwaar ge- 
woed heeft, en federt nog rook op- 
wierp, 't Geen egter federt den 3, 
January 1775. niet gezien is : hoe- 
wel dezelve Zwavel en SalpeterllofFen 
opwerpt, en federt deze tyd zyn de 
Aardbevingen h|er oniftreeks ook me- 
nigvuldiger. 

Ik 



(o) De Berg Loehoc is [den i. Mey 1751. gc- 
fprongcn, zie het 14, Deel der Haarlemfche Maat- 
fchappy. pag: 92. 

{h) De Berg Papondayang is den 11. Auguftus, 
'1771. geheel ingeftort, lynde dit droevig voorval 
belchreeven door Wylen den Predikant J. M. M o h b. 
in het veertiende Deel van de Haajlemfche Maat- 
fchappy. pag; 81. 

(f) Zie i.Deel d« Verhandelingen, pag; ii. 



zwaare Aardbeving, 59 

Ik verbeelde my dus , dat de zwaare 
Aardbevingen alhier , die gemeenlyk by 
Völlemaan gefchieden, groten deels 
veroorzaakt worden door den invloed 
van den Maan op onzen dampkring 
voornaamelyk deze keer daar de Maan 
in deezelfs Perigeum^of na^HQ ftandby 
de Aarde was : en dus door hooge water- 
vloed in Zee, de 'rivieren die door de 
zwaare regens gezwollen zyn, beletten 
afteloopen , een opftopping in hec 
Gebergte maaken , en de Zwavel en 
Salpeter -StoiFen ontvlammen tot dat 
zig hier of daar eene opening maakt. 

Even gelyk in het bekende Experi- 
ment van L E M E R Y 5 daar men een 
door kunft gemaakte Aardbeving voor- 
brengt , als men een Deeg van gelyke 
hoeveelheid Zwavel en Yzer vylzel ^ 
met eene genoegzame quantiteit wa- 
ter vermengt, in de Aarde begraaft; 
waar op men na eenige Uuren, een 
fterke rook ziet opgaan, dan Vlam, 
en vervolgens, een beweging in den 
grond, tot dat dezelve barft. 



DOOD1 



Pag: 60 

DOODL YSTEN 

VAN DE 

STAD BATAVIA 

van 1759— 1778. 

DE mening is niet met het bekent 
maken dezer Doodlyften , de 
Compagnies Dienaren optetellen van de 
Militie en Zeevaard die in de Hospi- 
talen overleeden zyn , want dit zoude 
van geen het minfte nut voor het al-, 
gemeen zyn , dewyl Batavia , als de 
Hooftplaats van Neerlands India, in een 
Jaar, met dertig Scheepen uit Neder- 
land, en zoo veele van hare bezittingen 
van India een grote menigte volk ont- 
fangt waar onder ook veele zieke , en 
dus hier op geene de minfte rekening 
te maken. 

Onse oogmerk is jaarlyks te geven 
de Doodlyfte der Ingezetenen van Ba- 
tavia. Beftaande 
I. In een matig getal gequalificeerdQ 

Compagnies Dienaren Ca) en Euro- 
pee- 

1_ ■ I 1 ■! — — — ^— ^ 

{a) Deze ftaan alle by het Naamboek bekent en bt^ 
Joopen omtrent fevenhondat. 



Daodlyjlen van de Stad Batavia. 6t 

peefche Burgers diemeeft begraven 
worden in de Hollandfche Kerk of 
haar Kerkhof. 

fx. De Inlandfche Chriftenen in beide 
Por tugeefche Kerken. ^ 

3. DeChineezen hovende poft Jacatra. 

4. De Mahumedanen uit de 18. *Cam- 
pongs die om de Stad hggen in haare 
Campongs. 

5. De Slaven uit de Stad, en voorftee* 
den op twee Kerkhoven, (jo) 

Om het getal der levende hier uit 
te beoordelen is niet wel mogelyk , 
dewyl het zelve , volgens de Zielbe- 
fchryving die egter gants niet accu- 
raat is, zoude beftaan in. 

1 1 3 8 Gequalificeerde en Europeefche 

Burgers. 
895 Inlandfche Chriftenen. 
aaooo Chineezen. 

Ö8000. 



(4) Zie I. Deel. Verhandelinge, pag. 6u 



62 Döodlyflen "jan de Stad Batavia^. 



68000 Inlanders. 
17000 Slaven. 



129003 Menfchen in de Stad Batavia 
en haare voorfteden die zig 
een halfuur om de Stad uit- 
ftrekken tot aan de Poften 
Antjol , tVilgenburg , yacatra^ 
l^oordwyk , Ryswyk , de Keten 
en Ankee. 

Wat verder landvvaards in ligt, 
is met geene mogelykheid te be- 
grooten , om dat ieder zyne doo- 
de , op zyn eige land begraaft. 




Over 



Overledene in en f ondiom de Stad Ba-- 
tavia geduurende de 20. laatftejaren. 





HolJ. 
Kerk, 


Binne en 
BuitePor- 


Chinese 
kerk hof 


in dc 18 








Euro- 


tugeefchc 


boven de 


Cam- 


og de 

z il ave 






peefche 


kerk 


poit Ja- 


pongs 






Burgers 


Mittife of 


catra 


M aho- 


kerkho- 






en gequa- 


Inlandfe 


Chineë- 


meda- 


ven 




Jaarcn. 


lificerden. 


Chriften, 


zen. 


nen. 


Slaven. 


Samen 


1759 


121 


63 a 


463 


482 


X2l8 


2916 


1760 


117 


577 


547 


472 


X44I 


3154 


1761 


129 


523 


547 


552 


1288 


3039 


ï/óa 


109 


503 


605 


610 


ii8o 


3007 


1763 


170 


732 


1071 


1048 


1370 


4391 


17Ó4 


199 


612 


706 


942 


1136 


3695 


17Ö5 


106 


537 


552 


685 


I26t 


3121 


1766 


148 


574 


743 


940 


1343 


3748 


1767 


157 


564 


802 


912 


1381 


3797 


1768 


108 


498 


626 


816 


I57I 


3619 


1769 


140 


578 


728 


805 


II20 


*337i 


1770 


183 


6(52 


1026 


1052 


1268 


4191 


1771 


113 


573 


895 


1152 


1287 


4020 


1772 


148 


615 


1060 


1253 


1448 


4524 


1773 


132 


505 


1072 


I top 


IIO3 


3921 


1774 


81 


461 


829 


770 


884 


3025 


1775 


127 


620 


843 


lOOO 


1505 


4095 


1776 


112 


629 


782 


13041 


1390 


4217 


1777 


IIO 


54<5 


751 


II07 


1509 


4023 


1778 


133 


589 


731 


II77 


1598 


4228 



Zamen 2623,11530, 15379*18188,26534,74254 

NB. In vergelyking van de Jaarenblykt dat 1763. het 
nadeeligfle is : dog federt het Jaar 1 770. moet Ba- 
tavia meer -bevolkt zyn, of men moet beter 
aantekening gehouden hebben. 



Vergelyking der Maanden ^ in 
20. Jaren overleden van 1759 " ^778- 



IEuro- f 
peefchc | 



Burgers. | Miftife. i 



Chince- 
zen. 



Maho- 
racda 
nen. 1 Slaven. 



Samen, 



January, 

Febr. 

Maart. 

April. 

Mey. 

Juny. * 

July. 

Auguft. 

,Sept. 

Oélob. 

Nov. 

Decemb. 



158 

194 
183 

214 

233 
214 

238 
259 
228 
228 
211 
224 



979 
821 

549 
871 

919 

909 

103S 
1166 

957 
1063 

963 
999 



1307 
1310 

1398 
1201 

t 

II78 

1356 
1382 

1362 

1141 

II09 

II4I 

1494 



1600 
1472 
142I 
1215 

ix6i 

1490 

1462 

1776 

1646 

1611 

1495 
1739 



2378 



652ii 



2088 5885 



2067 
1863 

1899 



5618 

53^4 
5490 



XI 23 6092 



2433 
2981 
2419 
2276 
2129 
2339 



6550 
7544 
6391 
6287 

5939 
6795 



Zamen 2Ó23, 11530, 153795I8188, 26534, 74^54 

NB. Uit deze Lyft blykt dat de Maanden van Decemb- 
January, July en Auguflus devierfleglte zyn^ 



' Pag. 65 

B Ë R I G T 

WEGENS DE HOOGTE DER 

BAROMETER 

E N 

THERMOMETER 

de gefteldheid van Weer en Wind , en 

hoogte van het Water aan het Zee- 

hoofd, en in de Rivieren in 1779, op 

Batavia, en van Weer en Wind tot 

Caap de goede Hoop^ en Nan- 

gazaku 

Het Genootfchap heeft van Japan en Cd* 
bo de goede Hoop , eenige Berigten van 
Wind en Weêrs gefleldheid ontvangen , dié 
met die van Batavia , een geheel deel uit 
zouden maken, en heeft verkozen, daar van, 
voor eerft^ een uittrekzel te geeven. 

L 

BATAVIA. 1779- 

Barometer, jl^anuar. Hoogde 28 d. 4 1. 7tdri. 

Laagfle 28 -- 3 -- i -- 
Middeftand 28 ^- 3 -- 9 .«. 

jl. Deel É §. X 



Z6 BATAVIA. 1779. 

5. I Barometer. Febr. Hoogde 28 d. 4 1. 5 td. 

Laagfte 28 -- 3 -- o -- 

Midden 28 •- 3 -- 9 -- 

Maart. Hoogfle 28 -- 4 -- 9 -- 

Laagile 28 -- 3 -- 5 -- 

Midden 28 -- 4 -- 2 -- 

Jpril. Hoogde 28 -- 4 -- ^ -- 

Laagde 28 -- 3 -- 5 *- 

Midden 28 -- 4 -- i -- 

May. Hoogde 28 -- 4 -- 6 -- 

Laagde 28 -. 3 -- o -- 

Midden 28 -- 3 -- 8 -- 

3^uny. Hoogde 28 -- 4 -- 6 -- 

Laagde 28 -- 3 -- o -- 

Midden 28 -- 3 -- 8 -- 

July. Hoogde 28 -- 5 -- 5 -. 

Laagde 28 -- 3 -- 4 -- 

Midden 28 -- 4 -- 5 -- 

Aug. Hoogde 28 -- 5 .- o -. 

Laagde 28 -- 3 -- 4 -- 

Midden 28 -- 4 -- 2 -- 

Sept. Hoogde 28 -- 5 •- 9 -- 

Laagde 28 ••- 3 -- 4 -- 

Midden 28 ••- 4 -- 3 -- 

O^ob, Hoogde 28 --4.-9-- 

Laagfie 28 -- 3 -- i -- 

Midden 28 --3.-4 -- 

Nov, Hoogde 28 — 4 -- 9 -- 

Laagde 28 -. 3 -- i -• 

Midden 28 --4.-2 -- 

Dec Hoogde 28 --4.-7-. 

Laagde 28 -- 3 -. o -. 

Midden 28 -- 4 -- 3 -- 



BATAVIA. i77p: ^^ tSy 

J. 2 Thermome. Janu. Hoogde 84grad: 

Laagde 77 -- 

Midden 's Morgens 77 -- 

's Middags 83 • - 

's Avonds 81 - - 



Febr. Hoogde 
Laagde 
Midden 


85 -- 

75 ■- 

s Morgens 78 -- 

's Middags 82 -- 

's Avonds 80 -- 


Maart, Hoogde 
Laagde 
Midden 


84 - 

79 - 
's Morgens 79 -- 

's Middags 81 -- 

's Avonds 81 - - 



JpriL Hoogde . 84 -- 

Laagde 79 - - 

Midden 's Morgens 80 - - 

's Middags 82 - - 

's Avonds 81 - - 

May, Hoogde 83 -- 

Laagde 79 -- 

Midden 's Morgens 80 -- 

's Middags 82. -- 

's Avonds 81 -- 

3^uny. Hoofde 82 -- 

Laagfte 77 -- 

Midden 's Morgens 79 -- 

's Middags 81 -- 

's Avonds 81 -- 

E a ÏER' 



(f8 BATAVIA 1779. 

Thermometer. July. Hoogde 80 gra. 

Laaglle ^ 78 - - 

Midden 's Morgens 77 - - 





's Middags 


80 - 


- 




's Avonds 


79 - 




Aug. Hoogfte 




80 . 




Laagfle 




76 . 




Midden 


's Morgens 


77 ■ 






's Middags 


80 . 


- - 




's Avonds 


79 ■ 





Seft. Hoogfte 83 - - 

Laagfte 76 - - 

Midden 's Morgens 78 - - 

's Middags 8 1 - - 

's Avonds 80 - - 

O^fl'oZ'. Hoogfte 83 - - 

Laagfte 79 - - 

Midden 's Morgens 79 -- 

's Middags 82 - - 

's Avonds 82 - - 

Nov. Hoogfte 84 - - 

Laagfte 77 - - 

Midden 's Morgens 79 - - 

's Middags 81 - - 

's Avonds 80 -•- 

Dec. Hoogfte ^s - - 

Laagfte 79 - - 

Midden 's Morgens 80 -- 

's Middags 84 - - 

's Avonds 82 - - 

s- 3 



BATAVIA i77p. 6g. 

S. 3 WEER en WIND. 

yanuary. Van het Zw. tot het Nw*- 

agt dagen Regen, 

2 2. goed Weer* 
Fehruary. \ an het Zw. tot Nw. 

twee dagen Regen , 

26. goed Weer. 
Maart. Van den i .tot den i S.Nw.enW. 

vanden 18. tot 31. NO. ZO. 

28. dagen goed Weer. 
* April. Van den i. tot 12. Nw. W. 

van den 12. tot den 30. ZO. 

tot NO. vier dagen Regen, 

x6. goed Weer. 
May. Meeft van ZO. tot NO. 

geen Regen. 
Juny. Van ZZO. tot NO. 

twee maal Regen. 
July. Vm ZZO. tot NO. 

geen Regen, 

den 27. Aardbeving. 
Augiijliis. Van ZZO. tot NÓ. 

geen Regen. 
September. \Rn ZZO. tot NO. 

geen Regen. 
October. ' Van ZZO. tot NO. 

geen Regen. 
iVöi;^/;/k/\ Variabel, ^ ^^ 

twee maal Regen. 
D^ce/wZ^^rt-Weftelyke Winden, 

6. maal Regen. 

E 3 5^ 4 



70 BATAVIA 1779. 

^. 4 Hoog en Laag Water aan hec 
^EE-HOOFD. 

januar. Den 3. Vollera. Hoog v/ater. om 6. mor. j.vt- yd»- 

Laag - - - - 9. nam. 2.-8. - - 

Middel Hoog — - 5. - 2. - - 

Laag - - - - 2. - 7. - ^ 

Fcbr. Den I. Vollem.Hoog — - 6. mor. 5. - 8. --^ 

Laag — - p. nam. 2. - 6. -- 

Middel Hoog — - 5,-10.-- 

Laag --- - 2. - 9. --» 

il/^^rf. Den 2. Vollem.Hoog --- - 5. mor. 6. - 2. -- 

Laag — - 4. nam. 2.-5. -^ 

Middel Hoog - - - - 5. . 5. . . 

Laag ' - - - - 2. - 7. - - 



^^n7. Deni. Vollem Hoog --- 

Laag - - - 

Middel Hoog --- 

Laag — 

May. Den 30. Vollem. Hoog - «^ - 

Laag --- 

Middel Hoog --- 

Laag - - r 

^wny. Den 29. Vollem. Hoog --- 

Laag — 

Middel Hoog --- 

Laag - • 



- 6. mor. 5. - 1 o. - 

- 9. nam. 2. r 4. - 

5.- 7. - 
2.-4. - 

- 7. nam. 5.-8. - 

- 6. mor. 2.-6. - 

r 2.-6. •< 

- 9. nam. 5. - (5. -• 

- 6. mor. 2. ' S' " 

5. - 6. -- 
•• i, - 6. -• 



. BATAVIA 1779. 71 

Jiily. Den 2 8. Vollem. Hoog water, om 9. nam. j.v^» 4.d"* 

Laag — - (5. mor. 2. - 7. -- 

Middel Hoog --- - 5- - 3- *" 

Laag --• - 2. - 4. -- 

Aug: Den27.VoIIem. Hoog --- - 9. nam. 5.-4. -- 

Laag — - 6. mor. 2. - 7. - - 

Middel Hoog --- - 5. - 4. -- 

Laag — - 2. -6. -- 

&/>f. Den 25. Vollem. Hoog --- - 9. nam. 5. - 7. ,-- 

Laag — - 6. mor. 3. ~ 3. -- 

Middel Hoog - - - - 5. - 7» - - 

Laag -.. - 3.-3. >. 

0(^(?Z'.Den25. Vollem. Hoog --- * 6. mor. 5. - 7. -- 

Laag — - 9. nam. 2.-4. - - 

Middel Hoog --- -> 4. - 8. -- 

Laag - - - - 2. - 6. - - 

Nov. Den24. Vollem. Hoog — - 6. mor. 5.- 5. -• 

Laag — - 9. nam. 2.-4. - - 

Middel Hoog --- - 4. - 9. -- 

Laag — - 2. -7, -* 

Dec. Den 23. Vollem. Hoog --- - 6. mor. 5. -3. -- 

Laag — - 9. nam. 3.-2. -- 

Middel Hoog --- - 5- - 3- -- 

Laag — • 3. -2. -• 



E 4 $.5 



72 BATAVIA 1779. 

0. 5 Hoogte van 't Water in de 

July Aug. 

hoogft laagft hoogft laa^ft 

Gfoote River by Mr. Cornelis 4-41-2 1-81-0 
by de Mond der 

Slokan - g -4.-6 0-3 

by Godong 

Badak 1-4 -4 1-3 0-4 



Slokhaan 


by Mr. Cornelis 
by Mond 
by Tiloar ' 


10- 2 0-9 
i- 6 '6 
I- 6 I- 


-10 0-3 
-10 0-3 
-II 0-7 


Tjefidane 


by Buiteforg 
by 1 angerang 


i-ii 1-6 
8- 6 6-5 


I - 10 - 9 
7-<5-5-6 


Mpkervaart 


by Pifing 
by Ankee 
by de Fluit 







pm de Stad by de Punt Groningen 
Boere Verdriet 

piespoort 

Nieuwpoort 
Heemrade Tuin 



^ onder 
.< boven 

{buiten 
binnen 
{buiten 
binnen 



Ri- 



BATAVIA 1779. 71 

Rivieren rondfbm de Stad. 

Sept, Oél. Nov, Dec. 

hoogft iaagft hoogft laagft hoogft laagft faoogft laagft 

I- 2 0-7 10- 02-0 5-0 I-O 7- O 4-0 

O- 9 0-3 o-ii 0-2 0-8 0-6 I- 5 I-o 

o- 7 0-3 ï- o o- 6 c-io 0-8 I- 6 1-4 

o- 9 o-i 2-00-6 2-0 I-o 3- o I-o 

o- 9 0-2 I- I o- 7 o-io 0-7 I- 8 1-5 

o-io 0-3 1-60-5 1-3 0-5 2- o 1-7 

X- 6 I-I I- 6 I- 2 

6- 6 4-3 17- 85-3 i^- 8 8-7 19- 6 11-9 



3-51-0 


5-1 1 


3-4 


9- 5 


7-5 


3- 5 I- I 


4- 4 


3-3 


4- 9 


3-^ 


3- 9 ^-^i 


4- 9 


3-2 


4- 7 


4-1 


4. 6 3- 7 


5- I 


4-3 


5- 6 


4-7 


5- 8 4-11 


5- I 


4-3 


4- 9 


2-8 


5-14-4 


4- 9 


3-9 


3- 7 


3 


3-82-7 


4- 2 


2-4 


4-10 


4-4 


3-92-6 


4- 2 


3-5 


4- 8 


4-2 


3-01-5 


3- 5 


2-4 


4-0 


S''4 


2-1 1 I- 4 


3- 


2-0 


3- 9 


3-3 


3-12-2 


3-10 
-1 


3-1 


'4- 5 


4-0 


E 


5 




^ 


. ^ 



74 



BATAVIA 1779. 



^. 6 Lyft der Huisgezinnen Ulto. De- 
cember 17'^ 9. in de Si3,d Batavia ^ en 
Ommelanden^ waar onder geene Com- 
pagnies Dienaren als de Gequalifi- 
ceerdens die by het Naamboekje 
ilaan^ gereekend worden. 



Europeefen 
dito 
dito 

Chrifleninl. 
ofMixtiefen 
dito 
' dito 

Malejers 
dito 
dito 

Mooren. 
dito 
dito 

Chineezen 

dito 
dito 

Slaven 
dito 



\ 





Ooft. 

214 

115 

6^ 


Weft. 

93 

77 


i.Voorft. 


Totaal 

443 

232 

162 


Mans. 

Vrouw. 

Kinderen. 


50 

24 

17 


Mans. 


59 


55 


5Ö 


17c 


Vrouw. 
Kinderen. 


128 
53 


75 

43 


64 

47 


267 

143 


Mans. 

Vrouw. 

Kinderen. 


75 
74 
5Ö 


65 

IIO 

94 


46 
46 

46 


23c 
196 


Mans. 

Vrouw. 

Kinderen. 


6 
6 

i 


335 
186 
136 


20 

23 
16 


361 

215 
^59 


Mans. 

Vrouw. 

Kinderen. 


314 
160 

115 


105 
98 

77 


314 
144 

122 


733 
402 

314 


Mans. 
Vrouw. 


I49I 
II 89 


1655 

1307 


58Ö 
408 , 


3732 
2904 



837 



780 



612 



735 



^130,4690, 2029, 



1449 

6636 
10849 

Oos- 



BATAVIA 1779. 



75 



OOSTERVELD WesTVELD 



£tiiopee{ea 
4ito 

dito 

Chrifteninl. 
ofMixtiefen. 
dito 

dito 

Mtrdyket 

dito 

dito 
Chineezen. 

dito 

dito 
Amboneefen 

dito 

dito 
Bandaneefen 

dito 

dito 

Mooien 

dito 
dito 



Maas. 
Vrouw. 
Kinderen. 
>Mans. 

Vrouw. 
Kinderen. 
Mans. 
Vrouw. 

Kinderen;. 

Mans. 

Vrouw. 

Kinderen. 
Mans. 
Vrouw. 
Kinderen. 

M^ns. 
Vrouw. 

Kinderen. 
Mans. 
Vrouw. 
Kinderea. 



Transporteere. 2895 



Camp. 


Buiten 


rondde 


de 


Stad 


Poften 


Blok 


Blok 


L. 


A-K. 


ÓO 


I 


22 


- 


3^ 


- 


80 


2 


77 


2 


58 


- 


5^3 


7^ 


696 


104 


577 


H; 


235 


1171 


144 


64 ' 


184 


71^ 


48 


5^- 


50 


43 


72 


8^ 


I 


-. 


2 


- 


4 


- 


2895 


397' 



Chincefe 

Camp; 

Blok O. 

5 deelen. 



7960 

413'^ 
238 



Camp. 
ELond 
de 
Stad 
M. N. 
0.6.78 
P. 1.10. 

9c 

5^ 

4^ 

Ij 
I j 

29^, 

389 

72^ 
2x50 

i53^^ 

2045 

23 

3.^ 
40 

149 

175 
294 

218 

319 
699 



f4489 



9308 



Buiten 
de Pos- 
ten P. 
ri, en 
I.. Q. 
en R. 



7 
7 

52 
1148 

^^37 



29 
18 
28 



78^5 



Samen . 

72 
7a 

93 
90 

102 

894 

II96 

1445 
1^671 

7858 

<^973 
123 

128 

198 

14? 

^75 

^94 

- 24^ 

339 

734 

37496 



O O s* 



79 



BATAVIA 



1779- 



OOSTERVELD. 



Pr. Tiaflspon 
-Malciers Mans. 
' <lito Vrouw. 

' dito Kinderen. 

Boetondcti Mans. 

^to Vrouw. 

dito Kiudexcn. 

HaccaiTaien Mans. 

dito Vrouw. 

dito Kinderen. 

Soegincezen Mans. 

dito Vrouw, 

, dito Kinderen. 

Timoreczen Mtns. 

dito Vrouw, 

iito Kinderen. 

Mandaxeezen Mans. 

dito Vrouw. 
, dito Kinderen. 
» " ^ -.— .— 

Transporteere* 



Camp. 

rond iie 

Stad 

Blok 

U 



2895 

499 
532 



408 

444 
692 

393 
424 

723 



7578 



Buiten 
de Pos- 
ten 
Blok 
A-K. 

2979 
240 

218 
280 

89 

99 

120 

98 
114 
281 

485 

470 

560 



Ö033 



W ESTER VRLD. 

Camp. Buiten 
rond ) de 
Chinecfe de Stad Poften 



Camp. 
Blok O. 
j. deel en. 



M.N. O. P.ii.cn 
6.7. en 8. 12. Q; 
P.i-io. enR. Saamen, 



14489 
16 

19 

26 



9308 


7825 


3749<^ 


-.■ - 


- - 


755 


- - 


- - 


805 


- - 




83^ 


307 


- - 


39^ 


319 


- - 


418 


606 


- - 


1026 


992 


Il6 


J614 


1298 
1860 


125 


1981 


215 


3048 


4Ö5 


205 


1548 


492 


197 


1583 


912 


338 


2533 


594 


30 


624 


545 


38 


583 


844 


46 


890 


599 


46 


HS 


79S 


36 


834 


2213 


40 
9257 


2253 


'2453 


59871 



O o s« 



BATAVIA i77p. 



77 



1 


OOSTERYELD. 


1 


WESTERVEtD. 




j 


, 1 


f Camp. , 


' 


Camp. 


Buiten Chinecfe rondde 


Buiten 






rond de 


de Camp. 


Stad 


de 






Stad 


Poften. Blok O. 


M. N 


Poften 






Blok 


Blok 


0.6.7.». 


P. 11-12. 






L. U - K.'j.deelen 


. P. I-IO. 


Q.enR. 


Samen* 


Pr. Transport. 


757^ 


^'^33 


14550 


22453 


9257 59^71 


Sumbauwaresen Mans. 


- - 


85 


- - 


701 


44 


830 


dito Vrouw. 


- - 


86 


- - 


S67 


46 


999 


dito Kinderen. 


^ • ^ 


186 


- - 


1425 


57 


L66S 


Balier» Mans, 


25S 


^74 


- - 


1608 


755 


3295 


dito Vrouw. 


362 


^^81 


- - 


1746 


751 


344^ 


dito Kinderen. 


43<^ 


*^i3 


- - 


3304 


679 


513» 


Javaanen Mans. 


655 


2515 


- - 


4954 


4260 


12384 


dito Vrouw. 


662 


140^ 


- - 


5055 


2681 


9803 


dito Kinderen. 


624 


180/ 


H mm 


20441 3749 1 


2(56lg 


Slaaven Mans. 


ipop 


956 


3285 


7300 


244 


13688 


dito Vrouw. 


1607 167 j?487 
508 r,q5 ' 479 


666S 


235 


11464 


dito Kinderen. 


5829 


153 '8T04 


Ve >sjmeri, i 


4593 15640 20801 83351 2 29 II I57ig<5 



Stad 



78 



BATAVIA Ï779. 



Stad Chlneefe, 
en 1 
Zuidcr.i Cam- 
< ooilt.1 pong. 



Benede 

de 

Poften 

O. w. 



o. 



Boven de 
Poüen 

W. 



Samen» 



X, Euiopce- 
zen. 

2. Chrift^n- 
Inlandiis 
of Mixrie. 

j. Chinezen. 



'. 'Mardykcis. 

Ambonezen. 

Bsmdanezen. 

Moorcn. 

Malciers. 

Boetondeis. 

Macaüaien. 

Boeginezen. 

Timorezcn. 

Mandue- 
zen. 

I Suinbauw- 
• lezen. 

I Baliers, 

i Javanen. 



«37 
580 

I44S 



735 
Ó12 



.< 



H485 



4 
61 



114 

H5 

5^3 
i79( 

170 

7 
1599 

154^' 
154^ 



5. Slaven. 
StadenZ.Voorft. 
Cineefc Camp. 
Binnc Poften. O* 

Dito W. 

Zamcn benede ^^ 

Poften 
Buiten de Pos- 
ten O. 

Dito W. 
Tkttal - • - 



66^6 



losc 



i8ö 

3Ö 

>733 
1411 

98 

618 
'236 

1532 
1150 

1879 
^983 

3610 
2993 



I 

4 



25317^^8*9 
262 66 
181 



738 
208 

493 
1515 



357 



69 



556 
740 

114 

122 

147 



II38 
865 
31950 

3535 

449 
618 

2051 

2960 

1740 

6743 

5674 
2097 

3732 

3497 
ii8(57 



6658 ;i968,2i85 
^194110450 5724 iot59o'588o5 

5251 |4oi8'20797 1558! 632 39892 



10849 


20801 


20801 




f4593 




83351 






129594 


1564c 




22911 


38551 


- - 


168145 







14593 83351 15^^40 229U 168145 



$-7 



BATAVIA i779< 



79 



S. 7 



In 1779- zyn op BATAVIA, 
binnen de Pollen overleden dö 
Hosfpitalen ongerekend , 



Holl. 
Kerk. 



Binnen | Buiten 

Kerk. Kerk I Samen. 



Europelèn Gequalifi- 
ceerde Dinaaren - 

Europefe 

Burgers- ^ - - . 

Chriften Inlan- 
ders. ------ 

Vrouwen. - - - - - 

Kinderen. - 

Chineezen. - . - - 
Mahumedanen. - - 
Slaven. - 









45 


41 


37 


II 


II 


2 


2 
28 


41 
80 


47 
86 


30 


5S 


62 




^^^^^^ 


' 



123 

24 

90 
194 

147 

793 
872 

1x87 



l 



Overledene 3530. 
In 1779. Zyn 82, Chriften 

Paaren getrouwe. 
In 1779. Zyn gedoopt 
By de Gereformeerde 143. Jong. 

122. Meisj. 
By de Luterfche - - 13. Jong. 

8. - Meisj. 
De Onegte 'er ondergerekend 

Ca- 



Pag. 80 

II. 

CABO DE GOEDE HOOP. 1779. 

5. I Ba- 
rometer. January. Hoogd 29. d. 4. 1. 

Lengft ü8. - xo. - 

Middelbare. 29. - - - 

Fehruary. Hoo^ffc 29.-3. •" 

Laagft 28. - 20. - 

Middelbare. 29. - i. - 

Maart* Hoogft 29.-3. 

Laagft 28. - 21. - 

Middelbare 28. - 23. - 

jtipril Hoogft 29. - 8. - 

Laagft 28^ - 20. - 

Middelbare 29. - - - 

May. . Hoogft 29. - 6. - 

Laagft 28. - 18. - 

Middelbare 29. - - ^ 

Jmy. Hoogft 29. - 6. - 

Laagft 28. - 17. *- 

Middelbare %g. — 

Jtily. Hoogft 29, - II. -. 

Laagft 28. - 23. - 

Middelbare 29. - 4. - 

Augiijlus. Hoogft ^9. - 8. - 

Laagft 28. - 21. - 

Middelbare 29. - - 

September. Hoogft «9. - 8. - 

Laagft *8. - ao. - 

Middelbare 29. --^ -- ^ 

Ter : 



Caho de Goed Hoop 1779 Sr 

$. 2 Ther- 
mometer. ^^w/^^.Hoogfle 76 O. 

Laagfte 69 ^ 

Midden 's Morgens 7 1 :: 

's Middags 73 :? 

's Avonds y2 ^ 

jF^^r^ Hoogde 71 * 

Laagfte - 70 ^ 

Midden 's Morgens 725: 

's Middags 74 ^ 

*s Avonds 73 :: 

Maart Hoogfle 78 ^ 

Laagfte 70 ^ 

Midden 's Morgens 73 ^ 

's Middags 76 :? 

's Avonds 75 :: 

^^m.Hoogfle 73 ^ 

Laagfte 74 ^ 

Midden 's Morgens 67 i: 

's Middags 71 ^ 

. 's Avonds 79 jr 

M^y. Hoogde 71 ^ 

Laagfte 73 :? 

Midden 's Morgens 65 -- 

's Middags 66 is 

's Avonds 54 ^ 

Il Deel F Ther- 



81 Caho de Goede Hoop T779. 



Thet- 






moMeïer. Juny. Hoogde 




63 ^ 


Laagfte 




56:^ 


Midden 


's Morgens 


61 ^ 




's Middags 


62 5 


^ 


's Avonds 


62 ^ 


July. Hoogde 




62 ^ 


Laadde 




59 ^ 


Midden 


's Morgens 


60 ^ 




's Middags 


61 ^ 


' 


's Avonds 


61 ^ 


Jugus. Hoogde 




62 ^ 


Laagde ^ 




59 ' 


Midden 


's Morgens 


60 5 




's Middags 


61 ^ 




's Avonds 


61 ^ 


Sept, Hoogde 




68 ^ 


Laagde 




59 ^ 


Midden 


's Morgens 


64 :: 




's Middags 


68 :: 




's Avonds 


66 ^ 



Cabo de Gaede Hoop ^77 9 • 



83 



WIND en WEER. 

5 j Jannuary^ Tien dagen Z, tot ZO. 

20. dagen NW*tot WZW. 

g< ed AVeer. 

droog 
Yehrua'y', Seilien dagen Z. tot ZO' 

14. dsgen NW*tot W. 

goed Weer. 

droog; 
Maart. Vier v^n twintig dagen ZO. 

6. dagen NW* tot W. 

goed We r. 

fc'^ns Regen. 

Eens Wccrligt. 
j^priL Dei tien dagen ZO. 

17. dagen Weerligt. 

goed Weer. 

7 Vee ma .1 Regen» 
May. Vyf dagen Ooflen. 

vyf en twintig NW. waarts 

6, maal Regen. 

Eens Hagel. 

Eens Donder en hooge Zee. 
Juny, Drie dagen ZO» 

de overige dagen NW^ 

agt maai Regen» 

twee maal Donder. 
JuJy, Seven dagen van O. tot ZO. 

24. dagen van NW. tot ZO. 

6. maal Regen. 
Augujïus, Vyf dagen ZO. 

drie van ZW. tot NW. 

drie dagen Regen. 
Sepiemher. Flf dagen ZO» Wind. 

de ovtrige van ZW. tot NW. 

Vier maal Regen. 

F z. III. 



84 Japan 1778. 

I I I, 

JAPAN. 

7^»;/, Thermometer. Hoogfl ^8 

Laüglt 27 

Middelbaar 's Morgens ^5 

's Middags 44 

*S • Vnnds iÉL 

Agt en twintig dagen NW. Wind^ 
dne dagen Z. Wind» 
2. dagen Sror'Ti. 
J. maal Regen. 
I. Vorft. 

Fehru^ Thehmometer. Hoogfl 6o 

Laagit n 

Middelbaar 's Morgens 7,6 
\ Midd gs 47 
's Avonda 4£ 
Vyf en twmtig dagen NO* totN» 
dri- dagen Zuidv-^n. 
vier maal Regen, 
twee maal Ryp. 

Af^^r/.deTHERMOMETER. Hoo2:fl: 6^ 

J-aagil ZQ 

Middelbaar 's Morgens 48 
's Middags fz 
\ Avonds 48 
Seven dagen N. Wind. 
Negen dito O. Wind. 
Scs üagftn Z. 
Negend. gen W. tot ZW. 
Agt dagen Regen. 
Twee dagen Stormagiig. 



' Japan 1778. 85' 

jfpriL de Thermometer. Hoogft 69 

JVijddelbaar 's Morgens ^2 
's Midchg <^a 
's Avonds f J 

Vyftien d o^cn N. Winden. 

Agt dagen Z irjen. 

Vyf dagen Ooft. 

Drie dagen We ft. 

May^ de Thermometer, Hoogft 80 

Laag ft 40 

Middelbaar 's Morgens 6i- 
's viiddags -?o 
's Avonds 64 
Vyf dig;en Ooften Wind. 
Vyfrien djgen Noorden Wind. 
Scs dag( n Zuiden. 
Vyf dagen W. tot ZW 

Juny, de Thermometer^ Hoogft 84 

L->.agft i6 

Middelbaar 's Morgens 70. 
's Middags 85 
's Avonds 71 
Vyf dagen Ooften Wind. 
5even d gen Noord n» 
Veertien dagen van ZO. tot ZW* 
Vyf dagen Wellen» 
34. ma 1 Regen* ^ 
2. maal ' onder. 
2, maal Sto.m, 



Z6 Japan 1779. 

Julf, de Thermometer. Hoogfl: ^^ 

Laaglt 7} 

Middelbaar 's Morgens 85 
's Middags 91 
's Avonds 85 
Drie dagen Wefle Wind. 
Ses dito Oofte. 
Seventien dagen Zuidelyk. 
Vyf dagen Noordelyk. 
Vier maal Regen. 
Eens Donder. 

jfugus. ^e Thermometer. Hoogft ^S 

Laagil 76 

'Middelbaar *s Morgens 84 
's Middags 88 
's Avonds ^4 
Ses dagen Ooften Wind. 
14. dageii Zuidelyk. 
10. dagen Noordelyk. 
I. dag Weft. 

Ssp. de Thermometer. Hoogft iz 

Laagft 60 

Middelbaar 's Morgens 76 
's Middags 88 
's Avonds 84 
♦ 12. dagen Zuider Winden, 

if. dagen Noorden. 
]• ciagen Ooften» 
ii« maal Regen» 



Japan 1779. ^f 

Oêïoh^ de Thermometer» Hoogil 79 

Laagit i^8 

Middelbaar 's Morgens 60 

's Middags 7 ó 

's Avonds 62, 

Vier dagen Zaïde Wind:n. 

overige dagen de Wind"# 

Noordelyk. 
6. maal Regcn^ 
Den p. en u Aardbeving. 
Den iS» Storm. 

Notrem, deTHERMOMETER^ Hoogft 7^ 

Laag ft ^ z 

Middelbaar 's Morgens 48 
's Middags ft 
's Avonds 48 
De Winden Noordelyk. 
^. maal Regen. 
I. maal Sneeuw» 
Den !ƒ. en 16. Storm 



N3 Het Genoodfchap hadde gaarne gewenfcht deze Waarne- 
mingen volmaakter uittegeven , dm het gebrek aan de no- 
dige Indrümenten heeft dit niet mogelyk gemaakt, en zy 
lioopt daartoe in het yervolg beier in Itaet te zyn ondertuffen 
dient men aamemerken dat het Weer en Wind op Pag, Ó3 alkent 
teD tyde der obfervatie is aangetekend. 




F 4 ^ BJad- 



BLADWYZER. 

Biadz: 

VOORBERICHT i. 

VERHANDELINGEN 

Verhandelinge oz'er de Hijlorie-Kennis 5 

door J VAxN fPEREN. . . . !• 

Vervolg der refchryving van het Eiland 
limor en der naby gelegen Eilanden^ 
door Mr. W. van Ho gendorp. 63. 

Verzameling van eenige Timoreefe-woor» 
den^ door den zclven. . • . . loi, 

Befcbryving van het Eiland Bcrneo , voor 
zoo verre het zelve tot nu toe bekend is , 
door Mr. |. C. JVl. .Radfrmacker. 107, 

Lyji der geejlelyke en wereldlyke Keizers 
van JAPAN , 'zynde een vervolg op de 
I efchryvingy van den Heer E. K iE xM- 

PHEB 149^ 

De Belemmeringen , Treurgezang , door 
J. vanIpëren. . . . 15^- 

Toezang aan het Bataviaafch Genootfchap , 
^ door den zelven 161. 

Vervolg der Verhandelingen over den 
Land-bouw^ door }.Hooyma's. • . 162. 

Proeve over de Verfchihende gedaante Ko- 

. leur der Menfchen , door Mr. J. C. M. 
Radermacher. ... . 213. 



B L A D W Y 2 E R- 

Béfchryuin^e van eene blanke Negerin^ 

door \. VAN Iperem. . . . 22^, 

Befchryving van de groote Borneofcke 
Orang'Outang^ door F. baron van 
WuRMB. 245. 

V^ervoïg van eene yavaanfche Hijiorie 
Sadjara jRadja Jawa , door-ivylen J. 

VAN IpEREN .... ^63. 

Proeven van Iloog^ Gemeen en Berg Ja- 
vaans . , • 289» 

Kort verhaal van de Deenfche Zending op 
de Kuft Chormandel^ door J. Hooy- 

MAN 298. 

Verhandeling over de Dood Straffe en het 
Pynigen^ door sLl. j. C.M kaoer- 

M \CHER. . . . . •319» 

PFaarneemingen over de Verbetering on- 
zer Hollandfcke Zee - Kaarten ^ door 
Mr. J. C. M. Radermacher. 327. 

Redenvoering der Inentinge tot de Ingeze- 
tenen van Batavia^ door Mr. W. van 

HOGENDORP. .... 332. 

Bericht aangaande de Camber , daor A. 
Couperus 356. 

Befchryving van de Woiiwouzven , door 
wylen J. v. Iperrn en F. Schoüman. 383. 

Bericht omtrent het Katoenspinnen en We* 
ven^ door}. Hooyman. . . 416. 

Hijlorifche opheldering over L Chronyk :22. 
VS. 14, Jö(?r Mr. W. VAN Hoogen- 

PORP 438. 

F 5 By^ 



BLAD W Y Z E R. 

Bydratgen tot de Natuurïyhe IlifJork^ 455, 
bekroond Antircord der vyfde al 'gemene 

Prys-vrage onder de Zinjpreuk üjrit 

wei beda.4C5 daur na vOiOiuciic. 



BEKROONDE A N T W O O R- 
DEN en BERICHTEN. . . 

Verbandeling o;n het toeneemeud Ihut ge- 
brek der Zuiker moolensjpoedigenduur^ 
zaam te verhelpen^ door O. jAcoBf. 

Korte aanteekeiiing zve-^ens eene aïgemeeue 
Ziekte de Kuokkel- Koorts genaanid -, door 
b. Bylon. . . . 

Verbandeling over de Fhixus Ventris of 
Buikloop^ Jö^r B-ERNARD Wol F F. 

Bericht wegens de zwaar e /lardbecvlng van 
den 22. January /io, 1780, door Air. 

J. C. M. PwADMRMA CHER 

Dood Lyflsn van de Stad Batavia van Jo, 
1759 COC 1773 

Bericht wegens de hoogte der Baromctber 
en Thermometer op Batavia^ Cabo de 
Goede Hoop en Nangazaki. 



^I^^% 




mMmm 








A9.\ 
I. 

17- 
31. 

60. 
(>5- 



\ 



Z I N- 



ZINSTORENDE 

DRUKFOUTEN. 



14- 


.25.- 


17 - 


• 19.- 


14.- 


-ir.- 


33-- 


- 11.- 


40.- 


16,17. 



- - 53.- - 5- 

- - 54 - 5< 



BI: ii.lin. 4.ftaat.dern^fhangkelykcEctt^ 
hoofdige 

- meende et ontdekken 
-woeftenT^n 
-wej s 
-Don Juan en Ulloa 

- jemandderLcezersders 
iTiy 6c:. ' 

- Romeinsch oudheden 
-ons heil ge Sthriften 

-- 56.hatftereg, -Mindik ndigen 

- - 90. hn. 5.- -zonder eeni? ander 

voedzel hier te heb- 
ben 

- - 94.- -II,- -eenen grooten Saber ' 

- 'iZi. • 17.- «bLfchQnken 

- - 140. onder inde 
Nootiin. 5. Haat p'eent 

- r 165.^ . 16 - 
•'---' -2r.- 

- -nr - • i.- 

- • 176.- - 9.. 

.• -II.- 

. -178.- . 7.- 



Lees dconathangkclykeeene 

Eenhootd'gc. 
-■^ — meende te ontdekken, 

rr wcCilenyen. 

-! werkjes. 

Don Juan d'Ulloa. 

— — Iemand der . Leezerg 

my &c. 
— — RonieinCche oudheden. 

onze heilige Schriften, 

minki nui^en. 

zonder eenig ander 

Toed.'.el , dan dit fe 

hebben 
-— - eenen grooten Sahel, 
belchonken om dau 



ten ten einde 
. k. il pen 

"- byïondere geleegeid 
. dec bovenlmden 

* Leggen 

- die neegen jaaren laa- 
ien laai er 

- -I79-- - 7-- -Jafr 

- ' 180.- . 19.- -ptódi'élen 

• - 188.-11,12.- -hier in methunnen (le- 
gen 
-een fprutje 
. Nytgellrekthcid 
-naaukeurig liet 

- maunier 
. hutft 

• oorfrjik 
-uvtzic 
-bclaft 

- doet 



• ------ 12.- 

. .-.-. .14.. 

- -189.- -ij.- 

• - 102.- -13.- 

- -211.- - 7.- 

- -222.- -23;- 

• -132. -17.- 

- -^33-- - 7-- 
e ----- -i4»- 



— prefent. 
— ^^ten einde. 

— kaipen- 

— byzonderc gelegenheid, 
de bovenlanden, 

— Legger. 

— die necgen jaaren laa- 

ter. 

— Jaar. 

— produélen. 

— hier in niet kunnen 

flagen. 
-—een lp uitje. 

— uitgeilrektheid. 

— naaukeurig uit, 

— manier. 

— haaft 

— - oorzaak. 

— uitzien. 

— betaft. 
— ^en doet, 

BI: 24a, 



Zin ITO RENDE Dn UK- F OUT EN. 



tl 241.lin.17.ftaat.dat de lid^ke 

- -iSi.. -^7,- -Quiicje ,. 

• •27 j. onder inde i s ? T 
Koetlin icftaat-Tf^eriön 

• -273.ond'.r in de 

^LjoUii^- 13 ibat. Toew-k toppers 

• -17 5. onder in de 
JWoQtiin. ó.Qaat.wpet d^n 

f . 355. onder in de 

Noot ft>at, Sp, 137. 

- -j6a,lin. I'- -he^f 
r -371. onder inde 

'Noot ütat.gehru'k 

- -40i.lin. 7.- -ee dat 

• ..^--- p- -oorzarkvon 

• •••.. •13.- -aanftonden 

• *4Q4.- • 2.- - verbaardheid 

- -4r4.-- 6,7.- • engeltaarte Apen 



44-).. -19 - 



niel 



*> ' 438.- ? lè.- * Liiir.se 

- -487.- -u.- -pWgen. 

. ... .- -14.- -breedc 

• •488.. - 7.-. -ter rypet 



Lees dat die xick e 
■■■» , oudÜQ. 

- — T(e«bon,of Chcribon. 

. Tocwak- tappers. 

weet, dat 

— Pfalm 137. 
— r~ heeft. 

gebruikt. 

— — en dat. 

*■' ■■ oofzaak van. 

aanftonds. 

——verbaasdheid. 

ongeftaaitc Apei. 

—-niet. 

Linraeus. 

plooyen. 

breette. 

— ter rypheid. 



N3. Di andtri pruk Ttuten dte in dit Tweede Deel gevonden 
, . ^Qgten worden . gelieve de gunjiigt Leex.ir Kolve te vorbetenn^ 



-#i.